Waarderend intervenieren
Waarderend interveniëren
Elke dag komen we beperkingen tegen: te weinig tijd, te veel werk, de file aan de kassa, de onvoorziene wegomleiding, de kinderen zijn ziek, de procedures werken tegen, de langverwachte promotie blijft uit, … Elke dag dienen zich “problemen” aan en zoals het nu loopt is het dan niet goed genoeg. Er is ook altijd wel iets dat beter kan, iets dat ontbreekt, iets om ons zorgen over te maken of om ons in op te jagen.
Hoe kunnen we beperkingen openbreken en nieuwe mogelijkheden verkennen? Problemen vertalen naar oplossingen? Grenzen gebruiken als hefboom voor je eigen ontwikkeling? Hoe kunnen we zo onze vrijheid herwinnen en opnieuw frisse antwoorden geven op de vragen die het leven ons stelt? En hoe kunnen we oog hebben voor en voortbouwen op wat wel al werkt? Vanuit deze thema’s verkennen we de kracht van waarderend interveniëren.
Voordelen van optimisme
Gelukkig zijn is niet zomaar tegenovergesteld aan droef, angstig of boos zijn (Seligman, 2006). Sommige mensen zijn gelukkiger èn ongelukkiger dan andere mensen. Beide toestanden kunnen dus samen voorkomen – maar doorgaan niet tegelijkertijd. Daarom is het ook zo dat hoe meer we verblijven in ongelukkigheid, hoe minder tijd er over schiet om gelukkig te zijn.
Iedereen wil uiteindelijk op de een of andere manier gelukkig zijn. Gelukkig zijn kan je niet zomaar rechtstreeks aanpakken. Als dat willen doen, dan zijn en worden we ongelukkig. Gelukkig komt voort uit (en genereert ook) levenskwaliteit: wat doen, hoe we dat aanpakken, hoe we kijken naar het leven, de anderen en onszelf, … Het heeft meer te maken met HOE dan met WAT we doen.
Pessimisme & optimisme zijn twee “denkstijlen” die in elk van ons aanwezig zijn. Pessimisme vergroot de kans op
• negatieve gevoelens (bezorgd, angstig, neerslachtig) & neerslachtigheid;
• van tegenslagen rampen maken, en van rampen catastrofes
• stress
• inertie na tegenslag (aangeleerde hulpeloosheid); niet volhouden (ook al lukt het)
• onderdrukking van het immuniteitssysteem (sneller ziek worden & trager genezen) en hierdoor een slechtere gezondheid (en sneller sterven); sommige soorten van kanker worden in verband gebracht met chronische mentale toestanden van hulpeloosheid en hopeloosheid; sommigen durven beweren dat “kanker wanhoop is ervaren op cellulair niveau”
• het afbrokkelen van sociale relaties
• een minder “succesvolle” loopbaan
Pessimisme maakt zichzelf waar! Gelukkig is dat voor optimisme ook zo. Indicaties (Cooperrider, 2001):
• Placebo-effect: louter de verwachting dat “het” beter zal gaan, zorgt ervoor dat mensen minder pijn hebben, een lagere bloeddruk, minder last van astma, angina, maagzweren, allerlei soorten misselijkheid, …; soms is het krachtiger dan het farmacologisch effect (bijv. als een braakmiddel wordt voorgesteld als een middel tegen braken).
• Onze overtuigingen activeren schijnbaar het biologisch systeem dat voor genezing zorgt: hoop, vrolijkheid, vreugde, vertrouwen, passie, levenswil, liefde, humor, grootse verwachtingen, … hebben een therapeutische waarde in het overwinnen van zelfs dodelijke ziektes.
• Pygmalion-effect. Als leerkrachten geloven dat studenten intelligent zijn, (1) zien ze meer successen, (2) herinneren ze zich meer positieve kenmerken van de studenten, (3) interpreteren ze ambigue situaties positief. Als leerkrachten positieve beelden hebben over hun studenten (1) bieden ze meer emotionele ondersteuning, (2) geven ze duidelijkere en meer onmiddellijk positieve feedback, en (3) bieden ze meer leerkansen en uitdagingen aan.
Het ziet er naar uit dat we allemaal verbeeld en gemaakt worden door hoe we elkaar zien.
• Mensen die positief in het leven staan
o kunnen problemen creatiever aanpakken
o effectiever beslissingen nemen
o leren gemakkelijker
o zijn minder op zichzelf betrokken, richting hun aandacht op hoe ze hun steentje kunnen bijdragen tot een betere wereld, voelen zich meer solidair met anderen, … Gelukkige mensen zijn meer bezig met het geluk van anderen dan met hun eigen geluk.
Positief in het leven staan
Het is beter om dat ene zaadje in de aarde in het oog te houden dan die negen andere op de rotsen
Positieve beelden zijn geen illusies of bedrieglijke wensbeelden, maar uitdrukkingen van ons vermogen om de realiteit vorm te geven <ref>Coopperider 2001</ref>.
{{#widget:YouTube|id=jedd2FiZTqM}}
Positief in het leven staan heeft “iets” te maken met hoe we naar onszelf als mens kijken.
- mensen maken zelf hun wereld meer dan ze denken (constructief principe)
- mensen maken die wereld door hoe ze naar de dingen kijken (principe van simultaneiteit)
- mensen maken verhalen (poëtisch principe)
- mensen anticiperen op wat komt (anticipatorisch principe)
- mensen neigen ernaar te groeien naar wat uitzicht biedt en hoop geeft (zoals bloemen en planten naar de zon; heliotropisch principe)
(van David Cooperrider)
Negatieve beelden over de toekomst creëren negatieve emoties (angst, bezorgd, boosheid) die ons waakzaam maken. Ze helpen om te overleven: is de deur op slot?
Positieve beelden over de toekomst maken zichzelf waar (net zoals negatieve beelden over de toekomst dat doen). Ze helpen om te leven: ze generen hoop, vertrouwen, levensenergie. Zie ook positieve zelf-monitoring van bijv. atleten (analyseren van wat goed ging versus fouten elimineren) en positieve affirmatie (gewenste toekomst verbeelden versus fouten vermijden).
Cooperrider <ref>Cooperrider (2001)</ref> vermeldt drie soorten toekomstbeelden die best op elkaar afgesteld zijn:
• profetische beelden: over wat zal zijn
• poëtische beelden: over wat kan zijn
• normatieve beelden: over wat hoort te zijn
Beelden, positief of negatief, maken ons op een bepaalde manier bewust van het heden. Als mensen geen beelden hebben over de toekomst, dan hangen ze enkel vast aan het verleden (“vroeger was het (niet) beter”). Dit lijkt me de minst interessante situatie.
Opmerkzaamheid voor wat goed gaat in jouw leven en dat van anderen.
Andere complementeren over wat ze hebben gedaan & waartoe dit leidde, end it op een oprechte, niet paternalistische manier.
Bijvoorbeeld:
Amai, waaw!
Dat zal niet simpel geweest zijn.
Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
We worden gelukkig door te geven. Complimenteren bijvoorbeeld. Of anderen bedanken.
Dankbaarheid: bewust (versus automatisch) en oprecht “dank u” zeggen. Bedanken van mensen die je ontmoette die dag. Mensen die je hielpen. Mensen die je het lastig hebben gemaakt. Bedanken van mensen die hun steentje bijdroegen tot de realisatie van datgene waar je gebruik van maakt.
Goed doen (want we worden wat we doen), zoals “goed spreken”: vriendelijk & waarheidsgetrouw; hou op met roddelen
Wat als het moeilijk wordt? Omgaan met beperkingen
a. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “analytisch” op andere gedachten brengen
“Verstorende” gewaarwording resulteert in negatieve gedachte & overtuigingen die op hun beurt uitmonden in negatieve gevoelens (emoties). Zie onderstaand 4G-model.
Seligman <ref>Seligman (2006)</ref> stelt twee strategieën voor om dit patroon te doorbreken:
• afleiding vinden: denk aan iets anders
o focus op voorwerp (rozijn: kijken, betasten, rieken, smaken)
o “parkeren”: (negatieve gedachte & gevoelens opschrijven &) inplannen wanneer je ermee zal verder bezig zijn
• bevragen:
o bedenken dat gedachten “maar” gedachten zijn en niet de werkelijkheid zelf
o “welke evidentie is er voor mijn negatieve gedachten?”
o “Is de gedachte een juiste gevolgtrekking?”
o “wat is de consequentie van de negatieve gedachten en zijn die wenselijk?”
o “zijn er alternatieve verklaringen mogelijk?” (factoren die veranderbaar zijn, specifiek (dat, daar & toen), en extern, onpersoonlijk
b. Het verhaal herschrijven: anderen en jezelf “waarderend” op andere gedachten brengen
Voorbeeld: De zus van de man van een bevriend koppel is stervende. De vriendin steunt haar man zo goed ze kan. Ze verloor zelf een naast familielid heel wat jaren terug en komt zichzelf terug in dit proces van afscheid en verlies tegen, wat het voor haar allemaal niet makkelijker maakt. Ik suggereer dat haar verlieservaring wellicht helpend werkt in de ondersteuning van haar man en zijn familie. Ze beaamt dat – bijna opgelucht, alsof er een zwaarte wat wegvalt. Ze ziet nu nog duidelijker hoe haar moeilijk verleden (naast moeilijk ook) helpend is in de uitdaging waarvoor ze nu staat.
c. Van problemen naar oplossing: in andere praktijken stappen (zie volgende titel)
Oplossingsgericht werken
Ieder van ons heeft de nodige kennis om kwaliteitsvol te leven (alleen zijn we ons daar niet altijd bewust van). We zijn dus in staat om ons leven in de gewenste richting te laten evolueren – mogelijk mits de nodige ondersteuning. We veranderen door
o te weten wat we willen;
o te weten wat we al kunnen;
o te doen wat we kunnen in de gewenste richting
o door alvast een eerste stap te zetten.
Oplossingsgericht werken wijkt af van probleemgericht werken op (minstens vier manieren):
• Positieve toekomst: Van probleembeeld (“Het is nu niet goed”) naar oplossingsbeeld (“Hoe zou het beter zijn? Waarmee zou je tevreden zijn? Concreet!)
• Positieve verleden: Van probleemanalyse (“Welke achterliggende oorzaken zijn er?” naar detecteren van oplossingen (bijv. “Wanneer ging het goed in het (nabije) verleden? Hoe kwam dat?”)
• Positieve heden: Van tekort (“Wat is er nog niet?”) naar overvloed (“Er is al wel wat, veel zelfs. Wat is er al wel om de uitdaging aan te gaan?”)
• Positieve intenties: Van analyse-paralyse (“Over die berg geraak ik nooit?!”) naar actie (“Wat is de eerste stap die je kan zetten?): “it is easier to act your way in a new kind of thinking than to think your way in a new kind of acting”
Oplossingsgerichte conversatie <ref>Jackson & McKergow (2007; p.79; eigen vertaling)</ref>
• Ik wil tijd vinden om dat rapport te schrijven
• Wanneer slaag je erin om je er een uurtje of zo aan te wijden?
• Wanneer dat het eerste is waaraan ik begin ’s morgens voor de post opdoe en mijn e-mails lees.
• Hoe kan je er dan voor zorgen dat je tijd maakt?
• Eerst een uur of twee schrijven en daarna pas met de post en zo beginnen.
• Wat kan je nog doen?
• Ervoor zorgen dat vergaderingen ’s namiddags worden ingepland. Om zo het eerste deel van de dag vrij te houden. Ik denk dat ik het vanaf morgen zo ga doen!
Probleemgerichte conversatie
• Ik vind maar geen tijd om dat rapport te schrijven.
• Wanneer is het voor je moeilijk om te schrijven?
• Ik word alsmaar afgeleid door de post en al die e-mails. Er is altijd zo veel te doen.
• Dus wat maakt dat je er maar niet in slaagt om je focussen op dat rapport?
• Wel, ik ben veel te snel afgeleid en stel dingen alsmaar uit.
• Dan zal het voor jou wel moeilijk zijn om dat rapport te schrijven!?
• Ja, dat lijkt wel het geval te zijn. Misschien moet het maar uitstellen totdat ik zelf wat meer discipline kan opbrengen.
Oplossingsgericht helpen in geval van probleemgericht gedrag
Voorbeeld1: leidinggevende bij coach
Ik heb een probleem met een van mijn medewerkers, Jos. Echt een hopeloos geval.
Zijn er momenten geweest dat het goed ging met Jos?
Neen, hij is eigenlijk altijd al een probleem geweest – heel passief van in het begin. Een echte bloemzak.
Vanaf het moment dat hij in dienst is getreden?
[5 seconden stilte] Ja, helemaal in het begin nog net niet natuurlijk.
Wat ging er toen wel goed?
Toen nam hij ten minste toch nog een beetje initiatief.
Toen nam hij dus wel meer initiatief. Wat deed jij toen om dat mogelijk te maken?
Ja, alles was toen nog nieuw voor hem… Ik begeleidde hem, maar hij was al snel op alles uitgekeken.
Je begeleidde hem bij het starten van zijn nieuwe job. Hoe zorgde jij er toen mee voor dat hij initiatief nam?
Door hem de nodige informatie te geven... Mijn begeleiding was niet zo spectaculair. Hij kwam zelf met vragen af als hij niet verder kon. Hij was er trouwens snel zelf mee weg.
Hoe zou je er dan voor kunnen zorgen dat hij terug initiatief neemt?
Misschien kan ik hem eens voorstellen om in een ander project te stappen.
Voorbeeld2: depressieve cliënt bij therapeut
Ik ben naar hier gekomen omdat ik niet eens de energie had om af te bellen.
Goed dat je dan toch de moeite hebt gedaan om af te komen. Dat apprecieer ik.
Ja, dat is bij mij een principe.
Kan je me iets meer vertellen over dat principe?
Je houden aan afspraken – dat is toch een minimale vorm van beleefdheid, vind ik.
Het is knap dat je je hier echt wel aan houdt. Wat maakt dat voor jou mogelijk?
Anders zou ik mijn vrienden snel kwijtspelen. En mijn vrouw zou er ook niet mee kunnen lachen. … ’t Is nu niet dat ik mij altijd hou aan afspraken. Ik ben ook niet heilig.
Wat zou je kunnen doen om je nog meer te houden aan afspraken?
[…]
Referenties
<references />