Een pragmatische kijk op actief burgerschap - Participatiewiki
Zoeken
Hulpmiddelen
LANGUAGES
Een pragmatische kijk op actief burgerschap

Een pragmatische kijk op actief burgerschap

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken


Inhoud

Inleiding

‘Het pragmatisme is een belichaamde, kritisch melioristische en sociaal geëngageerde manier van leven. Ze is pluralistisch, humanistisch, flexibel, bescheiden en expliciet zelfkritisch.’[1] 

Pragmatisme en actief burgerschap

Een levensstijl

Democratie wordt ook gezien als een cultuur, een ‘way of life’. Zo is het ook met actief burgerschap. Onder ‘actief burgerschap’ worden verstaan: een verscheidenheid aan manieren om maatschappelijke verantwoordelijkheid en engagement op te nemen met de bedoeling actief bij te dragen aan de democratische uitbouw van de samenleving en gestalte te geven aan de eigen plaats binnen die gemeenschap. Men kan de nadruk leggen op burgerschap als status met de nadruk op de rechten en plichten of op burgerschap als houding/praktijk (burgerdeugd) hetgeen betrekking heeft op attitudes en acties die het actief burgerschap bevorderen.
Actief burgerschap is een geïntegreerde levensstijl die verder reikt dan de minimale invulling die de term burgerschap veelal krijgt. Het gaat hem om veel meer dan het uitbrengen van een stem of het opnemen van een politiek mandaat. Of zoals de Amerikaanse pragmatist John Dewey zegt: 'democratie is meer dan een verzameling formele politieke instituties of een periodieke bezigheid'. Hij laat zelfs het idee als zou democratie geleid worden door een aantal instituties (overheden, parlementen) los. Hij ziet het als een manier waarop mensen samenleven en ervaringen uitwisselen.
In die zin uit hij kritiek op kwantitatieve opvattingen van democratie, zoals die van Henry Maine, die democratie beschouwen als vertegenwoordiging op basis van het individuele stemgedrag van de burgers.[2]

Het hermeneutische en pragmatische aspect zijn nauw verbonden met actief burgerschap. Het komt er immers op aan de andere te interpreteren, hem te begrijpen en vanuit dat inlevend verstaan, zichzelf en de wereld te maken en voordurend te herschrijven. Wanneer we de ander zien als één van ons dan pas kunnen we iets doen voor de ander. Er is steeds een ethische dimensie verbonden aan actief burgerschap, nl. het opnemen van verantwoordelijkheid naar anderen toe, een verantwoordelijkheid die verder reikt dan wat op zijn minst wordt verwacht.
Dewey stelt dat de sociale dimensie ons tot mensen maakt. Het individu als onderdeel van een groter geheel. Burgerschap is nooit een geïsoleerde actie, het speelt zich steeds af tegen een bepaalde context, in relatie tot anderen. Dit sociale maakt het wezen uit van democratisch burgerschap.
Het opnemen van verantwoordelijkheid richt zich op verandering in positieve zin, op het goede en staat in het teken van voortdurende publieke probleemoplossing. Er wordt uitgegaan van de ethica utens (hoe mensen denken zich te moeten gedragen, het concrete gedrag) met als basis de praktische intelligentie: het inzicht of begrip dat voorkomt uit de ervaring, dat de ervaring ook leidt en het vermogen om te oordelen, te handelen en te leven volgens dat inzicht.

Solidariteit

Bij Dewey komt het nastreven van wat een individu als goed beschouwt overeen met wat de gemeenschap als goed beschouwt. Dit leidt vanzelf tot het inzicht dat het belangrijk is om de gemeenschap en haar instanties in stand te houden. Gemeenschapsvorming neemt een belangrijke plaats in binnen het burgerschapsdomein. Dewey probeert binnen die gemeenschap, een ideaal dat nooit helemaal gerealiseerd maar wel kan nagestreefd worden, individualiteit en gemeenschappelijkheid te integreren.[3]
Rorty spreekt over solidariteit. Door anderen te leren begrijpen, hen te interpreteren, breiden we ons gemeenschapsgevoel uit. We leren hen te zien als één van ons. Dat betekent dat pragmatisme uiteindelijk leidt naar een hechtere vorm van solidariteit.[4]
Autonomie en zelfbeschikking zijn voorwaarden om tot solidariteit te komen. Pas als je al je keuzemogelijkheden kent en vrijheid hebt om te bepalen wat je met je leven wil doen kan je solidariteit betonen. Het pragmatisme en actief burgerschap situeren zich tussen autonomie en heteronomie.


De burger als handelend wezen

Het handelen bij Dewey wordt geïnterpreteerd vanuit het vermogen praktische problemen op te lossen, met de focus op de consequenties van dat handelen. Naast de actie wordt ook veel nadruk op de reflectie gelegd. Actief burgerschap houdt ook actie/participatie als reflectie in. Als actieve burger wil men bepaalde tekorten, noden behoeften signaleren en/of verhelpen. Actief burgerschap richt zich op het realiseren van maatschappelijke verandering, het construeren of liever reconstrueren van een gedeelde intersubjectieve wereld. Elke vorm van engagement brengt ook persoonlijke effecten met zich mee – ‘groei’. Of zoals Dewey het noemt ‘een teleologische ethiek van zelfrealisatie’.[5]


Dewey hecht veel belang aan de rol van ervaringen (een connectie tussen lichaam, geest en natuur, instrument om dieper in de werkelijkheid door te dringen). Hij bedoelt hiermee een doen-ondergaan-doen dynamiek. Mensen proberen veranderingen teweeg te brengen in de wereld omdat ze zich willen aanpassen aan de steeds wisselende context, maar anderzijds ondervinden ze ook de gevolgen van deze veranderingen.[6] Dewey vergeet de lijfelijke esthetiek niet, zij houdt zich bezig met de geleefde ervaring. Het lijfelijke oefent invloed uit op het denken. Dewey en Shusterman spreken over ‘somatic education’. Zelfcreatie bevat geestelijke en lichamelijke aspecten. Shusterman stelt dat het individu in zijn filosofische praktijk en in de omgang met zijn eigen lichaam houdingen aanneemt die politiek relevant zijn. Dit heeft te maken met het aannemen van het voorinterpretatieve niveau (eerst is er het lichaam en nadien komt het denken tot stand) dat ons handelen – ook naar de ander toe – bepaalt: de bevindelijkheid, de stemming van waaruit men deel heeft aan de wereld.[7]


Volgens Dewey is kennis een vorm van handelen. Bij actief burgerschap wordt het belang van opdoen van ervaringen in een vertrouwde omgeving (het creëren van leeromgevingen) onderstreept. Actief burgerschap ‘can’t be taught, only learned’. Het is geen vooraf gegeven (a priori), geen universele competentie die onderwezen kan worden, maar een veelzijdig, complex en permanent leerproces. Mensen leren geen algemeen model van burgerschap, maar leren hun eigen burgerschap al doende, bvb. bij het oplossen van een probleem of bij het nastreven van een bepaalde doelstelling. Ervaringsleren is een leerproces dat bestaat uit vier fasen: verwerken van concrete ervaringen, een model hieruit afleiden, actief experimenteren en beschouwend terugkijken. Via trial-and-error probeert de mens volgens Dewey verschillende handelingsalternatieven uit en registreert hij de gevolgen van het handelen op de situatie. Hij slaat die informatie op in zijn handelingspredisposities, ‘habits’ (karaktertrekken, lichamelijke neigingen tot handelen, culturele betekenisdragers).[8]

De vrijheid van het ontplooien

Aangezien mensen actief burgerschap leren op te nemen door actief te participeren, is er veel ruimte voor experimenten en bottom-up initiatieven. Kritisch denken, probleemoplossende en sociale vaardigheden zijn belangrijke vaardigheden als actieve burger.
Het leren van actief burgerschap laten reduceren tot individuele competentieverwerving sluit aan bij een (neo-)liberaal discours (individuele vrijheid en autonomie) inzake democratie. Dewey is een aanhanger van het ontplooiingsliberalisme (Kant, Mill, Dewey en recentelijk Isaiah Berlin, Popper en John Rawls). Negatieve vrijheid (mensen moeten vrij zijn van bemoeienis en belemmering om hun voorkeuren te realiseren) is noodzakelijk maar niet voldoende. De politiek moet de voorwaarden scheppen en garanderen zodanig dat mensen hun talenten en mogelijkheden kunnen ontplooien. In tegenstelling tot de opvatting dat de maatschappelijke orde een zaak moet zijn van zelfregulerende processen tussen individuen en groepen van individuen. Ze stellen daarom ook een positieve vrijheid voorop: mensen de vrijheid geven zich te ontplooien. Ze staan een actievere staat voor. Ze zijn het niet eens met de beperking van de staatsmacht, het vrijwaren van de private levenssfeer van het individu, enz.[9]


  1. Van den Bossche, M., (2005), De passie van Marc Van den Bossche. Wielrennen, Rotterdam: Lemniscaat, 137 p.
  2. Logister, L., (2005), John Dewey, een inleiding tot zijn filosofie, Uitgeverij Damon, 157 p.
  3. John Dewey, een inleiding tot zijn filosofie.
  4. Van den Bossche, M. (2001), Ironie en solidariteit. Een kennismaking met het werk van Richard Rorty, Rotterdam: Lemniscaat, 134 p.
  5. John Dewey, een inleiding tot zijn filosofie.
  6. John Dewey, een inleiding tot zijn filosofie.
  7. De passie van Marc Van den Bossche. Wielrennen.
  8. John Dewey, een inleiding tot zijn filosofie.
  9. Patrick Stouthuysen, Een vierde weg? Over drie vormen van links-liberalisme.