<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Soetkin-DWB</id>
	<title>Participatiewiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Soetkin-DWB"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php/Speciaal:Bijdragen/Soetkin-DWB"/>
	<updated>2026-08-12T23:55:44Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.9</generator>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiefonds&amp;diff=1263</id>
		<title>Participatiefonds</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiefonds&amp;diff=1263"/>
		<updated>2009-12-24T09:11:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: ==== Doelstellingen ====  Het Participatiefonds is een federale kredietinstelling waarlangs men zelfstandig ondernemen wil bevorderen. &amp;lt;br&amp;gt;Via dit fonds worden leningen tegen interess...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Doelstellingen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Participatiefonds is een federale kredietinstelling waarlangs men zelfstandig ondernemen wil bevorderen. &amp;lt;br&amp;gt;Via dit fonds worden leningen tegen interessante voorwaarden aangeboden aan starters, zelfstandigen, vrije beroepen en KMO’s bij de start, uitbreiding of overdracht van hun zaak. Een belangrijke doelgroep van het fonds zijn werkzoekenden die een eigen zaak willen starten. &amp;lt;br&amp;gt;Een tweede doelstelling van het Participatiefonds bestaat er in zijn knowhow te delen met andere instellingen. Dit kan door hen administratieve, technische en financiële diensten te leveren al dan niet in samenwerking met andere organisaties. &amp;lt;br&amp;gt;Ten slotte overkoepelt het fonds het KeFik (het Kenniscentrum voor Financiering van KMO). Dit is een federaal overheidsorgaan dat sinds eind 2005 actief is. Het Participatiefonds ondersteunt de uitbouw van de kennis en informatie rond KMO-financiering, die in dit centrum gecentraliseerd wordt. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.fonds.org/eCache/DEF/133.html Participatiefonds (2009).]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1262</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1262"/>
		<updated>2009-12-22T10:15:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Vanuit welke gedachte is het belangrijk geworden rekening te houden met kansengroepen? Wie kan er zoal tot deze categorie behoren, welke stappen kunnen door het bestuur ondernomen worden en welke acties heeft de Vlaamse overheid reeds&amp;amp;nbsp;ondernomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Participatie van kansengroepen: de context  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de [http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen Vlaamse Vereniging van Studenten] voorgesteld. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn. &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Vlaamse Vereniging van Studenten (05.12.2009). Kansengroepen. Brussel: [http://www.vvs.ac/ Vlaamse Vereniging van Studenten].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1261</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1261"/>
		<updated>2009-12-22T10:14:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Vanuit welke gedachte is het belangrijk geworden rekening te houden met kansengroepen? Wie kan er zoal tot deze categorie behoren, welke stappen kunnen door het bestuur ondernomen worden en welke acties heeft de Vlaamse overheid reeds&amp;amp;nbsp;ondernomen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Participatie van kansengroepen: de context  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de [http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen Vlaamse Vereniging van Studenten] voorgesteld. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn. &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vlaamse Vereniging van Studenten (05.12.2009). Kansengroepen. Brussel: [http://www.vvs.ac/ Vlaamse Vereniging van Studenten].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1260</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1260"/>
		<updated>2009-12-22T10:12:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Participatie van kansengroepen: de context ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de [http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen Vlaamse Vereniging van Studenten] voorgesteld. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen? ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vlaamse Vereniging van Studenten (05.12.2009). Kansengroepen. Brussel: [http://www.vvs.ac/ Vlaamse Vereniging van Studenten].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1259</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1259"/>
		<updated>2009-12-22T10:11:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Participatie van kansengroepen: de context ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de [http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen Vlaamse Vereniging van Studenten] voorgesteld. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen? ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vlaamse Vereniging voor Studenten (05.12.2009). Kansengroepen. Brussel: [http://www.vvs.ac/ Vlaamse Vereniging voor Studenten].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1258</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1258"/>
		<updated>2009-12-22T10:09:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Participatie van kansengroepen: de context ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de [http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen Vlaamse Vereniging van Studenten] voorgesteld. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen? ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1257</id>
		<title>Participatie van kansengroepen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatie_van_kansengroepen&amp;diff=1257"/>
		<updated>2009-12-22T10:05:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: ==== Participatie van kansengroepen: de context ====  De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer a...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Participatie van kansengroepen: de context ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Kansengroepen: Wie? ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de Vlaamse Vereniging van Studenten voorgesteld. &amp;lt;br&amp;gt;Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.&amp;lt;br&amp;gt;Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen? ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het participatiedecreet.&amp;lt;br&amp;gt;Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1256</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1256"/>
		<updated>2009-12-22T09:36:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Wat zijn wijkbudgetten, hoe gaat het in zijn werk en wat maakt dat het systeem van wijkbudgetten slaagkans heeft? Dit alles wordt afgesloten met een voorbeeld&amp;amp;nbsp;van de stad&amp;amp;nbsp;Leuven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Model Hofman word.GIF]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Waarom wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Slaagfactoren en valkuilen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Het is belangrijk dat de input niet te eenzijdig verloopt. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid.&amp;amp;nbsp;Het is noodzakelijk zich te&amp;amp;nbsp;organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij.&amp;lt;br&amp;gt;Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Dit conflict bestaat er in dat wanneer een bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld uit Leuven: [http://www.leuven.be/leven/wonen/kom-op-voor-je-wijk/ “Kom op voor je wijk”]  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kom op voor je wijk is een initiatief van de stad Leuven waarbij bewoners de kans krijgen een project te bedenken en voor de uitwerking hiervan materiële en financiële steun van het stadsbestuur krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers], &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE brochure 2503.doc|De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden.]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1255</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1255"/>
		<updated>2009-12-22T09:35:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Wat zijn wijkbudgetten, hoe gaat het in zijn werk en wat maakt dat het systeem van wijkbudgetten slaagkans heeft? Dit alles wordt afgesloten met een voorbeeld&amp;amp;nbsp;van de stad&amp;amp;nbsp;Leuven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Model Hofman word.GIF]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Waarom wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Slaagfactoren en valkuilen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Het is belangrijk dat de input niet te eenzijdig verloopt. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid.&amp;amp;nbsp;Het is noodzakelijk zich te&amp;amp;nbsp;organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij.&amp;lt;br&amp;gt;Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Dit conflict bestaat er in dat wanneer een bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld uit Leuven: [http://www.leuven.be/leven/wonen/kom-op-voor-je-wijk/ “Kom op voor je wijk”]  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers], &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE brochure 2503.doc|De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden.]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1254</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1254"/>
		<updated>2009-12-22T09:32:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Model Hofman word.GIF]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Waarom wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Slaagfactoren en valkuilen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Het is belangrijk dat de input niet te eenzijdig verloopt. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid.&amp;amp;nbsp;Het is noodzakelijk zich te&amp;amp;nbsp;organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij.&amp;lt;br&amp;gt;Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Dit conflict bestaat er in dat wanneer een bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld uit Leuven: [http://www.leuven.be/leven/wonen/kom-op-voor-je-wijk/ “Kom op voor je wijk”]  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers], &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE_brochure_2503.doc|De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden.]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1253</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1253"/>
		<updated>2009-12-21T14:51:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Model_Hofman_word.GIF]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Waarom wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Slaagfactoren en valkuilen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Input niet te eenzijdig verlopen. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid. Hierdoor kan men zich beter organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij. Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven te beperken tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Namelijk, wanneer het bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld uit Leuven: “Kom op voor je wijk”  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers, http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden. www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE_brochure_2503.doc - .&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1252</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1252"/>
		<updated>2009-12-21T14:50:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Model_Hofman_word.GIF]]&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Waarom wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Slaagfactoren en valkuilen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Input niet te eenzijdig verlopen. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid. Hierdoor kan men zich beter organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij. Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven te beperken tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Namelijk, wanneer het bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld uit Leuven: “Kom op voor je wijk” &amp;lt;span id=&amp;quot;fck_dom_range_temp_1261406999910_698&amp;quot; /&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers, http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden. www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE_brochure_2503.doc - .&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Model_Hofman_word.GIF&amp;diff=1251</id>
		<title>Bestand:Model Hofman word.GIF</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Model_Hofman_word.GIF&amp;diff=1251"/>
		<updated>2009-12-21T14:48:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1250</id>
		<title>Wijkbudget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wijkbudget&amp;diff=1250"/>
		<updated>2009-12-21T14:44:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: ==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====  Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burger...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Wat zijn wijkbudgetten?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een som geld die wordt toegekend aan de inwoners van een straat of wijk. Het zijn middelen die door burgers worden beheerd op initiatief van burgers, en die kunnen worden ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving. Concreet wil dit zeggen dat men het budget gaat gebruiken voor de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. Mogelijk wordt het budget gebruikt voor de organisatie van een evenement zoals een buurtfeest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wettelijke basis  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Toepassing  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie bepaalt?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houd in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wie begint?  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Waarom wijkbudgetten? In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Slaagfactoren en valkuilen Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Input niet te eenzijdig verlopen. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid. Hierdoor kan men zich beter organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organisern, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij. Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven te beperken tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Namelijk, wanneer het bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld uit Leuven: “Kom op voor je wijk” Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Referenties Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hofman, J. (12.02.2008) Wijkbudgetten. Geld maakt een beetje gelukkig. Den Haag: In actie met Burgers, http://www.inactiemetburgers.nl/inhoud/wijkbudgetten-geld-maakt-een-beetje-gelukkig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Rynck, F., Dezeure, K., Verdick, B., De Bie, M., L’Enfant, R., Vandenabeele, J., Wiesbauer, N., Van Ouytsel, M. (2007). Brochure burgerparticipatie. Brussel: Kenniscentrum Vlaamse Steden. www.kenniscentrumvlaamsesteden.be/.../BURGERPARTICIPATIE_brochure_2503.doc - .&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1234</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1234"/>
		<updated>2009-12-10T10:07:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Acties en ondernemingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren tracht te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#“De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties ondernomen. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen de kans om aan vorming deel te nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1233</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1233"/>
		<updated>2009-12-10T10:06:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Acties en ondernemingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren tracht te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#“De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties ondernomen. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1232</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1232"/>
		<updated>2009-12-10T10:04:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Algemeen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren tracht te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#“De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1209</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1209"/>
		<updated>2009-11-23T09:42:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#“De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid. &lt;br /&gt;
#Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1208</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1208"/>
		<updated>2009-11-23T09:41:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&amp;lt;br&amp;gt;1. “De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&amp;lt;br&amp;gt;2. Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport.&amp;lt;br&amp;gt;3. Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid.&amp;lt;br&amp;gt;4. Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1207</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1207"/>
		<updated>2009-11-23T09:41:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&amp;lt;br&amp;gt;1. “De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&amp;lt;br&amp;gt;2. Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport.&amp;lt;br&amp;gt;3. Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid.&amp;lt;br&amp;gt;4. Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;- particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;- lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;- de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- de ontsluiting van goede praktijken; &lt;br /&gt;
#het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;- samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;- een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;- concrete projecten voor kansengroepen; &lt;br /&gt;
#het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, [http://www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/ www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1206</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1206"/>
		<updated>2009-11-23T09:18:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&amp;lt;br&amp;gt;1. “De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&amp;lt;br&amp;gt;2. Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport.&amp;lt;br&amp;gt;3. Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid.&amp;lt;br&amp;gt;4. Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten&amp;amp;nbsp;: &amp;lt;br&amp;gt;1. op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;a) particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;b) lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;c) de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;d) de ontsluiting van goede praktijken; &amp;lt;br&amp;gt;2. het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;a) samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;b) een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;c) concrete projecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;3. het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (23.11.2009). Participatiedecreet, 23.11.2009,&amp;amp;nbsp;www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/regelgeving/participatiedecreet/.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Demos (22.10.2009). Demos vzw en/in het participatiedecreet, 23.11.2009, [http://www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/ www.demos.be/het-participatiedecreet/d275mos-enin-het-participatiedecreet/].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1205</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1205"/>
		<updated>2009-11-23T09:12:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Uitgangspunten ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&amp;lt;br&amp;gt;1. “De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&amp;lt;br&amp;gt;2. Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport.&amp;lt;br&amp;gt;3. Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid.&amp;lt;br&amp;gt;4. Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten : &amp;lt;br&amp;gt;1. op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;a) particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;b) lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;c) de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;d) de ontsluiting van goede praktijken; &amp;lt;br&amp;gt;2. het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;a) samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;b) een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;c) concrete projecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;3. het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1204</id>
		<title>Participatiedecreet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatiedecreet&amp;diff=1204"/>
		<updated>2009-11-23T09:11:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: ==== Algemeen ====  &amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevorderin...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==== Algemeen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Op 9 januari 2008 keurde het Vlaams Parlement het participatiedecreet – voluit het “decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport” – goed. &amp;lt;br&amp;gt;Het decreet streeft naar de ondersteuning, verrijking en versterking van de participatie in het cultuur-, jeugd- en sportbeleid. Men wenst een meer divers publiek te kunnen bereiken, en dit via een meer divers aanbod.&amp;lt;br&amp;gt;Het participatiedecreet heeft een “flankerende” functie en regelt dus niet één specifieke sector en biedt geen gerichte en afgebakende vorm van ondersteuning. Het decreet is een speler die vanaf de kantlijn de tendens die zich afspeelt binnen de verschillende sectoren te versterken en verbeteren. Daarnaast wil het deze ontwikkelingen stimuleren door bijvoorbeeld nieuwe methodes en samenwerkingen mogelijk te maken. Dit houdt eveneens in dat het decreet naast de doelstellingen en inspanningen staat, dewelke reeds in de culturele, jeugdwerk en sport – sectoren, ondernomen werden. Het decreet slorpt deze initiatieven niet op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uitgangspunten&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:&amp;lt;br&amp;gt;1. “De participatie in zijn verschillende dimensies” wordt steeds als eerste en belangrijkste aandachtspunt gesteld.&amp;lt;br&amp;gt;2. Het participatiedecreet werkt aanvullend en ondersteunend voor de sectoraal georganiseerde decreten en beleidsvoering in de domeinen cultuur, jeugd en sport.&amp;lt;br&amp;gt;3. Het participatiedecreet werkt sectoroverschrijdend en zal zich niet beperken tot ofwel het cultuur-, ofwel het jeugd-, ofwel het sportbeleid.&amp;lt;br&amp;gt;4. Het participatiedecreet tracht ondersteuning te bieden aan de structurele inbedding van aandacht voor bepaalde kansengroepen. Daarnaast legt het enkele specifieke en sectoroverschrijdende participatie-instellingen vast en het creëert het een subsidiekader voor vernieuwing rond participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Acties en ondernemingen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Om een breder publiek de kans te geven deel te nemen aan culturele –of sport activiteiten en jeugdwerk worden verschillende acties gehanteerd. Dit kan onder andere gaan om de verankering van communicatie en sensibilisatie over cultuur, jeugdwerk en sport, de dynamisering van de culturele manifestaties, de ondersteuning van grote evenementen en de waardering van hobbyverenigingen.&amp;lt;br&amp;gt;Het decreet wil een volwaardige partner zijn voor kansengroepen. Voor deze groepen worden enkele specifieke acties opgestart. Er worden investeringen gedaan om via lokale netwerken van plaatselijke armoedeverenigingen, OCMW’s en de gemeentelijke diensten de participatie bij personen in armoede te stimuleren. Een participatie-instelling die het participatiebeleid voor kansengroepen mee aanwakkert wordt opgericht. Bepaalde kansengroepen krijgen de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen via praktijkgerichte, laagdrempelige educatie en krijgen ze de kans om aan vorming deel te nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gesubsidieerde initiatieven ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In het decreet worden enkele gesubsidieerde initiatieven vastgelegd. Cultuurnet Vlaanderen heeft als kernopdracht participatie te stimuleren en faciliteren via communicatie, marketing en informatiediensten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kennisdatabank. &amp;lt;br&amp;gt;De Stichting Lezen heeft tot doel leesbevordering en zet daarvoor campagnes en projecten op, maar stimuleert daarnaast ook onderzoek naar lezen en leescultuur. De vereniging treedt ook op als coördinator van projecten, als kennis –en informatiecentrum, als aanspreekpunt voor leesbevordering en als internationale partner. &amp;lt;br&amp;gt;De organisatie “Demos” heeft de volgende opdrachten : &amp;lt;br&amp;gt;1. op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan: &amp;lt;br&amp;gt;a) particuliere sociaal-artistieke, sociaal-sportieve en cultuurparticipatieprojecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;b) lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; &amp;lt;br&amp;gt;c) de opmaak van een “afsprakennota vrijetijdsparticipatie” voor de lokale netwerken armoede; &amp;lt;br&amp;gt;d) de ontsluiting van goede praktijken; &amp;lt;br&amp;gt;2. het tot stand brengen of mogelijk maken van: &amp;lt;br&amp;gt;a) samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; &amp;lt;br&amp;gt;b) een systeem van financiële tegemoetkomingen ter bevordering van de participatie van mensen in armoede; &amp;lt;br&amp;gt;c) concrete projecten voor kansengroepen; &amp;lt;br&amp;gt;3. het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sjabloon:Ref&amp;diff=1203</id>
		<title>Sjabloon:Ref</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sjabloon:Ref&amp;diff=1203"/>
		<updated>2009-11-17T08:54:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Deze vereniging tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1202</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1202"/>
		<updated>2009-11-12T11:16:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia. {{ref|Deze vereniging tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }}&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;Bij een participatief budget krijgen burgers inspraak in de begrotingsopmaak. Kenmerkend voor begrotingsinspraak is dat voor de burger zichtbaar gemaakt wordt waar de grote beleidskeuzes zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Oorsprong: Porto Alegre ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Door de traditie van cliëntilisme in Brazilië werd de opkomst van een burgermaatschappij geruime tijd onderdrukt. Met als doel stemmen te winnen gebruikten de machthebbers in een cliëntilistisch systeem hun toegang tot de hulpbronnen van de staat om persoonlijke gunsten aan potentiële kiezers te verlenen. Mede door de opkomst van wijkorganisaties evolueerde men echter naar meer open politieke stelsels. Hierin werd participatie belangrijker en trachtte men doelen te bereiken bijvoorbeeld ruimte te laten voor protest, in plaats van gesloten overleg. &amp;lt;br&amp;gt;Vanaf 1989 werd er in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, 1.3 miljoen inwoners, geëxperimenteerd met het zogenaamde participatief budgetbeleid. De overheid speelde een faciliterende rol opdat de plaatselijke gemeenschappen zich konden organiseren in wijk- en themavergaderingen. In deze vergaderingen kunnen stadsbewoners hun wensen ten aanzien van de publieke voorzieningen prioritariseren in 7 categorieën gaande van bestrating tot waterafvoer of scholenbouw. Een districtraad, die door deze vergadering wordt gekozen, verdeelt tenslotte het budget op grond daarvan over de wijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Fundamentele factoren&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Fundamentele factoren die in evenwicht moeten zijn voor het succes van een participatief budgetbeleid zijn: &amp;lt;br&amp;gt;- politieke ondersteuning van het proces en potentiële deelnemers moeten zich ook van deze steun bewust worden &amp;lt;br&amp;gt;- een hoog aantal verenigingen en vermogen tot zelforganisatie van sociale netwerken&amp;lt;br&amp;gt;- de samenhang en de structuur van de organisatie-elementen van het proces&amp;lt;br&amp;gt;- het administratieve en financiële kunnen van de autoriteiten om experimenten uit te voeren.&amp;lt;br&amp;gt;Vanuit Europese ervaring kan hieraan mogelijk nog een vijfde factor toegevoegd worden, deze van de “noodzaak”. In Latijns-Europese landen geldt vooral een politieke noodzaak. Deze landen kennen immers vaak een geschiedenis van ongelijke verdeling van elementaire middelen, zoals water en elektriciteit, maar ook van bewoonbare ruimte.Terwijl in Noord-Oost Europese landen vooral modernisering en de verbetering van het publieke apparaat een belangrijke motivatie blijken te zijn.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een interview van Terzake met Patrick Bodart haalt deze enkele voorbeelden aan met betrekking tot de situatie in Cotacachi. In dit stadje van 40000 inwoners wordt namelijk de bevolking betrokken bij de bespreking van het gehele investeringsbudget van de stad, dit gaat samen met een&amp;amp;nbsp;hoge mate van transparantie. Omdat ook zwakkere groepen een stem krijgen in het debat, brengt dit vaak een ommezwaai van prioriteiten met zich mee.&amp;lt;br&amp;gt;De praktische organisatie van de dialoog verloopt er als volgt: in een eerste fase op lokaal niveau door dorpsraden. Vervolgens worden in overkoepelende vergaderingen de respectievelijke aandachtspunten voor elk van de dorpen samengelegd. Op deze vergaderingen wordt de financiële kant van een voorstel bekeken. &amp;lt;br&amp;gt;Vraag is hoe de Zuid Amerikaanse modellen overgedragen kunnen worden naar een Belgische context. We kunnen het voorbeeld van Anderlecht bekijken, maar een vergelijking maken tussen de ervaringen in Cotacachi en deze in Anderlecht is moeilijk. In Anderlecht bevindt men zich immers nog in een zeer vroeg stadium, bovendien sloeg het project enkel op Kuregem en niet het hele grondgebied van de gemeente, wat mogelijk “jaloerse” reacties kan uitlokken. Daarnaast gaat het in Anderlecht ook enkel om het aspect “openbare ruimte” waarbij de bevolking betrokken wordt. &amp;lt;br&amp;gt;Omdat de budgettaire prioriteiten niet altijd een exacte weerspiegeling zijn van het politieke discours, wou men in de eerste plaats een inzicht verschaffen in de begroting. Dit door bijvoorbeeld de totale kostprijs van de heraanleg van een straat te vertalen naar de kostprijs per vierkante meter. Daarnaast is er de niet onbelangrijke stijging aan vertrouwen in de relatie tussen burger en bestuur, door een toegenomen transparantie. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Daelemans, B. (2008) “Inspraak in de begroting. Zuid-Amerika als inspiratie voor een nieuwe beleidscultuur in Europa?”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 11-14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abers, R. (1998) “Van cliëntilisme tot coöperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre” in: Politics and Society. Newbury: Sage, vol. 26, nr. 4, pp 511-537.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Allegretti, G. &amp;amp;amp; Herzberg, C. (2004) “Participatory budgets in Europe between efficiency and growing local democracy”. In: TNI Briefing series. Amsterdam: Transnational Institute, vol. 2004, nr. 5. p.17. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sjabloon:Ref&amp;diff=1201</id>
		<title>Sjabloon:Ref</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sjabloon:Ref&amp;diff=1201"/>
		<updated>2009-11-12T09:42:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1200</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1200"/>
		<updated>2009-11-12T08:55:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Variant op het model van Arnstein */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;[[Image:Ladder_Arnstein.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;border-bottom: 1px solid; border-left: 1px solid; border-collapse: collapse; border-top: 1px solid; border-right: 1px solid&amp;quot; class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Participatieniveau&lt;br /&gt;
! Democratievorm&lt;br /&gt;
! Rol van overheid&lt;br /&gt;
! Rol participant&lt;br /&gt;
! Voorbeelden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Informeren&lt;br /&gt;
| Representatieve democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, publiek wordt hiervan op de hoogte gehouden.&lt;br /&gt;
| Toehoorder&lt;br /&gt;
| Implementatie van EU-richtlijnen zoals mest-wetgevingen voor landbouwers.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Consulteren&lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek als partner bij beleidsvorming. Maar, resultaten uit het overleg worden niet als bindend voor het bestuur beschouwd.&lt;br /&gt;
| Geconsulteerde&lt;br /&gt;
| Een vraag naar kritiek op reeds voltooide plannen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Adviseren&lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar publiek krijgt gelegenheid om problemen en oplossingen aan te brengen. De politiek kan hiervan enkel beargumenteerd afwijken.&lt;br /&gt;
| Adviseur&lt;br /&gt;
| Tijdens een voorlichtingsavond kan gevraagd worden tussen drie mogelijkheden te kiezen en deze keuze voorzien van de nodige commentaar. Men zal de gekozen optie uitwerken, rekening houdende met de geleverde commentaar.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Coproduceren&lt;br /&gt;
| Interactieve- democratie&lt;br /&gt;
| Bestuur en betrokkenen komen samen een agenda overeen, men zoekt samen naar oplossingen. Het bestuur verbindt zich aan de hieruit voortgekomen reslutaten.&lt;br /&gt;
| Partner&lt;br /&gt;
| Een publiek-private samenwerking waarbij een private onderneming en de overheid samen een bedrijventerrein aanleggen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Zelfbeheer&lt;br /&gt;
| Directe- democratie&lt;br /&gt;
| Bestuur laat agenda- en beleidsvorming volledig over aan de betrokkenen en speelt hierin zelf slechts een adviserende rol.&lt;br /&gt;
| Beslisser&lt;br /&gt;
| Wijkbeheer&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1199</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1199"/>
		<updated>2009-11-12T08:53:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Variant op het model van Arnstein */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;[[Image:Ladder_Arnstein.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;border-bottom: 1px solid; border-left: 1px solid; border-collapse: collapse; border-top: 1px solid; border-right: 1px solid&amp;quot; class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Participatieniveau&lt;br /&gt;
! Democratievorm&lt;br /&gt;
! Rol van overheid&lt;br /&gt;
! Rol participant&lt;br /&gt;
! Voorbeelden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Informeren&lt;br /&gt;
| Representatieve democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, publiek wordt hiervan op de hoogte gehouden.&lt;br /&gt;
| Toehoorder&lt;br /&gt;
| Implementatie van EU-richtlijnen zoals mest-wetgevingen voor landbouwers.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Consulteren&lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek als partner bij beleidsvorming. Maar, resultaten uit het overleg worden niet als bindend voor het bestuur beschouwd.&lt;br /&gt;
| Geconsulteerde&lt;br /&gt;
| Een vraag naar kritiek op reeds voltooide plannen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Adviseren&lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie&lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek krijgt gelegenheid om problemen en opliossingen aan te brengen. De politiek kan hiervan enkel beargumenteerd afwijken.&lt;br /&gt;
| Adviseur&lt;br /&gt;
| Tijdens een voorlichtingsavond kan gevraagd worden tussen drie mogelijkheden te kiezen en deze keuze voorzien van de nodige commentaar. Men zal de gekozen optie uitwerken, rekening houdende met de geleverde commentaar.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Coproduceren&lt;br /&gt;
| Interactieve- democratie&lt;br /&gt;
| Bestuur en betrokkenen komen samen een agenda overeen, men zoekt samen naar oplossingen. Het bestuur verbindt zich aan de hieruit voortgekomen reslutaten.&lt;br /&gt;
| Partner&lt;br /&gt;
| Een publiek-private samenwerking waarbij een private onderneming en de overheid samen een bedrijventerrein aanleggen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Zelfbeheer&lt;br /&gt;
| Directe- democratie&lt;br /&gt;
| Bestuur laat agenda- en beleidsvorming volledig over aan de betrokkenen en speelt hierin zelf slechts een adviserende rol.&lt;br /&gt;
| Beslisser&lt;br /&gt;
| Wijkbeheer&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1198</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1198"/>
		<updated>2009-11-10T14:32:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.{{ref|Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }}&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;Bij een participatief budget krijgen burgers inspraak in de begrotingsopmaak. Kenmerkend voor begrotingsinspraak is dat voor de burger zichtbaar gemaakt wordt waar de grote beleidskeuzes zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Oorsprong: Porto Alegre ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Door de traditie van cliëntilisme in Brazilië werd de opkomst van een burgermaatschappij geruime tijd onderdrukt. Met als doel stemmen te winnen gebruikten de machthebbers in een cliëntilistisch systeem hun toegang tot de hulpbronnen van de staat om persoonlijke gunsten aan potentiële kiezers te verlenen. Mede door de opkomst van wijkorganisaties evolueerde men echter naar meer open politieke stelsels. Hierin werd participatie belangrijker en trachtte men doelen te bereiken bijvoorbeeld ruimte te laten voor protest, in plaats van gesloten overleg. &amp;lt;br&amp;gt;Vanaf 1989 werd er in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, 1.3 miljoen inwoners, geëxperimenteerd met het zogenaamde participatief budgetbeleid. De overheid speelde een faciliterende rol opdat de plaatselijke gemeenschappen zich konden organiseren in wijk- en themavergaderingen. In deze vergaderingen kunnen stadsbewoners hun wensen ten aanzien van de publieke voorzieningen prioritariseren in 7 categorieën gaande van bestrating tot waterafvoer of scholenbouw. Een districtraad, die door deze vergadering wordt gekozen, verdeelt tenslotte het budget op grond daarvan over de wijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Fundamentele factoren&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Fundamentele factoren die in evenwicht moeten zijn voor het succes van een participatief budgetbeleid zijn: &amp;lt;br&amp;gt;- politieke ondersteuning van het proces en potentiële deelnemers moeten zich ook van deze steun bewust worden &amp;lt;br&amp;gt;- een hoog aantal verenigingen en vermogen tot zelforganisatie van sociale netwerken&amp;lt;br&amp;gt;- de samenhang en de structuur van de organisatie-elementen van het proces&amp;lt;br&amp;gt;- het administratieve en financiële kunnen van de autoriteiten om experimenten uit te voeren.&amp;lt;br&amp;gt;Vanuit Europese ervaring kan hieraan mogelijk nog een vijfde factor toegevoegd worden, deze van de “noodzaak”. In Latijns-Europese landen geldt vooral een politieke noodzaak. Deze landen kennen immers vaak een geschiedenis van ongelijke verdeling van elementaire middelen, zoals water en elektriciteit, maar ook van bewoonbare ruimte.Terwijl in Noord-Oost Europese landen vooral modernisering en de verbetering van het publieke apparaat een belangrijke motivatie blijken te zijn.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een interview van Terzake met Patrick Bodart haalt deze enkele voorbeelden aan met betrekking tot de situatie in Cotacachi. In dit stadje van 40000 inwoners wordt namelijk de bevolking betrokken bij de bespreking van het gehele investeringsbudget van de stad, dit gaat samen met een&amp;amp;nbsp;hoge mate van transparantie. Omdat ook zwakkere groepen een stem krijgen in het debat, brengt dit vaak een ommezwaai van prioriteiten met zich mee.&amp;lt;br&amp;gt;De praktische organisatie van de dialoog verloopt er als volgt: in een eerste fase op lokaal niveau door dorpsraden. Vervolgens worden in overkoepelende vergaderingen de respectievelijke aandachtspunten voor elk van de dorpen samengelegd. Op deze vergaderingen wordt de financiële kant van een voorstel bekeken. &amp;lt;br&amp;gt;Vraag is hoe de Zuid Amerikaanse modellen overgedragen kunnen worden naar een Belgische context. We kunnen het voorbeeld van Anderlecht bekijken, maar een vergelijking maken tussen de ervaringen in Cotacachi en deze in Anderlecht is moeilijk. In Anderlecht bevindt men zich immers nog in een zeer vroeg stadium, bovendien sloeg het project enkel op Kuregem en niet het hele grondgebied van de gemeente, wat mogelijk “jaloerse” reacties kan uitlokken. Daarnaast gaat het in Anderlecht ook enkel om het aspect “openbare ruimte” waarbij de bevolking betrokken wordt. &amp;lt;br&amp;gt;Omdat de budgettaire prioriteiten niet altijd een exacte weerspiegeling zijn van het politieke discours, wou men in de eerste plaats een inzicht verschaffen in de begroting. Dit door bijvoorbeeld de totale kostprijs van de heraanleg van een straat te vertalen naar de kostprijs per vierkante meter. Daarnaast is er de niet onbelangrijke stijging aan vertrouwen in de relatie tussen burger en bestuur, door een toegenomen transparantie. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Daelemans, B. (2008) “Inspraak in de begroting. Zuid-Amerika als inspiratie voor een nieuwe beleidscultuur in Europa?”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 11-14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abers, R. (1998) “Van cliëntilisme tot coöperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre” in: Politics and Society. Newbury: Sage, vol. 26, nr. 4, pp 511-537.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Allegretti, G. &amp;amp;amp; Herzberg, C. (2004) “Participatory budgets in Europe between efficiency and growing local democracy”. In: TNI Briefing series. Amsterdam: Transnational Institute, vol. 2004, nr. 5. p.17. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1197</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1197"/>
		<updated>2009-11-10T14:32:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.{{ref|Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }}&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;Bij een participatief budget krijgen burgers inspraak in de begrotingsopmaak. Kenmerkend voor begrotingsinspraak is dat voor de burger zichtbaar gemaakt wordt waar de grote beleidskeuzes zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Oorsprong: Porto Alegre ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Door de traditie van cliëntilisme in Brazilië werd de opkomst van een burgermaatschappij geruime tijd onderdrukt. Met als doel stemmen te winnen gebruikten de machthebbers in een cliëntilistisch systeem hun toegang tot de hulpbronnen van de staat om persoonlijke gunsten aan potentiële kiezers te verlenen. Mede door de opkomst van wijkorganisaties evolueerde men echter naar meer open politieke stelsels. Hierin werd participatie belangrijker en trachtte men doelen te bereiken bijvoorbeeld ruimte te laten voor protest, in plaats van gesloten overleg. &amp;lt;br&amp;gt;Vanaf 1989 werd er in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, 1.3 miljoen inwoners, geëxperimenteerd met het zogenaamde participatief budgetbeleid. De overheid speelde een faciliterende rol opdat de plaatselijke gemeenschappen zich konden organiseren in wijk- en themavergaderingen. In deze vergaderingen kunnen stadsbewoners hun wensen ten aanzien van de publieke voorzieningen prioritariseren in 7 categorieën gaande van bestrating tot waterafvoer of scholenbouw. Een districtraad, die door deze vergadering wordt gekozen, verdeelt tenslotte het budget op grond daarvan over de wijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Fundamentele factoren&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Fundamentele factoren die in evenwicht moeten zijn voor het succes van een participatief budgetbeleid zijn: &amp;lt;br&amp;gt;- politieke ondersteuning van het proces en potentiële deelnemers moeten zich ook van deze steun bewust worden &amp;lt;br&amp;gt;- een hoog aantal verenigingen en vermogen tot zelforganisatie van sociale netwerken&amp;lt;br&amp;gt;- de samenhang en de structuur van de organisatie-elementen van het proces&amp;lt;br&amp;gt;- het administratieve en financiële kunnen van de autoriteiten om experimenten uit te voeren.&amp;lt;br&amp;gt;Vanuit Europese ervaring kan hieraan mogelijk nog een vijfde factor toegevoegd worden, deze van de “noodzaak”. In Latijns-Europese landen geldt vooral een politieke noodzaak. Deze landen kennen immers vaak een geschiedenis van ongelijke verdeling van elementaire middelen, zoals water en elektriciteit, maar ook van bewoonbare ruimte.Terwijl in Noord-Oost Europese landen vooral modernisering en de verbetering van het publieke apparaat een belangrijke motivatie blijken te zijn.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een interview van Terzake met Patrick Bodart haalt deze enkele voorbeelden aan met betrekking tot de situatie in Cotacachi. In dit stadje van 40000 inwoners wordt namelijk de bevolking betrokken bij de bespreking van het gehele investeringsbudget van de stad, dit gaat samen met een&amp;amp;nbsp;hoge mate van transparantie. Omdat ook zwakkere groepen een stem krijgen in het debat, brengt dit vaak een ommezwaai van prioriteiten met zich mee.&amp;lt;br&amp;gt;De praktische organisatie van de dialoog verloopt er als volgt: in een eerste fase op lokaal niveau door dorpsraden. Vervolgens worden in overkoepelende vergaderingen de respectievelijke aandachtspunten voor elk van de dorpen samengelegd. Op deze vergaderingen wordt de financiële kant van een voorstel bekeken. &amp;lt;br&amp;gt;Vraag is hoe de Zuid Amerikaanse modellen overgedragen kunnen worden naar een Belgische context. We kunnen het voorbeeld van Anderlecht bekijken, maar een vergelijking maken tussen de ervaringen in Cotacachi en deze in Anderlecht is moeilijk. In Anderlecht bevindt men zich immers nog in een zeer vroeg stadium, bovendien sloeg het project enkel op Kuregem en niet het hele grondgebied van de gemeente, wat mogelijk “jaloerse” reacties kan uitlokken. Daarnaast gaat het in Anderlecht ook enkel om het aspect “openbare ruimte” waarbij de bevolking betrokken wordt. &amp;lt;br&amp;gt;Omdat de budgettaire prioriteiten niet altijd een exacte weerspiegeling zijn van het politieke discours, wou men in de eerste plaats een inzicht verschaffen in de begroting. Dit door bijvoorbeeld de totale kostprijs van de heraanleg van een straat te vertalen naar de kostprijs per vierkante meter. Daarnaast is er de niet onbelangrijke stijging aan vertrouwen in de relatie tussen burger en bestuur, door een toegenomen transparantie. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Daelemans, B. (2008) “Inspraak in de begroting. Zuid-Amerika als inspiratie voor een nieuwe beleidscultuur in Europa?”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 11-14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abers, R. (1998) “Van cliëntilisme tot coöperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre” in: Politics and Society. Newbury: Sage, vol. 26, nr. 4, pp 511-537.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Allegretti, G. &amp;amp;amp; Herzberg, C. (2004) “Participatory budgets in Europe between efficiency and growing local democracy”. In: TNI Briefing series. Amsterdam: Transnational Institute, vol. 2004, nr. 5. p.17. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1196</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1196"/>
		<updated>2009-11-10T14:27:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.{{ref|Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1195</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1195"/>
		<updated>2009-11-10T14:23:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia{{fn|&#039;&#039;&#039;/1/&#039;&#039;&#039;}}. Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1194</id>
		<title>Participatief budget</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatief_budget&amp;diff=1194"/>
		<updated>2009-11-10T14:22:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele fa...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia&amp;amp;lt;references /&amp;amp;gt;Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1193</id>
		<title>Voorstellen van burgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1193"/>
		<updated>2009-11-10T14:10:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mogelijkheden is &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna volgt een korte toelichting van de wetgeving rond voorstellen van burgers. Daarna wordt in een onderzoek naar de praktijk bekeken in welke mate dit instrument voor de burger ook daadwerkelijk wordt toegepast. Tenslotte sluiten we af met een voorbeeld uit Gent. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wetgeving  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De artikels 200bis-quinquies van het Gemeentedecreet geven de inwoners van een gemeente het recht een vraag of voorstel op de agenda te laten plaatsen en dit te komen toelichten in de gemeenteraad. Hiervoor dient men een representatief aantal handtekeningen te verzamelen:&amp;lt;br&amp;gt;- 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 300 inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 15000 en minder dan 30000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30000 inwoners&amp;lt;br&amp;gt;Minstens twintig dagen voor de vergadering van de gemeenteraad dient het ingevulde document, dat door de gemeente ter beschikking gesteld wordt, met een aangetekende brief opgestuurd te worden. De gemeenteraad zal beslissen of het onderwerp binnen zijn bevoegdheid valt, welk gevolg men er zal aan geven en hoe dat zal worden bekendgemaakt.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Onderzoek naar de praktijk  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin 2008 deed De Wakkere Burger onderzoek naar&amp;amp;nbsp;de impact&amp;amp;nbsp;die het systeem van &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot; heeft? Er werd een vragenlijst verstuurd naar de 308 gemeenten van het Vlaamse Gewest. De responsgraden voor de twee vragenlijsten met betrekking tot enerzijds “voorstellen van de burger” en anderzijds “verzoekschriften”, bedroegen respectievelijk 92% en 68%. Er werden 9 voorstellen van burgers geregistreerd. Deze gebeurden in Turnhout, Houhalen-Helchteren, Dendermonde, Kortrijk, Zulte, Dilbeek, Gent (tweemaal) en Ninove. &amp;lt;br&amp;gt;Voor wat betreft de voorstellen werd meestal het initiatief genomen door een collectief. Voor de helft ging het om zaken die niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoren. Als gevolg van de voorstellen werd de lokale overheid verplicht om meer open kaart te spelen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van verzoekschriften werden er 36 gevallen in 23 gemeenten geregistreerd. Ook hier werd het initiatief vooral genomen door collectieven, maar ook door politieke partijen. Het betrof nogal uiteenlopend onderwerpen, zowel kleinere als meer complexe dossiers werden ingediend. Er dient opgemerkt te worden dat de wensen niet noodzakelijk werden ingevuld. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De nieuwe inspraakprocedures worden slechts door een beperkt aantal gemeenten actief kenbaar gemaakt. Door een aantal gemeenten wordt het gemeentereglement wel ter beschikking gesteld via de website. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit het verslag “Het gemeentedecreet: een eerste stand van zaken”, blijkt dat deze gegevens grotendeels bevestigd kunnen worden. Het onderzoek liep tot eind 2008, hieruit bleek dat op een totaal van 263 gemeenten er 39 voorstellen werden ingediend, wat op een sterke stijging op een redelijk korte periode wijst. Van verzoekschriften werden er dan weer 52 geregistreerd.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld van Gent: hoofddoekendebat  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vereniging “Divers en Actief” trachtte via de inzameling van 3500 handtekeningen in de eerste plaats de stad Gent ertoe te dwingen een standpunt in te nemen over de hoofddoekenkwestie. Daarnaast verzocht men de stad om uitdrukkelijk toe te staan dat het Gentse gemeentepersoneel een hoofddoek mag dragen. Op 26 november 2007 werd na een langdurig debat door de fracties een standpunt ingenomen, waarbij men het verzoek tot de toelating van hoofddoeken afwees. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans, B., Van Roy, W. (2008). Gemeentedecreet geeft de burger een stem in de gemeenteraad. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, p.14. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). De Wakkere Burger onderzocht het succes van de nieuwe inspraakmogelijkheden uit het Gemeentedecreet. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.15-16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). Negen voorstellen van burgers op gemeenteraden in 2007. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.17-20. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oilslagers, E., Ackaert, J., De Rynck, F., Reynaert, H. (2008).&amp;amp;nbsp;Het gemeentedecreet, een eerste stand van zaken. Leuven: Steunpunt beleidsrelevant onderzoek Vlaanderen,&amp;amp;nbsp;p. 78.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellenvanburgers&amp;diff=1192</id>
		<title>Voorstellenvanburgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellenvanburgers&amp;diff=1192"/>
		<updated>2009-11-10T14:09:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Voorstellenvanburgers hernoemd naar Voorstellen van burgers&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#REDIRECT [[Voorstellen van burgers]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1191</id>
		<title>Voorstellen van burgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1191"/>
		<updated>2009-11-10T14:09:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Voorstellenvanburgers hernoemd naar Voorstellen van burgers&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Voorstellen van burgers  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mogelijkheden is &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna volgt een korte toelichting van de wetgeving rond voorstellen van burgers. Daarna wordt in een onderzoek naar de praktijk bekeken in welke mate dit instrument voor de burger ook daadwerkelijk wordt toegepast. Tenslotte sluiten we af met een voorbeeld uit Gent. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wetgeving  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De artikels 200bis-quinquies van het Gemeentedecreet geven de inwoners van een gemeente het recht een vraag of voorstel op de agenda te laten plaatsen en dit te komen toelichten in de gemeenteraad. Hiervoor dient men een representatief aantal handtekeningen te verzamelen:&amp;lt;br&amp;gt;- 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 300 inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 15000 en minder dan 30000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30000 inwoners&amp;lt;br&amp;gt;Minstens twintig dagen voor de vergadering van de gemeenteraad dient het ingevulde document, dat door de gemeente ter beschikking gesteld wordt, met een aangetekende brief opgestuurd te worden. De gemeenteraad zal beslissen of het onderwerp binnen zijn bevoegdheid valt, welk gevolg men er zal aan geven en hoe dat zal worden bekendgemaakt.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Onderzoek naar de praktijk  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin 2008 deed De Wakkere Burger onderzoek naar&amp;amp;nbsp;de impact&amp;amp;nbsp;die het systeem van &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot; heeft? Er werd een vragenlijst verstuurd naar de 308 gemeenten van het Vlaamse Gewest. De responsgraden voor de twee vragenlijsten met betrekking tot enerzijds “voorstellen van de burger” en anderzijds “verzoekschriften”, bedroegen respectievelijk 92% en 68%. Er werden 9 voorstellen van burgers geregistreerd. Deze gebeurden in Turnhout, Houhalen-Helchteren, Dendermonde, Kortrijk, Zulte, Dilbeek, Gent (tweemaal) en Ninove. &amp;lt;br&amp;gt;Voor wat betreft de voorstellen werd meestal het initiatief genomen door een collectief. Voor de helft ging het om zaken die niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoren. Als gevolg van de voorstellen werd de lokale overheid verplicht om meer open kaart te spelen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van verzoekschriften werden er 36 gevallen in 23 gemeenten geregistreerd. Ook hier werd het initiatief vooral genomen door collectieven, maar ook door politieke partijen. Het betrof nogal uiteenlopend onderwerpen, zowel kleinere als meer complexe dossiers werden ingediend. Er dient opgemerkt te worden dat de wensen niet noodzakelijk werden ingevuld. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De nieuwe inspraakprocedures worden slechts door een beperkt aantal gemeenten actief kenbaar gemaakt. Door een aantal gemeenten wordt het gemeentereglement wel ter beschikking gesteld via de website. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit het verslag “Het gemeentedecreet: een eerste stand van zaken”, blijkt dat deze gegevens grotendeels bevestigd kunnen worden. Het onderzoek liep tot eind 2008, hieruit bleek dat op een totaal van 263 gemeenten er 39 voorstellen werden ingediend, wat op een sterke stijging op een redelijk korte periode wijst. Van verzoekschriften werden er dan weer 52 geregistreerd.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld van Gent: hoofddoekendebat  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vereniging “Divers en Actief” trachtte via de inzameling van 3500 handtekeningen in de eerste plaats de stad Gent ertoe te dwingen een standpunt in te nemen over de hoofddoekenkwestie. Daarnaast verzocht men de stad om uitdrukkelijk toe te staan dat het Gentse gemeentepersoneel een hoofddoek mag dragen. Op 26 november 2007 werd na een langdurig debat door de fracties een standpunt ingenomen, waarbij men het verzoek tot de toelating van hoofddoeken afwees. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans, B., Van Roy, W. (2008). Gemeentedecreet geeft de burger een stem in de gemeenteraad. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, p.14. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). De Wakkere Burger onderzocht het succes van de nieuwe inspraakmogelijkheden uit het Gemeentedecreet. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.15-16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). Negen voorstellen van burgers op gemeenteraden in 2007. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.17-20. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oilslagers, E., Ackaert, J., De Rynck, F., Reynaert, H. (2008).&amp;amp;nbsp;Het gemeentedecreet, een eerste stand van zaken. Leuven: Steunpunt beleidsrelevant onderzoek Vlaanderen,&amp;amp;nbsp;p. 78.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1190</id>
		<title>Voorstellen van burgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1190"/>
		<updated>2009-11-10T14:07:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Voorstellen van burgers  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mogelijkheden is &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna volgt een korte toelichting van de wetgeving rond voorstellen van burgers. Daarna wordt in een onderzoek naar de praktijk bekeken in welke mate dit instrument voor de burger ook daadwerkelijk wordt toegepast. Tenslotte sluiten we af met een voorbeeld uit Gent. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wetgeving  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De artikels 200bis-quinquies van het Gemeentedecreet geven de inwoners van een gemeente het recht een vraag of voorstel op de agenda te laten plaatsen en dit te komen toelichten in de gemeenteraad. Hiervoor dient men een representatief aantal handtekeningen te verzamelen:&amp;lt;br&amp;gt;- 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 300 inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 15000 en minder dan 30000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30000 inwoners&amp;lt;br&amp;gt;Minstens twintig dagen voor de vergadering van de gemeenteraad dient het ingevulde document, dat door de gemeente ter beschikking gesteld wordt, met een aangetekende brief opgestuurd te worden. De gemeenteraad zal beslissen of het onderwerp binnen zijn bevoegdheid valt, welk gevolg men er zal aan geven en hoe dat zal worden bekendgemaakt.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Onderzoek naar de praktijk  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin 2008 deed De Wakkere Burger onderzoek naar&amp;amp;nbsp;de impact&amp;amp;nbsp;die het systeem van &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot; heeft? Er werd een vragenlijst verstuurd naar de 308 gemeenten van het Vlaamse Gewest. De responsgraden voor de twee vragenlijsten met betrekking tot enerzijds “voorstellen van de burger” en anderzijds “verzoekschriften”, bedroegen respectievelijk 92% en 68%. Er werden 9 voorstellen van burgers geregistreerd. Deze gebeurden in Turnhout, Houhalen-Helchteren, Dendermonde, Kortrijk, Zulte, Dilbeek, Gent (tweemaal) en Ninove. &amp;lt;br&amp;gt;Voor wat betreft de voorstellen werd meestal het initiatief genomen door een collectief. Voor de helft ging het om zaken die niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoren. Als gevolg van de voorstellen werd de lokale overheid verplicht om meer open kaart te spelen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van verzoekschriften werden er 36 gevallen in 23 gemeenten geregistreerd. Ook hier werd het initiatief vooral genomen door collectieven, maar ook door politieke partijen. Het betrof nogal uiteenlopend onderwerpen, zowel kleinere als meer complexe dossiers werden ingediend. Er dient opgemerkt te worden dat de wensen niet noodzakelijk werden ingevuld. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De nieuwe inspraakprocedures worden slechts door een beperkt aantal gemeenten actief kenbaar gemaakt. Door een aantal gemeenten wordt het gemeentereglement wel ter beschikking gesteld via de website. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit het verslag “Het gemeentedecreet: een eerste stand van zaken”, blijkt dat deze gegevens grotendeels bevestigd kunnen worden. Het onderzoek liep tot eind 2008, hieruit bleek dat op een totaal van 263 gemeenten er 39 voorstellen werden ingediend, wat op een sterke stijging op een redelijk korte periode wijst. Van verzoekschriften werden er dan weer 52 geregistreerd.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld van Gent: hoofddoekendebat  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vereniging “Divers en Actief” trachtte via de inzameling van 3500 handtekeningen in de eerste plaats de stad Gent ertoe te dwingen een standpunt in te nemen over de hoofddoekenkwestie. Daarnaast verzocht men de stad om uitdrukkelijk toe te staan dat het Gentse gemeentepersoneel een hoofddoek mag dragen. Op 26 november 2007 werd na een langdurig debat door de fracties een standpunt ingenomen, waarbij men het verzoek tot de toelating van hoofddoeken afwees. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans, B., Van Roy, W. (2008). Gemeentedecreet geeft de burger een stem in de gemeenteraad. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, p.14. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). De Wakkere Burger onderzocht het succes van de nieuwe inspraakmogelijkheden uit het Gemeentedecreet. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.15-16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). Negen voorstellen van burgers op gemeenteraden in 2007. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.17-20. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oilslagers, E., Ackaert, J., De Rynck, F., Reynaert, H. (2008).&amp;amp;nbsp;Het gemeentedecreet, een eerste stand van zaken. Leuven: Steunpunt beleidsrelevant onderzoek Vlaanderen,&amp;amp;nbsp;p. 78.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1189</id>
		<title>Voorstellen van burgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1189"/>
		<updated>2009-11-10T14:03:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Voorstellen van burgers =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mogelijkheden is &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna volgt een korte toelichting van de wetgeving rond voorstellen van burgers. Daarna wordt in een onderzoek naar de praktijk bekeken in welke mate dit instrument voor de burger ook daadwerkelijk wordt toegepast. Tenslotte sluiten we af met een voorbeeld uit Gent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wetgeving ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De artikels 200bis-quinquies van het Gemeentedecreet geven de inwoners van een gemeente het recht een vraag of voorstel op de agenda te laten plaatsen en dit te komen toelichten in de gemeenteraad. Hiervoor dient men een representatief aantal handtekeningen te verzamelen:&amp;lt;br&amp;gt;- 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 300 inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 15000 en minder dan 30000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30000 inwoners&amp;lt;br&amp;gt;Minstens twintig dagen voor de vergadering van de gemeenteraad dient het ingevulde document, dat door de gemeente ter beschikking gesteld wordt, met een aangetekende brief opgestuurd te worden. De gemeenteraad zal beslissen of het onderwerp binnen zijn bevoegdheid valt, welk gevolg men er zal aan geven en hoe dat zal worden bekendgemaakt.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Onderzoek naar de praktijk  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin 2008 deed De Wakkere Burger onderzoek naar&amp;amp;nbsp;de impact&amp;amp;nbsp;die het systeem van &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot; heeft? Er werd een vragenlijst verstuurd naar de 308 gemeenten van het Vlaamse Gewest. De responsgraden voor de twee vragenlijsten met betrekking tot enerzijds “voorstellen van de burger” en anderzijds “verzoekschriften”, bedroegen respectievelijk 92% en 68%. Er werden 9 voorstellen van burgers geregistreerd. Deze gebeurden in Turnhout, Houhalen-Helchteren, Dendermonde, Kortrijk, Zulte, Dilbeek, Gent (tweemaal) en Ninove. &amp;lt;br&amp;gt;Voor wat betreft de voorstellen werd meestal het initiatief genomen door een collectief. Voor de helft ging het om zaken die niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoren. Als gevolg van de voorstellen werd de lokale overheid verplicht om meer open kaart te spelen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van verzoekschriften werden er 36 gevallen in 23 gemeenten geregistreerd. Ook hier werd het initiatief vooral genomen door collectieven, maar ook door politieke partijen. Het betrof nogal uiteenlopend onderwerpen, zowel kleinere als meer complexe dossiers werden ingediend. Er dient opgemerkt te worden dat de wensen niet noodzakelijk werden ingevuld. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De nieuwe inspraakprocedures worden slechts door een beperkt aantal gemeenten actief kenbaar gemaakt. Door een aantal gemeenten wordt het gemeentereglement wel ter beschikking gesteld via de website. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit het verslag “Het gemeentedecreet: een eerste stand van zaken”, blijkt dat deze gegevens grotendeels bevestigd kunnen worden. Het onderzoek liep tot eind 2008, hieruit bleek dat op een totaal van 263 gemeenten er 39 voorstellen werden ingediend, wat op een sterke stijging op een redelijk korte periode wijst. Van verzoekschriften werden er dan weer 52 geregistreerd.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld van Gent: hoofddoekendebat ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vereniging “Divers en Actief” trachtte via de inzameling van 3500 handtekeningen in de eerste plaats de stad Gent ertoe te dwingen een standpunt in te nemen over de hoofddoekenkwestie. Daarnaast verzocht men de stad om uitdrukkelijk toe te staan dat het Gentse gemeentepersoneel een hoofddoek mag dragen. Op 26 november 2007 werd na een langdurig debat door de fracties een standpunt ingenomen, waarbij men het verzoek tot de toelating van hoofddoeken afwees.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans, B., Van Roy, W. (2008). Gemeentedecreet geeft de burger een stem in de gemeenteraad. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, p.14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). De Wakkere Burger onderzocht het succes van de nieuwe inspraakmogelijkheden uit het Gemeentedecreet. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.15-16.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). Negen voorstellen van burgers op gemeenteraden in 2007. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.17-20.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oilslagers, E., Ackaert, J., De Rynck, F., Reynaert, H. (2008).&amp;amp;nbsp;Het gemeentedecreet, een eerste stand van zaken. Leuven: Steunpunt beleidsrelevant onderzoek Vlaanderen,&amp;amp;nbsp;p. 78.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1188</id>
		<title>Voorstellen van burgers</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Voorstellen_van_burgers&amp;diff=1188"/>
		<updated>2009-11-10T14:02:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: = Voorstellen van burgers =  Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mog...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Voorstellen van burgers =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het gemeentedecreet voorziet een aantal mogelijkheden om op initiatief van de burger een kwestie te laten behandelen door de gemeenteraad. Een van die mogelijkheden is &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna volgt een korte toelichting van de wetgeving rond voorstellen van burgers. Daarna wordt in een onderzoek naar de praktijk bekeken in welke mate dit instrument voor de burger ook daadwerkelijk wordt toegepast. Tenslotte sluiten we af met een voorbeeld uit Gent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Wetgeving ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De artikels 200bis-quinquies van het Gemeentedecreet geven de inwoners van een gemeente het recht een vraag of voorstel op de agenda te laten plaatsen en dit te komen toelichten in de gemeenteraad. Hiervoor dient men een representatief aantal handtekeningen te verzamelen:&amp;lt;br&amp;gt;- 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 300 inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 15000 en minder dan 30000 inwoners;&amp;lt;br&amp;gt;- 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30000 inwoners&amp;lt;br&amp;gt;Minstens twintig dagen voor de vergadering van de gemeenteraad dient het ingevulde document, dat door de gemeente ter beschikking gesteld wordt, met een aangetekende brief opgestuurd te worden. De gemeenteraad zal beslissen of het onderwerp binnen zijn bevoegdheid valt, welk gevolg men er zal aan geven en hoe dat zal worden bekendgemaakt.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Onderzoek naar de praktijk ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin 2008 deed De Wakkere Burger onderzoek naar&amp;amp;nbsp;de impact&amp;amp;nbsp;die het systeem van &amp;quot;voorstellen van burgers&amp;quot; heeft? Er werd een vragenlijst verstuurd naar de 308 gemeenten van het Vlaamse Gewest. De responsgraden voor de twee vragenlijsten met betrekking tot enerzijds “voorstellen van de burger” en anderzijds “verzoekschriften”, bedroegen respectievelijk 92% en 68%. Er werden 9 voorstellen van burgers geregistreerd. Deze gebeurden in Turnhout, Houhalen-Helchteren, Dendermonde, Kortrijk, Zulte, Dilbeek, Gent (tweemaal) en Ninove. &amp;lt;br&amp;gt;Voor wat betreft de voorstellen werd meestal het initiatief genomen door een collectief. Voor de helft ging het om zaken die niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoren. Als gevolg van de voorstellen werd de lokale overheid verplicht om meer open kaart te spelen.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van verzoekschriften werden er 36 gevallen in 23 gemeenten geregistreerd. Ook hier werd het initiatief vooral genomen door collectieven, maar ook door politieke partijen. Het betrof nogal uiteenlopend onderwerpen, zowel kleinere als meer complexe dossiers werden ingediend. Er dient opgemerkt te worden dat de wensen niet noodzakelijk werden ingevuld. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De nieuwe inspraakprocedures worden slechts door een beperkt aantal gemeenten actief kenbaar gemaakt. Door een aantal gemeenten wordt het gemeentereglement wel ter beschikking gesteld via de website. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit het verslag “Het gemeentedecreet: een eerste stand van zaken”, blijkt dat deze gegevens grotendeels bevestigd kunnen worden. Het onderzoek liep tot eind 2008, hieruit bleek dat op een totaal van 263 gemeenten er 39 voorstellen werden ingediend, wat op een sterke stijging op een redelijk korte periode wijst. Van verzoekschriften werden er dan weer 52 geregistreerd.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Voorbeeld van Gent: hoofddoekendebat ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vereniging “Divers en Actief” trachtte via de inzameling van 3500 handtekeningen in de eerste plaats de stad Gent ertoe te dwingen een standpunt in te nemen over de hoofddoekenkwestie. Daarnaast verzocht men de stad om uitdrukkelijk toe te staan dat het Gentse gemeentepersoneel een hoofddoek mag dragen. Op 26 november 2007 werd na een langdurig debat door de fracties een standpunt ingenomen, waarbij men het verzoek tot de toelating van hoofddoeken afwees.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Referenties ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans, B., Van Roy, W. (2008). Gemeentedecreet geeft de burger een stem in de gemeenteraad. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, p.14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). De Wakkere Burger onderzocht het succes van de nieuwe inspraakmogelijkheden uit het Gemeentedecreet. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.15-16.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daelemans,B.(2008). Negen voorstellen van burgers op gemeenteraden in 2007. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp.17-20.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oilslagers, E., Ackaert, J., De Rynck, F., Reynaert, H. (2008).&amp;amp;nbsp;Het gemeentedecreet, een eerste stand van zaken. Leuven: Steunpunt beleidsrelevant onderzoek Vlaanderen,&amp;amp;nbsp;p. 78.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1187</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1187"/>
		<updated>2009-11-10T09:33:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;[[Image:Ladder_Arnstein.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;border-bottom: 1px solid; border-left: 1px solid; border-collapse: collapse; border-top: 1px solid; border-right: 1px solid&amp;quot; class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Participatieniveau &lt;br /&gt;
! Democratievorm &lt;br /&gt;
! Rol van overheid &lt;br /&gt;
! Rol participant &lt;br /&gt;
! Voorbeelden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Informeren &lt;br /&gt;
| Representatieve democratie &lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, publiek wordt hiervan op de hoogte gehouden. &lt;br /&gt;
| Toehoorder &lt;br /&gt;
| Implementatie van EU-richtlijnen zoals mest-wetgevingen voor landbouwers.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Consulteren &lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie &lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek als partner bij beleidsvorming. Maar, resultaten uit het overleg worden niet als bindend voor het bestuur beschouwd. &lt;br /&gt;
| Geconsulteerde &lt;br /&gt;
| Een vraag naar kritiek op reeds voltooide plannen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Adviseren &lt;br /&gt;
| Inspraak- democratie &lt;br /&gt;
| Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek krijgt gelegenheid om problemen en opliossingen aan te brengen. De politiek kan hiervan enkel beargumenteerd afwijken. &lt;br /&gt;
| Adviseur &lt;br /&gt;
| Tijdens een voorlichtingsavond kan gevraagd worden tussen drie mogelijkheden te kiezen en deze keuze voorzien van de nodige commentaar. Men zal de gekozen optie uitwerken, rekening houdende met de gekeverde commentaar.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Coproduceren &lt;br /&gt;
| Interactieve- democratie &lt;br /&gt;
| Bestuur en betrokkenen komen samen een agenda overeen, men zoekt samen naar oplossingen. Het bestuur verbindt zich aan de hieruit voortgekomen reslutaten. &lt;br /&gt;
| Partner &lt;br /&gt;
| Een publiek-private samenwerking waarbij een private onderneming en de overheid samen een bedrijventerrein aanleggen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Zelfbeheer &lt;br /&gt;
| Directe- democratie &lt;br /&gt;
| Bestuur laat agenda- en beleidsvorming volledig over aan de betrokkenen en speelt hierin zelf slechts een adviserende rol. &lt;br /&gt;
| Beslisser &lt;br /&gt;
| Wijkbeheer&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1186</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1186"/>
		<updated>2009-11-10T09:30:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Model Sherry Arnstein (1969) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;[[Image:Ladder_Arnstein.gif]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; style=&amp;quot;border-collapse:collapse;border:1px solid;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Participatieniveau || Democratievorm || Rol van overheid || Rol participant || Voorbeelden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Informeren || Representatieve democratie || Agendavorming door het bestuur, publiek wordt hiervan op de hoogte gehouden. || Toehoorder || Implementatie van EU-richtlijnen zoals mest-wetgevingen voor landbouwers.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Consulteren || Inspraak- democratie || Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek als partner bij beleidsvorming. Maar, resultaten uit het overleg worden niet als bindend beschouwd. || Geconsulteerde || Een vraag naar kritiek op reeds voltooide plannen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Adviseren || Inspraak- democratie || Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek krijgt gelegenheid om problemen en opliossingen aan te brengen. De politiek kan hiervan enkel beargumenteerd afwijken. || Adviseur || Tijdens een voorlichtingsavond kan gevraagd worden tussen drie mogelijkheden te kiezen en deze keuze voorzien van de nodige commentaar. Men zal de gekozen optie uitwerken, rekening houdende met de gekeverde commentaar.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Coproduceren || Interactieve- democratie || Bestuur en betrokkenen komen samen een agenda overeen, men zoekt samen naar oplossingen. Het bestuur verbindt zich aan de hieruit voortgekomen reslutaten. || Partner  || Een publiek-private samenwerking waarbij een private onderneming en de overheid samen een bedrijventerrein aanleggen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Zelfbeheer || Directe- democratie || Bestuur laat agenda- en beleidsvorming volledig over aan de betrokkenen en speelt hierin zelf slechts een adviserende rol. || Beslisser  || Wijkbeheer&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Ladder_Arnstein.gif&amp;diff=1185</id>
		<title>Bestand:Ladder Arnstein.gif</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Ladder_Arnstein.gif&amp;diff=1185"/>
		<updated>2009-11-10T09:29:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: ladder Arnsetin gif&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;ladder Arnsetin gif&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1184</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1184"/>
		<updated>2009-11-10T09:28:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: au&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Ladder Arnstein.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; style=&amp;quot;border-collapse:collapse;border:1px solid;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Participatieniveau || Democratievorm || Rol van overheid || Rol participant || Voorbeelden&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Informeren || Representatieve democratie || Agendavorming door het bestuur, publiek wordt hiervan op de hoogte gehouden. || Toehoorder || Implementatie van EU-richtlijnen zoals mest-wetgevingen voor landbouwers.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Consulteren || Inspraak- democratie || Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek als partner bij beleidsvorming. Maar, resultaten uit het overleg worden niet als bindend beschouwd. || Geconsulteerde || Een vraag naar kritiek op reeds voltooide plannen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Adviseren || Inspraak- democratie || Agendavorming door het bestuur, maar ziet publiek krijgt gelegenheid om problemen en opliossingen aan te brengen. De politiek kan hiervan enkel beargumenteerd afwijken. || Adviseur || Tijdens een voorlichtingsavond kan gevraagd worden tussen drie mogelijkheden te kiezen en deze keuze voorzien van de nodige commentaar. Men zal de gekozen optie uitwerken, rekening houdende met de gekeverde commentaar.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Coproduceren || Interactieve- democratie || Bestuur en betrokkenen komen samen een agenda overeen, men zoekt samen naar oplossingen. Het bestuur verbindt zich aan de hieruit voortgekomen reslutaten. || Partner  || Een publiek-private samenwerking waarbij een private onderneming en de overheid samen een bedrijventerrein aanleggen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Zelfbeheer || Directe- democratie || Bestuur laat agenda- en beleidsvorming volledig over aan de betrokkenen en speelt hierin zelf slechts een adviserende rol. || Beslisser  || Wijkbeheer&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1183</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1183"/>
		<updated>2009-11-10T09:07:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Variant op het model van Arnstein */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Ladder Arnstein.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; style=&amp;quot;border-collapse:collapse;border:1px solid;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Planten || Dieren&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Gras || Koe&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Eucalyptus || Koala&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1182</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1182"/>
		<updated>2009-11-10T09:07:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: /* Variant op het model van Arnstein */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Het oorspronkelijke model van Sherry Arnstein wordt kort toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op de participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Om de participant meer structurele kansen te geven om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie, aldus Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Ladder Arnstein.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; style=&amp;quot;border-collapse:collapse;border:1px solid silver;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Planten || Dieren&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Gras || Koe&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Eucalyptus || Koala&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de realiteit zijn participatievormen vaak complex en zijn ze op meerdere treden van het het model te situeren. Een strakke opdeling van participatievormen is dus dikwijls artificieel. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolitisch blok vormen hoewel diverse groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1179</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1179"/>
		<updated>2009-11-09T15:22:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &#039;&#039;&#039;Participatieladder&#039;&#039;&#039; =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Kort wordt het oorsprongelijk door Sherry Arnstein bedachte model toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op een participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Opdat de participant meer structurele kansen heeft om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie volgens Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Ladder Arnstein.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Variant op het model van Arnstein&#039;&#039;&#039; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;[[Image:Tabel ladder1.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Tabel ladder2.JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Een eerste vorm van kritiek die op dit model geformuleerd kan worden is dat men uitgaat van een eenzijdig beeld van participatievormen. De realiteit is dat participatievormen vaak veel complexer zijn en zich op meerdere treden van het het model situeren. &amp;lt;br&amp;gt;Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolithisch blok vormen. Het gebruik van dit beeld kan echter gerechtvaardigd worden door het feit dat deze groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1178</id>
		<title>Participatieladder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Participatieladder&amp;diff=1178"/>
		<updated>2009-11-09T15:20:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: Nieuwe pagina: = &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Participatieladder&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; =  &amp;lt;br&amp;gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Kort wordt het oorsprongelijk door Sherry Arnstein bed...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &#039;&#039;&#039;Participatieladder&#039;&#039;&#039; =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Een participatieladder geeft de mate van interactief beleid op een schematische wijze weer.&amp;lt;br&amp;gt;Kort wordt het oorsprongelijk door Sherry Arnstein bedachte model toegelicht, waarna een variant hierop wordt voorgesteld. Tenslotte worden enkele kritieken op een participatieladder geformuleerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Model Sherry Arnstein (1969)&#039;&#039;&#039; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Sherry Arnstein (1969) ontwierp oorspronkelijk een participatieladder met acht treden. Ze hanteerde hierbij als centrale vraag: “Is er al dan niet een machtsherverdeling waarbij diegenen die de macht in handen hebben, een deel ervan afstaan aan de zogenaamde have-nots (dit is de massa zonder macht)?”. Actieve participatie houdt in dat het individu/de burger kan “deel-nemen” aan de vormgeving van de samenleving. Opdat de participant meer structurele kansen heeft om het beleid te beïnvloeden, worden zijn/haar positie en competenties ontwikkeld en ondersteund. Hoe lager op de ladder hoe minder sprake van participatie volgens Arnstein (1969).&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Ladder Arnstein.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De onderste twee treden slaan op wat Arnstein noemt “non-participatie”. Ze geven de machthebbers de mogelijkheid participanten te heropvoeden eerder dan hen werkelijk te laten participeren bij de opstelling van een plan. &amp;lt;br&amp;gt;De treden drie en vier vallen onder de noemer tokenisme, hetwelk de “machtelozen” de mogelijkheid biedt te horen en gehoord te worden. Er blijft hier echter een gebrek aan daadkracht, waardoor de meeste wensen dode letter blijven. Op de vijfde trede komt daar bij dat men advies mag verlenen, maar dat de uiteindelijke beslissingsmacht toch nog bij de machthebbers ligt.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf trede zes krijgen burgers de mogelijkheid zich in een onderhandelingspositie met de machthebbers te plaatsen. Wanneer we nog een stap hoger gaan naar de niveau’s zeven en acht krijgen burgers het merendeel van de beslissinghebbende zetels, of zelfs de volledige soevereiniteit, toegewezen.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Variant op het model van Arnstein&amp;lt;br&amp;gt;Doordat het model van Arnstein door verscheidene auteurs werd aangevuld en gewijzigd, bestaan er momenteel verschillende varianten. Zoals in onderstaande tabel te zien is maken Edelenbos en Monnikhof (2001) een onderscheid op basis van slechts vijf niveaus van participatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;[[Image:Tabel ladder1.JPG]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:Tabel ladder2.JPG]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op de participatieladder&#039;&#039;&#039; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;Een eerste vorm van kritiek die op dit model geformuleerd kan worden is dat men uitgaat van een eenzijdig beeld van participatievormen. De realiteit is dat participatievormen vaak veel complexer zijn en zich op meerdere treden van het het model situeren. &amp;lt;br&amp;gt;Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in realiteit noch de have-nots, noch de machthebbers een monolithisch blok vormen. Het gebruik van dit beeld kan echter gerechtvaardigd worden door het feit dat deze groepen elkaar wel als dusdanig percipiëren.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Referenties&#039;&#039;&#039;&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arnstein, Sherry R. (1969). A Ladder of Citizen Participation, Boston: American Institute of Planners, Vol. 35, No. 4, July 1969, pp. 216-224.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Devos, C. (2006). De kleermakers en de keizer. Inleiding tot de politiek en de politieke wetenschappen, Gent: Academia Press, p. 210.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Germonpré, S., Goubin, E., Rubben, M. (2006). Van schietstand tot denktank bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten. Sint-Brugge: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, p. 16. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heins, M. (2001). Interactieve beleidsvorming, een houding. Leeuwarden: Heins Advies, p.2. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Instituut voor Publiek en Politiek (2002). Eindverslag onderzoek Grotestedenbeleid. Participatie in het publiek domein. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, p. 67. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kalk, E. &amp;amp;amp; De Rynck, F. (2003). Burgerbetrokkkenheid en bewonersparticipatie in de Vlaamse steden, In: De Rynck, F. (Red.), Voorstudies-Witboek Stedenbeleid: De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Project stedenbeleid, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, pp. 453-479.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Beleidsparticipatie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder2.JPG&amp;diff=1177</id>
		<title>Bestand:Tabel ladder2.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder2.JPG&amp;diff=1177"/>
		<updated>2009-11-09T15:07:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: heeft een nieuwe versie van &amp;quot;Afbeelding:Tabel ladder2.JPG&amp;quot; toegevoegd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;tabel participatieladder deel 2&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder2.JPG&amp;diff=1176</id>
		<title>Bestand:Tabel ladder2.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder2.JPG&amp;diff=1176"/>
		<updated>2009-11-09T15:03:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: tabel participatieladder deel 2&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;tabel participatieladder deel 2&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder1.JPG&amp;diff=1175</id>
		<title>Bestand:Tabel ladder1.JPG</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Tabel_ladder1.JPG&amp;diff=1175"/>
		<updated>2009-11-09T15:03:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Soetkin-DWB: tabel participatieladder deel 1&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;tabel participatieladder deel 1&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Soetkin-DWB</name></author>
	</entry>
</feed>