<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Sven+De+Weerdt</id>
	<title>Participatiewiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://participatiewiki.be/wiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Sven+De+Weerdt"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php/Speciaal:Bijdragen/Sven_De_Weerdt"/>
	<updated>2026-08-13T02:02:24Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.9</generator>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Help:Van_tekstdocument_naar_wiki&amp;diff=1530</id>
		<title>Help:Van tekstdocument naar wiki</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Help:Van_tekstdocument_naar_wiki&amp;diff=1530"/>
		<updated>2010-01-14T11:29:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;=== OpenOffice.org  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankzij de wikipublisher kan je op een heel eenvoudige manier tekstdocumenten (in Word of OpenOffice formaat) omzetten naar mediawiki: &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Om de wiki publisher te installeren:&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Download de extensie van http://extensions.services.openoffice.org/project/wikipublisher&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Open het bestand sun-wiki-publisher.oxt in OpenOffice en volg de instructies&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Om een document om te zetten naar een wikitekst:&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Open het document (in MS Word of OpenOffice Writer formaat)&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Kies Bestand &amp;amp;gt; Exporteren&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Kies als bestandstype MediaWiki (*txt) en sla op.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze manier wordt het document automatisch (grotendeels) omgezet in MediaWiki code Om het document in MediaWiki te plaatsen open je het gewoon, selecteer alles en kopieer/plak in een nieuw MediaWiki-artikel.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tweede mogelijkheid is om via Bestand &amp;amp;gt; Verzenden &amp;amp;gt; Naar Mediawiki vanuit OpenOffice verbinding te maken met de MediaWiki webserver en het artikel rechtstreeks te publiceren op de wiki.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Image:OOoMediawiki1.png|center|500px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Microsoft Word&amp;lt;br&amp;gt;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor Microsoft Word kan je o.a. de Word2MediaWiki macro gebruiken:&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Installatie&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Download de Word2MediaWiki Macrobibliotheek van http://www.infpro.com/FileDownload.aspx?file=Files%5CWord2MediaWiki%5CWord2MediaWiki.bas&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Start Word&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Open de Visual Basic editor ((Extra-&amp;amp;gt;Macro-&amp;amp;gt;Visual Basic Editor of Alt+F11). &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Importeer vanuit de Visual Basic editor (VBE) de macrobibliotheek die je net hebt gedownload&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Gebruik&amp;lt;br&amp;gt;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Open het te converteren document&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Voer de Word2MediaWiki macro uit: selecteer Extra &amp;amp;gt; Macro &amp;amp;gt; Macro&#039;s of ALT+F8. De macro zet het document om in MediaWiki code en bewaart een kopie in het klembord. &lt;br /&gt;
*Ga naar MediaWiki en plak ht resultaat in een (nieuwe) pagina.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer informatie: http://www.ivanwalsh.com/2009/05/convert-microsoft-word-documents-to-mediawiki-markup/&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Help]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1520</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1520"/>
		<updated>2010-01-14T11:20:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;ref&amp;gt;Coopperider 2001&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider&amp;amp;nbsp;&amp;lt;ref&amp;gt;Cooperrider (2001)&amp;lt;/ref&amp;gt; vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman&amp;amp;nbsp;&amp;lt;ref&amp;gt;Seligman (2006)&amp;lt;/ref&amp;gt; stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &amp;lt;ref&amp;gt;Jackson &amp;amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling)&amp;lt;/ref&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Referenties  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1517</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1517"/>
		<updated>2010-01-14T11:18:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;ref&amp;gt;Coopperider 2001&amp;lt;/ref&amp;gt;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman&amp;amp;nbsp;&amp;lt;ref&amp;gt;Seligman (2006)&amp;lt;/ref&amp;gt; stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &amp;lt;ref&amp;gt;Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Referenties ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1503</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1503"/>
		<updated>2010-01-14T11:14:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;ref&amp;gt;Coopperider 2001&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1495</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1495"/>
		<updated>2010-01-14T11:11:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken. [[Image:Samenlachen.jpg|right|100px]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1492</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1492"/>
		<updated>2010-01-14T11:10:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken. [[Image:Samenlachen.jpg|right|100px]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1485</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1485"/>
		<updated>2010-01-14T11:10:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}&lt;br /&gt;
{{#widget:YouTube|id=watch?v=jedd2FiZTqM }}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.youtube.com/watch?v=jedd2FiZTqM www.youtube.com/watch] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken. [[Image:Samenlachen.jpg|right|100px]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1474</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1474"/>
		<updated>2010-01-14T11:04:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://www.youtube.com/watch?v=jedd2FiZTqM www.youtube.com/watch]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken. [[Image:Samenlachen.jpg|right|100px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe) &lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit) &lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe) &lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)  =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1438</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1438"/>
		<updated>2010-01-14T10:53:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan &amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe)&lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit)&lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe)&lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe)&lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel) =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probleemgerichte conversatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Samenlachen.jpg&amp;diff=1431</id>
		<title>Bestand:Samenlachen.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Bestand:Samenlachen.jpg&amp;diff=1431"/>
		<updated>2010-01-14T10:51:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1411</id>
		<title>Waarderend intervenieren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Waarderend_intervenieren&amp;diff=1411"/>
		<updated>2010-01-14T10:45:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: = &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren =  Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de proc...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;br&amp;gt;Waarderend interveniëren =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Voordelen van optimisme ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pessimisme &amp;amp;amp; optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op &amp;lt;br&amp;gt;• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) &amp;amp;amp; neerslachtigheid;&amp;lt;br&amp;gt;• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes&amp;lt;br&amp;gt;• stress&amp;lt;br&amp;gt;• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)&amp;lt;br&amp;gt;• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden &amp;amp;amp; trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”&amp;lt;br&amp;gt;• het afbrokkelen van sociale relaties&amp;lt;br&amp;gt;• een minder “succesvolle” loopbaan&amp;lt;br&amp;gt;Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):&amp;lt;br&amp;gt;• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).&amp;lt;br&amp;gt;• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.&amp;lt;br&amp;gt;• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan. &amp;lt;br&amp;gt;Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.&amp;lt;br&amp;gt;• Mensen die positief in het leven staan &amp;lt;br&amp;gt;o kunnen problemen creatiever aanpakken&amp;lt;br&amp;gt;o effectiever beslissingen nemen&amp;lt;br&amp;gt;o leren gemakkelijker&amp;lt;br&amp;gt;o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Positief in het leven staan&amp;lt;br&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen&amp;lt;br&amp;gt;Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven &amp;lt;br&amp;gt;(Coopperider, 2001)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe)&lt;br /&gt;
*mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit)&lt;br /&gt;
*mensen maken verhalen (poëtisch principe)&lt;br /&gt;
*mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe)&lt;br /&gt;
*mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(van David Cooperrider)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cooperrider (2001) vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn: &amp;lt;br&amp;gt;• profetische beelden: over wat zal zijn&amp;lt;br&amp;gt;• poëtische beelden: over wat kan zijn&amp;lt;br&amp;gt;• normatieve beelden: over wat hoort te zijn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen. &amp;lt;br&amp;gt;Andere complementeren over wat ze hebben gedaan &amp;amp;amp; waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld:&amp;lt;br&amp;gt; Amai, waaw!&amp;lt;br&amp;gt; Dat zal niet simpel geweest zijn.&amp;lt;br&amp;gt; Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk &amp;amp;amp; waarheidsgetrouw; hou op met roddelen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte &amp;amp;amp; overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Seligman (2006) stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:&amp;lt;br&amp;gt;• afleiding vinden: denk aan iets anders&amp;lt;br&amp;gt;o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)&amp;lt;br&amp;gt;o “parkeren”: (negatieve gedachte &amp;amp;amp; gevoelens opschrijven &amp;amp;amp;) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn &amp;lt;br&amp;gt;• bevragen:&amp;lt;br&amp;gt;o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf&amp;lt;br&amp;gt;o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”&amp;lt;br&amp;gt;o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”&amp;lt;br&amp;gt;o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”&amp;lt;br&amp;gt;o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar &amp;amp;amp; toen), en extern, onpersoonlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel) =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht werken ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door &amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we willen;&amp;lt;br&amp;gt;o te weten wat we al kunnen; &amp;lt;br&amp;gt;o te doen wat we kunnen in de gewenste richting &amp;lt;br&amp;gt;o door alvast een eerste stap te zetten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren): &amp;lt;br&amp;gt;• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)&amp;lt;br&amp;gt;• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oplossingsgerichte conversatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?&amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.&amp;lt;br&amp;gt;• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?&amp;lt;br&amp;gt;• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.&amp;lt;br&amp;gt;• Wat kan je nog doen?&amp;lt;br&amp;gt;• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen! Probleemgerichte conversatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven. &amp;lt;br&amp;gt;• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?&amp;lt;br&amp;gt;• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.&amp;lt;br&amp;gt;• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?&amp;lt;br&amp;gt;• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.&amp;lt;br&amp;gt;• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?&amp;lt;br&amp;gt;• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit: Jackson &amp;amp;amp; McKergow (2007; p.79; eigen vertaling)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Oplossingsgericht helpen in geval van&amp;amp;nbsp;probleemgericht gedrag ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld1: leidinggevende bij coach&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.&amp;lt;br&amp;gt;Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?&amp;lt;br&amp;gt;Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.&amp;lt;br&amp;gt;Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?&amp;lt;br&amp;gt;[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.&amp;lt;br&amp;gt;Wat ging er toen wel goed? &amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.&amp;lt;br&amp;gt;Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?&amp;lt;br&amp;gt;Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.&amp;lt;br&amp;gt;Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam? &amp;lt;br&amp;gt;Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.&amp;lt;br&amp;gt;Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?&amp;lt;br&amp;gt;Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut&amp;lt;br&amp;gt; =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.&amp;lt;br&amp;gt;Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.&amp;lt;br&amp;gt;Ja, dat is bij mij een principe.&amp;lt;br&amp;gt;Kan je me iets meer vertellen over dat principe?&amp;lt;br&amp;gt;Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.&amp;lt;br&amp;gt;Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?&amp;lt;br&amp;gt;Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.&amp;lt;br&amp;gt;Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?&amp;lt;br&amp;gt;[…]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1376</id>
		<title>Dialogeren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1376"/>
		<updated>2010-01-14T10:33:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Van discussie naar dialoog  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Waarom dialogeren?&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Dit zijn enkele uitvergrotingen van hoe het potentieel in conversaties niet ten volle wordt benut. Dialoog boort dit potentieel wel aan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Discussie als interactie vanuit een strijdmodel&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegenover inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegenstander de mond zou hebben gesnoerd? En welke kan dit vooralsnog doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door machtsspelletjes zoals deze geraken mensen verstrikt in hun eigen ideeënweb. De strijd houdt een geslotenheid in, waarbinnen mensen stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. Mensen bekeren telkens weer zichzelf – en soms al eens een ander. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. Mensen lijken in de illusie te leven dat ze met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl ze hiermee hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd. Het lijkt alsof we besmet zijn met ideeën die zich gedragen als virussen die zich willen verspreiden via andere virusdragers. Het onderliggende verlangen is er een van eenzijdige beïnvloeding en “aantasting”. Verontwaardigd stellen we vervolgens vast dat die andere dan onaantastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat we blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Toen ik voor het eerst met dit concept van “dialoog” kennismaakte, kon ik dat het best begrijpen vanuit ervaringen die ik soms heb als ik in een goed, doorgaans filosofisch gesprek verzeild geraak met vrienden. Ik herken dialoogmomenten in conversaties waaraan ik deelneem. Dat zijn intense piekmomenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en mezelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen. Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan . &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspraken tegelijkertijd intrigeren en inspireren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opgebouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxploreerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is niet consensusge¬dreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats convergentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenkomen, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse . Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast die ons toelaat om verbinding met anderen te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog helpt ons om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Door in de dialoog RUIMTE toe te laten en te benutten, brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of op te schorten; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Kortom…&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;width: 442px; height: 216px&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;442&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| discussiëren &lt;br /&gt;
| dialogeren&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
poneren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
repliceren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verdedigen en aanvallen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
snelheid &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
positionering en bevestiging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oordelen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
antwoorden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
luisteren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
bevragen onderzoeken en aftoetsen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vertraging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschuiving en exploratie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oordelen opschorten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
loslaten van resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Literatuurlijst&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bakhtin, M.M. (1981). The Dialogic Imagination: Four Essays by M.M. Bakhtin. M. Holquist (Ed.), C. Emerson &amp;amp;amp; M. Holquist (Trans.). University of Texas Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1980). Wholeness and the Implicate Order. London: Routledge. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bouwen, R. &amp;amp;amp; Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider &amp;amp;amp; J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dawkins, R. (1991). The Selfish Gene. Oxford University Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics. Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life. Currency. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lakoff, G. &amp;amp;amp; Johnson, M. (1980). Metaphors We Live By. The University of Chicago Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.] &#039;s Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nagel, K.G. (1997). Het TAO van onderwijs. [The Tao of Teaching.] Naarden: Element Schein, E. (1969). Process Consultation: Its Role in Organization Development. Addison-Wesley. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Brontekst&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (2007). Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Leren_door_participeren]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1373</id>
		<title>Dialogeren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1373"/>
		<updated>2010-01-14T10:32:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Van discussie naar dialoog  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Waarom dialogeren?&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Dit zijn enkele uitvergrotingen van hoe het potentieel in conversaties niet ten volle wordt benut. Dialoog boort dit potentieel wel aan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Discussie als interactie vanuit een strijdmodel&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegenover inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegenstander de mond zou hebben gesnoerd? En welke kan dit vooralsnog doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door machtsspelletjes zoals deze geraken mensen verstrikt in hun eigen ideeënweb. De strijd houdt een geslotenheid in, waarbinnen mensen stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. Mensen bekeren telkens weer zichzelf – en soms al eens een ander. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. Mensen lijken in de illusie te leven dat ze met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl ze hiermee hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd. Het lijkt alsof we besmet zijn met ideeën die zich gedragen als virussen die zich willen verspreiden via andere virusdragers. Het onderliggende verlangen is er een van eenzijdige beïnvloeding en “aantasting”. Verontwaardigd stellen we vervolgens vast dat die andere dan onaantastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat we blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Toen ik voor het eerst met dit concept van “dialoog” kennismaakte, kon ik dat het best begrijpen vanuit ervaringen die ik soms heb als ik in een goed, doorgaans filosofisch gesprek verzeild geraak met vrienden. Ik herken dialoogmomenten in conversaties waaraan ik deelneem. Dat zijn intense piekmomenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en mezelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen. Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan . &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspraken tegelijkertijd intrigeren en inspireren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opgebouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxploreerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is niet consensusge¬dreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats convergentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenkomen, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse . Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast die ons toelaat om verbinding met anderen te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog helpt ons om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Door in de dialoog RUIMTE toe te laten en te benutten, brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of op te schorten; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen.&lt;br /&gt;
 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &#039;&#039;&#039;Kortom…&#039;&#039;&#039; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;width: 442px; height: 216px&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;442&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| discussiëren&lt;br /&gt;
| dialogeren&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
poneren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
repliceren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verdedigen en aanvallen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
snelheid &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
positionering en bevestiging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oordelen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
antwoorden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
luisteren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
bevragen onderzoeken en aftoetsen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vertraging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verschuiving en exploratie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
oordelen opschorten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
loslaten van resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Literatuurlijst&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bakhtin, M.M. (1981). The Dialogic Imagination: Four Essays by M.M. Bakhtin. M. Holquist (Ed.), C. Emerson &amp;amp;amp; M. Holquist (Trans.). University of Texas Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1980). Wholeness and the Implicate Order. London: Routledge. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bouwen, R. &amp;amp;amp; Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider &amp;amp;amp; J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dawkins, R. (1991). The Selfish Gene. Oxford University Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics. Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life. Currency. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lakoff, G. &amp;amp;amp; Johnson, M. (1980). Metaphors We Live By. The University of Chicago Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.] &#039;s Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nagel, K.G. (1997). Het TAO van onderwijs. [The Tao of Teaching.] Naarden: Element Schein, E. (1969). Process Consultation: Its Role in Organization Development. Addison-Wesley. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Brontekst&#039;&#039;&#039;  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (2007). Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Leren door participeren]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1344</id>
		<title>Dialogeren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1344"/>
		<updated>2010-01-14T10:14:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Van discussie naar dialoog ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Waarom dialogeren?&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Dit zijn enkele uitvergrotingen van hoe het potentieel in conversaties niet ten volle wordt benut.  Dialoog boort dit potentieel wel aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Discussie als interactie vanuit een strijdmodel&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegen¬over inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen  en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegen¬stander de mond zou hebben ge¬snoerd?  En welke kan dit vooralsnog doen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door machtsspelletjes zoals deze geraken mensen verstrikt in hun eigen ideeënweb. De strijd houdt een gesloten¬heid in, waarbinnen mensen stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. Mensen bekeren telkens weer zichzelf – en soms al eens een ander.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. Mensen lijken in de illusie te leven dat ze met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl ze hiermee hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd. Het lijkt alsof we besmet zijn met ideeën die zich gedragen als virussen die zich willen verspreiden via andere virusdragers. Het onderliggende verlangen is er een van eenzijdige beïnvloeding en “aantasting”. Verontwaardigd stellen we vervolgens vast dat die andere dan onaan¬tastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat we blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Toen ik voor het eerst met dit concept van “dialoog” kennismaakte, kon ik dat het best begrijpen vanuit ervaringen die ik soms heb als ik in een goed, doorgaans filosofisch gesprek verzeild geraak met vrienden. Ik herken dialoogmomenten in conversaties waaraan ik deelneem. Dat zijn intense piekmomenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en mezelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen . Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan .&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspra¬ken tegelijkertijd intrigeren en inspire¬ren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opge¬bouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxplo¬reerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is niet consensusge¬dreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats conver¬gentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenko¬men, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse . Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast  die ons toelaat om verbinding met anderen te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dominante interactiepraktijk is die van de monoloog, het opvoeren van rechtlijnige redeneringen, de discussie, overhaaste besluitvorming. De dialoog helpt ons daarentegen om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Door in de dialoog RUIMTE toe te laten en te benutten, brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt:&lt;br /&gt;
(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust;&lt;br /&gt;
(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid;&lt;br /&gt;
(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of  op te schorten;&lt;br /&gt;
(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen;&lt;br /&gt;
(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en&lt;br /&gt;
(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt;&lt;br /&gt;
(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kortom…&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
discussiëren	                    dialogeren&lt;br /&gt;
poneren, repliceren&lt;br /&gt;
verdedigen en aanvallen&lt;br /&gt;
snelheid&lt;br /&gt;
positionering en bevestiging&lt;br /&gt;
oordelen&lt;br /&gt;
resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
antwoorden&lt;br /&gt;
luisteren&lt;br /&gt;
bevragen&lt;br /&gt;
onderzoeken en toetsen&lt;br /&gt;
vertraging&lt;br /&gt;
verschuiving en exploratie&lt;br /&gt;
oordelen opschorten&lt;br /&gt;
loslaten van resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Literatuurlijst&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books.&lt;br /&gt;
Bakhtin, M.M. (1981). The Dialogic Imagination: Four Essays by M.M. Bakhtin. M. Holquist (Ed.), C. Emerson &amp;amp; M. Holquist (Trans.). University of Texas Press.&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1980). Wholeness and the Implicate Order. London: Routledge.&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge.&lt;br /&gt;
Bouwen, R. &amp;amp; Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider &amp;amp; J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass.&lt;br /&gt;
Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant.&lt;br /&gt;
Dawkins, R. (1991). The Selfish Gene. Oxford University Press.&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics.  Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70.&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39.&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life.  Currency.&lt;br /&gt;
Lakoff, G. &amp;amp; Johnson, M. (1980). Metaphors We Live By. The University of Chicago Press.&lt;br /&gt;
Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.]  &#039;s Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH.&lt;br /&gt;
Nagel, K.G. (1997). Het TAO van onderwijs. [The Tao of Teaching.] Naarden: Element&lt;br /&gt;
Schein, E. (1969). Process Consultation: Its Role in Organization Development.  Addison-Wesley.&lt;br /&gt;
Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday.&lt;br /&gt;
Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Brontekst&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (2007). Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1342</id>
		<title>Dialogeren</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Dialogeren&amp;diff=1342"/>
		<updated>2010-01-14T10:09:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: Van discussie naar dialoog  Waarom dialogeren?  Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal ...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Van discussie naar dialoog&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom dialogeren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Dit zijn enkele uitvergrotingen van hoe het potentieel in conversaties niet ten volle wordt benut.  Dialoog boort dit potentieel wel aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Discussie als interactie vanuit een strijdmodel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegen¬over inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen  en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegen¬stander de mond zou hebben ge¬snoerd?  En welke kan dit vooralsnog doen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door machtsspelletjes zoals deze geraken mensen verstrikt in hun eigen ideeënweb. De strijd houdt een gesloten¬heid in, waarbinnen mensen stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. Mensen bekeren telkens weer zichzelf – en soms al eens een ander.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. Mensen lijken in de illusie te leven dat ze met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl ze hiermee hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd. Het lijkt alsof we besmet zijn met ideeën die zich gedragen als virussen die zich willen verspreiden via andere virusdragers. Het onderliggende verlangen is er een van eenzijdige beïnvloeding en “aantasting”. Verontwaardigd stellen we vervolgens vast dat die andere dan onaan¬tastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat we blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Toen ik voor het eerst met dit concept van “dialoog” kennismaakte, kon ik dat het best begrijpen vanuit ervaringen die ik soms heb als ik in een goed, doorgaans filosofisch gesprek verzeild geraak met vrienden. Ik herken dialoogmomenten in conversaties waaraan ik deelneem. Dat zijn intense piekmomenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en mezelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen . Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan .&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspra¬ken tegelijkertijd intrigeren en inspire¬ren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opge¬bouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxplo¬reerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is niet consensusge¬dreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats conver¬gentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenko¬men, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse . Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast  die ons toelaat om verbinding met anderen te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dominante interactiepraktijk is die van de monoloog, het opvoeren van rechtlijnige redeneringen, de discussie, overhaaste besluitvorming. De dialoog helpt ons daarentegen om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Door in de dialoog RUIMTE toe te laten en te benutten, brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt:&lt;br /&gt;
(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust;&lt;br /&gt;
(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid;&lt;br /&gt;
(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of  op te schorten;&lt;br /&gt;
(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen;&lt;br /&gt;
(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en&lt;br /&gt;
(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt;&lt;br /&gt;
(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kortom…&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
discussiëren	dialogeren&lt;br /&gt;
poneren&lt;br /&gt;
antwoorden, repliceren&lt;br /&gt;
verdedigen en aanvallen&lt;br /&gt;
snelheid&lt;br /&gt;
positionering en bevestiging&lt;br /&gt;
oordelen&lt;br /&gt;
resultaat willen bereiken	luisteren&lt;br /&gt;
bevragen&lt;br /&gt;
onderzoeken en toetsen&lt;br /&gt;
vertraging&lt;br /&gt;
verschuiving en exploratie&lt;br /&gt;
oordelen opschorten&lt;br /&gt;
loslaten van resultaat willen bereiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Literatuurlijst&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books.&lt;br /&gt;
Bakhtin, M.M. (1981). The Dialogic Imagination: Four Essays by M.M. Bakhtin. M. Holquist (Ed.), C. Emerson &amp;amp; M. Holquist (Trans.). University of Texas Press.&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1980). Wholeness and the Implicate Order. London: Routledge.&lt;br /&gt;
Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge.&lt;br /&gt;
Bouwen, R. &amp;amp; Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider &amp;amp; J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass.&lt;br /&gt;
Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant.&lt;br /&gt;
Dawkins, R. (1991). The Selfish Gene. Oxford University Press.&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics.  Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70.&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39.&lt;br /&gt;
Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life.  Currency.&lt;br /&gt;
Lakoff, G. &amp;amp; Johnson, M. (1980). Metaphors We Live By. The University of Chicago Press.&lt;br /&gt;
Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.]  &#039;s Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH.&lt;br /&gt;
Nagel, K.G. (1997). Het TAO van onderwijs. [The Tao of Teaching.] Naarden: Element&lt;br /&gt;
Schein, E. (1969). Process Consultation: Its Role in Organization Development.  Addison-Wesley.&lt;br /&gt;
Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday.&lt;br /&gt;
Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Brontekst&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (2007). Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vertrouwen&amp;diff=1340</id>
		<title>Vertrouwen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vertrouwen&amp;diff=1340"/>
		<updated>2010-01-14T09:22:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Vertrouwen =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vertrouwen is zoiets als drinken uit een pas geopend brik melk. Je vertrouwt erop dat er in die brik ook echt melk zit. Je gaat er vanuit. Je staat er zelfs niet bij stil. Zo gezien vertrouwen we in de meeste handelingen en hun goede afloop. Zo kan je erop vertrouwen dat de belangrijkste mensen komen opdagen voor een vergadering of dat je medewerker of collega een afgesproken deadline haalt. Zo bekeken maakt vertrouwen het leven er alleen maar makkelijker op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Rationeel vertrouwen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Rationeel gezien komt het op het eerste gezicht neer op een calculatie: we schatten de kans dat het fout gaat te laag in om ons er zorgen in het maken. En als het fout gaat, is de schade misschien beperkt of niet zo van belang. Daarom wordt vertrouwen pas een uitdaging als het risico reëel is. Een optie dan is om niet te vertrouwen en de situatie te beheersen, te sturen in de gewenste richting zodat de kans op succes toeneemt. Je stuurt dan een verwittigingbericht uit. Of je maakt in overleg met de medewerker een gedetailleerd werkplan. Je zoekt naar indicatoren om een project op te volgen en bij te sturen indien nodig. Je vertrekt goed op tijd naar een belangrijke meeting. En je bereidt die extra goed voor. Enzovoort. Zo bouwen we meer zekerheid in. Het lijkt wel een kunst om daarin een evenwicht te vinden, de middenweg bewandelen van genoeg vertrouwen en genoeg voorzorgen nemen, zegt het gezond verstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vertrouwen als gevoel ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar vertrouwen of gebrek eraan is meer dan een kansberekening. Het is ook een gevoel. Na een onderhandeling kan je het gevoel hebben dat het goed zit, of net niet en dan blijft er bijvoorbeeld een oncomfortabele sensatie in je buik hangen. Daniel Goleman noemt dat “feeling pizzled” (samentrekking van puzzled &amp;amp;amp; pissed off). Ook in dat gevoel van vertrouwen zit veel informatie en dus houden we er best rekening mee, zonder het sowieso blind te volgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vertrouwen wordt op gevoelsniveau dikwijls gecontrasteerd met angst of onzekerheid. Angst kan helemaal niet goed om met onzekerheid. Vertrouwen kan dat wel. De facto zijn veel toekomstige ontwikkelingen onzeker en de vraag is dan hoe we hiermee opgaan. Gealarmeerd vanuit angst of waakzaam vanuit vertrouwen? Dat is van belang omdat vertrouwen/wantrouwen effect heeft. Als we vrezen komen we misschien scherper uit de hoek dan voorzien of te aarzelend. En maken we zo mee waar wat we vreesden: het mislukt. Er is niks zo moeilijk als werken voor een baas die eigenlijk niet vertrouwt in je kunnen of goede bedoelingen. En er is niks zo vermoeiend om geen vertrouwen te hebben in jezelf, en arrogantie, manipulatie en subassertiviteit zijn daar uitingen van. Al die energie kan beter worden benut. Daarom is vertrouwen in organisaties zo belangrijk. Een organisatie waarin er veel vertrouwen is tegenover elkaar en medewerkers ook vertrouwen in zichzelf, is veel beter in staat om op een goede manier omgaan met de onzekerheid waarmee het sowieso te maken heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vertrouwen als grondhouding  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
... is een goede basis om een werkzame balans te vinden tussen beheersen, plannen, voorbereiden, sturen, opvolgen en bijsturen enerzijds en ruimte geven aan medewerkers en de dingen los laten anderzijds. Bovendien worden vertrouwen en wantrouwen bewust of onbewust snel aangevoeld door anderen en zijn zo besmettelijk. Eens er wantrouwen is, wordt vertrouwen weliswaar maar traag terug opgebouwd en bij het minste vermoeden terug snel afgebroken. Daarom geldt: &#039;&#039;&#039;vertrek van vertrouwen als grondhouding&#039;&#039;&#039;.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Competenties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vertrouwen&amp;diff=1030</id>
		<title>Vertrouwen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Vertrouwen&amp;diff=1030"/>
		<updated>2009-08-30T20:38:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: = Vertrouwen =  Vertrouwen is zoiets als drinken uit een pas geopend brik melk. Je vertrouwt erop dat er in die brik ook echt melk zit. Je gaat er vanuit. Je staat er zelfs niet bij s...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= Vertrouwen =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vertrouwen is zoiets als drinken uit een pas geopend brik melk. Je vertrouwt erop dat er in die brik ook echt melk zit. Je gaat er vanuit. Je staat er zelfs niet bij stil. Zo gezien vertrouwen we in de meeste handelingen en hun goede afloop. Zo kan je erop vertrouwen dat de belangrijkste mensen komen opdagen voor een vergadering of dat je medewerker of collega een afgesproken deadline haalt. Zo bekeken maakt vertrouwen het leven er alleen maar makkelijker op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Rationeel vertrouwen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Rationeel gezien komt het op het eerste gezicht neer op een calculatie: we schatten de kans dat het fout gaat te laag in om ons er zorgen in het maken. En als het fout gaat, is de schade misschien beperkt of niet zo van belang. Daarom wordt vertrouwen pas een uitdaging als het risico reëel is. Een optie dan is om niet te vertrouwen en de situatie te beheersen, te sturen in de gewenste richting zodat de kans op succes toeneemt. Je stuurt dan een verwittigingbericht uit. Of je maakt in overleg met de medewerker een gedetailleerd werkplan. Je zoekt naar indicatoren om een project op te volgen en bij te sturen indien nodig. Je vertrekt goed op tijd naar een belangrijke meeting. En je bereidt die extra goed voor. Enzovoort. Zo bouwen we meer zekerheid in. Het lijkt wel een kunst om daarin een evenwicht te vinden, de middenweg bewandelen van genoeg vertrouwen en genoeg voorzorgen nemen, zegt het gezond verstand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vertrouwen als gevoel ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar vertrouwen of gebrek eraan is meer dan een kansberekening. Het is ook een gevoel. Na een onderhandeling kan je het gevoel hebben dat het goed zit, of net niet en dan blijft er bijvoorbeeld een oncomfortabele sensatie in je buik hangen. Daniel Goleman noemt dat “feeling pizzled” (samentrekking van puzzled &amp;amp;amp; pissed off). Ook in dat gevoel van vertrouwen zit veel informatie en dus houden we er best rekening mee, zonder het sowieso blind te volgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vertrouwen wordt op gevoelsniveau dikwijls gecontrasteerd met angst of onzekerheid. Angst kan helemaal niet goed om met onzekerheid. Vertrouwen kan dat wel. De facto zijn veel toekomstige ontwikkelingen onzeker en de vraag is dan hoe we hiermee opgaan. Gealarmeerd vanuit angst of waakzaam vanuit vertrouwen? Dat is van belang omdat vertrouwen/wantrouwen effect heeft. Als we vrezen komen we misschien scherper uit de hoek dan voorzien of te aarzelend. En maken we zo mee waar wat we vreesden: het mislukt. Er is niks zo moeilijk als werken voor een baas die eigenlijk niet vertrouwd in je kunnen of goede bedoelingen. En er is niks zo vermoeiend om geen vertrouwen te hebben in jezelf, en arrogantie, manipulatie en subassertiviteit zijn daar uitingen van. Al die energie kan beter worden benut. Daarom is vertrouwen in organisaties zo belangrijk. Een organisatie waarin er veel vertrouwen is tegenover elkaar en medewerkers ook vertrouwen in zichzelf, is veel beter in staat om op een goede manier omgaan met de onzekerheid waarmee het sowieso te maken heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vertrouwen als grondhouding  ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
... is een goede basis om een werkzame balans te vinden tussen beheersen, plannen, voorbereiden, sturen, opvolgen en bijsturen enerzijds en ruimte geven aan medewerkers en de dingen los laten anderzijds. Bovendien worden vertrouwen en wantrouwen bewust of onbewust snel aangevoeld door anderen en zijn zo besmettelijk. Eens er wantrouwen is, wordt vertrouwen weliswaar maar traag terug opgebouwd en bij het minste vermoeden terug snel afgebroken. Daarom geldt: &#039;&#039;&#039;vertrek van vertrouwen als grondhouding&#039;&#039;&#039;.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Competenties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wat_is_een_praktijkgemeenschap&amp;diff=1029</id>
		<title>Wat is een praktijkgemeenschap</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Wat_is_een_praktijkgemeenschap&amp;diff=1029"/>
		<updated>2009-08-30T20:21:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: == &amp;quot;Praktijkgemeenschap&amp;quot; volgens Wenger (1998)  ==  ==== Drie dimensies van een praktijkgemeenschap&amp;lt;br&amp;gt; ====  Praktijkgemeenschappen ontstaan in organisaties en daarbuiten als mensen ...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== &amp;quot;Praktijkgemeenschap&amp;quot; volgens Wenger (1998)  ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Drie dimensies van een praktijkgemeenschap&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Praktijkgemeenschappen ontstaan in organisaties en daarbuiten als mensen – wars van formele afbakeningen in hiërarchie, teams en afdelingen – komen tot samen werken, leren, veranderen en innoveren. Wenger stelt dat elke praktijkgemeenschap uit drie dimensies bestaat:&amp;lt;br&amp;gt;a. Betrokkenen gaan met elkaar een wederzijds engagement aan. Ze zijn samen betrokken in acties waarvan ze de betekenis met elkaar samen creëren. Ze vinden zo elk hun unieke plaats, hun eigen bijdrage.&amp;lt;br&amp;gt;b. Betrokkenen engageren zich in een gemeenschappelijke onderneming, waarbij de gemeenschappelijkheid voortdurend onderwerp is van onderhandeling. Ze tekenen samen een project, een richting uit ten aanzien waarvan elk lid zijn verantwoordelijkheid opneemt. In overeenstemming hiermee wordt er onderhandeld wat er toe doet en wat niet, wat gerechtvaardigd is om te doen, enzovoort&amp;lt;br&amp;gt;c. Het gedeeld repertorium wordt gaandeweg doorheen de geschiedenis van de praktijkgemeenschap opgebouwd en bevat de &amp;quot;resources&amp;quot; voorhanden om in te schakelen in de samenwerking. Dit bevat zowel allerlei artefacten, instrumenten, concepten, verhalen (reïficatieve elementen) als handelingen, conversaties, samenwerking (participatieve elementen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Twee facetten van een praktijk &amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Praktijken krijgen betekenis als er een evenwicht en een samenspel is tussen reïficatie (&amp;quot;verdingen&amp;quot;; dingen maken en vastleggen) en participatie (samen aan de slag gaan). Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille, en als de ene kant overheerst dan komt de continuïteit van &#039;&#039;&#039;betekenis &#039;&#039;&#039;in gevaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Te weinig participatie/te veel participatie.&#039;&#039;&#039; Als bijvoorbeeld “wij streven naar kwaliteit” niet meer is dan een woord, een ding, een slogan aan de muur, dan blijft die zin verder zonder betekenis. Wat van belang is dat mensen met dat idee van “kwaliteit” samen aan de slag gaan. Dan is er participatie en zo wordt dode kennis levend. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Te veel participatie/te weinig reïficatie&#039;&#039;&#039;. Maar ook reïficatie, dingen vastleggen is nodig omdat participatie op zich te vluchtig is. In die vluchtigheid gaat ook veel betekenis verloren. Daarom nemen mensen bijvoorbeeld verslag van een vergadering (reïficatie). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dat verslag dreigt dode letter te blijven tenzij mensen er weer mee samen aan de slag gaan (participatie). En dat leidt tot actie waaruit nieuwe documenten of andere dingen resulteren (reïficatie). En dat gaat zo maar door. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Participeren is niet-participeren&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wenger stelt dat participatie en non-participatie steeds samen gaan. Betrokkenen kunnen &#039;&#039;&#039;perifeer &#039;&#039;&#039;in de praktijkgemeenschap opereren: mensen staan met één been in de gemeenschap en de nadruk ligt op hun participatie binnen die gemeenschap. Dat houdt in dat ze tot op zekere hoogte niet participeren om een bepaalde vorm van participatie toe te laten. Opereren in de &#039;&#039;&#039;marge &#039;&#039;&#039;betekent andersom dat mensen het accent leggen op hun niet participeren: mensen staan met één been uit de gemeenschap. Dat evenwicht en samenspel tussen participatie en non-participatie maakt dat we sommige&amp;amp;nbsp;betrokkenen&amp;amp;nbsp;opzoeken en anderen vermijden, dat we aan sommige dingen aandacht besteden en andere dingen links laten liggen, dat we van alles willen weten en ook van alles negeren en vergeten. Kortom, betrokkenen zijn altijd tegelijk binnenstaander én buitenstaander. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Drie elementen van erbij horen&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lidmaatschap betekent erbij horen, en dat doen we, aldus Wenger, op drie manieren: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1) door ons actief te engageren, door mee te doen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(2) door imaginatie, verbeelding, het creëren van beelden over de wereld en het leggen van verbanden, en &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(3) door afstemming en coördinatie van acties, competenties en perspectieven om projecten gerealiseerd te krijgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze drie dimensies zijn ook bronnen van leren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1) Betrokkenen leren als ze zich ook&amp;amp;nbsp;engagement, maar te beperkt of eenzijdig engagement kan dit verhinderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(2) Imaginatie bevordert engagement, maar bepaalde beelden kunnen ineffectief blijken of los staan van elk engagement doordat ze geen aansluiting vinden bij de praktijken van de gemeenschap. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(3) Afstemming zorgt ervoor dat de praktijkgemeenschap slagkracht heeft en gewenste effecten kan bewerkstelligen, maar als afstemming van buitenaf of van bovenaf wordt opgelegd en afgedwongen, kan ze engagement in de kiem smoren en gemeenschappen verlammen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De rol van het design in de leergemeenschap&amp;lt;br&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens Wenger kan het leren zelf niet worden gedesigned of ontworpen. Het design resulteert immers niet sowieso in leren. Wat we wel kunnen ontwerpen, zijn situaties die het leren faciliteren. Leren is dan eerder een mogelijke respons van de lerende op de resources die binnen het design worden aangeboden. Het design is slechts een opportuniteit en leren is slechts een mogelijkheid. Daarom dient elk design in zekere zin minimalistisch en &amp;quot;ondergespecifieerd&amp;quot; - of &amp;quot;ondergedetermineerd&amp;quot; (Holman et al., 1997) - te zijn om zo mogelijkheden te scheppen. Het design mag geen keurslijf zijn en moet aanpasbaar zijn aan de situaties en betekenissen die binnen de leersituatie tot stand komen. Het is een kwestie van een uitnodigend kader aan te bieden waarbinnen het design zelf kan heronderhandeld worden. Zo kunnen de betrokkenen komen tot eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid ten aanzien van de leersituatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Bronnen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Holman, D., Pavlica, K. &amp;amp;amp; Thorpe, R. (1997). Rethinking Kolb’s Theory of Experiential Learning in Management Education. The Contribution of Social Constructionism and Activity Theory. Management Learning, 22 (2), 135-148. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wenger, E. (1998). Communities of Practice. Learning, Meaning, and Identity. Cambridge: Cambridge University Press.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Leren door participeren]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Lerendoorparticiperen&amp;diff=1028</id>
		<title>Lerendoorparticiperen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Lerendoorparticiperen&amp;diff=1028"/>
		<updated>2009-08-30T19:55:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &amp;lt;u&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Legitieme, perifere participatie&#039;&#039;&#039;&amp;lt;/u&amp;gt; =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast meer gangbare opvattingen die leren situeren als een proces dat zich voornamelijk tussen de oren van mensen afspeelt, zijn er ook benaderingen die&amp;amp;nbsp;leren als proces situeren&amp;amp;nbsp;tussen de neuzen van mensen. Zo hebben Lave en Wenger (1991) een &amp;quot;klassieker&amp;quot; geschreven over &amp;quot;leren als participatie&amp;quot;. In het boek vatten zij leren op als een intredingproces in een praktijkgemeenschap. Leren houdt nauw verband met het proces van wijzingen in de relationele positie waarin de lerende zich bevindt. Het leerproces begrijpen betekent hier begrijpen hoe men lid wordt van een praktijkgemeenschap, d.i. hoe relaties evolueren van asymmetrisch naar symmetrisch. De theorie van Lave en Wenger kan kort met het begrip “legitimate peripheral participation” (LPP) worden samengevat. Dit begrip staat voor drie complementaire relationele kwaliteiten die dienen aanwezig te zijn tussen de nieuwkomer en de gemeenschap waarbinnen hij/zij opereert. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;(1) De mogelijkheid tot participatie&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Participeren betekent deel zijn van de onderneming, eerder dan diens object zijn. In “schoolse” situaties zijn deelnemers object van de onderneming: de praktijk in bijvoorbeeld opleidingen richt zich op het leren van de cursisten zelf. Maar in dagelijkse, en dus ook professionele situaties maakt leren deel uit van de activiteit zelf. Daarom is het van belang dat de lerende zo volledig mogelijk toegang krijgt tot die activiteit en in gesprek kan gaan met andere betrokkenen. Dat in gesprek gaan is meer dan “erover praten”. Het is vooral iets teweeg brengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;(2) Gelegitimeerde participatie&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Legitimatie betekent hier toegang krijgen tot de hele praktijkgemeenschap, d.i. tot de verschillende activiteiten (taken) die binnen de gemeenschap ondernomen worden. Nieuwkomers krijgen de toelating om veel betrokkenen te ontmoeten, om met diverse omstandigheden om te gaan, om verschillende werkwijzen uit te proberen, om de dingen vanuit verschillende standpunten te bekijken. Zo wordt de participatie volwaardig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;(3) Participeren vanuit een perifere positie&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelegitimeerd toetreden binnen een praktijkgemeenschap betekent niet dat de nieuwkomer van in het begin de status van mede-expert toegewezen krijgt. De nieuwkomer volgt een traject van onwetendheid naar expertise waarin een zekere volgorde zit van perifere naar meer centrale taken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kritiek op Lave &amp;amp;amp; Wenger&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuwkomers transformeren ook de gemeenschap waarvan ze gaandeweg lid worden. Die actieve bijdrage wordt door Lave &amp;amp;amp; Wenger (1991 niet sterk uitgewerkt. De vraag is dan hoe de gemeenschap dient om te gaan met de afwijkende ideeën van de nieuwkomer en hoe deze ideeën kunnen bijdragen tot de gemeenschap. De idee van “LPP” legt dus fel de nadruk op ingroeien in en dus bestendigen van de praktijkgemeenschap en minder op de gezamenlijke creatie, scheppen en herscheppen, ervan in dialoog. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Bron&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lave, J. &amp;amp;amp; Wenger, W. (1991). &#039;&#039;Situated Learning. Legitimate Peripheral Participation&#039;&#039;. Cambridge: Cambridge University Press. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:Leren_door_participeren]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=VanDiscussienaarDialoog&amp;diff=1027</id>
		<title>VanDiscussienaarDialoog</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=VanDiscussienaarDialoog&amp;diff=1027"/>
		<updated>2009-08-30T19:53:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: = &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;&amp;lt;u&amp;gt;Van discussie naar dialoog&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;  =  ==== &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Waarom dialogeren?&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;  ====  Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;= &#039;&#039;&#039;&amp;lt;u&amp;gt;Van discussie naar dialoog&amp;lt;/u&amp;gt;&#039;&#039;&#039;  =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Waarom dialogeren?&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Of… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Discussie als interactie vanuit een strijdmodel&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegenover inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegenstander de mond zou hebben gesnoerd? En welke kan dit vooralsnog doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door machtsspelletjes zoals deze geraken we verstrikt in ons eigen ideeënweb. De strijd houdt een geslotenheid in, waarbinnen we stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. We bekeren telkens weer onszelf – en soms al eens een ander. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. We lijken wel te denken dat we met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl we hiermee feitelijk hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd.&amp;amp;nbsp;Maar in feite willen beide partijen&amp;amp;nbsp;eenzijdig beïnvloeden en “aantasten”. Verontwaardigd stellen ze vervolgens vast dat die andere dan onaantastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat ze blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Misschien herken je die momenten dat je zo opeens in een goed gesprek verzeild geraakt.&amp;amp;nbsp;Het zijn dan intense momenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven, en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en onszelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder-)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen. Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspraken tegelijkertijd intrigeren en inspireren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opge¬bouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxploreerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dialoog is niet consensusgedreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats convergentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenkomen, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse. Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast die ons toelaat om nog sterker verbinding met anderen te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De dominante interactiepraktijk is die van de monoloog, het opvoeren van rechtlijnige redeneringen, de discussie, overhaaste besluitvorming. De dialoog helpt ons daarentegen om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Zo brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt:&amp;lt;br&amp;gt;(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust; &amp;lt;br&amp;gt;(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid;&amp;lt;br&amp;gt;(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of op te schorten;&amp;lt;br&amp;gt;(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen; &amp;lt;br&amp;gt;(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en &amp;lt;br&amp;gt;(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt;&amp;lt;br&amp;gt;(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Kortom…&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;width: 325px; height: 229px&amp;quot; cellspacing=&amp;quot;1&amp;quot; cellpadding=&amp;quot;1&amp;quot; width=&amp;quot;325&amp;quot; border=&amp;quot;1&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| &#039;&#039;&#039;discussiëren&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
| &#039;&#039;&#039;dialogeren&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| poneren &lt;br /&gt;
| luisteren&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| repliceren &lt;br /&gt;
| bevragen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| verdedigen &amp;amp;amp; aanvallen &lt;br /&gt;
| onderzoeken &amp;amp;amp; aftoetsen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| snel gaan &lt;br /&gt;
| vertragen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| positioneren &amp;amp;amp; bevestigen &lt;br /&gt;
| verschuiven &amp;amp;amp; verkennen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| oordelen &lt;br /&gt;
| oordelen opschorten&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| resultaat willen bereiken &lt;br /&gt;
| loslaten van resultaat&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &#039;&#039;&#039;Literatuurlijst&#039;&#039;&#039;  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books.&amp;lt;br&amp;gt;Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge.&amp;lt;br&amp;gt;Bouwen, R. &amp;amp;amp; Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider &amp;amp;amp; J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass.&amp;lt;br&amp;gt;Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant.&amp;lt;br&amp;gt;De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics. Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70.&amp;lt;br&amp;gt;Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39.&amp;lt;br&amp;gt;Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life. Currency.&amp;lt;br&amp;gt;Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.] &#039;s Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH. &amp;lt;br&amp;gt;Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday.&amp;lt;br&amp;gt;Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Bron&amp;lt;br&amp;gt;&#039;&#039;&#039; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weerdt S. (2007). &#039;&#039;Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling&#039;&#039;. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Werken met groepen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Lerendoorparticiperen&amp;diff=1026</id>
		<title>Lerendoorparticiperen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Lerendoorparticiperen&amp;diff=1026"/>
		<updated>2009-08-30T19:26:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: &amp;lt;u&amp;gt;&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Legitieme, perifere participatie (Lave &amp;amp;amp; Wenger)&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;&amp;lt;/u&amp;gt;   Naast meer gangbare opvattingen die leren situeren als een proces dat zich voornamelijk tussen de oren van mensen a...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;u&amp;gt;&#039;&#039;&#039;Legitieme, perifere participatie (Lave &amp;amp;amp; Wenger)&#039;&#039;&#039;&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast meer gangbare opvattingen die leren situeren als een proces dat zich voornamelijk tussen de oren van mensen afspeelt, zijn er ook benaderingen die&amp;amp;nbsp;leren als proces situeren&amp;amp;nbsp;tussen de neuzen van mensen. Zo hebben Lave en Wenger (1991) een &amp;quot;klassieker&amp;quot; geschreven over &amp;quot;leren als participatie&amp;quot;. In het boek vatten zij leren op als een intredingproces in een praktijkgemeenschap. Leren houdt nauw verband met het proces van wijzingen in de relationele positie waarin de lerende zich bevindt. Het leerproces begrijpen betekent hier begrijpen hoe men lid wordt van een praktijkgemeenschap, d.i. hoe relaties evolueren van asymmetrisch naar symmetrisch. De theorie van Lave en Wenger kan kort met het begrip “legitimate peripheral participation” (LPP) worden samengevat. Dit begrip staat voor drie complementaire relationele kwaliteiten die dienen aanwezig te zijn tussen de nieuwkomer en de gemeenschap waarbinnen hij/zij opereert. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;(1) De mogelijkheid tot participatie&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Participeren betekent deel zijn van de onderneming, eerder dan diens object zijn. In “schoolse” situaties zijn deelnemers object van de onderneming: de praktijk in bijvoorbeeld opleidingen richt zich op het leren van de cursisten zelf. Maar in dagelijkse, en dus ook professionele situaties maakt leren deel uit van de activiteit zelf. Daarom is het van belang dat de lerende zo volledig mogelijk toegang krijgt tot die activiteit en in gesprek kan gaan met andere betrokkenen. Dat in gesprek gaan is meer dan “erover praten”. Het is vooral iets teweeg brengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;(2) Gelegitimeerde participatie.&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Legitimatie betekent hier toegang krijgen tot de hele praktijkgemeenschap, d.i. tot de verschillende activiteiten (taken) die binnen de gemeenschap ondernomen worden. Nieuwkomers krijgen de toelating om veel betrokkenen te ontmoeten, om met diverse omstandigheden om te gaan, om verschillende werkwijzen uit te proberen, om de dingen vanuit verschillende standpunten te bekijken. Zo wordt de participatie volwaardig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;(3) Participeren vanuit een perifere positie.&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelegitimeerd toetreden binnen een praktijkgemeenschap betekent niet dat de nieuwkomer van in het begin de status van mede-expert toegewezen krijgt. De nieuwkomer volgt een traject van onwetendheid naar expertise waarin een zekere volgorde zit van perifere naar meer centrale taken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kritiek op Lave &amp;amp;amp; Wenger&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuwkomers transformeren ook de gemeenschap waarvan ze gaandeweg lid worden. Die actieve bijdrage wordt door Lave &amp;amp;amp; Wenger (1991 niet sterk uitgewerkt. De vraag is dan hoe de gemeenschap dient om te gaan met de afwijkende ideeën van de nieuwkomer en hoe deze ideeën kunnen bijdragen tot de gemeenschap. De idee van “LPP” legt dus fel de nadruk op ingroeien in en dus bestendigen van de praktijkgemeenschap en minder op de gezamenlijke creatie, scheppen en herscheppen, ervan in dialoog. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Bron&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lave, J. &amp;amp;amp; Wenger, W. (1991). &#039;&#039;Situated Learning. Legitimate Peripheral Participation&#039;&#039;. Cambridge: Cambridge University Press.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Leren door participeren]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=461</id>
		<title>Gebruiker:Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=461"/>
		<updated>2009-04-06T12:33:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij, in dienst van [http://www.de-raet.be &#039;&#039;&#039;Stichting Lodewijk de Raet&#039;&#039;&#039;], vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [http://www.metison.be hier] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=460</id>
		<title>Gebruiker:Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=460"/>
		<updated>2009-04-06T12:32:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij in dienst van [http://www.de-raet.be &#039;&#039;&#039;Stichting Lodewijk de Raet&#039;&#039;&#039;] vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [http://www.metison.be hier] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Yves_Larock&amp;diff=459</id>
		<title>Gebruiker:Yves Larock</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Yves_Larock&amp;diff=459"/>
		<updated>2009-04-06T12:30:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Yves Larock is sociaal pedagoog (KUL) van basisopleiding en behaalde ook een master in business administration (UAMS). In binnen- en buitenland volgde hij aanvullende opleidingen op het vlak van management, ervaringsleren, organisatieverandering, kwaliteitszorg, communicatietheorie en filosofie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds januari 2000 ontwikkelt en begeleidt hij voor de [http://www.de-raet.be &#039;&#039;&#039;Stichting Lodewijk de Raet&#039;&#039;&#039;] vorming, training en opleiding rond de thema&#039;s leidinggeven, werken met groepen, vrijwilligerswerk, vorming opzetten en begeleiden, teamwerk en overleg. Bovenop zijn cursuswerk staat hij als directeur in voor de algemene coördinatie van de organisatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De afgelopen jaren publiceerde hij artikels over coaching, werken met groepen, vrijwilligerswerk en inspraak. Verder is hij als docent verbonden aan het [http://www.cvo-ssh.be Centrum Volwassenen Onderwijs van de Sociale School Heverlee].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Yves_Larock&amp;diff=458</id>
		<title>Gebruiker:Yves Larock</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Yves_Larock&amp;diff=458"/>
		<updated>2009-04-06T12:30:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Yves Larock is sociaal pedagoog (KUL) van basisopleiding en behaalde ook een master in business administration (UAMS). In binnen- en buitenland volgde hij aanvullende opleidingen op het vlak van management, ervaringsleren, organisatieverandering, kwaliteitszorg, communicatietheorie en filosofie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds januari 2000 ontwikkelt en begeleidt hij voor de [http///www.de-raet.be &#039;&#039;&#039;Stichting Lodewijk de Raet&#039;&#039;&#039;] vorming, training en opleiding rond de thema&#039;s leidinggeven, werken met groepen, vrijwilligerswerk, vorming opzetten en begeleiden, teamwerk en overleg. Bovenop zijn cursuswerk staat hij als directeur in voor de algemene coördinatie van de organisatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De afgelopen jaren publiceerde hij artikels over coaching, werken met groepen, vrijwilligerswerk en inspraak. Verder is hij als docent verbonden aan het [http://www.cvo-ssh.be Centrum Volwassenen Onderwijs van de Sociale School Heverlee].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=457</id>
		<title>Gebruiker:Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Gebruiker:Sven_De_Weerdt&amp;diff=457"/>
		<updated>2009-04-06T12:27:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verd...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [http://www.metison.be hier] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=456</id>
		<title>Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=456"/>
		<updated>2009-04-06T12:23:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [http://www.metison.be hier] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=455</id>
		<title>Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=455"/>
		<updated>2009-04-06T12:22:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [[http://www.metison.be hier]] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=454</id>
		<title>Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=454"/>
		<updated>2009-04-06T12:21:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [[http://www.metison.be|hier]] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=453</id>
		<title>Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=453"/>
		<updated>2009-04-06T12:21:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klik [[www.metison.be|hier]] voor een link naar de persoonlijke website van Sven De Weerdt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=452</id>
		<title>Sven De Weerdt</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://participatiewiki.be/wiki/index.php?title=Sven_De_Weerdt&amp;diff=452"/>
		<updated>2009-04-06T12:19:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Sven De Weerdt: Nieuwe pagina: Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verd...&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sven studeerde organisatiepsychologie (en bedrijfseconomie). Hij behaalde een doctoraat aan de K.U.Leuven over ervaringsleren en volgde in 2005 een opleiding in procesadvisering. Verder is hij als docent sinds 2000 actief in het postacademisch programma Relatie- en communicatiewetenschappen (UHasselt), waarin hij zijn passie voor volwasseneneducatie ontdekte. Hij schreef internationale en Nederlandstalige artikels en hoofdstukken over ervaringsleren, professionele ontwikkeling en duurzaam organiseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sinds 2007 ontwikkelt en begeleidt hij vorming rond sociale competenties en persoonlijke ontwikkeling. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Sven De Weerdt</name></author>
	</entry>
</feed>