<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Sander+Dwb</id>
	<title>Participatiewiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Sander+Dwb"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php/Speciaal:Bijdragen/Sander_Dwb"/>
	<updated>2026-08-12T22:56:50Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.9</generator>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2297</id>
		<title>Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2297"/>
		<updated>2011-12-28T15:03:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatiemethoden - overzicht|&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Participatieniveau]]= cocreëren + zelfbeheer&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk gebruiken en proefondervindelijk ontwikkelen van openbare plaatsen. Formele participatie is in dit verband vaak geïnspireerd door een al bestaand fenomeen binnen de stedelijke samenleving: met name de ‘spontane’ totstandkoming van zogenaamde vrijplaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Vrijplaatsen en tijdelijk gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijplaatspraktijken zijn activiteiten die tijdelijk ongebruikte ruimtes ([http://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Aug%C3%A9 ‘non-plaatsen’]) animeren of toeëigenen. Deze lokale vrijplaatsen zijn gemaakt en gedomineerd door hun gebruikers. Als broedplaatsen van nieuwe ideeën staan ze open voor veranderingen en een breed pallet aan activiteiten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Discussie tussen ‘spontane’ en ‘geïnstitutionaliseerde’ participatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klassiek werpen vrijplaatsen de vraag op of participatie al dan niet georganiseerd dient te worden vanuit de overheid en de al bestaande instellingen. In tegenstelling tot ‘spontane participatie’ zijn het terrein en de mogelijke uitkomsten bij ‘geïnstitutionaliseerde participatie’ al stevig afgebakend door de overkoepelende structuur en de geplande setting. De ‘spontane’ vorm van participatie daarentegen is het resultaat van een tijdelijke volksmobilisatie of vereniging van gelijkgestelde mensen rond een gemeenschappelijk doel. Onder de voorstanders van deze laatste aanpak bestaat er veel scepticisme over geïnstitutionaliseerde projecten. Eén van hun argumenten luidt dat wanneer maatschappelijke leiders en instellingen behartigers worden van een specifiek belang, ze hun band met het algemeen belang dreigen te verliezen. Een ander vaak gehoord argument is dat wanneer geïnstitutionaliseerde participatie daarenboven technocratisch is, ze het privilege dreigt te verworden van professionele experts en hun kennis. Wat ten koste zou kunnen gaan van de inbreng van de lokale gemeenschap, hun wensen, hun dagdagelijkse kennis en verzuchtingen. Er kan echter ook een spanningsveld optreden tussen enerzijds geclaimde vertegenwoordiging van een klein groepje enthousiastelingen, en anderzijds de maatschappelijk afspiegeling en de publieke verantwoording van deze groep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niettegenstaande dat vrijplaatsen een ongeplande en spontane stedelijkheid kunnen promoten, draaien ze niet louter en alleen om het in vraag stellen van top-down participatie, maar eveneens rond het aan de kaak stellen van eenzijdig functionele benaderingen binnen de planningspraktijk. Vrijplaatsen pleitten voor een interdisciplinaire aanpak van het lokaal beleid, voor een doe-het-zelf en test-het-uit-methode en in die zin voor een openstelling van technische expertise naar een bredere maatschappelijke formulering van kennis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mensen nemen deel vanuit hun eigen interesseveld, engagement en vrijetijdsbeleving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde mogelijkheden in hun buurt, stad en gemeente praktisch uit te testen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Niet alleen denkers of spraakwatervallen maar ook doeners kunnen participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele achtergrond op basis van hun eigen inzichten participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als voor professionals, politici en de voltallige lokale gemeenschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. (wat het resultaat is van een spanningsveld tussen ‘diversiteit en creativiteit’ versus ‘representativiteit’)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er dreigt een probleem van verantwoording wanneer de ideeën niet gekaderd worden door het algemeen belang en bij een gebrek aan democratische controle. -Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het verenigingsleven of maatschappelijk debat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ander mogelijk probleem stelt zich wanneer het initiatief politiek gerecupereerd wordt door bepaalde maatschappelijke of politieke instituties waardoor het zijn spontaniteit en ‘onschuldigheid’ dreigt te verliezen, wat net sterk drempelverlagend kan werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De georkestreerde organisatie van vrijplaatsen kan dienen als een besparend alternatief voor de lokale overheden, waardoor zij niet langer de verantwoordelijkheid opnemen voor de aanpak van in onbruik geraakte plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Creatieve milieus zijn niet het resultaat van top-down planning maar komen eerder voort uit een gebrek aan planning. Daarom is het moeilijk om informele ontmoetingsplaatsen en complexe creatieve clustering te laten plaatsvinden in vastgelegde broedplaatsen. Daardoor vergt deze aanpak een zekere vrijheid, weg van democratisch controle en legitimiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: pioniersactiviteiten in Berlijn  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Achtergrond  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2008 stopten alle luchtvaartactiviteiten op Tempelhof in Berlijn. Hierdoor kwamen 386ha vrij voor een grootschalig ontwikkelingsproject aan de rand van het stadscentrum. In 2010 werd de groene ruimte opengesteld voor het publiek desondanks dat het parklandschap nog niet volledig gepland was. Men wil immers de site gradueel ontwikkelingen. De burgers en het middenveld kunnen bijdragen tot het officieel planningsproces via participatie in o.a. de ‘pionierprojecten’. De stadsplanners wouden inspelen op een lange traditie binnen Berlijn waarbij leegstaande ruimtes binnen de stad worden ingenomen door ‘organisch’ ontstane (interim-)activiteiten. Via dit project probeert men deze voor de eerste keer te integreren binnen het officiële planningsproces. Het achterliggende idee was om aan de ene kant, het lange tijdsbestek van de ontwikkeling te anticiperen, en aan de andere kant, de procesmatige en proefondervindelijke benadering van de ontwikkelaars te ondersteunen. Volgens Tempelhofer Freiheit “biedt het allerlei mogelijkheden aan mensen die geïnteresseerd zijn in het vormgeven van hun stad en het realiseren van hun eigen ideeën”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Pioniersactiviteiten  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een aantal voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gemeenschappelijk tuinieren en stedelijke agricultuur: via een kennis- en doe-centrum probeert het project bruggen te slaan met sociale, culturele en biologische diversiteit, met participatieve stedenbouw, met stedelijke ecologie en consumptie, met voeding en gezondheid, en met solidariteit, integratie en burgerschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Minigolfbanen gemaakt door 18 kunstenaars: deze trachtten natuur, kunst en technologie te combineren en mensen via interactie te sensibiliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Het project Vogelvrij (‘Vogelfreiheit’) organiseert op avontuur gerichte recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Door middel van een skateboard sculptuur, slappe lijnen, &#039;[http://nl.wikipedia.org/wiki/Parkour parkour&#039;]&amp;amp;nbsp;mogelijkheden, een BMX-track en een dans- en evenementenplatform. Het project heeft workshops rond o.a. graffiti, street art, theater, muziek, fotografie of film in haar aanbod.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dingadu is een ‘éénwielermanege’. Mensen kunnen er cursussen en activiteiten volgen. -De wetenschapswinkel probeert via de open setting van het park de dialoog tussen wetenschap en samenleving te intensifiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer voorbeelden op [http://www.tempelhoferfreiheit.de tempelhoferfreiheit.de] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== &amp;lt;br&amp;gt; Uitwerking pioniersproject  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De evaluatie van sommige pioniersactiviteiten heeft geleid tot een aantal praktische wijzigingen van de huidige organisatie van de site. De focus ligt hier vooral in het ontmijnen van conflicten tussen activiteiten waarbij men bepaalde zones voorbehoud voor specifieke doelgroepen. Of de uiteindelijke plannen effectief beïnvloed zullen worden zal de toekomst moeten uitwijzen. Desalniettemin stellen de planners dat hoewel de activiteiten als tijdelijk geconcipieerd zijn, ze permanent kunnen worden indien ze succesvol zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Uiteindelijk zijn het voornamelijk al bestaande verenigingen die de pioniersactiviteiten organiseren. Bovendien kan het hele pioniersproject bekeken worden als erg geïnstitutionaliseerd. Zo moeten de voorgestelde pioniersactiviteiten voldoen aan de al vooropgestelde ontwikkelingsthematieken van het park. Bovendien moeten ze een jury passeren die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de officiële instellingen van de stad. Dit kan gezien worden als een vorm van democratische controle maar kan ook worden bekeken als een ondermijning van de creativiteit en spontaniteit van het initiatief. De vraag is welke alternatieve pistes onderzocht en lokale initiatieven gesteund zullen worden. Toch slagen de pioniersprojecten erin om een aantal proteststemmen mee te laten participeren. Zo zijn er een aantal mensen van ‘Squat Tempelhof’ actief rond ecologisch tuinieren in gemeenschapsverband. Zij gebruiken dit forum eveneens om hun misnoegen over de toekomstplannen te uiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De pioniersactiviteiten moeten zelfvoorzienend zijn en dienen een huur te betalen aan de stad. Die kan ook symbolisch zijn in het geval dat het project door de jury beschouwd wordt als sociaal belangrijk. Momenteel zijn er weinig investeringen in de infrastructuur van het park aangezien men wacht met investeringen tot de definitieve ontwikkeling in 2017. De pioniersprojecten kunnen dus ook gezien worden als een goedkope oplossing van de stad. Daar tegenover staat de argumentatie dat de tijdelijke activiteiten een noodzakelijke maatschappelijke tijdsbrug slaan tussen de beslissings- en de uitvoeringsfase. Vele mensen zijn er actief en aangetrokken tot de site op allerlei manieren. Ze dienen dus niet enkel als visvijvers voor nieuwe ideeën of als een goedkope oplossing van korte duur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groth, J. &amp;amp;amp; Corijn E. (2005). Reclaiming Urbanity: Indeterminate spaces, informal actors and urban agenda setting. A case study in Helsinki, Brussels and Berlin. Urban Studies, 42(3), 511-534. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2009). Das Grüne Berlin. The Green Berlin. Berlin. Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2010). Imagine Tempelhof. Towards the city of tomorrow. Berlin. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website TempelhoferFreiheit.de [Retrieved September 1, 2011, from [http://www.tempelhoferfreiheit.de http://www.tempelhoferfreiheit.de]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiemethoden_-_overzicht&amp;diff=2296</id>
		<title>Participatiemethoden - overzicht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiemethoden_-_overzicht&amp;diff=2296"/>
		<updated>2011-12-28T15:03:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Het onderstaande overzicht werd opgemaakt in het kader van een onderzoek&amp;amp;lt;ref&amp;amp;gt;Loyens, K. &amp;amp;amp; Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op een [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ webpagina] van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).&amp;amp;lt;/ref&amp;amp;gt; van het [http://soc.kuleuven.be/io/ned/ Instituut voor de overheid] (K.U. Leuven, Faculteit Sociale Wetenschappen). Door [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ hier] te klikken kom je rechtstreeks terecht op de webpagina van het desbetreffende onderzoek.&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| border=&amp;quot;1&amp;quot; class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;border: 1px solid; border-collapse: collapse; width: 801px; height: 360px;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Participatieniveau &lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Rol participant &lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Methoden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Informeren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Toehoorder &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Digitaal debat|Digitaal debat]] &lt;br /&gt;
*[[Geschreven informatie|Geschreven informatie]] &lt;br /&gt;
*[[Hoorzitting|Hoorzitting]] &lt;br /&gt;
*[[Inspiratiebezoek]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Consulteren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Geconsulteerde &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Deliberative Polling®|Deliberative Polling&amp;lt;sup&amp;gt;®&amp;lt;/sup&amp;gt;]] &lt;br /&gt;
*[[Digitaal debat|Digitaal debat]] &lt;br /&gt;
*[[Dynamic mindmapping|Dynamic mindmapping]] &lt;br /&gt;
*[[Elektronische consultatie - Webconsultatie|Elektronische consultatie - Webconsultatie]] &lt;br /&gt;
*[[Enquête - Survey|Enquête/Survey]] &lt;br /&gt;
*[[Fishbowl discussie|Fishbowl discussie]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] &lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Adviseren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Adviseur &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Adviescommissie|Adviescommissie]] &lt;br /&gt;
*[[Burgerjury|Burgerjury]] &lt;br /&gt;
*[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] &lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;amp;nbsp;&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; [[Cocreatie|Cocreëren]] &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Partner &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] &lt;br /&gt;
*[[Design workshop|Design workshop of Charette]] &lt;br /&gt;
*[[Open Space Technology|Open Space Technology]] &lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] &lt;br /&gt;
*[[Versnellingskamer of Brainbox|Versnellingskamer/Brainbox]] &lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]] &lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]] &lt;br /&gt;
*[[Planning for real]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Zelfbeheer &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Beslisser &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[Referendum|Referendum]] &lt;br /&gt;
*[[Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &#039;&#039;&#039;Refere&amp;lt;u&amp;gt;&amp;lt;/u&amp;gt;nties&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;references /&amp;amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]] [[Category:Werken_met_groepen]] [[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Beleidsparticipatie]] [[Category:Burgerschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiemethoden_-_overzicht&amp;diff=2295</id>
		<title>Participatiemethoden - overzicht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiemethoden_-_overzicht&amp;diff=2295"/>
		<updated>2011-12-28T15:00:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Het onderstaande overzicht werd opgemaakt in het kader van een onderzoek&amp;amp;lt;ref&amp;amp;gt;Loyens, K. &amp;amp;amp; Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op een [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ webpagina] van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).&amp;amp;lt;/ref&amp;amp;gt; van het [http://soc.kuleuven.be/io/ned/ Instituut voor de overheid] (K.U. Leuven, Faculteit Sociale Wetenschappen). Door [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ hier] te klikken kom je rechtstreeks terecht op de webpagina van het desbetreffende onderzoek.&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| border=&amp;quot;1&amp;quot; class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;border: 1px solid; border-collapse: collapse; width: 801px; height: 360px;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Participatieniveau &lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Rol participant &lt;br /&gt;
! &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Methoden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Informeren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Toehoorder &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Digitaal debat|Digitaal debat]] &lt;br /&gt;
*[[Geschreven informatie|Geschreven informatie]] &lt;br /&gt;
*[[Hoorzitting|Hoorzitting]] &lt;br /&gt;
*[[Inspiratiebezoek]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Consulteren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Geconsulteerde &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Deliberative Polling®|Deliberative Polling&amp;lt;sup&amp;gt;®&amp;lt;/sup&amp;gt;]] &lt;br /&gt;
*[[Digitaal debat|Digitaal debat]] &lt;br /&gt;
*[[Dynamic mindmapping|Dynamic mindmapping]] &lt;br /&gt;
*[[Elektronische consultatie - Webconsultatie|Elektronische consultatie - Webconsultatie]] &lt;br /&gt;
*[[Enquête - Survey|Enquête/Survey]] &lt;br /&gt;
*[[Fishbowl discussie|Fishbowl discussie]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] &lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Adviseren &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Adviseur &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Adviescommissie|Adviescommissie]] &lt;br /&gt;
*[[Burgerjury|Burgerjury]] &lt;br /&gt;
*[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] &lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;amp;nbsp;&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; [[Cocreatie|Cocreëren]] &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Partner &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] &lt;br /&gt;
*[[Design workshop|Design workshop of Charette]] &lt;br /&gt;
*[[Open Space Technology|Open Space Technology]] &lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] &lt;br /&gt;
*[[Versnellingskamer of Brainbox|Versnellingskamer/Brainbox]] &lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]] &lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]]&amp;lt;sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
*[[Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten]]&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*[[Planning for real]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Zelfbeheer &lt;br /&gt;
| &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp; Beslisser &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
*[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] &lt;br /&gt;
*[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] &lt;br /&gt;
*[[Referendum|Referendum]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;sub&amp;gt;wordt nog verder aangevuld...&amp;lt;/sub&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &#039;&#039;&#039;Refere&amp;lt;u&amp;gt;&amp;lt;/u&amp;gt;nties&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;references /&amp;amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]] [[Category:Werken_met_groepen]] [[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Beleidsparticipatie]] [[Category:Burgerschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2294</id>
		<title>Planning for real</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2294"/>
		<updated>2011-12-28T14:49:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatiemethoden_-_overzicht|Participatieniveau]]= cocreëren + adviseren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Planning for Real” kent zijn roots in de jaren 1970. De methode werd ontworpen door de Neighbourhood Initiatives Foundation (UK) met als doel om de mensen actief te betrekken bij het beleid en de inrichting van hun buurt. Het is een praktijkgerichte techniek die burgers door middel van een driedimensionale maquette op een niet-technische en visuele wijze ideeën laat formuleren. Op die manier kunnen mensen met een verschillende achtergrond participeren. Simpele modellen dienen dus als een hulp voor deelnemers om concrete prioriteiten naar voren te schuiven. Het proces zoekt naar [http://nl.wikipedia.org/wiki/Consensus consensus] en eindigt met het maken van een actieplan voor een bepaalde buurt of ontwikkelingsproject. Concreet wordt deze methode toegepast op woonwijken, stadscentra, publieke ruimten en voor in onbruik geraakte sites. Zo kan men bijvoorbeeld huisvestiging, verkeer, veiligheid of de inrichting van de lokale openbare ruimte (parken, speeltuinen) in een bepaalde buurt bespreken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde problemen en mogelijkheden in hun buurt te bespreken. &lt;br /&gt;
*Mensen worden aangezet om vanuit een vogelperspectief hun buurt of straat te bekijken. Bepaalde zaken zien er anders uit wanneer men ze niet bekijkt vanuit de enge situatie van het huis of de straat maar vanuit een meer geïntegreerd overzicht op de lokale situatie. &lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele kennis in de dialoog stappen. &lt;br /&gt;
*Mensen worden benaderd vanuit hun ‘insider’-kennis als experts van hun eigen leefomgeving. &lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als de professionals. Zo beschikken zij vaak over een verschillende wijze van redeneren. De laatstgenoemden zijn eerder puzzelaars voor wie het kaderen van ontwerpvraagstukken een sleutelactiviteit is. Beïnvloed door hun educatie zoeken de professionals via creatieve processen eerder naar unieke vormen om situaties aan te pakken. De lokale bevolking zal eerder naar de site kijken vanuit de leefomgeving en via vorm een bepaalde functie anticiperen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij gebrek aan goede begeleiding van het proces kan het resulteren in onrealistische verwachtingen en onhaalbare doelstellingen. &lt;br /&gt;
*Indien er geen professionele [[Inspirerend faciliteren van participatie|Moderator]] is, bestaat het risico dat niet alle standpunten aan bod komen. &lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. &lt;br /&gt;
*Het is moeilijk om ook personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het beleid. &lt;br /&gt;
*Consensus bereiken is – vooral bij complexe en delicate kwesties – niet eenvoudig. &lt;br /&gt;
*Het gebruik van voorwerpen en materiaal is niet neutraal. Net als mensen hebben ook objecten een beïnvloedingskracht. Kennis is namelijk afhankelijk van het gereedschap dat men aanwendt om de informatie aan te spreken. Een voorwerp is dus niet zomaar een intermedium maar werkt als het ware als een echte bemiddelaar. Er wordt vaak geargumenteerd dat mensen meer effectief kunnen participeren wanneer de materie benaderd wordt via visuele instrumenten en niet zuiver tekst. Niettemin kunnen visuele weergaves eveneens mensen van hun lokale kennisbank loskoppelen. Bijvoorbeeld door zaken wel of niet weer te geven of te accentueren. Immers, lokale kennis is niet zomaar een hulpbron die men simpelweg kan aanboren, het is gekarakteriseerd door de specifieke situatie waarin men het aanspreekt. &lt;br /&gt;
*Een bijkomend praktisch probleem is dat lokale kennis vaak op een eerder impliciete manier geformuleerd wordt, aangezien niet iedereen zijn vanzelfsprekend genomen wereld in duidelijk termen kan verwoorden. Dit probleem komt naar boven wanneer de betekenis van de context van de sociale interactie wordt losgemaakt. Hierbij aansluitend hebben professionele ontwerpers de neiging om meer aandacht te schenken aan grafische voorstellingen dan aan geschreven teksten. Voor gewone deelnemers zijn woorden echter vaak minder abstract. Daarom is het belangrijk om voldoende aandacht te schenken aan de verschillende rapportage vormen van het gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Stappenplan  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Breng het lokaal netwerk en alle mogelijke belanghebbenden in kaart. Contacteer de lokale mensen en organisaties. Informeer duidelijk over het opzet en de doelstelling. Kies een locatie voor de sessie(s). En tast mogelijke onderwerpen af. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Bouw op basis van een kaart of luchtfoto (met een grote schaal, vb. 1:250-300) het driedimensionaal model van de buurt of de site. In het beste geval in samenwerking met bewoners zodat zo veel mogelijk lokale kennis bijdraagt tot de realisatie van een waarheidsgetrouwe maquette. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Organiseer plansessies waarbij het driedimensionaal model centraal staat. De mensen maken kennis met het gebied terwijl ze rond de maquette zitten. Men bespreekt vertrouwde oriëntatiepunten, situeert de site binnen de alledaagse context: waar staat uw huis? Welke trips doet u regelmatig? … Doormiddel van informele gesprekken nemen de deelnemers potentiële problemen en opportuniteiten vanuit vogelperspectief waar. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Er worden verschillende “suggestie”-kaartjes rond de maquette verspreid waarmee de bewoners kunnen tonen wat ze waar willen. Ook problemen kunnen gelokaliseerd worden (bv. zwerfvuil, onveiligheid, …). Naast “suggestie”-kaartjes kunnen ook objecten op het model geplaatst worden zoals verbindingen, oversteekplaatsen, struiken en bomen,… Er zijn ook reservemateriaal en lege kaartjes aanwezig zodat de mensen zelf suggesties kunnen doen. Deze eerste suggestieronde(s) gebeurt individueel zodat alle deelnemers de kans krijgen om hun zegje te doen. &lt;br /&gt;
#Geleidelijk worden via discussiesessies in de groep prioriteiten opgelijst en consensus gezocht. Dit gebeurt ook visueel door suggestie kaarten te sorteren op een bord met de categorieën ‘nu’, ‘binnenkort’ en ‘later’. Organiseer zo veel sessies als u nodig acht. Er kan ook met [[Focusgroep|Focusgroepen]] gewerkt worden. Gedurende de sessies kijken de professionelen toe en beantwoorden ze vragen, zij nemen best niet actief deel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Benodigdheden  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ontmoetingsruimte; de sessies worden best gehouden op plaatsen die enerzijds gemakkelijk toegankelijk zijn en anderzijds een zekere aantrekkingskracht op de buurt uitoefenen. Men kan de hulp inroepen van lokale mensen om de perfecte ontmoetingsplaats te vinden. &lt;br /&gt;
*Een grote kaart of luchtfoto (1:250-300) als basis voor de maquette. &lt;br /&gt;
*Knutselmateriaal om het driedimensionaal model en “suggestie”-voorwerpen te maken &lt;br /&gt;
*”Suggestie”-kaartjes waarmee mensen kunnen tonen wat ze waar willen. Voorzie ook blanco kaartjes. &lt;br /&gt;
*Een bekwame&amp;amp;nbsp;moderator&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Tips bij gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Betrek bewoners, schoolkinderen of studenten in de bouw van het model. Dit verhoogt de betrokkenheid (zie ook [[Cocreatie]]). &lt;br /&gt;
*Organiseer vooraf een terreinbezoek met de deelnemers en bekijk eventueel andere voorbeelden (zie ook [[Inspiratiebezoek]]). &lt;br /&gt;
*Naargelang het onderwerp kan het materiaal worden aangepast: bv. duimspijkers en touw voor het aanduiden van paden. &lt;br /&gt;
*Registreer de discussie tussen de deelnemers door te observeren en te noteren. Dit is belangrijk voor de interpretatie van de suggesties achteraf. &lt;br /&gt;
*Kies de locatie op basis van lokale ‘insider’ kennis om een maximale aantrekkingskracht uit te oefenen. De sessies kunnen ook plaatsvinden op verschillende locaties binnen de buurt. &lt;br /&gt;
*Door voor een duidelijke communicatie over het opzet en de doelstellingen te zorgen kan men de creatie van onrealistische verwachtingen vermijden. &lt;br /&gt;
*Denk na over de samenstelling van de deelnemers in relatie tot de doelstelling van de participatieronde (bv. zoveel mogelijkheid diversiteit of representativiteit?) &lt;br /&gt;
*De moderator is een getrainde [[Inspirerend faciliteren van participatie|Facilitator]]. Hij/zij beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer [[Inspirerend faciliteren van participatie|&#039;Inspirerend faciliteren van participatie&#039;]]. &lt;br /&gt;
*De wijze waarop een resultaat gecommuniceerd wordt naar de ontwerpers is niet een klein detail maar kan een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het proces. Bijvoorbeeld of het formaat een volledige tekst is die het volledige verhaal achter de redenering verteld, of het gewoonweg een lijstje van sleutelwoorden en wensen bevat, maakt een wezenlijk verschil naar de verstaanbaarheid voor de ontwerpers toe. &lt;br /&gt;
*Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer [[Participatiemethoden - generieke aandachtspunten|Generieke aandachtspunten]] die voor de meeste participatiemethoden gelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Kostprijs  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dure methode (assistenten, moderator, modellen, …), tenzij inzet van vrijwilligers. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld ‘Trek-je-plan’-dag Park Spoor Noord  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2001 kwam een oude spoorwegbedding van zo’n 24ha groot vrij in de 19de-eeuwse stadsgordel rond Antwerpen. Er bestonden verschillende scenario’s voor de nieuwe inrichting van deze site. Sommigen wouden de open ruimte gebruiken om de mobiliteitsproblemen aan te pakken, anderen dachten aan economische ontwikkelingen of de creatie van een creatieve cluster, nog anderen waren voorstander om extra woonomgeving in te planten. De stad besliste om door middel van interne denkdagen eerst zelf een visie te ontwikkelen alvorens met externe onderhandelingen te starten. Desalniettemin organiseerde men parallel aan hun formele denkdagen ook creatieve workshops waarbij vertegenwoordigers van het middenveld en burgers uit de omgeving uitgenodigd waren voor een aantal brainstorms. De kwaliteit van de discussies/suggesties tijdens deze participatiedagen werden door de planners van de stad geapprecieerd. Dit kan mede verklaart worden door de samenstelling van de deelnemers. Er was de keuze gemaakt voor diversiteit van mensen en creativiteit boven representativiteit. Deze informele denkdagen zouden ideeën en argumenten hebben aangereikt voor de formele besprekingen. Daar werd een consensus gevonden om de site hoofdzakelijk een groene invulling te geven met een aantal aanvullende recreatieve functies. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== ‘Trek-je-plan’-dag  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat deze informele creatieve workshops aan het begin van het visieproces gezien werden als succesvol, besloten de stadsplanners om een ‘planning-for-real’ evenement te organiseren onder de noemer ‘Trek-je-plan’-dag. Opnieuw werd een groep vertegenwoordigers van de buurt uitgenodigd om te brainstormen. Ze bouwden maquettes rond geselecteerde thema’s. De geopperde ideeën werden opgenomen in de briefing van de internationale ontwerpwedstrijd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interactie lokale kennis en professionele expertise  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops was er een duidelijke verschil in benadering tussen de lokale bevolking en de experts. De lokale deelnemers bespraken de site eerder vanuit het standpunt van de omgeving, terwijl de ontwerpers zich eerder concentreerden op het object zelf. Terwijl die eersten de vorm in relatie tot de functie zagen, werkten de experts met designconcepten in hun gedachten. Laatstgenoemden zagen de site eerder als een onafhankelijke groene ruggengraat die men in de gegeven context zou blenden. Echter wanneer de lokale bevolking over hun park dacht, dachten ze niet langer aan abstracte voorkeuren maar in termen van verwachtingen en cohesie met de buurt. Men besprak bijvoorbeeld of iets praktisch haalbaar of nuttig voor de buurt was. Deze lokale links kunnen gemakkelijk verloren gaan door de manier van communicatie. Bijvoorbeeld, op de ‘Trek-je-plan’-dag konden de ontwerpers niet aanwezig zijn om juridische redenen (i.v.m. de ontwerpwedstrijd). Ze kregen echter wel de maquettes te zien en er was een brochure gemaakt met een lijst van wensen geformuleerd door de deelnemers. Hoe dan ook waren de ontwerpbureaus in de praktijk eerder geïnteresseerd in de kaart van de consensusnota waar die gegevens ontbraken. Daarnaast was er het voorbeeld van de kinderboerderij. Deze lokale suggestie was zonder uitleg als een punt opgenomen in de lijst. De ontwerpers negeerde deze suggestie echter, niet wetende wat de originele betekenis van het betreffende voorstel was. Het idee van de kinderboerderij drukte in feite een wens uit om de sociale verbindingen in de buurt te versterken doormiddel van het indirect samenbrengen van verschillende mensen rond een specifiek project in het park. Desalniettemin kan de waterspeeltuin nu gezien worden als een publiekstrekker met dezelfde waarde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== De invloed van kaarten, luchtfoto’s en maquettes,…  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops en de ‘Trek-je-plan’-dag hadden de instrumenten die waren gebruikt, zoals kaarten, luchtfoto’s and maquettes, een invloed op de manier van denken van de deelnemers aan tafel. Zo kwamen tijdens de eerste informele denkdagen veel deelnemers met relevante informatie uit de buurt doordat de setting hen uitnodigde om verbindingen te trekken met de site. Tijdens de ‘Trek-je-plan’-dag kwamen diezelfde deelnemers tot minder creatieve suggesties, waarschijnlijk omdat de focus toen meer lag op het object dan op de relatie van dat object met de context, dus daar waar hun feitelijke lokale expertise ligt.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Planning for Real is een geregistreerd merk van de Neighborhood Initiatives Foundation UK, meer info op http://www.nif.co.uk/planningforreal/ &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Scottisch government website [http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Communityplanning.net [http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Wever, H., Lamberts, E., &amp;amp;amp; Minten, P. (2003). Antwerpen Spoor Noord: een stedelijk park in zicht. Antwerpen: Ludion. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele,A. en Heyens.V. (2003) Het park met iedereen. Ideeënboek voor participatie in het groen, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 69p. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A. (2004). Local Knowledge in Action: Valuing Non-professional Reasoning in the Planning Process. Journal of Planning Education and Research, 24(2), 197-212. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A., &amp;amp;amp; van Woerkum C. (2008). Local knowledge in visually mediated practice. Journal of Planning Education and Research, 27, 444-455. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2293</id>
		<title>Planning for real</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2293"/>
		<updated>2011-12-28T14:48:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatieniveau ]]= cocreëren + adviseren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Planning for Real” kent zijn roots in de jaren 1970. De methode werd ontworpen door de Neighbourhood Initiatives Foundation (UK) met als doel om de mensen actief te betrekken bij het beleid en de inrichting van hun buurt. Het is een praktijkgerichte techniek die burgers door middel van een driedimensionale maquette op een niet-technische en visuele wijze ideeën laat formuleren. Op die manier kunnen mensen met een verschillende achtergrond participeren. Simpele modellen dienen dus als een hulp voor deelnemers om concrete prioriteiten naar voren te schuiven. Het proces zoekt naar [http://nl.wikipedia.org/wiki/Consensus consensus] en eindigt met het maken van een actieplan voor een bepaalde buurt of ontwikkelingsproject. Concreet wordt deze methode toegepast op woonwijken, stadscentra, publieke ruimten en voor in onbruik geraakte sites. Zo kan men bijvoorbeeld huisvestiging, verkeer, veiligheid of de inrichting van de lokale openbare ruimte (parken, speeltuinen) in een bepaalde buurt bespreken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde problemen en mogelijkheden in hun buurt te bespreken. &lt;br /&gt;
*Mensen worden aangezet om vanuit een vogelperspectief hun buurt of straat te bekijken. Bepaalde zaken zien er anders uit wanneer men ze niet bekijkt vanuit de enge situatie van het huis of de straat maar vanuit een meer geïntegreerd overzicht op de lokale situatie. &lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele kennis in de dialoog stappen. &lt;br /&gt;
*Mensen worden benaderd vanuit hun ‘insider’-kennis als experts van hun eigen leefomgeving. &lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als de professionals. Zo beschikken zij vaak over een verschillende wijze van redeneren. De laatstgenoemden zijn eerder puzzelaars voor wie het kaderen van ontwerpvraagstukken een sleutelactiviteit is. Beïnvloed door hun educatie zoeken de professionals via creatieve processen eerder naar unieke vormen om situaties aan te pakken. De lokale bevolking zal eerder naar de site kijken vanuit de leefomgeving en via vorm een bepaalde functie anticiperen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij gebrek aan goede begeleiding van het proces kan het resulteren in onrealistische verwachtingen en onhaalbare doelstellingen. &lt;br /&gt;
*Indien er geen professionele [[Inspirerend faciliteren van participatie|Moderator]] is, bestaat het risico dat niet alle standpunten aan bod komen. &lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. &lt;br /&gt;
*Het is moeilijk om ook personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het beleid. &lt;br /&gt;
*Consensus bereiken is – vooral bij complexe en delicate kwesties – niet eenvoudig. &lt;br /&gt;
*Het gebruik van voorwerpen en materiaal is niet neutraal. Net als mensen hebben ook objecten een beïnvloedingskracht. Kennis is namelijk afhankelijk van het gereedschap dat men aanwendt om de informatie aan te spreken. Een voorwerp is dus niet zomaar een intermedium maar werkt als het ware als een echte bemiddelaar. Er wordt vaak geargumenteerd dat mensen meer effectief kunnen participeren wanneer de materie benaderd wordt via visuele instrumenten en niet zuiver tekst. Niettemin kunnen visuele weergaves eveneens mensen van hun lokale kennisbank loskoppelen. Bijvoorbeeld door zaken wel of niet weer te geven of te accentueren. Immers, lokale kennis is niet zomaar een hulpbron die men simpelweg kan aanboren, het is gekarakteriseerd door de specifieke situatie waarin men het aanspreekt. &lt;br /&gt;
*Een bijkomend praktisch probleem is dat lokale kennis vaak op een eerder impliciete manier geformuleerd wordt, aangezien niet iedereen zijn vanzelfsprekend genomen wereld in duidelijk termen kan verwoorden. Dit probleem komt naar boven wanneer de betekenis van de context van de sociale interactie wordt losgemaakt. Hierbij aansluitend hebben professionele ontwerpers de neiging om meer aandacht te schenken aan grafische voorstellingen dan aan geschreven teksten. Voor gewone deelnemers zijn woorden echter vaak minder abstract. Daarom is het belangrijk om voldoende aandacht te schenken aan de verschillende rapportage vormen van het gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Stappenplan  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Breng het lokaal netwerk en alle mogelijke belanghebbenden in kaart. Contacteer de lokale mensen en organisaties. Informeer duidelijk over het opzet en de doelstelling. Kies een locatie voor de sessie(s). En tast mogelijke onderwerpen af. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Bouw op basis van een kaart of luchtfoto (met een grote schaal, vb. 1:250-300) het driedimensionaal model van de buurt of de site. In het beste geval in samenwerking met bewoners zodat zo veel mogelijk lokale kennis bijdraagt tot de realisatie van een waarheidsgetrouwe maquette. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Organiseer plansessies waarbij het driedimensionaal model centraal staat. De mensen maken kennis met het gebied terwijl ze rond de maquette zitten. Men bespreekt vertrouwde oriëntatiepunten, situeert de site binnen de alledaagse context: waar staat uw huis? Welke trips doet u regelmatig? … Doormiddel van informele gesprekken nemen de deelnemers potentiële problemen en opportuniteiten vanuit vogelperspectief waar. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Er worden verschillende “suggestie”-kaartjes rond de maquette verspreid waarmee de bewoners kunnen tonen wat ze waar willen. Ook problemen kunnen gelokaliseerd worden (bv. zwerfvuil, onveiligheid, …). Naast “suggestie”-kaartjes kunnen ook objecten op het model geplaatst worden zoals verbindingen, oversteekplaatsen, struiken en bomen,… Er zijn ook reservemateriaal en lege kaartjes aanwezig zodat de mensen zelf suggesties kunnen doen. Deze eerste suggestieronde(s) gebeurt individueel zodat alle deelnemers de kans krijgen om hun zegje te doen. &lt;br /&gt;
#Geleidelijk worden via discussiesessies in de groep prioriteiten opgelijst en consensus gezocht. Dit gebeurt ook visueel door suggestie kaarten te sorteren op een bord met de categorieën ‘nu’, ‘binnenkort’ en ‘later’. Organiseer zo veel sessies als u nodig acht. Er kan ook met [[Focusgroep|Focusgroepen]] gewerkt worden. Gedurende de sessies kijken de professionelen toe en beantwoorden ze vragen, zij nemen best niet actief deel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Benodigdheden  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ontmoetingsruimte; de sessies worden best gehouden op plaatsen die enerzijds gemakkelijk toegankelijk zijn en anderzijds een zekere aantrekkingskracht op de buurt uitoefenen. Men kan de hulp inroepen van lokale mensen om de perfecte ontmoetingsplaats te vinden. &lt;br /&gt;
*Een grote kaart of luchtfoto (1:250-300) als basis voor de maquette. &lt;br /&gt;
*Knutselmateriaal om het driedimensionaal model en “suggestie”-voorwerpen te maken &lt;br /&gt;
*”Suggestie”-kaartjes waarmee mensen kunnen tonen wat ze waar willen. Voorzie ook blanco kaartjes. &lt;br /&gt;
*Een bekwame&amp;amp;nbsp;[[Moderator]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Tips bij gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Betrek bewoners, schoolkinderen of studenten in de bouw van het model. Dit verhoogt de betrokkenheid (zie ook [[Cocreatie]]). &lt;br /&gt;
*Organiseer vooraf een terreinbezoek met de deelnemers en bekijk eventueel andere voorbeelden (zie ook [[Inspiratiebezoek]]). &lt;br /&gt;
*Naargelang het onderwerp kan het materiaal worden aangepast: bv. duimspijkers en touw voor het aanduiden van paden. &lt;br /&gt;
*Registreer de discussie tussen de deelnemers door te observeren en te noteren. Dit is belangrijk voor de interpretatie van de suggesties achteraf. &lt;br /&gt;
*Kies de locatie op basis van lokale ‘insider’ kennis om een maximale aantrekkingskracht uit te oefenen. De sessies kunnen ook plaatsvinden op verschillende locaties binnen de buurt. &lt;br /&gt;
*Door voor een duidelijke communicatie over het opzet en de doelstellingen te zorgen kan men de creatie van onrealistische verwachtingen vermijden. &lt;br /&gt;
*Denk na over de samenstelling van de deelnemers in relatie tot de doelstelling van de participatieronde (bv. zoveel mogelijkheid diversiteit of representativiteit?) &lt;br /&gt;
*De moderator is een getrainde [[Inspirerend faciliteren van participatie|Facilitator]]. Hij/zij beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer [[Inspirerend faciliteren van participatie|&#039;Inspirerend faciliteren van participatie&#039;]]. &lt;br /&gt;
*De wijze waarop een resultaat gecommuniceerd wordt naar de ontwerpers is niet een klein detail maar kan een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het proces. Bijvoorbeeld of het formaat een volledige tekst is die het volledige verhaal achter de redenering verteld, of het gewoonweg een lijstje van sleutelwoorden en wensen bevat, maakt een wezenlijk verschil naar de verstaanbaarheid voor de ontwerpers toe. &lt;br /&gt;
*Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer [[Participatiemethoden - generieke aandachtspunten|Generieke aandachtspunten]] die voor de meeste participatiemethoden gelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Kostprijs  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dure methode (assistenten, moderator, modellen, …), tenzij inzet van vrijwilligers. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld ‘Trek-je-plan’-dag Park Spoor Noord  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2001 kwam een oude spoorwegbedding van zo’n 24ha groot vrij in de 19de-eeuwse stadsgordel rond Antwerpen. Er bestonden verschillende scenario’s voor de nieuwe inrichting van deze site. Sommigen wouden de open ruimte gebruiken om de mobiliteitsproblemen aan te pakken, anderen dachten aan economische ontwikkelingen of de creatie van een creatieve cluster, nog anderen waren voorstander om extra woonomgeving in te planten. De stad besliste om door middel van interne denkdagen eerst zelf een visie te ontwikkelen alvorens met externe onderhandelingen te starten. Desalniettemin organiseerde men parallel aan hun formele denkdagen ook creatieve workshops waarbij vertegenwoordigers van het middenveld en burgers uit de omgeving uitgenodigd waren voor een aantal brainstorms. De kwaliteit van de discussies/suggesties tijdens deze participatiedagen werden door de planners van de stad geapprecieerd. Dit kan mede verklaart worden door de samenstelling van de deelnemers. Er was de keuze gemaakt voor diversiteit van mensen en creativiteit boven representativiteit. Deze informele denkdagen zouden ideeën en argumenten hebben aangereikt voor de formele besprekingen. Daar werd een consensus gevonden om de site hoofdzakelijk een groene invulling te geven met een aantal aanvullende recreatieve functies. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== ‘Trek-je-plan’-dag  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat deze informele creatieve workshops aan het begin van het visieproces gezien werden als succesvol, besloten de stadsplanners om een ‘planning-for-real’ evenement te organiseren onder de noemer ‘Trek-je-plan’-dag. Opnieuw werd een groep vertegenwoordigers van de buurt uitgenodigd om te brainstormen. Ze bouwden maquettes rond geselecteerde thema’s. De geopperde ideeën werden opgenomen in de briefing van de internationale ontwerpwedstrijd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interactie lokale kennis en professionele expertise  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops was er een duidelijke verschil in benadering tussen de lokale bevolking en de experts. De lokale deelnemers bespraken de site eerder vanuit het standpunt van de omgeving, terwijl de ontwerpers zich eerder concentreerden op het object zelf. Terwijl die eersten de vorm in relatie tot de functie zagen, werkten de experts met designconcepten in hun gedachten. Laatstgenoemden zagen de site eerder als een onafhankelijke groene ruggengraat die men in de gegeven context zou blenden. Echter wanneer de lokale bevolking over hun park dacht, dachten ze niet langer aan abstracte voorkeuren maar in termen van verwachtingen en cohesie met de buurt. Men besprak bijvoorbeeld of iets praktisch haalbaar of nuttig voor de buurt was. Deze lokale links kunnen gemakkelijk verloren gaan door de manier van communicatie. Bijvoorbeeld, op de ‘Trek-je-plan’-dag konden de ontwerpers niet aanwezig zijn om juridische redenen (i.v.m. de ontwerpwedstrijd). Ze kregen echter wel de maquettes te zien en er was een brochure gemaakt met een lijst van wensen geformuleerd door de deelnemers. Hoe dan ook waren de ontwerpbureaus in de praktijk eerder geïnteresseerd in de kaart van de consensusnota waar die gegevens ontbraken. Daarnaast was er het voorbeeld van de kinderboerderij. Deze lokale suggestie was zonder uitleg als een punt opgenomen in de lijst. De ontwerpers negeerde deze suggestie echter, niet wetende wat de originele betekenis van het betreffende voorstel was. Het idee van de kinderboerderij drukte in feite een wens uit om de sociale verbindingen in de buurt te versterken doormiddel van het indirect samenbrengen van verschillende mensen rond een specifiek project in het park. Desalniettemin kan de waterspeeltuin nu gezien worden als een publiekstrekker met dezelfde waarde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== De invloed van kaarten, luchtfoto’s en maquettes,…  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops en de ‘Trek-je-plan’-dag hadden de instrumenten die waren gebruikt, zoals kaarten, luchtfoto’s and maquettes, een invloed op de manier van denken van de deelnemers aan tafel. Zo kwamen tijdens de eerste informele denkdagen veel deelnemers met relevante informatie uit de buurt doordat de setting hen uitnodigde om verbindingen te trekken met de site. Tijdens de ‘Trek-je-plan’-dag kwamen diezelfde deelnemers tot minder creatieve suggesties, waarschijnlijk omdat de focus toen meer lag op het object dan op de relatie van dat object met de context, dus daar waar hun feitelijke lokale expertise ligt.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Planning for Real is een geregistreerd merk van de Neighborhood Initiatives Foundation UK, meer info op http://www.nif.co.uk/planningforreal/ &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Scottisch government website [http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Communityplanning.net [http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Wever, H., Lamberts, E., &amp;amp;amp; Minten, P. (2003). Antwerpen Spoor Noord: een stedelijk park in zicht. Antwerpen: Ludion. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele,A. en Heyens.V. (2003) Het park met iedereen. Ideeënboek voor participatie in het groen, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 69p. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A. (2004). Local Knowledge in Action: Valuing Non-professional Reasoning in the Planning Process. Journal of Planning Education and Research, 24(2), 197-212. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A., &amp;amp;amp; van Woerkum C. (2008). Local knowledge in visually mediated practice. Journal of Planning Education and Research, 27, 444-455. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2292</id>
		<title>Planning for real</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Planning_for_real&amp;diff=2292"/>
		<updated>2011-12-28T14:44:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: Participatieniveau = cocreëren + adviseren   = Inleiding  =  “Planning for Real” kent zijn roots in de jaren 1970. De methode werd ontworpen door de Neighbourhood Initiatives Fou...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Participatieniveau = cocreëren + adviseren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Planning for Real” kent zijn roots in de jaren 1970. De methode werd ontworpen door de Neighbourhood Initiatives Foundation (UK) met als doel om de mensen actief te betrekken bij het beleid en de inrichting van hun buurt. Het is een praktijkgerichte techniek die burgers door middel van een driedimensionale maquette op een niet-technische en visuele wijze ideeën laat formuleren. Op die manier kunnen mensen met een verschillende achtergrond participeren. Simpele modellen dienen dus als een hulp voor deelnemers om concrete prioriteiten naar voren te schuiven. Het proces zoekt naar [http://nl.wikipedia.org/wiki/Consensus consensus] en eindigt met het maken van een actieplan voor een bepaalde buurt of ontwikkelingsproject. Concreet wordt deze methode toegepast op woonwijken, stadscentra, publieke ruimten en voor in onbruik geraakte sites. Zo kan men bijvoorbeeld huisvestiging, verkeer, veiligheid of de inrichting van de lokale openbare ruimte (parken, speeltuinen) in een bepaalde buurt bespreken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde problemen en mogelijkheden in hun buurt te bespreken. &lt;br /&gt;
*Mensen worden aangezet om vanuit een vogelperspectief hun buurt of straat te bekijken. Bepaalde zaken zien er anders uit wanneer men ze niet bekijkt vanuit de enge situatie van het huis of de straat maar vanuit een meer geïntegreerd overzicht op de lokale situatie.&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele kennis in de dialoog stappen. &lt;br /&gt;
*Mensen worden benaderd vanuit hun ‘insider’-kennis als experts van hun eigen leefomgeving. &lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als de professionals. Zo beschikken zij vaak over een verschillende wijze van redeneren. De laatstgenoemden zijn eerder puzzelaars voor wie het kaderen van ontwerpvraagstukken een sleutelactiviteit is. Beïnvloed door hun educatie zoeken de professionals via creatieve processen eerder naar unieke vormen om situaties aan te pakken. De lokale bevolking zal eerder naar de site kijken vanuit de leefomgeving en via vorm een bepaalde functie anticiperen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij gebrek aan goede begeleiding van het proces kan het resulteren in onrealistische verwachtingen en onhaalbare doelstellingen. &lt;br /&gt;
*Indien er geen professionele [[moderator]] is, bestaat het risico dat niet alle standpunten aan bod komen. &lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. &lt;br /&gt;
*Het is moeilijk om ook personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het beleid. &lt;br /&gt;
*Consensus bereiken is – vooral bij complexe en delicate kwesties – niet eenvoudig. &lt;br /&gt;
*Het gebruik van voorwerpen en materiaal is niet neutraal. Net als mensen hebben ook objecten een beïnvloedingskracht. Kennis is namelijk afhankelijk van het gereedschap dat men aanwendt om de informatie aan te spreken. Een voorwerp is dus niet zomaar een intermedium maar werkt als het ware als een echte bemiddelaar. Er wordt vaak geargumenteerd dat mensen meer effectief kunnen participeren wanneer de materie benaderd wordt via visuele instrumenten en niet zuiver tekst. Niettemin kunnen visuele weergaves eveneens mensen van hun lokale kennisbank loskoppelen. Bijvoorbeeld door zaken wel of niet weer te geven of te accentueren. Immers, lokale kennis is niet zomaar een hulpbron die men simpelweg kan aanboren, het is gekarakteriseerd door de specifieke situatie waarin men het aanspreekt.&lt;br /&gt;
*Een bijkomend praktisch probleem is dat lokale kennis vaak op een eerder impliciete manier geformuleerd wordt, aangezien niet iedereen zijn vanzelfsprekend genomen wereld in duidelijk termen kan verwoorden. Dit probleem komt naar boven wanneer de betekenis van de context van de sociale interactie wordt losgemaakt. Hierbij aansluitend hebben professionele ontwerpers de neiging om meer aandacht te schenken aan grafische voorstellingen dan aan geschreven teksten. Voor gewone deelnemers zijn woorden echter vaak minder abstract. Daarom is het belangrijk om voldoende aandacht te schenken aan de verschillende rapportage vormen van het gebeuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Stappenplan  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Breng het lokaal netwerk en alle mogelijke belanghebbenden in kaart. Contacteer de lokale mensen en organisaties. Informeer duidelijk over het opzet en de doelstelling. Kies een locatie voor de sessie(s). En tast mogelijke onderwerpen af. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Bouw op basis van een kaart of luchtfoto (met een grote schaal, vb. 1:250-300) het driedimensionaal model van de buurt of de site. In het beste geval in samenwerking met bewoners zodat zo veel mogelijk lokale kennis bijdraagt tot de realisatie van een waarheidsgetrouwe maquette. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Organiseer plansessies waarbij het driedimensionaal model centraal staat. De mensen maken kennis met het gebied terwijl ze rond de maquette zitten. Men bespreekt vertrouwde oriëntatiepunten, situeert de site binnen de alledaagse context: waar staat uw huis? Welke trips doet u regelmatig? … Doormiddel van informele gesprekken nemen de deelnemers potentiële problemen en opportuniteiten vanuit vogelperspectief waar. &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
#Er worden verschillende “suggestie”-kaartjes rond de maquette verspreid waarmee de bewoners kunnen tonen wat ze waar willen. Ook problemen kunnen gelokaliseerd worden (bv. zwerfvuil, onveiligheid, …). Naast “suggestie”-kaartjes kunnen ook objecten op het model geplaatst worden zoals verbindingen, oversteekplaatsen, struiken en bomen,… Er zijn ook reservemateriaal en lege kaartjes aanwezig zodat de mensen zelf suggesties kunnen doen. Deze eerste suggestieronde(s) gebeurt individueel zodat alle deelnemers de kans krijgen om hun zegje te doen. &lt;br /&gt;
#Geleidelijk worden via discussiesessies in de groep prioriteiten opgelijst en consensus gezocht. Dit gebeurt ook visueel door suggestie kaarten te sorteren op een bord met de categorieën ‘nu’, ‘binnenkort’ en ‘later’. Organiseer zo veel sessies als u nodig acht. Er kan ook met [[focusgroepen]] gewerkt worden. Gedurende de sessies kijken de professionelen toe en beantwoorden ze vragen, zij nemen best niet actief deel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Benodigdheden  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ontmoetingsruimte; de sessies worden best gehouden op plaatsen die enerzijds gemakkelijk toegankelijk zijn en anderzijds een zekere aantrekkingskracht op de buurt uitoefenen. Men kan de hulp inroepen van lokale mensen om de perfecte ontmoetingsplaats te vinden. &lt;br /&gt;
*Een grote kaart of luchtfoto (1:250-300) als basis voor de maquette. &lt;br /&gt;
*Knutselmateriaal om het driedimensionaal model en “suggestie”-voorwerpen te maken &lt;br /&gt;
*”Suggestie”-kaartjes waarmee mensen kunnen tonen wat ze waar willen. Voorzie ook blanco kaartjes. &lt;br /&gt;
*Een bekwame&amp;amp;nbsp;[[moderator]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Tips bij gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Betrek bewoners, schoolkinderen of studenten in de bouw van het model. Dit verhoogt de betrokkenheid (zie ook [[cocreatie]]). &lt;br /&gt;
*Organiseer vooraf een terreinbezoek met de deelnemers en bekijk eventueel andere voorbeelden (zie ook [[inspiratiebezoek]]). &lt;br /&gt;
*Naargelang het onderwerp kan het materiaal worden aangepast: bv. duimspijkers en touw voor het aanduiden van paden. &lt;br /&gt;
*Registreer de discussie tussen de deelnemers door te observeren en te noteren. Dit is belangrijk voor de interpretatie van de suggesties achteraf. &lt;br /&gt;
*Kies de locatie op basis van lokale ‘insider’ kennis om een maximale aantrekkingskracht uit te oefenen. De sessies kunnen ook plaatsvinden op verschillende locaties binnen de buurt. &lt;br /&gt;
*Door voor een duidelijke communicatie over het opzet en de doelstellingen te zorgen kan men de creatie van onrealistische verwachtingen vermijden. &lt;br /&gt;
*Denk na over de samenstelling van de deelnemers in relatie tot de doelstelling van de participatieronde (bv. zoveel mogelijkheid diversiteit of representativiteit?) &lt;br /&gt;
*De moderator is een getrainde [[facilitator]]. Hij/zij beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer [[&#039;Inspirerend faciliteren van participatie&#039;]]. &lt;br /&gt;
*De wijze waarop een resultaat gecommuniceerd wordt naar de ontwerpers is niet een klein detail maar kan een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het proces. Bijvoorbeeld of het formaat een volledige tekst is die het volledige verhaal achter de redenering verteld, of het gewoonweg een lijstje van sleutelwoorden en wensen bevat, maakt een wezenlijk verschil naar de verstaanbaarheid voor de ontwerpers toe. &lt;br /&gt;
*Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer [[generieke aandachtspunten]] die voor de meeste participatiemethoden gelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Kostprijs  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dure methode (assistenten, moderator, modellen, …), tenzij inzet van vrijwilligers. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld ‘Trek-je-plan’-dag Park Spoor Noord  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2001 kwam een oude spoorwegbedding van zo’n 24ha groot vrij in de 19de-eeuwse stadsgordel rond Antwerpen. Er bestonden verschillende scenario’s voor de nieuwe inrichting van deze site. Sommigen wouden de open ruimte gebruiken om de mobiliteitsproblemen aan te pakken, anderen dachten aan economische ontwikkelingen of de creatie van een creatieve cluster, nog anderen waren voorstander om extra woonomgeving in te planten. De stad besliste om door middel van interne denkdagen eerst zelf een visie te ontwikkelen alvorens met externe onderhandelingen te starten. Desalniettemin organiseerde men parallel aan hun formele denkdagen ook creatieve workshops waarbij vertegenwoordigers van het middenveld en burgers uit de omgeving uitgenodigd waren voor een aantal brainstorms. De kwaliteit van de discussies/suggesties tijdens deze participatiedagen werden door de planners van de stad geapprecieerd. Dit kan mede verklaart worden door de samenstelling van de deelnemers. Er was de keuze gemaakt voor diversiteit van mensen en creativiteit boven representativiteit. Deze informele denkdagen zouden ideeën en argumenten hebben aangereikt voor de formele besprekingen. Daar werd een consensus gevonden om de site hoofdzakelijk een groene invulling te geven met een aantal aanvullende recreatieve functies. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== ‘Trek-je-plan’-dag  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat deze informele creatieve workshops aan het begin van het visieproces gezien werden als succesvol, besloten de stadsplanners om een ‘planning-for-real’ evenement te organiseren onder de noemer ‘Trek-je-plan’-dag. Opnieuw werd een groep vertegenwoordigers van de buurt uitgenodigd om te brainstormen. Ze bouwden maquettes rond geselecteerde thema’s. De geopperde ideeën werden opgenomen in de briefing van de internationale ontwerpwedstrijd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interactie lokale kennis en professionele expertise  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops was er een duidelijke verschil in benadering tussen de lokale bevolking en de experts. De lokale deelnemers bespraken de site eerder vanuit het standpunt van de omgeving, terwijl de ontwerpers zich eerder concentreerden op het object zelf. Terwijl die eersten de vorm in relatie tot de functie zagen, werkten de experts met designconcepten in hun gedachten. Laatstgenoemden zagen de site eerder als een onafhankelijke groene ruggengraat die men in de gegeven context zou blenden. Echter wanneer de lokale bevolking over hun park dacht, dachten ze niet langer aan abstracte voorkeuren maar in termen van verwachtingen en cohesie met de buurt. Men besprak bijvoorbeeld of iets praktisch haalbaar of nuttig voor de buurt was. Deze lokale links kunnen gemakkelijk verloren gaan door de manier van communicatie. Bijvoorbeeld, op de ‘Trek-je-plan’-dag konden de ontwerpers niet aanwezig zijn om juridische redenen (i.v.m. de ontwerpwedstrijd). Ze kregen echter wel de maquettes te zien en er was een brochure gemaakt met een lijst van wensen geformuleerd door de deelnemers. Hoe dan ook waren de ontwerpbureaus in de praktijk eerder geïnteresseerd in de kaart van de consensusnota waar die gegevens ontbraken. Daarnaast was er het voorbeeld van de kinderboerderij. Deze lokale suggestie was zonder uitleg als een punt opgenomen in de lijst. De ontwerpers negeerde deze suggestie echter, niet wetende wat de originele betekenis van het betreffende voorstel was. Het idee van de kinderboerderij drukte in feite een wens uit om de sociale verbindingen in de buurt te versterken doormiddel van het indirect samenbrengen van verschillende mensen rond een specifiek project in het park. Desalniettemin kan de waterspeeltuin nu gezien worden als een publiekstrekker met dezelfde waarde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== De invloed van kaarten, luchtfoto’s en maquettes,…  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens de creatieve workshops en de ‘Trek-je-plan’-dag hadden de instrumenten die waren gebruikt, zoals kaarten, luchtfoto’s and maquettes, een invloed op de manier van denken van de deelnemers aan tafel. Zo kwamen tijdens de eerste informele denkdagen veel deelnemers met relevante informatie uit de buurt doordat de setting hen uitnodigde om verbindingen te trekken met de site. Tijdens de ‘Trek-je-plan’-dag kwamen diezelfde deelnemers tot minder creatieve suggesties, waarschijnlijk omdat de focus toen meer lag op het object dan op de relatie van dat object met de context, dus daar waar hun feitelijke lokale expertise ligt.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Planning for Real is een geregistreerd merk van de Neighborhood Initiatives Foundation UK, meer info op http://www.nif.co.uk/planningforreal/ &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Scottisch government website [http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Communityplanning.net [http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Wever, H., Lamberts, E., &amp;amp;amp; Minten, P. (2003). Antwerpen Spoor Noord: een stedelijk park in zicht. Antwerpen: Ludion. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele,A. en Heyens.V. (2003) Het park met iedereen. Ideeënboek voor participatie in het groen, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 69p. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A. (2004). Local Knowledge in Action: Valuing Non-professional Reasoning in the Planning Process. Journal of Planning Education and Research, 24(2), 197-212. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Herzele, A., &amp;amp;amp; van Woerkum C. (2008). Local knowledge in visually mediated practice. Journal of Planning Education and Research, 27, 444-455. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2291</id>
		<title>Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2291"/>
		<updated>2011-12-28T14:27:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatiemethoden - overzicht|&amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Participatieniveau]]= cocreëren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk gebruiken en proefondervindelijk ontwikkelen van openbare plaatsen. Formele participatie is in dit verband vaak geïnspireerd door een al bestaand fenomeen binnen de stedelijke samenleving: met name de ‘spontane’ totstandkoming van zogenaamde vrijplaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Vrijplaatsen en tijdelijk gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijplaatspraktijken zijn activiteiten die tijdelijk ongebruikte ruimtes ([http://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Aug%C3%A9 ‘non-plaatsen’]) animeren of toeëigenen. Deze lokale vrijplaatsen zijn gemaakt en gedomineerd door hun gebruikers. Als broedplaatsen van nieuwe ideeën staan ze open voor veranderingen en een breed pallet aan activiteiten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Discussie tussen ‘spontane’ en ‘geïnstitutionaliseerde’ participatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klassiek werpen vrijplaatsen de vraag op of participatie al dan niet georganiseerd dient te worden vanuit de overheid en de al bestaande instellingen. In tegenstelling tot ‘spontane participatie’ zijn het terrein en de mogelijke uitkomsten bij ‘geïnstitutionaliseerde participatie’ al stevig afgebakend door de overkoepelende structuur en de geplande setting. De ‘spontane’ vorm van participatie daarentegen is het resultaat van een tijdelijke volksmobilisatie of vereniging van gelijkgestelde mensen rond een gemeenschappelijk doel. Onder de voorstanders van deze laatste aanpak bestaat er veel scepticisme over geïnstitutionaliseerde projecten. Eén van hun argumenten luidt dat wanneer maatschappelijke leiders en instellingen behartigers worden van een specifiek belang, ze hun band met het algemeen belang dreigen te verliezen. Een ander vaak gehoord argument is dat wanneer geïnstitutionaliseerde participatie daarenboven technocratisch is, ze het privilege dreigt te verworden van professionele experts en hun kennis. Wat ten koste zou kunnen gaan van de inbreng van de lokale gemeenschap, hun wensen, hun dagdagelijkse kennis en verzuchtingen. Er kan echter ook een spanningsveld optreden tussen enerzijds geclaimde vertegenwoordiging van een klein groepje enthousiastelingen, en anderzijds de maatschappelijk afspiegeling en de publieke verantwoording van deze groep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niettegenstaande dat vrijplaatsen een ongeplande en spontane stedelijkheid kunnen promoten, draaien ze niet louter en alleen om het in vraag stellen van top-down participatie, maar eveneens rond het aan de kaak stellen van eenzijdig functionele benaderingen binnen de planningspraktijk. Vrijplaatsen pleitten voor een interdisciplinaire aanpak van het lokaal beleid, voor een doe-het-zelf en test-het-uit-methode en in die zin voor een openstelling van technische expertise naar een bredere maatschappelijke formulering van kennis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mensen nemen deel vanuit hun eigen interesseveld, engagement en vrijetijdsbeleving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde mogelijkheden in hun buurt, stad en gemeente praktisch uit te testen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Niet alleen denkers of spraakwatervallen maar ook doeners kunnen participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele achtergrond op basis van hun eigen inzichten participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als voor professionals, politici en de voltallige lokale gemeenschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. (wat het resultaat is van een spanningsveld tussen ‘diversiteit en creativiteit’ versus ‘representativiteit’)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er dreigt een probleem van verantwoording wanneer de ideeën niet gekaderd worden door het algemeen belang en bij een gebrek aan democratische controle. -Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het verenigingsleven of maatschappelijk debat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ander mogelijk probleem stelt zich wanneer het initiatief politiek gerecupereerd wordt door bepaalde maatschappelijke of politieke instituties waardoor het zijn spontaniteit en ‘onschuldigheid’ dreigt te verliezen, wat net sterk drempelverlagend kan werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De georkestreerde organisatie van vrijplaatsen kan dienen als een besparend alternatief voor de lokale overheden, waardoor zij niet langer de verantwoordelijkheid opnemen voor de aanpak van in onbruik geraakte plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Creatieve milieus zijn niet het resultaat van top-down planning maar komen eerder voort uit een gebrek aan planning. Daarom is het moeilijk om informele ontmoetingsplaatsen en complexe creatieve clustering te laten plaatsvinden in vastgelegde broedplaatsen. Daardoor vergt deze aanpak een zekere vrijheid, weg van democratisch controle en legitimiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: pioniersactiviteiten in Berlijn  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Achtergrond  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2008 stopten alle luchtvaartactiviteiten op Tempelhof in Berlijn. Hierdoor kwamen 386ha vrij voor een grootschalig ontwikkelingsproject aan de rand van het stadscentrum. In 2010 werd de groene ruimte opengesteld voor het publiek desondanks dat het parklandschap nog niet volledig gepland was. Men wil immers de site gradueel ontwikkelingen. De burgers en het middenveld kunnen bijdragen tot het officieel planningsproces via participatie in o.a. de ‘pionierprojecten’. De stadsplanners wouden inspelen op een lange traditie binnen Berlijn waarbij leegstaande ruimtes binnen de stad worden ingenomen door ‘organisch’ ontstane (interim-)activiteiten. Via dit project probeert men deze voor de eerste keer te integreren binnen het officiële planningsproces. Het achterliggende idee was om aan de ene kant, het lange tijdsbestek van de ontwikkeling te anticiperen, en aan de andere kant, de procesmatige en proefondervindelijke benadering van de ontwikkelaars te ondersteunen. Volgens Tempelhofer Freiheit “biedt het allerlei mogelijkheden aan mensen die geïnteresseerd zijn in het vormgeven van hun stad en het realiseren van hun eigen ideeën”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Pioniersactiviteiten  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een aantal voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gemeenschappelijk tuinieren en stedelijke agricultuur: via een kennis- en doe-centrum probeert het project bruggen te slaan met sociale, culturele en biologische diversiteit, met participatieve stedenbouw, met stedelijke ecologie en consumptie, met voeding en gezondheid, en met solidariteit, integratie en burgerschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Minigolfbanen gemaakt door 18 kunstenaars: deze trachtten natuur, kunst en technologie te combineren en mensen via interactie te sensibiliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Het project Vogelvrij (‘Vogelfreiheit’) organiseert op avontuur gerichte recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Door middel van een skateboard sculptuur, slappe lijnen, &#039;[http://nl.wikipedia.org/wiki/Parkour parkour&#039;]&amp;amp;nbsp;mogelijkheden, een BMX-track en een dans- en evenementenplatform. Het project heeft workshops rond o.a. graffiti, street art, theater, muziek, fotografie of film in haar aanbod.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dingadu is een ‘éénwielermanege’. Mensen kunnen er cursussen en activiteiten volgen. -De wetenschapswinkel probeert via de open setting van het park de dialoog tussen wetenschap en samenleving te intensifiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer voorbeelden op [http://www.tempelhoferfreiheit.de tempelhoferfreiheit.de] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== &amp;lt;br&amp;gt; Uitwerking pioniersproject  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De evaluatie van sommige pioniersactiviteiten heeft geleid tot een aantal praktische wijzigingen van de huidige organisatie van de site. De focus ligt hier vooral in het ontmijnen van conflicten tussen activiteiten waarbij men bepaalde zones voorbehoud voor specifieke doelgroepen. Of de uiteindelijke plannen effectief beïnvloed zullen worden zal de toekomst moeten uitwijzen. Desalniettemin stellen de planners dat hoewel de activiteiten als tijdelijk geconcipieerd zijn, ze permanent kunnen worden indien ze succesvol zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Uiteindelijk zijn het voornamelijk al bestaande verenigingen die de pioniersactiviteiten organiseren. Bovendien kan het hele pioniersproject bekeken worden als erg geïnstitutionaliseerd. Zo moeten de voorgestelde pioniersactiviteiten voldoen aan de al vooropgestelde ontwikkelingsthematieken van het park. Bovendien moeten ze een jury passeren die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de officiële instellingen van de stad. Dit kan gezien worden als een vorm van democratische controle maar kan ook worden bekeken als een ondermijning van de creativiteit en spontaniteit van het initiatief. De vraag is welke alternatieve pistes onderzocht en lokale initiatieven gesteund zullen worden. Toch slagen de pioniersprojecten erin om een aantal proteststemmen mee te laten participeren. Zo zijn er een aantal mensen van ‘Squat Tempelhof’ actief rond ecologisch tuinieren in gemeenschapsverband. Zij gebruiken dit forum eveneens om hun misnoegen over de toekomstplannen te uiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De pioniersactiviteiten moeten zelfvoorzienend zijn en dienen een huur te betalen aan de stad. Die kan ook symbolisch zijn in het geval dat het project door de jury beschouwd wordt als sociaal belangrijk. Momenteel zijn er weinig investeringen in de infrastructuur van het park aangezien men wacht met investeringen tot de definitieve ontwikkeling in 2017. De pioniersprojecten kunnen dus ook gezien worden als een goedkope oplossing van de stad. Daar tegenover staat de argumentatie dat de tijdelijke activiteiten een noodzakelijke maatschappelijke tijdsbrug slaan tussen de beslissings- en de uitvoeringsfase. Vele mensen zijn er actief en aangetrokken tot de site op allerlei manieren. Ze dienen dus niet enkel als visvijvers voor nieuwe ideeën of als een goedkope oplossing van korte duur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groth, J. &amp;amp;amp; Corijn E. (2005). Reclaiming Urbanity: Indeterminate spaces, informal actors and urban agenda setting. A case study in Helsinki, Brussels and Berlin. Urban Studies, 42(3), 511-534. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2009). Das Grüne Berlin. The Green Berlin. Berlin. Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2010). Imagine Tempelhof. Towards the city of tomorrow. Berlin. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website TempelhoferFreiheit.de [Retrieved September 1, 2011, from [http://www.tempelhoferfreiheit.de http://www.tempelhoferfreiheit.de]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2290</id>
		<title>Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2290"/>
		<updated>2011-12-28T14:27:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatiemethoden - overzicht|&amp;lt;sup&amp;gt;Participatieniveau&amp;lt;/sup&amp;gt;]]&amp;lt;sup&amp;gt;= cocreëren&amp;lt;/sup&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk gebruiken en proefondervindelijk ontwikkelen van openbare plaatsen. Formele participatie is in dit verband vaak geïnspireerd door een al bestaand fenomeen binnen de stedelijke samenleving: met name de ‘spontane’ totstandkoming van zogenaamde vrijplaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Vrijplaatsen en tijdelijk gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijplaatspraktijken zijn activiteiten die tijdelijk ongebruikte ruimtes ([http://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Aug%C3%A9 ‘non-plaatsen’]) animeren of toeëigenen. Deze lokale vrijplaatsen zijn gemaakt en gedomineerd door hun gebruikers. Als broedplaatsen van nieuwe ideeën staan ze open voor veranderingen en een breed pallet aan activiteiten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Discussie tussen ‘spontane’ en ‘geïnstitutionaliseerde’ participatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klassiek werpen vrijplaatsen de vraag op of participatie al dan niet georganiseerd dient te worden vanuit de overheid en de al bestaande instellingen. In tegenstelling tot ‘spontane participatie’ zijn het terrein en de mogelijke uitkomsten bij ‘geïnstitutionaliseerde participatie’ al stevig afgebakend door de overkoepelende structuur en de geplande setting. De ‘spontane’ vorm van participatie daarentegen is het resultaat van een tijdelijke volksmobilisatie of vereniging van gelijkgestelde mensen rond een gemeenschappelijk doel. Onder de voorstanders van deze laatste aanpak bestaat er veel scepticisme over geïnstitutionaliseerde projecten. Eén van hun argumenten luidt dat wanneer maatschappelijke leiders en instellingen behartigers worden van een specifiek belang, ze hun band met het algemeen belang dreigen te verliezen. Een ander vaak gehoord argument is dat wanneer geïnstitutionaliseerde participatie daarenboven technocratisch is, ze het privilege dreigt te verworden van professionele experts en hun kennis. Wat ten koste zou kunnen gaan van de inbreng van de lokale gemeenschap, hun wensen, hun dagdagelijkse kennis en verzuchtingen. Er kan echter ook een spanningsveld optreden tussen enerzijds geclaimde vertegenwoordiging van een klein groepje enthousiastelingen, en anderzijds de maatschappelijk afspiegeling en de publieke verantwoording van deze groep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niettegenstaande dat vrijplaatsen een ongeplande en spontane stedelijkheid kunnen promoten, draaien ze niet louter en alleen om het in vraag stellen van top-down participatie, maar eveneens rond het aan de kaak stellen van eenzijdig functionele benaderingen binnen de planningspraktijk. Vrijplaatsen pleitten voor een interdisciplinaire aanpak van het lokaal beleid, voor een doe-het-zelf en test-het-uit-methode en in die zin voor een openstelling van technische expertise naar een bredere maatschappelijke formulering van kennis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mensen nemen deel vanuit hun eigen interesseveld, engagement en vrijetijdsbeleving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde mogelijkheden in hun buurt, stad en gemeente praktisch uit te testen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Niet alleen denkers of spraakwatervallen maar ook doeners kunnen participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele achtergrond op basis van hun eigen inzichten participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als voor professionals, politici en de voltallige lokale gemeenschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. (wat het resultaat is van een spanningsveld tussen ‘diversiteit en creativiteit’ versus ‘representativiteit’)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er dreigt een probleem van verantwoording wanneer de ideeën niet gekaderd worden door het algemeen belang en bij een gebrek aan democratische controle. -Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het verenigingsleven of maatschappelijk debat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ander mogelijk probleem stelt zich wanneer het initiatief politiek gerecupereerd wordt door bepaalde maatschappelijke of politieke instituties waardoor het zijn spontaniteit en ‘onschuldigheid’ dreigt te verliezen, wat net sterk drempelverlagend kan werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De georkestreerde organisatie van vrijplaatsen kan dienen als een besparend alternatief voor de lokale overheden, waardoor zij niet langer de verantwoordelijkheid opnemen voor de aanpak van in onbruik geraakte plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Creatieve milieus zijn niet het resultaat van top-down planning maar komen eerder voort uit een gebrek aan planning. Daarom is het moeilijk om informele ontmoetingsplaatsen en complexe creatieve clustering te laten plaatsvinden in vastgelegde broedplaatsen. Daardoor vergt deze aanpak een zekere vrijheid, weg van democratisch controle en legitimiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: pioniersactiviteiten in Berlijn  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Achtergrond  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2008 stopten alle luchtvaartactiviteiten op Tempelhof in Berlijn. Hierdoor kwamen 386ha vrij voor een grootschalig ontwikkelingsproject aan de rand van het stadscentrum. In 2010 werd de groene ruimte opengesteld voor het publiek desondanks dat het parklandschap nog niet volledig gepland was. Men wil immers de site gradueel ontwikkelingen. De burgers en het middenveld kunnen bijdragen tot het officieel planningsproces via participatie in o.a. de ‘pionierprojecten’. De stadsplanners wouden inspelen op een lange traditie binnen Berlijn waarbij leegstaande ruimtes binnen de stad worden ingenomen door ‘organisch’ ontstane (interim-)activiteiten. Via dit project probeert men deze voor de eerste keer te integreren binnen het officiële planningsproces. Het achterliggende idee was om aan de ene kant, het lange tijdsbestek van de ontwikkeling te anticiperen, en aan de andere kant, de procesmatige en proefondervindelijke benadering van de ontwikkelaars te ondersteunen. Volgens Tempelhofer Freiheit “biedt het allerlei mogelijkheden aan mensen die geïnteresseerd zijn in het vormgeven van hun stad en het realiseren van hun eigen ideeën”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Pioniersactiviteiten  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een aantal voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gemeenschappelijk tuinieren en stedelijke agricultuur: via een kennis- en doe-centrum probeert het project bruggen te slaan met sociale, culturele en biologische diversiteit, met participatieve stedenbouw, met stedelijke ecologie en consumptie, met voeding en gezondheid, en met solidariteit, integratie en burgerschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Minigolfbanen gemaakt door 18 kunstenaars: deze trachtten natuur, kunst en technologie te combineren en mensen via interactie te sensibiliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Het project Vogelvrij (‘Vogelfreiheit’) organiseert op avontuur gerichte recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Door middel van een skateboard sculptuur, slappe lijnen, &#039;[http://nl.wikipedia.org/wiki/Parkour parkour&#039;]&amp;amp;nbsp;mogelijkheden, een BMX-track en een dans- en evenementenplatform. Het project heeft workshops rond o.a. graffiti, street art, theater, muziek, fotografie of film in haar aanbod.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dingadu is een ‘éénwielermanege’. Mensen kunnen er cursussen en activiteiten volgen. -De wetenschapswinkel probeert via de open setting van het park de dialoog tussen wetenschap en samenleving te intensifiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer voorbeelden op [http://www.tempelhoferfreiheit.de tempelhoferfreiheit.de] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== &amp;lt;br&amp;gt; Uitwerking pioniersproject  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De evaluatie van sommige pioniersactiviteiten heeft geleid tot een aantal praktische wijzigingen van de huidige organisatie van de site. De focus ligt hier vooral in het ontmijnen van conflicten tussen activiteiten waarbij men bepaalde zones voorbehoud voor specifieke doelgroepen. Of de uiteindelijke plannen effectief beïnvloed zullen worden zal de toekomst moeten uitwijzen. Desalniettemin stellen de planners dat hoewel de activiteiten als tijdelijk geconcipieerd zijn, ze permanent kunnen worden indien ze succesvol zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Uiteindelijk zijn het voornamelijk al bestaande verenigingen die de pioniersactiviteiten organiseren. Bovendien kan het hele pioniersproject bekeken worden als erg geïnstitutionaliseerd. Zo moeten de voorgestelde pioniersactiviteiten voldoen aan de al vooropgestelde ontwikkelingsthematieken van het park. Bovendien moeten ze een jury passeren die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de officiële instellingen van de stad. Dit kan gezien worden als een vorm van democratische controle maar kan ook worden bekeken als een ondermijning van de creativiteit en spontaniteit van het initiatief. De vraag is welke alternatieve pistes onderzocht en lokale initiatieven gesteund zullen worden. Toch slagen de pioniersprojecten erin om een aantal proteststemmen mee te laten participeren. Zo zijn er een aantal mensen van ‘Squat Tempelhof’ actief rond ecologisch tuinieren in gemeenschapsverband. Zij gebruiken dit forum eveneens om hun misnoegen over de toekomstplannen te uiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De pioniersactiviteiten moeten zelfvoorzienend zijn en dienen een huur te betalen aan de stad. Die kan ook symbolisch zijn in het geval dat het project door de jury beschouwd wordt als sociaal belangrijk. Momenteel zijn er weinig investeringen in de infrastructuur van het park aangezien men wacht met investeringen tot de definitieve ontwikkeling in 2017. De pioniersprojecten kunnen dus ook gezien worden als een goedkope oplossing van de stad. Daar tegenover staat de argumentatie dat de tijdelijke activiteiten een noodzakelijke maatschappelijke tijdsbrug slaan tussen de beslissings- en de uitvoeringsfase. Vele mensen zijn er actief en aangetrokken tot de site op allerlei manieren. Ze dienen dus niet enkel als visvijvers voor nieuwe ideeën of als een goedkope oplossing van korte duur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groth, J. &amp;amp;amp; Corijn E. (2005). Reclaiming Urbanity: Indeterminate spaces, informal actors and urban agenda setting. A case study in Helsinki, Brussels and Berlin. Urban Studies, 42(3), 511-534. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2009). Das Grüne Berlin. The Green Berlin. Berlin. Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2010). Imagine Tempelhof. Towards the city of tomorrow. Berlin. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website TempelhoferFreiheit.de [Retrieved September 1, 2011, from [http://www.tempelhoferfreiheit.de http://www.tempelhoferfreiheit.de]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2289</id>
		<title>Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2289"/>
		<updated>2011-12-28T14:19:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatieniveau]] = cocreëren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk gebruiken en proefondervindelijk ontwikkelen van openbare plaatsen. Formele participatie is in dit verband vaak geïnspireerd door een al bestaand fenomeen binnen de stedelijke samenleving: met name de ‘spontane’ totstandkoming van zogenaamde vrijplaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Vrijplaatsen en tijdelijk gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijplaatspraktijken zijn activiteiten die tijdelijk ongebruikte ruimtes ([http://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Aug%C3%A9 ‘non-plaatsen’]) animeren of toeëigenen. Deze lokale vrijplaatsen zijn gemaakt en gedomineerd door hun gebruikers. Als broedplaatsen van nieuwe ideeën staan ze open voor veranderingen en een breed pallet aan activiteiten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Discussie tussen ‘spontane’ en ‘geïnstitutionaliseerde’ participatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klassiek werpen vrijplaatsen de vraag op of participatie al dan niet georganiseerd dient te worden vanuit de overheid en de al bestaande instellingen. In tegenstelling tot ‘spontane participatie’ zijn het terrein en de mogelijke uitkomsten bij ‘geïnstitutionaliseerde participatie’ al stevig afgebakend door de overkoepelende structuur en de geplande setting. De ‘spontane’ vorm van participatie daarentegen is het resultaat van een tijdelijke volksmobilisatie of vereniging van gelijkgestelde mensen rond een gemeenschappelijk doel. Onder de voorstanders van deze laatste aanpak bestaat er veel scepticisme over geïnstitutionaliseerde projecten. Eén van hun argumenten luidt dat wanneer maatschappelijke leiders en instellingen behartigers worden van een specifiek belang, ze hun band met het algemeen belang dreigen te verliezen. Een ander vaak gehoord argument is dat wanneer geïnstitutionaliseerde participatie daarenboven technocratisch is, ze het privilege dreigt te verworden van professionele experts en hun kennis. Wat ten koste zou kunnen gaan van de inbreng van de lokale gemeenschap, hun wensen, hun dagdagelijkse kennis en verzuchtingen. Er kan echter ook een spanningsveld optreden tussen enerzijds geclaimde vertegenwoordiging van een klein groepje enthousiastelingen, en anderzijds de maatschappelijk afspiegeling en de publieke verantwoording van deze groep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niettegenstaande dat vrijplaatsen een ongeplande en spontane stedelijkheid kunnen promoten, draaien ze niet louter en alleen om het in vraag stellen van top-down participatie, maar eveneens rond het aan de kaak stellen van eenzijdig functionele benaderingen binnen de planningspraktijk. Vrijplaatsen pleitten voor een interdisciplinaire aanpak van het lokaal beleid, voor een doe-het-zelf en test-het-uit-methode en in die zin voor een openstelling van technische expertise naar een bredere maatschappelijke formulering van kennis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mensen nemen deel vanuit hun eigen interesseveld, engagement en vrijetijdsbeleving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde mogelijkheden in hun buurt, stad en gemeente praktisch uit te testen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Niet alleen denkers of spraakwatervallen maar ook doeners kunnen participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele achtergrond op basis van hun eigen inzichten participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als voor professionals, politici en de voltallige lokale gemeenschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. (wat het resultaat is van een spanningsveld tussen ‘diversiteit en creativiteit’ versus ‘representativiteit’)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er dreigt een probleem van verantwoording wanneer de ideeën niet gekaderd worden door het algemeen belang en bij een gebrek aan democratische controle. -Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het verenigingsleven of maatschappelijk debat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ander mogelijk probleem stelt zich wanneer het initiatief politiek gerecupereerd wordt door bepaalde maatschappelijke of politieke instituties waardoor het zijn spontaniteit en ‘onschuldigheid’ dreigt te verliezen, wat net sterk drempelverlagend kan werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De georkestreerde organisatie van vrijplaatsen kan dienen als een besparend alternatief voor de lokale overheden, waardoor zij niet langer de verantwoordelijkheid opnemen voor de aanpak van in onbruik geraakte plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Creatieve milieus zijn niet het resultaat van top-down planning maar komen eerder voort uit een gebrek aan planning. Daarom is het moeilijk om informele ontmoetingsplaatsen en complexe creatieve clustering te laten plaatsvinden in vastgelegde broedplaatsen. Daardoor vergt deze aanpak een zekere vrijheid, weg van democratisch controle en legitimiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: pioniersactiviteiten in Berlijn  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Achtergrond  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2008 stopten alle luchtvaartactiviteiten op Tempelhof in Berlijn. Hierdoor kwamen 386ha vrij voor een grootschalig ontwikkelingsproject aan de rand van het stadscentrum. In 2010 werd de groene ruimte opengesteld voor het publiek desondanks dat het parklandschap nog niet volledig gepland was. Men wil immers de site gradueel ontwikkelingen. De burgers en het middenveld kunnen bijdragen tot het officieel planningsproces via participatie in o.a. de ‘pionierprojecten’. De stadsplanners wouden inspelen op een lange traditie binnen Berlijn waarbij leegstaande ruimtes binnen de stad worden ingenomen door ‘organisch’ ontstane (interim-)activiteiten. Via dit project probeert men deze voor de eerste keer te integreren binnen het officiële planningsproces. Het achterliggende idee was om aan de ene kant, het lange tijdsbestek van de ontwikkeling te anticiperen, en aan de andere kant, de procesmatige en proefondervindelijke benadering van de ontwikkelaars te ondersteunen. Volgens Tempelhofer Freiheit “biedt het allerlei mogelijkheden aan mensen die geïnteresseerd zijn in het vormgeven van hun stad en het realiseren van hun eigen ideeën”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Pioniersactiviteiten  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een aantal voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gemeenschappelijk tuinieren en stedelijke agricultuur: via een kennis- en doe-centrum probeert het project bruggen te slaan met sociale, culturele en biologische diversiteit, met participatieve stedenbouw, met stedelijke ecologie en consumptie, met voeding en gezondheid, en met solidariteit, integratie en burgerschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Minigolfbanen gemaakt door 18 kunstenaars: deze trachtten natuur, kunst en technologie te combineren en mensen via interactie te sensibiliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Het project Vogelvrij (‘Vogelfreiheit’) organiseert op avontuur gerichte recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Door middel van een skateboard sculptuur, slappe lijnen, &#039;[http://nl.wikipedia.org/wiki/Parkour parkour&#039;]&amp;amp;nbsp;mogelijkheden, een BMX-track en een dans- en evenementenplatform. Het project heeft workshops rond o.a. graffiti, street art, theater, muziek, fotografie of film in haar aanbod.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dingadu is een ‘éénwielermanege’. Mensen kunnen er cursussen en activiteiten volgen. -De wetenschapswinkel probeert via de open setting van het park de dialoog tussen wetenschap en samenleving te intensifiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer voorbeelden op [http://www.tempelhoferfreiheit.de tempelhoferfreiheit.de]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== &amp;lt;br&amp;gt; Uitwerking pioniersproject  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De evaluatie van sommige pioniersactiviteiten heeft geleid tot een aantal praktische wijzigingen van de huidige organisatie van de site. De focus ligt hier vooral in het ontmijnen van conflicten tussen activiteiten waarbij men bepaalde zones voorbehoud voor specifieke doelgroepen. Of de uiteindelijke plannen effectief beïnvloed zullen worden zal de toekomst moeten uitwijzen. Desalniettemin stellen de planners dat hoewel de activiteiten als tijdelijk geconcipieerd zijn, ze permanent kunnen worden indien ze succesvol zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Uiteindelijk zijn het voornamelijk al bestaande verenigingen die de pioniersactiviteiten organiseren. Bovendien kan het hele pioniersproject bekeken worden als erg geïnstitutionaliseerd. Zo moeten de voorgestelde pioniersactiviteiten voldoen aan de al vooropgestelde ontwikkelingsthematieken van het park. Bovendien moeten ze een jury passeren die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de officiële instellingen van de stad. Dit kan gezien worden als een vorm van democratische controle maar kan ook worden bekeken als een ondermijning van de creativiteit en spontaniteit van het initiatief. De vraag is welke alternatieve pistes onderzocht en lokale initiatieven gesteund zullen worden. Toch slagen de pioniersprojecten erin om een aantal proteststemmen mee te laten participeren. Zo zijn er een aantal mensen van ‘Squat Tempelhof’ actief rond ecologisch tuinieren in gemeenschapsverband. Zij gebruiken dit forum eveneens om hun misnoegen over de toekomstplannen te uiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De pioniersactiviteiten moeten zelfvoorzienend zijn en dienen een huur te betalen aan de stad. Die kan ook symbolisch zijn in het geval dat het project door de jury beschouwd wordt als sociaal belangrijk. Momenteel zijn er weinig investeringen in de infrastructuur van het park aangezien men wacht met investeringen tot de definitieve ontwikkeling in 2017. De pioniersprojecten kunnen dus ook gezien worden als een goedkope oplossing van de stad. Daar tegenover staat de argumentatie dat de tijdelijke activiteiten een noodzakelijke maatschappelijke tijdsbrug slaan tussen de beslissings- en de uitvoeringsfase. Vele mensen zijn er actief en aangetrokken tot de site op allerlei manieren. Ze dienen dus niet enkel als visvijvers voor nieuwe ideeën of als een goedkope oplossing van korte duur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groth, J. &amp;amp;amp; Corijn E. (2005). Reclaiming Urbanity: Indeterminate spaces, informal actors and urban agenda setting. A case study in Helsinki, Brussels and Berlin. Urban Studies, 42(3), 511-534. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2009). Das Grüne Berlin. The Green Berlin. Berlin. Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2010). Imagine Tempelhof. Towards the city of tomorrow. Berlin. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website TempelhoferFreiheit.de [Retrieved September 1, 2011, from [http://www.tempelhoferfreiheit.de http://www.tempelhoferfreiheit.de]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2288</id>
		<title>Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vrijplaatsen_en_Pioniersactiviteiten&amp;diff=2288"/>
		<updated>2011-12-28T14:18:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: Participatieniveau = cocreëren   = Inleiding  =  Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk g...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Participatieniveau]] = cocreëren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen het domein van de ruimtelijke planning bestaat er een specifieke vorm van doe-participatie die draait rond het tijdelijk gebruiken en proefondervindelijk ontwikkelen van openbare plaatsen. Formele participatie is in dit verband vaak geïnspireerd door een al bestaand fenomeen binnen de stedelijke samenleving: met name de ‘spontane’ totstandkoming van zogenaamde vrijplaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Vrijplaatsen en tijdelijk gebruik  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijplaatspraktijken zijn activiteiten die tijdelijk ongebruikte ruimtes ([http://nl.wikipedia.org/wiki/Marc_Aug%C3%A9 ‘non-plaatsen’]) animeren of toeëigenen. Deze lokale vrijplaatsen zijn gemaakt en gedomineerd door hun gebruikers. Als broedplaatsen van nieuwe ideeën staan ze open voor veranderingen en een breed pallet aan activiteiten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Discussie tussen ‘spontane’ en ‘geïnstitutionaliseerde’ participatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klassiek werpen vrijplaatsen de vraag op of participatie al dan niet georganiseerd dient te worden vanuit de overheid en de al bestaande instellingen. In tegenstelling tot ‘spontane participatie’ zijn het terrein en de mogelijke uitkomsten bij ‘geïnstitutionaliseerde participatie’ al stevig afgebakend door de overkoepelende structuur en de geplande setting. De ‘spontane’ vorm van participatie daarentegen is het resultaat van een tijdelijke volksmobilisatie of vereniging van gelijkgestelde mensen rond een gemeenschappelijk doel. Onder de voorstanders van deze laatste aanpak bestaat er veel scepticisme over geïnstitutionaliseerde projecten. Eén van hun argumenten luidt dat wanneer maatschappelijke leiders en instellingen behartigers worden van een specifiek belang, ze hun band met het algemeen belang dreigen te verliezen. Een ander vaak gehoord argument is dat wanneer geïnstitutionaliseerde participatie daarenboven technocratisch is, ze het privilege dreigt te verworden van professionele experts en hun kennis. Wat ten koste zou kunnen gaan van de inbreng van de lokale gemeenschap, hun wensen, hun dagdagelijkse kennis en verzuchtingen. Er kan echter ook een spanningsveld optreden tussen enerzijds geclaimde vertegenwoordiging van een klein groepje enthousiastelingen, en anderzijds de maatschappelijk afspiegeling en de publieke verantwoording van deze groep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niettegenstaande dat vrijplaatsen een ongeplande en spontane stedelijkheid kunnen promoten, draaien ze niet louter en alleen om het in vraag stellen van top-down participatie, maar eveneens rond het aan de kaak stellen van eenzijdig functionele benaderingen binnen de planningspraktijk. Vrijplaatsen pleitten voor een interdisciplinaire aanpak van het lokaal beleid, voor een doe-het-zelf en test-het-uit-methode en in die zin voor een openstelling van technische expertise naar een bredere maatschappelijke formulering van kennis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Sterke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mensen nemen deel vanuit hun eigen interesseveld, engagement en vrijetijdsbeleving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde mogelijkheden in hun buurt, stad en gemeente praktisch uit te testen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Niet alleen denkers of spraakwatervallen maar ook doeners kunnen participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele achtergrond op basis van hun eigen inzichten participeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als voor professionals, politici en de voltallige lokale gemeenschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Zwakke punten  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking. (wat het resultaat is van een spanningsveld tussen ‘diversiteit en creativiteit’ versus ‘representativiteit’)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er dreigt een probleem van verantwoording wanneer de ideeën niet gekaderd worden door het algemeen belang en bij een gebrek aan democratische controle. -Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het verenigingsleven of maatschappelijk debat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een ander mogelijk probleem stelt zich wanneer het initiatief politiek gerecupereerd wordt door bepaalde maatschappelijke of politieke instituties waardoor het zijn spontaniteit en ‘onschuldigheid’ dreigt te verliezen, wat net sterk drempelverlagend kan werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De georkestreerde organisatie van vrijplaatsen kan dienen als een besparend alternatief voor de lokale overheden, waardoor zij niet langer de verantwoordelijkheid opnemen voor de aanpak van in onbruik geraakte plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Creatieve milieus zijn niet het resultaat van top-down planning maar komen eerder voort uit een gebrek aan planning. Daarom is het moeilijk om informele ontmoetingsplaatsen en complexe creatieve clustering te laten plaatsvinden in vastgelegde broedplaatsen. Daardoor vergt deze aanpak een zekere vrijheid, weg van democratisch controle en legitimiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: pioniersactiviteiten in Berlijn  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Achtergrond  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2008 stopten alle luchtvaartactiviteiten op Tempelhof in Berlijn. Hierdoor kwamen 386ha vrij voor een grootschalig ontwikkelingsproject aan de rand van het stadscentrum. In 2010 werd de groene ruimte opengesteld voor het publiek desondanks dat het parklandschap nog niet volledig gepland was. Men wil immers de site gradueel ontwikkelingen. De burgers en het middenveld kunnen bijdragen tot het officieel planningsproces via participatie in o.a. de ‘pionierprojecten’. De stadsplanners wouden inspelen op een lange traditie binnen Berlijn waarbij leegstaande ruimtes binnen de stad worden ingenomen door ‘organisch’ ontstane (interim-)activiteiten. Via dit project probeert men deze voor de eerste keer te integreren binnen het officiële planningsproces. Het achterliggende idee was om aan de ene kant, het lange tijdsbestek van de ontwikkeling te anticiperen, en aan de andere kant, de procesmatige en proefondervindelijke benadering van de ontwikkelaars te ondersteunen. Volgens Tempelhofer Freiheit “biedt het allerlei mogelijkheden aan mensen die geïnteresseerd zijn in het vormgeven van hun stad en het realiseren van hun eigen ideeën”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Pioniersactiviteiten  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een aantal voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gemeenschappelijk tuinieren en stedelijke agricultuur: via een kennis- en doe-centrum probeert het project bruggen te slaan met sociale, culturele en biologische diversiteit, met participatieve stedenbouw, met stedelijke ecologie en consumptie, met voeding en gezondheid, en met solidariteit, integratie en burgerschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Minigolfbanen gemaakt door 18 kunstenaars: deze trachtten natuur, kunst en technologie te combineren en mensen via interactie te sensibiliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Het project Vogelvrij (‘Vogelfreiheit’) organiseert op avontuur gerichte recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Door middel van een skateboard sculptuur, slappe lijnen, &#039;[http://nl.wikipedia.org/wiki/Parkour parkour&#039;&amp;amp;nbsp;]mogelijkheden, een BMX-track en een dans- en evenementenplatform. Het project heeft workshops rond o.a. graffiti, street art, theater, muziek, fotografie of film in haar aanbod.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dingadu is een ‘éénwielermanege’. Mensen kunnen er cursussen en activiteiten volgen. -De wetenschapswinkel probeert via de open setting van het park de dialoog tussen wetenschap en samenleving te intensifiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer voorbeelden op [http://www.tempelhoferfreiheit.de tempelhoferfreiheit.de]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== &amp;lt;br&amp;gt; Uitwerking pioniersproject  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De evaluatie van sommige pioniersactiviteiten heeft geleid tot een aantal praktische wijzigingen van de huidige organisatie van de site. De focus ligt hier vooral in het ontmijnen van conflicten tussen activiteiten waarbij men bepaalde zones voorbehoud voor specifieke doelgroepen. Of de uiteindelijke plannen effectief beïnvloed zullen worden zal de toekomst moeten uitwijzen. Desalniettemin stellen de planners dat hoewel de activiteiten als tijdelijk geconcipieerd zijn, ze permanent kunnen worden indien ze succesvol zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Uiteindelijk zijn het voornamelijk al bestaande verenigingen die de pioniersactiviteiten organiseren. Bovendien kan het hele pioniersproject bekeken worden als erg geïnstitutionaliseerd. Zo moeten de voorgestelde pioniersactiviteiten voldoen aan de al vooropgestelde ontwikkelingsthematieken van het park. Bovendien moeten ze een jury passeren die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de officiële instellingen van de stad. Dit kan gezien worden als een vorm van democratische controle maar kan ook worden bekeken als een ondermijning van de creativiteit en spontaniteit van het initiatief. De vraag is welke alternatieve pistes onderzocht en lokale initiatieven gesteund zullen worden. Toch slagen de pioniersprojecten erin om een aantal proteststemmen mee te laten participeren. Zo zijn er een aantal mensen van ‘Squat Tempelhof’ actief rond ecologisch tuinieren in gemeenschapsverband. Zij gebruiken dit forum eveneens om hun misnoegen over de toekomstplannen te uiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De pioniersactiviteiten moeten zelfvoorzienend zijn en dienen een huur te betalen aan de stad. Die kan ook symbolisch zijn in het geval dat het project door de jury beschouwd wordt als sociaal belangrijk. Momenteel zijn er weinig investeringen in de infrastructuur van het park aangezien men wacht met investeringen tot de definitieve ontwikkeling in 2017. De pioniersprojecten kunnen dus ook gezien worden als een goedkope oplossing van de stad. Daar tegenover staat de argumentatie dat de tijdelijke activiteiten een noodzakelijke maatschappelijke tijdsbrug slaan tussen de beslissings- en de uitvoeringsfase. Vele mensen zijn er actief en aangetrokken tot de site op allerlei manieren. Ze dienen dus niet enkel als visvijvers voor nieuwe ideeën of als een goedkope oplossing van korte duur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groth, J. &amp;amp;amp; Corijn E. (2005). Reclaiming Urbanity: Indeterminate spaces, informal actors and urban agenda setting. A case study in Helsinki, Brussels and Berlin. Urban Studies, 42(3), 511-534. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2009). Das Grüne Berlin. The Green Berlin. Berlin. Senatsverwaltung für Stadenwicklung (2010). Imagine Tempelhof. Towards the city of tomorrow. Berlin. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website TempelhoferFreiheit.de [Retrieved September 1, 2011, from [http://www.tempelhoferfreiheit.de http://www.tempelhoferfreiheit.de]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2287</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2287"/>
		<updated>2011-12-07T14:37:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|thumb|left|200px]]&amp;amp;nbsp;Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleipark3.JPG|thumb|right|200px]] [[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep en de landschapsarchitect van de stad opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleipark2.JPG|thumb|right|120px]] De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. [[Image:GroeneValleipark1.JPG|thumb|right|120px]] Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2286</id>
		<title>Inspiratiebezoek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2286"/>
		<updated>2011-12-07T14:13:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande [[:categorie:methoden|methode]], maar een onderdeel van een groter traject. Het inspiratiebezoek wordt eerder gebruikt ter voorbereiding van de deelnemers, inclusief beleidsmakers, voor andere participatierondes. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;quot;Bij een inspiratiebezoek bezoekt een groep mensen, meestal vertegenwoordigers van verschillende groepen uit een wijk of dorp, relevante voorbeeldprojecten. Vaak gaat het om projecten met betrekking tot ruimtelijke ordening, stedenbouw of architectuur.&amp;quot; aldus de IPP-Participatiewijzer. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De doelstelling van het inspiratiebezoek is om enerzijds alternatieve en/of vernieuwende ideeën en oplossingen rond een bepaald onderwerp te shoppen, en om anderzijds de geesten van de betrokken partijen te doen rijpen. Een belangrijke factor in het succes van een inspiratiebezoek is dan ook de keuze van de te bezoeken voorbeeldprojecten en thema&#039;s. Men kan kiezen voor variaties binnen één thema om dat meer draagvlak te geven, of men kan focussen op een brede variatie van ideeën om de creativiteit te stimuleren, tenslotte kan men ook kiezen om iedere deelnemer/groep de kans te geven een voorbeeld in te dienen. Zo kan een inspiratiebezoek nuttig zijn om een conflictsituatie te ontmijnen door alle betrokkenen de kans te geven een voorbeeld in realtime te bekijken en te bespreken. Op die manier kunnen de participanten elkaar beter leren begrijpen. Het gaat dus zowel om inspireren als om kennismaken en enthousiasmeren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Gent ([[Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark]]) heeft men gebruik gemaakt van het inspiratiebezoek om de geesten van de stad en de actiegroep samen te doen rijpen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.participatiewijzer.nl/Alle-methodes/INSPIRATIEBEZOEK IPP-Participatiewijzer] van het Instituut voor Publiek en Politiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2285</id>
		<title>Inspiratiebezoek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2285"/>
		<updated>2011-12-07T14:13:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande [[:categorie:methoden|methode]], maar een onderdeel van een groter traject. Het inspiratiebezoek wordt eerder gebruikt ter voorbereiding van de deelnemers, inclusief beleidsmakers, voor andere participatierondes. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;quot;Bij een inspiratiebezoek bezoekt een groep mensen, meestal vertegenwoordigers van verschillende groepen uit een wijk of dorp, relevante voorbeeldprojecten. Vaak gaat het om projecten met betrekking tot ruimtelijke ordening, stedenbouw of architectuur.&amp;quot; aldus de IPP-Participatiewijzer. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De doelstelling van het inspiratiebezoek is om enerzijds alternatieve en/of vernieuwende ideeën en oplossingen rond een bepaald onderwerp te shoppen, en om anderzijds de geesten van de betrokken partijen te doen rijpen. Een belangrijke factor in het succes van een inspiratiebezoek is dan ook de keuze van de te bezoeken voorbeeldprojecten en thema&#039;s. Men kan kiezen voor variaties binnen één thema om dat meer draagvlak te geven, of men kan focussen op een brede variatie van ideeën om de creativiteit te stimuleren, tenslotte kan men ook kiezen om iedere deelnemer/groep de kans te geven een voorbeeld in te dienen. Zo kan een inspiratiebezoek nuttig zijn om een conflictsituatie te ontmijnen door alle betrokkenen de kans te geven een voorbeeld in realtime te bekijken en te bespreken. Op die manier kunnen de participanten elkaar beter leren begrijpen. Het gaat dus zowel om inspireren als om kennismaken en enthousiasmeren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Gent ([[|]]) heeft men gebruik gemaakt van het inspiratiebezoek om de geesten van de stad en de actiegroep samen te doen rijpen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.participatiewijzer.nl/Alle-methodes/INSPIRATIEBEZOEK IPP-Participatiewijzer] van het Instituut voor Publiek en Politiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2284</id>
		<title>Inspiratiebezoek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2284"/>
		<updated>2011-12-07T14:12:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande [[:categorie:methoden|Methode]], maar een onderdeel van een groter traject. Het inspiratiebezoek wordt eerder gebruikt ter voorbereiding van de deelnemers, inclusief beleidsmakers, voor andere participatierondes. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;quot;Bij een inspiratiebezoek bezoekt een groep mensen, meestal vertegenwoordigers van verschillende groepen uit een wijk of dorp, relevante voorbeeldprojecten. Vaak gaat het om projecten met betrekking tot ruimtelijke ordening, stedenbouw of architectuur.&amp;quot; aldus de IPP-Participatiewijzer. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De doelstelling van het inspiratiebezoek is om enerzijds alternatieve en/of vernieuwende ideeën en oplossingen rond een bepaald onderwerp te shoppen, en om anderzijds de geesten van de betrokken partijen te doen rijpen. Een belangrijke factor in het succes van een inspiratiebezoek is dan ook de keuze van de te bezoeken voorbeeldprojecten en thema&#039;s. Men kan kiezen voor variaties binnen één thema om dat meer draagvlak te geven, of men kan focussen op een brede variatie van ideeën om de creativiteit te stimuleren, tenslotte kan men ook kiezen om iedere deelnemer/groep de kans te geven een voorbeeld in te dienen. Zo kan een inspiratiebezoek nuttig zijn om een conflictsituatie te ontmijnen door alle betrokkenen de kans te geven een voorbeeld in realtime te bekijken en te bespreken. Op die manier kunnen de participanten elkaar beter leren begrijpen. Het gaat dus zowel om inspireren als om kennismaken en enthousiasmeren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Gent ([[|]]) heeft men gebruik gemaakt van het inspiratiebezoek om de geesten van de stad en de actiegroep samen te doen rijpen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.participatiewijzer.nl/Alle-methodes/INSPIRATIEBEZOEK IPP-Participatiewijzer] van het Instituut voor Publiek en Politiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2283</id>
		<title>Inspiratiebezoek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Inspiratiebezoek&amp;diff=2283"/>
		<updated>2011-12-07T14:12:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: &amp;amp;nbsp;   = Inspiratiebezoek  =  Een inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande methode, maar een onderdeel van een groter traject. Het inspiratiebezoek wordt eerder gebruikt te...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande [[methode]], maar een onderdeel van een groter traject. Het inspiratiebezoek wordt eerder gebruikt ter voorbereiding van de deelnemers, inclusief beleidsmakers, voor andere participatierondes. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;quot;Bij een inspiratiebezoek bezoekt een groep mensen, meestal vertegenwoordigers van verschillende groepen uit een wijk of dorp, relevante voorbeeldprojecten. Vaak gaat het om projecten met betrekking tot ruimtelijke ordening, stedenbouw of architectuur.&amp;quot; aldus de IPP-Participatiewijzer.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
De doelstelling van het inspiratiebezoek is om enerzijds alternatieve en/of vernieuwende ideeën en oplossingen rond een bepaald onderwerp te shoppen, en om anderzijds de geesten van de betrokken partijen te doen rijpen. Een belangrijke factor in het succes van een inspiratiebezoek is dan ook de keuze van de te bezoeken voorbeeldprojecten en thema&#039;s. Men kan kiezen voor variaties binnen één thema om dat meer draagvlak te geven, of men kan focussen op een brede variatie van ideeën om de creativiteit te stimuleren, tenslotte kan men ook kiezen om iedere deelnemer/groep de kans te geven een voorbeeld in te dienen. Zo kan een inspiratiebezoek nuttig zijn om een conflictsituatie te ontmijnen door alle betrokkenen de kans te geven een voorbeeld in realtime te bekijken en te bespreken. Op die manier kunnen de participanten elkaar beter leren begrijpen. Het gaat dus zowel om inspireren als om kennismaken en enthousiasmeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Gent ([[|]]) heeft men gebruik gemaakt van het inspiratiebezoek om de geesten van de stad en de actiegroep samen te doen rijpen.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.participatiewijzer.nl/Alle-methodes/INSPIRATIEBEZOEK IPP-Participatiewijzer] van het Instituut voor Publiek en Politiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2282</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2282"/>
		<updated>2011-12-07T13:39:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|thumb|left|200px]]&amp;amp;nbsp;Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleipark3.JPG|thumb|right|200px]] [[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleipark2.JPG|thumb|right|120px]] De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. [[Image:GroeneValleipark1.JPG|thumb|right|120px]] Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2281</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2281"/>
		<updated>2011-12-07T13:37:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|thumb|right|200px]] Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2280</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2280"/>
		<updated>2011-12-07T13:37:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|thumb|right|200px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2279</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2279"/>
		<updated>2011-12-07T13:35:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2278</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2278"/>
		<updated>2011-12-07T13:35:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|frame|right|100px]]Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleiparkDSC00446.JPG&amp;diff=2277</id>
		<title>Bestand:GroeneValleiparkDSC00446.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleiparkDSC00446.JPG&amp;diff=2277"/>
		<updated>2011-12-07T13:30:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Een foto van het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een foto van het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark3.JPG&amp;diff=2276</id>
		<title>Bestand:GroeneValleipark3.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark3.JPG&amp;diff=2276"/>
		<updated>2011-12-07T13:27:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Een foto van de &amp;#039;hondenmand&amp;#039; in het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een foto van de &#039;hondenmand&#039; in het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark2.JPG&amp;diff=2275</id>
		<title>Bestand:GroeneValleipark2.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark2.JPG&amp;diff=2275"/>
		<updated>2011-12-07T13:25:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Een foto van de experimentele goal in het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een foto van de experimentele goal in het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark1.JPG&amp;diff=2274</id>
		<title>Bestand:GroeneValleipark1.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark1.JPG&amp;diff=2274"/>
		<updated>2011-12-07T13:23:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een foto van de experimentele basketbalring in het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark1.JPG&amp;diff=2273</id>
		<title>Bestand:GroeneValleipark1.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:GroeneValleipark1.JPG&amp;diff=2273"/>
		<updated>2011-12-07T13:21:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Een foto van het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een foto van het GroeneValleipark 2011. Bron: Van Parijs, S.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2272</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2272"/>
		<updated>2011-12-07T11:51:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2271</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2271"/>
		<updated>2011-12-07T11:50:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het onwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Cocreatie&amp;diff=2270</id>
		<title>Cocreatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Cocreatie&amp;diff=2270"/>
		<updated>2011-12-07T11:49:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;!-- AddThis Button BEGIN --&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-- AddThis Button END --&amp;gt;&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Cocreatie &#039;&#039;&#039;zien we als de zichzelf sturende creatieve samenwerking tussen de partijen die betrokken zijn op een – vaak als complex ervaren – uitdaging. Typerend voor cocreatie is dat de betrokkenen via authentieke en respectvolle interacties een consensus bereiken over de omschrijving van een gewenste toestand en samen oplossingsgerichte en gedragen acties construeren om die gewenste toestand te bereiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Complexe uitdagingen  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zo goed als iedereen herkent tegenwoordig de ervaring van een toenemende complexiteit. Die toename van complexiteit manifesteert zich in de meest diverse contexten van het hedendaagse leven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Neem als voorbeeld de privésfeer, waarover de Duitse socioloog Ulrich Beck het volgende vaststelt&amp;lt;ref&amp;gt;zoals geciteerd in Hustinx, L. &amp;amp;amp;amp; Lammertyn, F. (2001). Vrijwilligerswerk tussen vrijheid en onzekerheid: uitdagingen voor een eigentijds vrijwilligersbeleid. Oikos, 2001 (2), p. 24-42.&amp;lt;/ref&amp;gt;: “&#039;&#039;Het is niet meer duidelijk of men zal trouwen, wanneer men trouwt, of men samenwoont en niet trouwt, trouwt en niet samenwoont, of men kinderen krijgt binnen of buiten het huwelijk/gezin en opvoedt met diegene waarmee men samenleeft of met diegene die men lief heeft maar die met iemand anders samenleeft, of men kinderen krijgt vóór, nà de loopbaan of er midden in&#039;&#039;”. Het spreekt voor zich dat dit complexe amalgaam aan mogelijkheden verstrekkende implicaties heeft: niet enkel op de organisatie van het privéleven, maar eveneens op de sociale netwerken waarin het individu in de vrije tijd en in de werktijd vertoeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Andere vormen van complexiteit ontstaan vanuit de steeds sneller veranderende organisatiecontexten. Denk maar aan de globalisering van productie en markt, de talloze overnames en fusies, het groeiende zelfbewustzijn van klanten en werknemers, de interculturalisering van de samenleving, de volatiliteit binnen vrijwilligersgroepen, de ontwikkelingen richting kennissamenleving, de immense ecologische problematiek, de mediatisering van het politieke bestel, de veeleisender geworden subsidieverstrekkende overheden, de vele technologische innovaties, de medicalisering en formalisering van de zorg, de vergrijzing en ontgroening van werknemersbestanden, enzovoort! De transformaties zijn uitermate uitdagend. Pasklare oplossingen zijn niet voor handen. Profit en social-profitorganisaties, overheden op alle niveaus, maar ook lokale verenigingen en actiegroepen moeten de oplossingen nog creëren. Sterker: de uitdagingen moeten vaak nog op een bewuster niveau in kaart worden gebracht; of worden door de betrokken partijen soms zelfs nog niet erkend als uitdaging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#wanneer ten aanzien van een uitdaging bestaande benaderingen of handelingspatronen niet langer volstaan;&lt;br /&gt;
#wanneer de betrokken partijen een uitdaging nog niet voldoende doel- en oplossingsgericht in beschouwing namen; en&lt;br /&gt;
#wanneer de betrokkenen nog geen idee hebben over een te bewandelen uitweg,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
dat een cocreatieve benadering van belang wordt&amp;lt;ref&amp;gt;gebaseerd op ideeën uit Wierdsma, A. (1999). Co-creatie van verandering. Delft: Eburon.&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als manager, directeur, diensthoofd, coördinator of procesbegeleider streef je bij de cocreatieve benadering naar een doorgedreven participatie van de betrokken partijen. Dit doe je met het oog op kwaliteitsvolle en gedragen antwoorden op de uitdagingen waarmee je te maken krijgt als organisatie, afdeling, team, werkgroep, actiecomité, lokale vereniging, enzovoort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatie, waarom nastrevenswaardig&amp;amp;nbsp;?&amp;amp;nbsp;  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voordelen van een cocreatieve benadering zijn economisch, psychologisch en maatschappelijk aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cocreatie activeert de aanwezige competenties. Economisch uitgedrukt, rentabiliseert cocreatie de competenties en het sociaal kapitaal waarin de samenleving en organisaties investeren via onderwijs, lonen, stages, vorming, training, opleiding, coaching, werkplekleren, enzovoort.&amp;lt;br&amp;gt;Als gevolg van d[[Image:Octogram van co-creatie.png|left|150x150px]]e verbindingen die in een cocreatief proces gesmeed worden, treedt er een multiplicatieeffect op. Er ontstaat een collectief rendement dat groter is dan de som van de delen. Het octogram symboliseert dit multiplicatieeffect. Elk punt stelt een individu of entiteit voor. De lijnen weerspiegelen de mogelijke interacties, de confrontaties van opvattingen, de reacties op andermans mening, de vragen die men aan elkaar stelt, en de uitwisseling van kennis,vaardigheden en ervaringen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarnaast sluit cocreatie nauw aan bij – of is het misschien zelfs de sterkste uiting van – de ideeën van emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap, die sinds het begin van de moderniteit in onze contreien gedijen als belangrijke waarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder speelt cocreatie in op het simpele gegeven dat je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd geraakt om ten volle achter een standpunt, een oplossing of een actie te staan , wanneer je als gelijkwaardige partner en als autonoom individu mee participeert aan het bedenken van dat standpunt, van die oplossing of van die actie. Interessant hierbij is wat cocreatie dan kan betekenen in het anticiperen op en hanteren van weerstanden, zoals het Not In My Back Yard-syndroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot slot kan cocreatie zeer betekenisvol zijn in het kader van duurzame ontwikkeling. Meer dan ooit stuiten we op de grenzen van het consensusmodel dat ervan uitgaat dat er oplossingen kunnen worden gevonden die tegemoet komen aan het eigenbelang van iedere betrokken partij. De vooronderstelling dat we de behoeften van ieder individu, van iedere groep of van iedere gemeenschap volledig kunnen bevredigden, is niet langer houdbaar in een wereld met ongeveer 7 miljard mensen vandaag, 15 miljoen Belgen en de 17,5 miljoen Nederlanders in 2020, en 9 miljard mensen op onze planeet in 2050. Nu al ervaren we de (ecologische) gevolgen van de grenzen aan onze welvaart. Vergeleken met het consensusmodel richt een cocreatiebenadering zich veel minder op het individuele belang en veel sterker op een algemeen belang. Cocreatie versterkt met andere woorden de identificatie met ‘wat het individu overstijgt’: nu en in de toekomst, op macro-niveau in de wereld, op meso-niveau in de samenleving en op micro-niveau in organisaties.&amp;amp;nbsp; &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatieve processen ondersteunen  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gezien cocreatieve processen om doorgedreven participatieprocessen gaat, kunnen we bij de ondersteuning ervan zeker vertrekken van de interventies de je in principe doet bij ieder participatieproces dat je faciliteert - zie de bijdrage over [[Inspirerend faciliteren van participatie]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar omdat cocreatieve processen ook steeds een belangrijke creatieve component bevatten, houden we best ook rekening met enkele extra aanbevelingen&amp;lt;ref&amp;gt;geïnspireerd op Amabile, T., &amp;amp;amp;amp; Khaire, M. (2008) Creativity and the role of the leader. Harvard Business Review, 86(10), p100-109.&amp;lt;/ref&amp;gt;. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Initieer en hou de focus op de (intellectueel uitdagende) kwestie.&lt;br /&gt;
*Breng, indien dit enigszins kan, gepassioneerde mensen samen.&lt;br /&gt;
*Stimuleer de inbreng van verschillende perspectieven, bij voorkeur van betrokkenen met verschillende achtergronden.&lt;br /&gt;
*Aarzel niet om een externe te betrekken, bij wijze van &#039;externe kijk&#039;.&lt;br /&gt;
*Werk samen als een team.&lt;br /&gt;
*Hou bewust rekening met de fasen van een creatieve en [[Participatieve besluitvorming|participatieve besluitvorming]].&lt;br /&gt;
*Waardeer iedere inbreng.&lt;br /&gt;
*Stel inspirerende vragen.&lt;br /&gt;
*Voorzie voldoende tijd.&lt;br /&gt;
*Laat ideeën &#039;opborrelen&#039;.&lt;br /&gt;
*Communiceer de gedachte dat het niet noodzakelijk van de eerste keer moet lukken.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatie als relationele praktijk&amp;lt;br&amp;gt;  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op microniveau (d.i. het niveau van de interactie tussen de participanten aan een cocreatief proces) kunnen [[Image:Cocreatieve interactie.JPG|right]]we cocreactie beschouwen als een relationele praktijk die gekenmerkt wordt door een aantal principes. Minstens 8 grondregels zijn essentiel voor het concrete cocreatieve denken en handelen:&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*wees open van geest&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*denk positief en oplossingsgericht&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*lift mee op ideeën van anderen&lt;br /&gt;
*stel het eigen oordeel uit&lt;br /&gt;
*heb oog voor het geheel&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
*huldig de interpreteerbare realiteit&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*speel in op wat zich aandient&lt;br /&gt;
*streef naar een gedeeld begrip&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer participanten in een cocreatief in overleg treden kun je als facilitator deze grondregels inbrengen als richtlijn of als spelregels voor de interactie. Dat kan je bijvoorbeeld doen met behulp van de [[Cocreatie kaart|cocreatie kaart]].&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Methoden  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast de relationele praktijk met een cocreatieve inslag, zijn er nog concrete methoden of werkvormen die momenten van cocreatie op een welbepaalde manier stuctureren. We noemen er enkele:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]]&lt;br /&gt;
*[[Design workshop|Design workshop of Charette]]&lt;br /&gt;
*[[Open Space Technology|Open Space Technology]]&lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]]&lt;br /&gt;
*[[Versnellingskamer of Brainbox|Versnellingskamer/Brainbox]]&lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]]&lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]]&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;text-align: right;&amp;quot;&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
== Praktijkvoorbeeld  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark|GroeneValleipark]] is een buurtpark in Gent. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een een intensieve vorm van cocreatie. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. [[Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark|Lees meer...]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Referenties  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze bijdrage is een bewerking van een tekst die ter beschikking wordt gesteld tijdens verschillende programma&#039;s van [http://www.de-raet.be Stichting Lodewijk de Raet]. Stichting Lodewijk de Raet wil vandaag de dag immers graag een steentje bijdragen in de ontwikkeling van een meer cocreatieve samenleving en van cocreatieve organisaties. Dit gebeurt via het cocreatief facilteren van organisatieverandering en via leertrajecten voor mensen met de goesting om aan cocreatieve processen te participeren en/of zelf cocreatieve processen wensen te begeleiden.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om het cocreatieve denken en handelen wat meer onder de aandacht te brengen lanceerde Stichting Lodewijk de Raet in 2010 de website [http://www.cocreatie.net www.cocreatie.net]. Facilitatoren worden er op uitgenodigd om hun verhalen over cocreatie online te delen met iedere geïnteresseerde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;references /&amp;amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Competenties]] [[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Beleidsparticipatie]] [[Category:Werken_met_groepen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Cocreatie&amp;diff=2269</id>
		<title>Cocreatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Cocreatie&amp;diff=2269"/>
		<updated>2011-12-07T11:48:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;!-- AddThis Button BEGIN --&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-- AddThis Button END --&amp;gt;&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Cocreatie &#039;&#039;&#039;zien we als de zichzelf sturende creatieve samenwerking tussen de partijen die betrokken zijn op een – vaak als complex ervaren – uitdaging. Typerend voor cocreatie is dat de betrokkenen via authentieke en respectvolle interacties een consensus bereiken over de omschrijving van een gewenste toestand en samen oplossingsgerichte en gedragen acties construeren om die gewenste toestand te bereiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Complexe uitdagingen  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zo goed als iedereen herkent tegenwoordig de ervaring van een toenemende complexiteit. Die toename van complexiteit manifesteert zich in de meest diverse contexten van het hedendaagse leven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Neem als voorbeeld de privésfeer, waarover de Duitse socioloog Ulrich Beck het volgende vaststelt&amp;lt;ref&amp;gt;zoals geciteerd in Hustinx, L. &amp;amp;amp;amp; Lammertyn, F. (2001). Vrijwilligerswerk tussen vrijheid en onzekerheid: uitdagingen voor een eigentijds vrijwilligersbeleid. Oikos, 2001 (2), p. 24-42.&amp;lt;/ref&amp;gt;: “&#039;&#039;Het is niet meer duidelijk of men zal trouwen, wanneer men trouwt, of men samenwoont en niet trouwt, trouwt en niet samenwoont, of men kinderen krijgt binnen of buiten het huwelijk/gezin en opvoedt met diegene waarmee men samenleeft of met diegene die men lief heeft maar die met iemand anders samenleeft, of men kinderen krijgt vóór, nà de loopbaan of er midden in&#039;&#039;”. Het spreekt voor zich dat dit complexe amalgaam aan mogelijkheden verstrekkende implicaties heeft: niet enkel op de organisatie van het privéleven, maar eveneens op de sociale netwerken waarin het individu in de vrije tijd en in de werktijd vertoeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Andere vormen van complexiteit ontstaan vanuit de steeds sneller veranderende organisatiecontexten. Denk maar aan de globalisering van productie en markt, de talloze overnames en fusies, het groeiende zelfbewustzijn van klanten en werknemers, de interculturalisering van de samenleving, de volatiliteit binnen vrijwilligersgroepen, de ontwikkelingen richting kennissamenleving, de immense ecologische problematiek, de mediatisering van het politieke bestel, de veeleisender geworden subsidieverstrekkende overheden, de vele technologische innovaties, de medicalisering en formalisering van de zorg, de vergrijzing en ontgroening van werknemersbestanden, enzovoort! De transformaties zijn uitermate uitdagend. Pasklare oplossingen zijn niet voor handen. Profit en social-profitorganisaties, overheden op alle niveaus, maar ook lokale verenigingen en actiegroepen moeten de oplossingen nog creëren. Sterker: de uitdagingen moeten vaak nog op een bewuster niveau in kaart worden gebracht; of worden door de betrokken partijen soms zelfs nog niet erkend als uitdaging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#wanneer ten aanzien van een uitdaging bestaande benaderingen of handelingspatronen niet langer volstaan;&lt;br /&gt;
#wanneer de betrokken partijen een uitdaging nog niet voldoende doel- en oplossingsgericht in beschouwing namen; en&lt;br /&gt;
#wanneer de betrokkenen nog geen idee hebben over een te bewandelen uitweg,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
dat een cocreatieve benadering van belang wordt&amp;lt;ref&amp;gt;gebaseerd op ideeën uit Wierdsma, A. (1999). Co-creatie van verandering. Delft: Eburon.&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als manager, directeur, diensthoofd, coördinator of procesbegeleider streef je bij de cocreatieve benadering naar een doorgedreven participatie van de betrokken partijen. Dit doe je met het oog op kwaliteitsvolle en gedragen antwoorden op de uitdagingen waarmee je te maken krijgt als organisatie, afdeling, team, werkgroep, actiecomité, lokale vereniging, enzovoort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatie, waarom nastrevenswaardig&amp;amp;nbsp;?&amp;amp;nbsp;  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voordelen van een cocreatieve benadering zijn economisch, psychologisch en maatschappelijk aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cocreatie activeert de aanwezige competenties. Economisch uitgedrukt, rentabiliseert cocreatie de competenties en het sociaal kapitaal waarin de samenleving en organisaties investeren via onderwijs, lonen, stages, vorming, training, opleiding, coaching, werkplekleren, enzovoort.&amp;lt;br&amp;gt;Als gevolg van d[[Image:Octogram van co-creatie.png|left|150x150px]]e verbindingen die in een cocreatief proces gesmeed worden, treedt er een multiplicatieeffect op. Er ontstaat een collectief rendement dat groter is dan de som van de delen. Het octogram symboliseert dit multiplicatieeffect. Elk punt stelt een individu of entiteit voor. De lijnen weerspiegelen de mogelijke interacties, de confrontaties van opvattingen, de reacties op andermans mening, de vragen die men aan elkaar stelt, en de uitwisseling van kennis,vaardigheden en ervaringen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarnaast sluit cocreatie nauw aan bij – of is het misschien zelfs de sterkste uiting van – de ideeën van emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap, die sinds het begin van de moderniteit in onze contreien gedijen als belangrijke waarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder speelt cocreatie in op het simpele gegeven dat je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd geraakt om ten volle achter een standpunt, een oplossing of een actie te staan , wanneer je als gelijkwaardige partner en als autonoom individu mee participeert aan het bedenken van dat standpunt, van die oplossing of van die actie. Interessant hierbij is wat cocreatie dan kan betekenen in het anticiperen op en hanteren van weerstanden, zoals het Not In My Back Yard-syndroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot slot kan cocreatie zeer betekenisvol zijn in het kader van duurzame ontwikkeling. Meer dan ooit stuiten we op de grenzen van het consensusmodel dat ervan uitgaat dat er oplossingen kunnen worden gevonden die tegemoet komen aan het eigenbelang van iedere betrokken partij. De vooronderstelling dat we de behoeften van ieder individu, van iedere groep of van iedere gemeenschap volledig kunnen bevredigden, is niet langer houdbaar in een wereld met ongeveer 7 miljard mensen vandaag, 15 miljoen Belgen en de 17,5 miljoen Nederlanders in 2020, en 9 miljard mensen op onze planeet in 2050. Nu al ervaren we de (ecologische) gevolgen van de grenzen aan onze welvaart. Vergeleken met het consensusmodel richt een cocreatiebenadering zich veel minder op het individuele belang en veel sterker op een algemeen belang. Cocreatie versterkt met andere woorden de identificatie met ‘wat het individu overstijgt’: nu en in de toekomst, op macro-niveau in de wereld, op meso-niveau in de samenleving en op micro-niveau in organisaties.&amp;amp;nbsp; &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatieve processen ondersteunen  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gezien cocreatieve processen om doorgedreven participatieprocessen gaat, kunnen we bij de ondersteuning ervan zeker vertrekken van de interventies de je in principe doet bij ieder participatieproces dat je faciliteert - zie de bijdrage over [[Inspirerend faciliteren van participatie]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar omdat cocreatieve processen ook steeds een belangrijke creatieve component bevatten, houden we best ook rekening met enkele extra aanbevelingen&amp;lt;ref&amp;gt;geïnspireerd op Amabile, T., &amp;amp;amp;amp; Khaire, M. (2008) Creativity and the role of the leader. Harvard Business Review, 86(10), p100-109.&amp;lt;/ref&amp;gt;. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Initieer en hou de focus op de (intellectueel uitdagende) kwestie.&lt;br /&gt;
*Breng, indien dit enigszins kan, gepassioneerde mensen samen.&lt;br /&gt;
*Stimuleer de inbreng van verschillende perspectieven, bij voorkeur van betrokkenen met verschillende achtergronden.&lt;br /&gt;
*Aarzel niet om een externe te betrekken, bij wijze van &#039;externe kijk&#039;.&lt;br /&gt;
*Werk samen als een team.&lt;br /&gt;
*Hou bewust rekening met de fasen van een creatieve en [[Participatieve besluitvorming|participatieve besluitvorming]].&lt;br /&gt;
*Waardeer iedere inbreng.&lt;br /&gt;
*Stel inspirerende vragen.&lt;br /&gt;
*Voorzie voldoende tijd.&lt;br /&gt;
*Laat ideeën &#039;opborrelen&#039;.&lt;br /&gt;
*Communiceer de gedachte dat het niet noodzakelijk van de eerste keer moet lukken.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Cocreatie als relationele praktijk&amp;lt;br&amp;gt;  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op microniveau (d.i. het niveau van de interactie tussen de participanten aan een cocreatief proces) kunnen [[Image:Cocreatieve interactie.JPG|right]]we cocreactie beschouwen als een relationele praktijk die gekenmerkt wordt door een aantal principes. Minstens 8 grondregels zijn essentiel voor het concrete cocreatieve denken en handelen:&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*wees open van geest&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*denk positief en oplossingsgericht&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*lift mee op ideeën van anderen&lt;br /&gt;
*stel het eigen oordeel uit&lt;br /&gt;
*heb oog voor het geheel&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
*huldig de interpreteerbare realiteit&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*speel in op wat zich aandient&lt;br /&gt;
*streef naar een gedeeld begrip&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer participanten in een cocreatief in overleg treden kun je als facilitator deze grondregels inbrengen als richtlijn of als spelregels voor de interactie. Dat kan je bijvoorbeeld doen met behulp van de [[Cocreatie kaart|cocreatie kaart]].&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Methoden  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast de relationele praktijk met een cocreatieve inslag, zijn er nog concrete methoden of werkvormen die momenten van cocreatie op een welbepaalde manier stuctureren. We noemen er enkele:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]]&lt;br /&gt;
*[[Design workshop|Design workshop of Charette]]&lt;br /&gt;
*[[Open Space Technology|Open Space Technology]]&lt;br /&gt;
*[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]]&lt;br /&gt;
*[[Versnellingskamer of Brainbox|Versnellingskamer/Brainbox]]&lt;br /&gt;
*[[World Café|World Café]]&lt;br /&gt;
*[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]]&lt;br /&gt;
&amp;lt;div style=&amp;quot;text-align: right;&amp;quot;&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;/div&amp;gt;&lt;br /&gt;
== Praktijkvoorbeeld  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[GroeneValleipark]] is een buurtpark in Gent. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een een intensieve vorm van cocreatie. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. [[Lees meer...]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Referenties  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze bijdrage is een bewerking van een tekst die ter beschikking wordt gesteld tijdens verschillende programma&#039;s van [http://www.de-raet.be Stichting Lodewijk de Raet]. Stichting Lodewijk de Raet wil vandaag de dag immers graag een steentje bijdragen in de ontwikkeling van een meer cocreatieve samenleving en van cocreatieve organisaties. Dit gebeurt via het cocreatief facilteren van organisatieverandering en via leertrajecten voor mensen met de goesting om aan cocreatieve processen te participeren en/of zelf cocreatieve processen wensen te begeleiden.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om het cocreatieve denken en handelen wat meer onder de aandacht te brengen lanceerde Stichting Lodewijk de Raet in 2010 de website [http://www.cocreatie.net www.cocreatie.net]. Facilitatoren worden er op uitgenodigd om hun verhalen over cocreatie online te delen met iedere geïnteresseerde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;lt;references /&amp;amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Competenties]] [[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Beleidsparticipatie]] [[Category:Werken_met_groepen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2268</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2268"/>
		<updated>2011-12-07T11:44:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het onwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2267</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2267"/>
		<updated>2011-12-07T11:43:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het onwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[Inspiratiebezoek]]&amp;amp;nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[cocreatie ]]is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2266</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2266"/>
		<updated>2011-12-07T11:43:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het onwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie]]&amp;amp;nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[inspiratiebezoek ]]is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[cocreatie ]]is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2265</id>
		<title>Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Praktijkvoorbeeld_GroeneValleipark&amp;diff=2265"/>
		<updated>2011-12-07T11:43:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: = Achtergrond  =  Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jar...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het onwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Actieve betrokkenheid  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Cocreatie ]]heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= &amp;lt;br&amp;gt; Inspiratiebezoek  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [[inspiratiebezoek ]]is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Representativiteit betrokkenen  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de [http://www.gent.be/brugsepoort-rooigem/ Brugse Poort]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de argumenten voor [[cocreatie ]]is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referentie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2263</id>
		<title>Verhouding man/vrouw in het publiek debat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2263"/>
		<updated>2011-12-06T11:17:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zie ook artikel [[Verhouding Man/vrouw|Adviesraden: verhouding man/vrouw]] &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel, 2010). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Verhouding man/vrouw  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Invloed van de discussiesetting  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de [[Verhouding Man/vrouw|lokale adviesraden]]. &amp;lt;br&amp;gt;Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie [[:Categorie:Faciliteren participatie|faciliteren van participatie]]) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Diversiteit]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Diversiteit]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Faciliteren participatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2262</id>
		<title>Verhouding man/vrouw in het publiek debat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2262"/>
		<updated>2011-12-06T11:15:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zie ook artikel [[Verhouding Man/vrouw|Adviesraden: verhouding man/vrouw]] &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel, 2010). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Verhouding man/vrouw  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Invloed van de discussiesetting  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de [[Verhouding Man/vrouw|lokale adviesraden]]. &amp;lt;br&amp;gt;Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie [[:Categorie:Faciliteren_participatie|faciliteren van participatie]])&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Diversiteit]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_Man/vrouw&amp;diff=2261</id>
		<title>Verhouding Man/vrouw</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_Man/vrouw&amp;diff=2261"/>
		<updated>2011-12-06T11:13:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Verhouding man/vrouw in gemeentelijke adviesraden  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Artikel 200 van het gemeentedecreet regelt de samenstelling van de gemeentelijke adviesraden. In paragraaf twee wordt expliciet gewezen op de verplichting om minimaal één derde van de leden mannen of vrouwen in de adviesraad op te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;§2. Ten hoogste twee derde van de leden van de hier bedoelde raden en overlegstructuren is van hetzelfde geslacht. Zoniet kan niet op rechtsgeldige wijze advies worden uitgebracht.&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het verleden bestond er heel wat verwarring over de toepassing van deze paragraaf. Voor de invoering van het gemeentedecreet (1 januari 2007) gold de één derde regel alleen voor gemeentelijke adviesraden die geen eigen decreet hadden. Lokale adviesraden zoals de Gecoro&#039;s konden dus gerust uitsluitend uit mannen of vrouwen bestaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [http://209.85.229.132/search?q=cache:W4u_uWRcJzIJ:www.binnenland.vlaanderen.be/regelgeving/omzendbrieven/Art.%2520200%2520GD%2520-%2520omzendbrief%2520man-vrouw%2520verhouding.doc+bb+2007/03&amp;amp;cd=1&amp;amp;hl=nl&amp;amp;ct=clnk&amp;amp;gl=be omzendbrief (BB 2007/03)] bracht klaarheid in de zaak. Alle lokale adviesraden zich moeten conformeren aan de éénderderegel, behalve wanneer hun &#039;eigen&#039; decreet een afwijkende regeling vermeldt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zie ook artikel [[Verhouding man/vrouw in het publiek debat]] &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Adviesraden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_Man/vrouw&amp;diff=2260</id>
		<title>Verhouding Man/vrouw</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_Man/vrouw&amp;diff=2260"/>
		<updated>2011-12-06T11:12:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie ook artikel [[Verhouding man/vrouw in het publiek debat]]&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
== Verhouding man/vrouw in gemeentelijke adviesraden  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Artikel 200 van het gemeentedecreet regelt de samenstelling van de gemeentelijke adviesraden. In paragraaf twee wordt expliciet gewezen op de verplichting om minimaal één derde van de leden mannen of vrouwen in de adviesraad op te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;§2. Ten hoogste twee derde van de leden van de hier bedoelde raden en overlegstructuren is van hetzelfde geslacht. Zoniet kan niet op rechtsgeldige wijze advies worden uitgebracht.&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het verleden bestond er heel wat verwarring over de toepassing van deze paragraaf. Voor de invoering van het gemeentedecreet (1 januari 2007) gold de één derde regel alleen voor gemeentelijke adviesraden die geen eigen decreet hadden. Lokale adviesraden zoals de Gecoro&#039;s konden dus gerust uitsluitend uit mannen of vrouwen bestaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een [http://209.85.229.132/search?q=cache:W4u_uWRcJzIJ:www.binnenland.vlaanderen.be/regelgeving/omzendbrieven/Art.%2520200%2520GD%2520-%2520omzendbrief%2520man-vrouw%2520verhouding.doc+bb+2007/03&amp;amp;cd=1&amp;amp;hl=nl&amp;amp;ct=clnk&amp;amp;gl=be omzendbrief (BB 2007/03)] bracht klaarheid in de zaak. Alle lokale adviesraden zich moeten conformeren aan de éénderderegel, behalve wanneer hun &#039;eigen&#039; decreet een afwijkende regeling vermeldt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Adviesraden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2259</id>
		<title>Verhouding man/vrouw in het publiek debat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2259"/>
		<updated>2011-12-06T11:08:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zie ook artikel [[Verhouding Man/vrouw|Adviesraden: verhouding man/vrouw]] &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel, 2010). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Verhouding man/vrouw  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Invloed van de discussiesetting  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de [[Verhouding Man/vrouw|lokale adviesraden]]. &amp;lt;br&amp;gt;Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie [[Inspirerend faciliteren van participatie|faciliteren van participatie]]) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Diversiteit]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2258</id>
		<title>Verhouding man/vrouw in het publiek debat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2258"/>
		<updated>2011-12-06T11:07:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zie ook artikel [[Adviesraden: verhouding man/vrouw]] &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel, 2010). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Verhouding man/vrouw  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Invloed van de discussiesetting  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de [[Verhouding Man/vrouw|lokale adviesraden]]. &amp;lt;br&amp;gt;Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie [[Inspirerend_faciliteren_van_participatie|faciliteren van participatie]]) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Diversiteit]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2257</id>
		<title>Verhouding man/vrouw in het publiek debat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Verhouding_man/vrouw_in_het_publiek_debat&amp;diff=2257"/>
		<updated>2011-12-06T11:05:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: &amp;lt;blockquote&amp;gt; Zie ook artikel Adviesraden: verhouding man/vrouw &amp;lt;/blockquote&amp;gt; = Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =  Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. ...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie ook artikel [[Adviesraden: verhouding man/vrouw]]&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
= Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel, 2010). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Verhouding man/vrouw =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Invloed van de discussiesetting  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de [[lokale adviesraden]]. &amp;lt;br&amp;gt;Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie [[Participatie faciliteren]]) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Caluwaerts, D. &amp;amp;amp; S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Diversiteit]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2256</id>
		<title>Dag van de Dialoog</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2256"/>
		<updated>2011-12-06T10:53:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;[[Dialoogmethode|Praktijkvoorbeeld dialoogmethode]]&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Dagvandedialoog1.jpg|thumb|right]] In de nadagen van de aanslagen op 9/11 in de Verenigde Staten leefde er in Rotterdam een gevoel van groeiend onbegrip tussen de verschillende gemeenschappen. Daarom organiseerden een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een Dag van de Dialoog in de stad. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers van Rotterdam. Het bleef niet bij dat ene initiatief maar de Dag van de Dialoog werd een jaarlijks terugkerend en groeiend gebeuren. In 2010 bereikte de Dag van de Dialoog ongeveer 1900 deelnemers verspreid over 228 gesprekstafels (met 6 à 8 personen per tafel). Bovendien zijn ondertussen zo’n 89 lokale organisaties betrokken en leiden de organisatoren jaarlijks 150-200 Rotterdammers op tot Dialooggespreksleider. Het initiatief kent ook gevolg in andere steden en gemeenten. In 2011 nemen 70 andere plaatsen deel aan de Nationale Week van de Dialoog in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Uitwerking  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Dagvandedialoog2.jpg|thumb|right]] De organisatoren te Rotterdam proberen een zo groot mogelijke maatschappelijke diversiteit aan de tafels te brengen. Centraal staat de eigen rol en ervaring van de burgers, de dialoog is immers geen debat. Het organiserend platform beschrijft (zie eindverslag 2010) dat het zelf komt met één centraal actueel thema binnen de stad. Daarbij hoort dan een gespreksformule van vier vragenrondes. De vragen zijn geformuleerd met de bedoeling dat ze uitnodigen tot het vertellen over persoonlijke ervaringen, overtuigingen, ideeën, inspiratiebronnen, wensen, dromen en actiepunten. Deze vragen hebben een specifieke inhoud en volgorde om de aanwezige positieve krachten van deelnemers aan te boren.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij vraag 1 stellen deelnemers zich voor en worden gestimuleerd om aan de hand van het thema of een subthema iets over zichzelf te vertellen (&#039;&#039;kennismaking&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 2 delen de deelnemers hun persoonlijke ervaring met het thema of een subthema met elkaar (&#039;&#039;ervaring&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 3 mogen de deelnemers vrijuit wensen/dromen uiten over ideale omstandigheden m.b.t. het thema of subthema (&#039;&#039;dromen&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 4 vertellen de deelnemers wat ze zelf kunnen doen om hun wens/droom dichterbij te halen (&#039;&#039;doen&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; De Dag van de Dialoog in Rotterdam heeft ook een ruimtelijke benadering. Enerzijds worden de tafels met de dialooggesprekken opgesteld op verschillende locaties in Rotterdam. Waarbij er wordt gestreefd naar een goede dekking van tafels in de zogenaamde Rotterdamse ‘focusgebieden’, alwaar de sociale index van Rotterdam laag is. Daarnaast komen ook minder traditionele locaties in aanmerking voor de dialoogtafels zoals bijvoorbeeld de gevangenis, een tram, de luchthaven, een supermarkt en het internet. &amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; In Rotterdam worden gemeenteraadsleden door het platform expliciet opgeroepen om mee aan tafel te schuiven. Op die manier hoopt men de lokale politiek warm te maken om zich te bekwamen in actief luisteren, om de blik te verruimen en om in contact te komen met andere meningen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cannoot, V. (2010) Dossier 4. Dialoog. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 31-39 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stichting In Dialoog (2010) [http://www.dagvandedialoog.nl/mediatheek/files/eindevaluatie_dag_van_de_dialoog_rotterdam_2010.pdf Eindverslag. Dag van de Dialoog Rotterdam 2010]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website Stichting In Dialoog: [http://www.nederlandindialoog.nl/ www.nederlandindialoog.nl] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Dagvandedialoog2.jpg&amp;diff=2255</id>
		<title>Bestand:Dagvandedialoog2.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Dagvandedialoog2.jpg&amp;diff=2255"/>
		<updated>2011-12-06T10:48:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Beeldmateriaal van Dag van de Dialoog. Bron: http://nederlandindialoog.nl&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Beeldmateriaal van Dag van de Dialoog. Bron: http://nederlandindialoog.nl&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Dagvandedialoog1.jpg&amp;diff=2254</id>
		<title>Bestand:Dagvandedialoog1.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Dagvandedialoog1.jpg&amp;diff=2254"/>
		<updated>2011-12-06T10:46:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Beeldmateriaal van Dag van de Dialoog. Bron: http://nederlandindialoog.nl&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Beeldmateriaal van Dag van de Dialoog. Bron: http://nederlandindialoog.nl&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2253</id>
		<title>Dag van de Dialoog</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2253"/>
		<updated>2011-12-06T10:35:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;[[Dialoogmethode|Praktijkvoorbeeld dialoogmethode]]&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de nadagen van de aanslagen op 9/11 in de Verenigde Staten leefde er in Rotterdam een gevoel van groeiend onbegrip tussen de verschillende gemeenschappen. Daarom organiseerden een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een Dag van de Dialoog in de stad. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers van Rotterdam. Het bleef niet bij dat ene initiatief maar de Dag van de Dialoog werd een jaarlijks terugkerend en groeiend gebeuren. In 2010 bereikte de Dag van de Dialoog ongeveer 1900 deelnemers verspreid over 228 gesprekstafels (met 6 à 8 personen per tafel). Bovendien zijn ondertussen zo’n 89 lokale organisaties betrokken en leiden de organisatoren jaarlijks 150-200 Rotterdammers op tot Dialooggespreksleider. Het initiatief kent ook gevolg in andere steden en gemeenten. In 2011 nemen 70 andere plaatsen deel aan de Nationale Week van de Dialoog in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Uitwerking  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De organisatoren te Rotterdam proberen een zo groot mogelijke maatschappelijke diversiteit aan de tafels te brengen. Centraal staat de eigen rol en ervaring van de burgers, de dialoog is immers geen debat. Het organiserend platform beschrijft (zie eindverslag 2010) dat het zelf komt met één centraal actueel thema binnen de stad. Daarbij hoort dan een gespreksformule van vier vragenrondes. De vragen zijn geformuleerd met de bedoeling dat ze uitnodigen tot het vertellen over persoonlijke ervaringen, overtuigingen, ideeën, inspiratiebronnen, wensen, dromen en actiepunten. Deze vragen hebben een specifieke inhoud en volgorde om de aanwezige positieve krachten van deelnemers aan te boren.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij vraag 1 stellen deelnemers zich voor en worden gestimuleerd om aan de hand van het thema of een subthema iets over zichzelf te vertellen (&#039;&#039;kennismaking&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 2 delen de deelnemers hun persoonlijke ervaring met het thema of een subthema met elkaar (&#039;&#039;ervaring&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 3 mogen de deelnemers vrijuit wensen/dromen uiten over ideale omstandigheden m.b.t. het thema of subthema (&#039;&#039;dromen&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 4 vertellen de deelnemers wat ze zelf kunnen doen om hun wens/droom dichterbij te halen (&#039;&#039;doen&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; De Dag van de Dialoog in Rotterdam heeft ook een ruimtelijke benadering. Enerzijds worden de tafels met de dialooggesprekken opgesteld op verschillende locaties in Rotterdam. Waarbij er wordt gestreefd naar een goede dekking van tafels in de zogenaamde Rotterdamse ‘focusgebieden’, alwaar de sociale index van Rotterdam laag is. Daarnaast komen ook minder traditionele locaties in aanmerking voor de dialoogtafels zoals bijvoorbeeld de gevangenis, een tram, de luchthaven, een supermarkt en het internet. &amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; In Rotterdam worden gemeenteraadsleden door het platform expliciet opgeroepen om mee aan tafel te schuiven. Op die manier hoopt men de lokale politiek warm te maken om zich te bekwamen in actief luisteren, om de blik te verruimen en om in contact te komen met andere meningen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cannoot, V. (2010) Dossier 4. Dialoog. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 31-39 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stichting In Dialoog (2010) [http://www.dagvandedialoog.nl/mediatheek/files/eindevaluatie_dag_van_de_dialoog_rotterdam_2010.pdf Eindverslag. Dag van de Dialoog Rotterdam 2010]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website Stichting In Dialoog: [http://www.nederlandindialoog.nl/ www.nederlandindialoog.nl] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2252</id>
		<title>Dag van de Dialoog</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2252"/>
		<updated>2011-12-06T10:34:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;[[Praktijkvoorbeeld dialoogmethode|Dialoogmethode]]&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de nadagen van de aanslagen op 9/11 in de Verenigde Staten leefde er in Rotterdam een gevoel van groeiend onbegrip tussen de verschillende gemeenschappen. Daarom organiseerden een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een Dag van de Dialoog in de stad. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers van Rotterdam. Het bleef niet bij dat ene initiatief maar de Dag van de Dialoog werd een jaarlijks terugkerend en groeiend gebeuren. In 2010 bereikte de Dag van de Dialoog ongeveer 1900 deelnemers verspreid over 228 gesprekstafels (met 6 à 8 personen per tafel). Bovendien zijn ondertussen zo’n 89 lokale organisaties betrokken en leiden de organisatoren jaarlijks 150-200 Rotterdammers op tot Dialooggespreksleider. Het initiatief kent ook gevolg in andere steden en gemeenten. In 2011 nemen 70 andere plaatsen deel aan de Nationale Week van de Dialoog in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Uitwerking  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De organisatoren te Rotterdam proberen een zo groot mogelijke maatschappelijke diversiteit aan de tafels te brengen. Centraal staat de eigen rol en ervaring van de burgers, de dialoog is immers geen debat. Het organiserend platform beschrijft (zie eindverslag 2010) dat het zelf komt met één centraal actueel thema binnen de stad. Daarbij hoort dan een gespreksformule van vier vragenrondes. De vragen zijn geformuleerd met de bedoeling dat ze uitnodigen tot het vertellen over persoonlijke ervaringen, overtuigingen, ideeën, inspiratiebronnen, wensen, dromen en actiepunten. Deze vragen hebben een specifieke inhoud en volgorde om de aanwezige positieve krachten van deelnemers aan te boren.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij vraag 1 stellen deelnemers zich voor en worden gestimuleerd om aan de hand van het thema of een subthema iets over zichzelf te vertellen (&#039;&#039;kennismaking&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 2 delen de deelnemers hun persoonlijke ervaring met het thema of een subthema met elkaar (&#039;&#039;ervaring&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 3 mogen de deelnemers vrijuit wensen/dromen uiten over ideale omstandigheden m.b.t. het thema of subthema (&#039;&#039;dromen&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 4 vertellen de deelnemers wat ze zelf kunnen doen om hun wens/droom dichterbij te halen (&#039;&#039;doen&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; De Dag van de Dialoog in Rotterdam heeft ook een ruimtelijke benadering. Enerzijds worden de tafels met de dialooggesprekken opgesteld op verschillende locaties in Rotterdam. Waarbij er wordt gestreefd naar een goede dekking van tafels in de zogenaamde Rotterdamse ‘focusgebieden’, alwaar de sociale index van Rotterdam laag is. Daarnaast komen ook minder traditionele locaties in aanmerking voor de dialoogtafels zoals bijvoorbeeld de gevangenis, een tram, de luchthaven, een supermarkt en het internet. &amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; In Rotterdam worden gemeenteraadsleden door het platform expliciet opgeroepen om mee aan tafel te schuiven. Op die manier hoopt men de lokale politiek warm te maken om zich te bekwamen in actief luisteren, om de blik te verruimen en om in contact te komen met andere meningen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cannoot, V. (2010) Dossier 4. Dialoog. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 31-39 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stichting In Dialoog (2010) [http://www.dagvandedialoog.nl/mediatheek/files/eindevaluatie_dag_van_de_dialoog_rotterdam_2010.pdf Eindverslag. Dag van de Dialoog Rotterdam 2010]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website Stichting In Dialoog: [http://www.nederlandindialoog.nl/ www.nederlandindialoog.nl] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2251</id>
		<title>Dag van de Dialoog</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dag_van_de_Dialoog&amp;diff=2251"/>
		<updated>2011-12-06T10:34:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Sinds 2002 organiseren een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een Dag van de Dialoog in Rotterdam. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers.&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;[[Praktijkvoorbeeld dialoogmethode]]&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de nadagen van de aanslagen op 9/11 in de Verenigde Staten leefde er in Rotterdam een gevoel van groeiend onbegrip tussen de verschillende gemeenschappen. Daarom organiseerden een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een Dag van de Dialoog in de stad. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers van Rotterdam. Het bleef niet bij dat ene initiatief maar de Dag van de Dialoog werd een jaarlijks terugkerend en groeiend gebeuren. In 2010 bereikte de Dag van de Dialoog ongeveer 1900 deelnemers verspreid over 228 gesprekstafels (met 6 à 8 personen per tafel). Bovendien zijn ondertussen zo’n 89 lokale organisaties betrokken en leiden de organisatoren jaarlijks 150-200 Rotterdammers op tot Dialooggespreksleider. Het initiatief kent ook gevolg in andere steden en gemeenten. In 2011 nemen 70 andere plaatsen deel aan de Nationale Week van de Dialoog in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Uitwerking  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De organisatoren te Rotterdam proberen een zo groot mogelijke maatschappelijke diversiteit aan de tafels te brengen. Centraal staat de eigen rol en ervaring van de burgers, de dialoog is immers geen debat. Het organiserend platform beschrijft (zie eindverslag 2010) dat het zelf komt met één centraal actueel thema binnen de stad. Daarbij hoort dan een gespreksformule van vier vragenrondes. De vragen zijn geformuleerd met de bedoeling dat ze uitnodigen tot het vertellen over persoonlijke ervaringen, overtuigingen, ideeën, inspiratiebronnen, wensen, dromen en actiepunten. Deze vragen hebben een specifieke inhoud en volgorde om de aanwezige positieve krachten van deelnemers aan te boren.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij vraag 1 stellen deelnemers zich voor en worden gestimuleerd om aan de hand van het thema of een subthema iets over zichzelf te vertellen (&#039;&#039;kennismaking&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 2 delen de deelnemers hun persoonlijke ervaring met het thema of een subthema met elkaar (&#039;&#039;ervaring&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 3 mogen de deelnemers vrijuit wensen/dromen uiten over ideale omstandigheden m.b.t. het thema of subthema (&#039;&#039;dromen&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
*Bij vraag 4 vertellen de deelnemers wat ze zelf kunnen doen om hun wens/droom dichterbij te halen (&#039;&#039;doen&#039;&#039;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; De Dag van de Dialoog in Rotterdam heeft ook een ruimtelijke benadering. Enerzijds worden de tafels met de dialooggesprekken opgesteld op verschillende locaties in Rotterdam. Waarbij er wordt gestreefd naar een goede dekking van tafels in de zogenaamde Rotterdamse ‘focusgebieden’, alwaar de sociale index van Rotterdam laag is. Daarnaast komen ook minder traditionele locaties in aanmerking voor de dialoogtafels zoals bijvoorbeeld de gevangenis, een tram, de luchthaven, een supermarkt en het internet. &amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; In Rotterdam worden gemeenteraadsleden door het platform expliciet opgeroepen om mee aan tafel te schuiven. Op die manier hoopt men de lokale politiek warm te maken om zich te bekwamen in actief luisteren, om de blik te verruimen en om in contact te komen met andere meningen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Meer informatie en referenties  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cannoot, V. (2010) Dossier 4. Dialoog. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 31-39 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stichting In Dialoog (2010) [http://www.dagvandedialoog.nl/mediatheek/files/eindevaluatie_dag_van_de_dialoog_rotterdam_2010.pdf Eindverslag. Dag van de Dialoog Rotterdam 2010]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Website Stichting In Dialoog: [http://www.nederlandindialoog.nl/ www.nederlandindialoog.nl]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialoogmethode&amp;diff=2250</id>
		<title>Dialoogmethode</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialoogmethode&amp;diff=2250"/>
		<updated>2011-12-06T10:24:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Tekst overgenomen uit: Loyens, K. &amp;amp;amp; Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op de [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ website van het Instituut voor de overheid] (geraadpleegd op 1/4/2011). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== [[Participatiemethoden - overzicht|Participatieniveau]] = adviseren + cocreëren  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Omschrijving  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoogmethode is uitermate geschikt om de beleidsparticipatie van personen met minder behartigde belangen te stimuleren. Men gaat ervan uit dat niemand beter weet wat de noden en behoeften zijn van deze doelgroep dan de doelgroep zelf en daarom vertrekt men vanuit hun ervaringsdeskundigheid. Bij voorkeur brengt men die in kaart via talloze bijeenkomsten met informele gesprekken georganiseerd door Samenlevingsopbouw Vlaanderen of het Vlaams Netwerk van verengingen waar armen het woord nemen . Belangrijk is dat deze eerste fase enkel voorbehouden is voor de doelgroep die men wil bevragen (MBB’s of andere ervaringsdeskundigen). Als de belangrijkste structurele knelpunten bekend zijn, kunnen in de verenigingen experts worden uitgenodigd om de oorzaken van deze specifieke problemen verder toe te lichten. Op basis van de ervaringen van de doelgroep en de expertise van deskundigen wordt een rapport opgesteld met een gedetailleerde beschrijving van het probleem en beleidsaanbevelingen. Indien het een grootschalig participatieproject betreft (bv. regionaal of federaal) kan de informatie die verenigingen verzameld hebben, gebundeld worden tot een rapport dat men vervolgens overhandigt aan beleidsmakers. Op basis van vroegere participatie-initiatieven beschikken het Vlaams Netwerk en Samenlevingsopbouw Vlaanderen momenteel reeds over veel expertise die grotendeels gebaseerd is op de ervaringsdeskundigheid van de doelgroep zelf. Beleidsmakers kunnen dus een beroep doen op deze organisaties wanneer ze op basis van de ervaringsdeskundigheid van MBB’s een duurzaam beleid wensen te voeren . Bovenstaand proces kan enerzijds ontstaan vanuit de doelgroep zelf of vanuit hun vereniging, maar kan anderzijds ook geïnitieerd worden door beleidsmakers. Wanneer er sprake is van ’bottom up’ participatie laat men de keuze van de thema’s ook best over aan de mensen zelf. Enkel dan is de doelgroep overtuigd van het belang ervan en vindt men het de moeite waard om er gedurende een lange periode over te communiceren. Wel houden initiatiefnemers best op voorhand al rekening met de haalbaarheid en het politieke draagvlak rond bepaalde thema’s. Dit om te vermijden dat het langdurige participatieproces uiteindelijk geen enkele weerslag vindt in het beleid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Sterke punten  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Men kan groepen bereiken die gewoonlijk niet deelnemen aan participatieprojecten. Dit is belangrijk omdat MBB’s door hun specifieke ervaringsdeskundigheid essentiële partners zouden moeten zijn in het beleid rond diverse thema’s (bv. duurzame ontwikkeling, welzijn, onderwijs, enz.). De dialoogmethode geeft hen de kans om op te treden als volwaardige gesprekspartner. &lt;br /&gt;
*Het is een laagdrempelige participatiemethode. &lt;br /&gt;
*De kracht van de dialoogmethode is het feit dat via de ervaringen van individuele personen een gedeelde mening wordt gevormd betreffende het probleem en de mogelijke oplossingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Zwakke punten  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Deze methode neemt er veel tijd in beslag, omdat men tijdens het hele proces het (meestal trage) ritme van de deelnemers moet blijven respecteren. &lt;br /&gt;
*Het kan voor beleidsmakers frustrerend zijn om lang te moeten wachten op de resultaten van een dialoogproces met de doelgroep.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tips bij gebruik  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Houd er rekening mee dat de dialoogmethode veel tijd in beslag neemt. MBB’s hebben meestal een jaar nodig om een specifieke problematiek volledig uit te diepen en aanbevelingen te formuleren. &lt;br /&gt;
*Het is belangrijk om aan de deelnemers voldoende respect te tonen. Beleidsparticipatie komt voor hen meestal erg bedreigend over. Geef hen dan ook het gevoel dat hun inbreng van essentieel belang is. &lt;br /&gt;
*Het is noodzakelijk om professionele of vrijwillige begeleiders in te zetten bij de dialoog. Zij beschikken best over de nodige vaardigheden en hebben de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter hebben ze zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer &#039;[[Inspirerend faciliteren van participatie|Inspirerend faciliteren van participatie]]&#039;. &lt;br /&gt;
*Bij voorkeur worden de samenkomsten steeds op dezelfde plaats georganiseerd en op een locatie die voor de deelnemers vertrouwd is. &lt;br /&gt;
*Probeer de deelnemersgroep zo samen te stellen dat er een grote diversiteit aan ervaringen en kennis ontstaat. &lt;br /&gt;
*Het is belangrijk om de deelnemers bij elke beslissing te betrekken en hen op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen in het dialoogproces. &lt;br /&gt;
*Zorg ervoor dat je taalgebruik naar de doelgroep voldoende toegankelijk is. &lt;br /&gt;
*Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer [[Participatiemethoden - generieke aandachtspunten|generieke aandachtspunten]] die voor de meeste participatiemethoden gelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Bereik  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoogmethode is geschikt om beleidsparticipatie van MBB’s en andere groepen met een specifieke ervaringsdeskundigheid mogelijk te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Kostprijs  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doordat deze participatiemethode erg intensief is en veel tijd in beslag neemt, kan De kostprijs hoog oplopen. Daarom is het belangrijk om samen te werken met bestaande structuren zoals Samenlevingsopbouw Vlaanderen en het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. Zij beschikken immers over de nodige expertise en ervaring inzake participatie van MBB&#039;s. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vergelijking tussen dialoog en debat  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| width=&amp;quot;600&amp;quot; style=&amp;quot;border: 2px solid lightgray;&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot; summary=&amp;quot;Wat is het verschil tussen dialoog en debat?&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+ &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &amp;lt;big&amp;gt;&amp;lt;big&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Dialoog&#039;&#039;&#039; &amp;lt;/big&amp;gt; &amp;lt;/big&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*ontmoeting &lt;br /&gt;
*uitwisseling van ervaring &lt;br /&gt;
*wil om elkaar te leren kennen &lt;br /&gt;
*zich kwetsbaar opstellen &lt;br /&gt;
*aandachtig luisteren &lt;br /&gt;
*houding “ja, en…”&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;center&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Ieders standpunt onderzoeken&#039;&#039;&#039;&amp;lt;/center&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
{| width=&amp;quot;300&amp;quot; border=&amp;quot;0&amp;quot; align=&amp;quot;center&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| = luisteren naar… &amp;lt;br&amp;gt;= samenvatten van… &amp;lt;br&amp;gt;= doorvragen op… &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;de ervaring van&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;de ander&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
| &amp;lt;big&amp;gt;&amp;lt;big&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Debat&#039;&#039;&#039; &amp;lt;/big&amp;gt; &amp;lt;/big&amp;gt; &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*strijd met argumenten &lt;br /&gt;
*onpersoonlijk &lt;br /&gt;
*wil tot overtuigen &lt;br /&gt;
*streven naar overwinning &lt;br /&gt;
*selectief luisteren &lt;br /&gt;
*houding “ja, maar…”&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;center&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Jouw standpunt overbrengen&#039;&#039;&#039;&amp;lt;/center&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
{| width=&amp;quot;300&amp;quot; border=&amp;quot;0&amp;quot; align=&amp;quot;center&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| = overtuigen van… &amp;lt;br&amp;gt; = beoordelen van… &amp;lt;br&amp;gt; = gelijk willen van… &lt;br /&gt;
| &#039;&#039;&#039;de ander&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; Tabel: Cannoot, V. (2010) Dossier 4. Dialoog. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 31-39 &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Praktijkvoorbeeld  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2002 organiseren een aantal maatschappelijke en levensbeschouwelijke verenigingen een [[Dag van de Dialoog]] in Rotterdam. Met als doel de dialoog op te bouwen tussen de verschillende burgers van de stad. Het bleef niet bij dat ene initiatief, de Dag van de Dialoog werd een jaarlijks terugkerend en groeiend gebeuren. Het initiatief kent ook gevolg in andere steden en gemeenten. In 2011 nemen 70 andere plaatsen deel aan de Nationale Week van de Dialoog in Nederland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Methoden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Digitaal_meldpunt&amp;diff=2249</id>
		<title>Digitaal meldpunt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Digitaal_meldpunt&amp;diff=2249"/>
		<updated>2011-12-06T09:38:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Nieuwe pagina: = Inleiding  =  Enderzijds staat sinds de lokale verkiezingen van 2006 administratieve vereenvoudiging op de agenda’s van steden en gemeenten. Daarenboven leidt de opkomst van [[E-d...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Inleiding  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enderzijds staat sinds de lokale verkiezingen van 2006 administratieve vereenvoudiging op de agenda’s van steden en gemeenten. Daarenboven leidt de opkomst van [[E-democratie|e-democracy en e-government]] tot een verdere digitalisering van de lokale besturen en hun contacten met de burger. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén van de voorbeelden waarbij deze evolutie tot uiting komt is de opkomst van e-loketten en digitale meldpunten op de officiële websites van de lokale overheden. Hoewel zij een positieve bijdrage kunnen leveren in relatie tot de toegankelijkheid en transparantie van de publieke overheden voor het brede publiek, houden zij ook een uitsluitingrisico in voor mensen in de armoede. Voor deze laatste groep is e-inspraak duur, onbereikbaar en niet afgestemd op hun noden. Omwille van deze digitale kloof kan het opportuun zijn om de lokale dienstverlening ook niet-elektronisch beschikbaar te houden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Praktijkvoorbeeld: Bonheiden  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Bonheiden meldpunt.JPG|thumb|right|Het digitaal meldpunt op de gemeentelijke website]]De gemeente Bonheiden heeft sinds 2008 een digitaal meldpunt op haar website. Het gaat om een pilootproject dat mede werd uitgewerkt door Memori, de onderzoeks- en consultinggroep van de Katholieke Hogeschool Mechelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Terwijl vroeger een standaard webformulier een automatische e-mailbericht verzond naar de gemeentelijke administratie waar deze dan manueel werd verwerkt, gaat men voortaan volledig online tewerk. Alle melding worden in een webdatabase bijgehouden, waaruit een automatisch overzicht en statistieken kunnen worden gehaald. De indiener kan op een stratenplan precies aanduiden waar het probleem zich afspeelt en kan eventueel foto’s toevoegen. Bovendien zijn alle meldingen openbaar, tenzij de indiener uitdrukkelijk vraagt dit niet te doen. Hierdoor kunnen ook derden de behandeling en uitvoering van de melding opvolgen en worden dubbele meldingen vermeden. Daarnaast wordt bij elke melding een status update en contactpersoon meegegeven. Er is ook een mogelijkheid voor indieners om informatie achteraf bij te voegen op die manier wordt de afhandeling een interactief proces. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties en meer informatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Patyn, C. (2010) De digitale kloof moet dringend aangepakt. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 21-22 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Der Plas, L. (2010) Meldpunt Bonheiden: een stap vooruit voor inwoners en gemeentediensten. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp 16-18 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) Dossier 4. Eenvoudige steden en gemeenten. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 29-34. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer informatie over het digitale meldpunt te Bonheiden: [http://www.bonheiden.be/Meldkaart/101580/default.aspx?_vs=0_N http://www.bonheiden.be/Meldkaart/101580/default.aspx?_vs=0_N]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Beleidsparticipatie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Overheidscommunicatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Bonheiden_meldpunt.JPG&amp;diff=2248</id>
		<title>Bestand:Bonheiden meldpunt.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Bonheiden_meldpunt.JPG&amp;diff=2248"/>
		<updated>2011-12-06T09:33:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: Printscreen van digitaal meldpunt te Bonheiden&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Printscreen van digitaal meldpunt te Bonheiden&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Agenda_22&amp;diff=2247</id>
		<title>Agenda 22</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Agenda_22&amp;diff=2247"/>
		<updated>2011-12-06T09:21:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sander Dwb: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Achtergrond  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agenda 22 is de praktische hertaling van 22 standaardregels van de [http://nl.wikipedia.org/wiki/Verenigde_Naties Verenigde Naties] voor gelijke kansen voor mensen met een handicap. Deze beschrijven op welke terreinen de maatschappij maatregelen moet nemen maar hebben geen wettelijk bindend karakter. Wel zetten ze de politieke en morele bakens uit voor de VN-lidstaten. Hoewel in de eerste plaats bedoeld voor nationale overheden kan Agenda 22 ook op lokaal vlak een hulpmiddel zijn voor maken van inclusief beleid. De methode stimuleert een participatieve aanpak waarbij de samenwerking tussen lokale besturen en belangenorganisaties van mensen met een beperking centraal staat. Eerst in Zweden, nadien in Nederland maar ook in Vlaanderen gingen lokale besturen al aan de slag met Agenda 22. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Methode  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agenda 22 helpt de gemeenten en steden om planmatig werk te maken van een inclusief lokaal beleid. De methode vertrekt vanuit een tweevoudige vorm van zelfevaluatie. Enerzijds bekijkt de lokale overheid haar huidig aanbod in relatie tot de 22 standaardregels, anderzijds analyseren de lokale belangenorganisaties de behoeftes en wensen binnen de samenleving. Op deze wijze kunnen de lokale besturen samen met de belangenorganisaties de kloof tussen vraag en aanbod opmeten. Vervolgens worden prioriteiten bepaald en de gemaakte aanbevelingen in een lokaal beleidsplan gegoten. &amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt; [[:Categorie:Adviesraden|Adviesraden]] van personen met een beperking kunnen de partners van lokale besturen zijn om door middel van Agenda 22 een inclusief lokaal beleid uit te bouwen. Enerzijds verkrijgt het beleid een zicht op de knelpunten binnen de gemeente, anderzijds bespaart het aanwenden van lokale kennis en advies van ervaringsdeskundigen mogelijks problemen en kosten achteraf.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Referenties en meer informatie  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer info over personen met een beperking en gemeentelijk beleid vind je op [http://www.besteburgemeester.be www.besteburgemeester.be], een website van VFG vzw, vereniging personen met een handicap. &amp;lt;br&amp;gt;Van Roy, W. (2009) Dossier 2. Agenda 22: Handicap en burgerschap. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 15* 22.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Beleidsparticipatie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Adviesraden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sander Dwb</name></author>
	</entry>
</feed>