|
|
| (22 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven) |
| Regel 1: |
Regel 1: |
| '''PARTICIPATIEMETHODEN''' Tekst: Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie... Leuven: Instituut voor de overheid. Bron: [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/-http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/], geraadpleegd op 1/4/2011 <br>
| | Het onderstaande overzicht werd opgemaakt in het kader van een onderzoek<ref>Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op een webpagina van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).</ref> van het [http://soc.kuleuven.be/io/ned/ Instituut voor de overheid] (K.U. Leuven, Faculteit Sociale Wetenschappen). Door [http://soc.kuleuven.be/io/participatie/ned/ hier] te klikken kom je rechtstreeks terecht op de webpagina van het desbetreffende onderzoek.<br> <br> |
|
| |
|
| = AUDIOVISUELE MEDIA = | | {| border="1" style="border: 1px solid; border-collapse: collapse; width: 801px; height: 360px;" class="wikitable" |
| | |- |
| | ! Participatieniveau |
| | ! Rol participant |
| | ! Methoden |
| | |- |
| | | Informeren |
| | | Toehoorder |
| | | |
| | *[[Digitaal debat|Digitaal debat]] |
| | *[[Geschreven informatie|Geschreven informatie]] |
| | *[[Hoorzitting|Hoorzitting]] |
| | *[[Inspiratiebezoek]] |
|
| |
|
| === Participatieniveau = informeren ===
| | <sub>wordt nog verder aangevuld...</sub> |
|
| |
|
| === Omschrijving ===
| | |- |
| | | Consulteren |
| | | Geconsulteerde |
| | | |
| | *[[Deliberative Polling®|Deliberative Polling<sup>®</sup>]] |
| | *[[Digitaal debat|Digitaal debat]] |
| | *[[Dynamic mindmapping|Dynamic mindmapping]] |
| | *[[Elektronische consultatie - Webconsultatie|Elektronische consultatie - Webconsultatie]] |
| | *[[Enquête - Survey|Enquête/Survey]] |
| | *[[Fishbowl discussie|Fishbowl discussie]] |
| | *[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] |
| | *[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] |
| | *[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]] |
|
| |
|
| Via radio en televisie kan de overheid informatie verspreiden bij een breed publiek. Concreet kan het gaan over een TV– of radiospot, een videofilm, teletekst en een nieuwsbericht of reportage op TV.
| | <sub></sub> |
|
| |
|
| === Sterke punten ===
| | <sub>wordt nog verder aangevuld...</sub> <br> |
|
| |
|
| • Het is een medium dat snel bij de doelgroep terecht komt. • Groot en breed potentieel bereik. • De kijker of luisteraar moet slechts minimale inspanningen doen om de informatie te ontvangen. • Er is geen nood aan een soort \’leescultuur\’ bij de doelgroep. • De combinatie van woord, beeld en geluid is zeer aantrekkelijk voor de televisiekijker. • Nagenoeg alle burgers (ook MBB\’s) zijn vertrouwd met het medium. • Audiovisuele media zijn geschikt om een signaleringsfunctie te vervullen bij aanvang van een campagne. • Via lokale radio en regionale televisie kunnen ook plaatselijke accenten gelegd worden.
| | |- |
| | | Adviseren |
| | | Adviseur |
| | | |
| | *[[Adviescommissie|Adviescommissie]] |
| | *[[Burgerjury|Burgerjury]] |
| | *[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] |
| | *[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] |
| | *[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] |
| | *[[World Café|World Café]] |
|
| |
|
| === Zwakke punten ===
| | <br> <sub>wordt nog verder aangevuld...</sub> |
|
| |
|
| • Er is (voorlopig) weinig mogelijkheid tot interactie en feedback. • De kostprijs kan erg hoog oplopen als men een radio– of TV-spot wenst te maken. • Het is een erg vluchtig medium en daardoor niet echt geschikt voor het verspreiden van complexe informatie.
| | |- |
| | | [[Cocreatie|Cocreëren]] |
| | | Partner |
| | | |
| | *[[Dialoogmethode|Dialoogmethode]] |
| | *[[Design workshop|Design workshop of Charette]] |
| | *[[Open Space Technology|Open Space Technology]] |
| | *[[Scenarioplanning|Scenarioplanning]] |
| | *[[Versnellingskamer of Brainbox|Versnellingskamer/Brainbox]] |
| | *[[World Café|World Café]] |
| | *[[Zoekconferentie|Zoekconferentie]] |
| | *[[Planning for real]] |
|
| |
|
| === Tips bij gebruik ===
| | <sub>wordt nog verder aangevuld...</sub> |
|
| |
|
| • Bij een voorlichtingsfilmpje of radiospot heeft de zender de productie en verspreiding van de boodschap zelf in de hand. Dit is niet het geval bij een nieuwsbericht of reportage. • Teletekst laat toe om de informatie op eigen tempo te raadplegen. Het is vooral geschikt voor volwassenen, omdat de meeste jongeren het saa vinden. Er is bovendien een \’leescultuur\’ nodig bij de kijker.
| | |- |
| | | Zelfbeheer |
| | | Beslisser |
| | | |
| | *[[Consensusconferentie|Consensusconferentie]] |
| | *[[Keuze-enquête|Keuze-enquête]] |
| | *[[Referendum|Referendum]] |
| | *[[Vrijplaatsen en Pioniersactiviteiten]]<br> |
|
| |
|
| === Bereik ===
| | <sub>wordt nog verder aangevuld...</sub> |
|
| |
|
| Breed publiek van gewone burgers, waaronder vooral ook MBB en jongeren
| | |} |
|
| |
|
| === Kostprijs ===
| | <br> '''Refere<u></u>nties''' |
|
| |
|
| Het is een vrij duur medium.
| | <references /><br> |
|
| |
|
| = DIGITAAL DEBAT =
| | [[Category:Methoden]] [[Category:Werken_met_groepen]] [[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Beleidsparticipatie]] [[Category:Burgerschap]] |
| | |
| === Participatieniveau = informeren + consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| In een digitaal debat kan de overheid uitgebreid in discussie treden met burgers, deskundigen, maatschappelijke organisaties en andere overheden over talloze aspecten van een bepaald beleidsprobleem. Dit gebeurt door het uitwisselen van getypte bijdragen via internet. Op deze manier wordt het debat breder, kan een onderwerp uitgediept worden en kan men nieuwe ideeën genereren. Het doel van internetdebatten is zoveel mogelijk mensen de kans te geven om hun mening te geven – onafhankelijk van tijd en plaats – en een meer evenwichtig standpunt in te nemen ten aanzien van een bepaald beleidsonderwerp. Hoe dit precies gebeurt, kan variëren. Men kan bijvoorbeeld uitgaan van een aantal stellingen, vragen, losse thema\’s, concrete beleidsvoorstellen, enz. Deelnemers hebben ook de kans om te reageren op een bijdrage van iemand anders of zelf een nieuwe deeldiscussie te starten. Digitale debatten kunnen gesloten zijn, in die zin dat de deelnemers worden uitgenodigd en alleen toegang krijgen tot een debat met een depersonaliseerde code. Natuurlijk kunnen ze ook open zijn. Dan doen de deelnemers anoniem mee, waardoor moeilijk is na te gaan of ze serieus hun mening geven. Bovendien bestaat dan het risico dat bepaalde personen enkel deelnemen om de discussie bewust te polariseren. Aan de andere kant kan anonimiteit juist een voordeel zijn bij debatten over gevoelige thema\’s, waarrond veel taboes heersen. Als de overheid initiatiefnemer is, moet ze eerst duidelijk maken waarom zij dit internetdebat organiseert, wat de bedoeling is en wat zij met de eventuele resultaten of conclusies gaat doen. Ervaringen in het verleden hebben geleerd dat internetdebatten hooguit in combinatie met andere instrumenten enig nuttig effect kunnen hebben. Burgers hebben er in het algemeen immers weinig vertrouwen in dat er wat met hun inbreng zal gebeuren. Het aantal deelnemers en de kwaliteit van hun inbreng stellen dan ook vaak teleur.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De discussie is niet gebonden aan tijd of plaats. • De snelheid van de responsmogelijkheden is in bepaalde gevallen een duidelijk voordeel. • Een digitaal debat heeft een hoog potentieel bereik, omdat het de mogelijkheid biedt om een groot aantal individuele personen te laten deelnemen. • Het is mogelijk om op een snelle manier een grote variëteit aan reacties te verzamelen. • Het instrument kan vooral een dienst bewijzen bij meer gecompliceerde onderwerpen, omdat een digitaal debat ook de mogelijkheid biedt om aan deelnemers informatie over het beleidsonderwerp te verstrekken en omdat de deelnemers tijdens het debat bijkomende informatie kunnen opzoeken.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De antwoorden zijn meestal niet representatief voor de totale bevolking, omdat niet iedereen toegang heeft tot het internet. Daarom is dit digitaal instrument bij voorkeur slechts een onderdeel van een bredere mediamix (online en offline). • Burgers die onvoldoende kennis hebben van internet en niet beschikken over de nodige vaardigheden om bijdragen in te typen worden uitgesloten van participatie. • Het lezen van getypte bijdragen op internet spreekt niet alle burgers aan. Zelfs mensen die wel (eens) internet en e-mail gebruiken, zullen niet makkelijk aan een internetdebat meedoen. Mogelijke redenen hiervoor zijn het feit dat er nog onwennigheid is om deel te nemen aan een digitaal debat of het ontbreken van een \’leescultuur\’ bij bepaalde groepen in de samenleving. • De motivatie om deel te nemen ontbreekt vaak, omdat men er niet op vertrouwt dat de overheid de resultaten in rekening zal brengen bij de besluitvorming. • Het risico bestaat dat sommigen de discussie bewust polariseren.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Het is aangeraden om een onafhankelijke moderator te voorzien om de kwaliteit en relevantie van de bijdragen op te volgen. De bijdragen gaan dan eerst naar de moderator die deze vervolgens op de publieke site plaatst. • Politic en ambtenaren kunnen ook een rol krijgen in het digitale debat. Ze kunnen vanuit hun politiek programma of hun ambtelijke deskundigheid informatie geven of in discussie treden met de burger. Hierover moeten van te voren wel de nodige afspraken gemaakt worden om te voorkomen dat het debat ontaardt in een verbaal gevecht tussen politiek, bestuur en boze burgers. • Het is belangrijk om de bijdragen op een overzichtelijke wijze weer te geven op de webpagina. Dit kan bijvoorbeeld door een onderverdeling in thematische titels en een aantrekkelijke lay-out. • Voor een zo groot mogelijke kans op succes is veel publiciteit en ondersteuning van relevante organisaties en instellingen nodig (bv. link naar debatsite op de website van verschillende organisaties). • Zorg ervoor dat de technische systeemvereisten voor de deelnemers niet te hoog zijn, zodat zo weinig mogelijk personen worden uitgesloten van participatie.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Groot potentieel bereik van gewone burgers, vertegenwoordigers van belangengroepen of maatschappelijke organisaties, deskundigen en andere belanghebbenden.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is relatief laag en bestaat voornamelijk uit het technisch ontwikkelen en onderhouden van een discussiepagina en daarnaast eventueel een financiële bijdrage voor de moderator. Er is echter ook budget en tijd nodig voor de analyse van de reacties indien deze in overweging worden genomen bij de besluitvorming.
| |
| | |
| = GESCHREVEN INFORMATIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = informeren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Via geschreven informatie kan men de burger informeren over het gevoerde beleid of de inhoud van nieuwe voorstellen presenteren. Dit kan in verschillende vormen, zoals een gedetailleerd beleidsplan, handboek, brochure, folder, nieuwsbrief, affiche, persoonlijke brief en persartikel. Belangrijk is om inhoud, taalgebruik, detailniveau, lay-out, verspreidingswijze en grafische vormgeving telkens af te stemmen op de doelgroep die men wil bereiken. Ga er dus niet van uit dat één geschreven informatiebron geschikt is voor alle burgers in de samenleving. Wil men bijvoorbeeld personen met minder behartigde belangen (MBB) bereiken met schriftelijke informatie dan moeten enkele randvoorwaarden vervuld zijn: • Eenvoudig en begrijpelijk taalgebruik met korte actieve zinnen • Aanknopingspunten met de eigen omgeving van de doelgroep • Verwijzing naar het (onmiddellijke) voordeel of nut van de informatie (kosten-batenanalyse) • Opletten met info-overload • Geen vakjargon • Ondubbelzinnige en niet-abstracte informatie • Overzichtelijke lay-out • Concrete \’to-the-point\’ informatie die relevant is voor hun hier-en-nu-problemen • Geschreven vanuit de bril van de gebruiker • Geen overbodige randinformatie ("schrijven is schrappen") • Opvallende titels • Geschikte vindplaats van de informatie (bv. via verenigingen of welzijnsorganisaties) • Vertrouwenwekkend karakter • Zo persoonlijk mogelijk (bv. face-to-face, SMS of gepersonaliseerde brief) • Gratis (of goedkoop) opvraagbare informatie • Positieve verwoording van de boodschap (bv. "Nu kom ik rond" ) Om naar jongeren te communiceren zijn er ook enkele belangrijke aandachtspunten: niet te lange teksten, aandachttrekkende titel bij elk artikel, jongeren zelf aan het woord laten, thema\’s die de doelgroep direct aanbelangen, enz. .
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men kan gedetailleerde informatie overbrengen. Wel moet men zorgen voor een goede afstemming van het taalgebruik op de doelgroep. • De burger kan de informatie bijhouden om later (nogmaals) te bekijken of dieper te analyseren. • Het medium is relatief goedkoop. • Folders hebben het voordeel dat ze de indruk geven dat je snel relevante informatie kan opdoen. Dit doet de bereidheid tot lezen meestal toenemen. • Geschreven informatie is een noodzakelijke aanvulling van elektronische informatie op de website die niet voor iedereen toegankelijk is.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Om MBB\’s te bereiken moet men bijkomende inspanningen doen, aangezien bij deze doelgroep vaak een \’leescultuur\’ ontbreekt. • Bij folders, brochures en flyers speelt vaak het probleem van de moeilijke vindbaarheid ervan . • Affiches worden bovendien vaak op plaatsen gehangen waar men niet moet of kan stilzitten of –staan. Geschikte plaatsen hiervoor zijn: wachtzaal, bus(halte), tram, winkelcentrum, rode lichten, bibliotheek, vrijetijdscentrum, postkantoor, enz. Een belangrijk probleem bij affiches is dat er veel \’concurrentie\’ is, zodat het moeilijk is om de aandacht van de burger te trekken. • Geschreven informatie is vaak onpersoonlijk, wat vooral bij MBB\’s een probleem kan zijn. • Veel folders en brochures verdwijnen ongelezen als papierafval.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Om de effectiviteit van een schriftelijke informatiecampagne te verhogen kan men volgende basisvragen stellen (Goubin & Mestian, 2003): 1. Welke (sub)doelgroep willen we bereiken? 2. Welke hoofdeffecten willen we realiseren? 3. Wat is de gewenste verandering die we teweeg willen brengen: kennis–, houdings–, besef– of gedragsverandering? 4. Welke boodschap wil de overheid meegeven? • Het is belangrijk om in kaart te brengen welke informatiebehoeften er leven bij de specifieke doelgroep(en) die men wil bereiken. In feite zou er dus bij elke voorlichtings– of informatiecampagne een doelgroepenanalyse gemaakt moeten worden. Op die manier kan men volgens Memori "vermijden dat goed bedoelde communicatieboodschappen verkeerd begrepen worden" (Goubin & Mestian, 2003). • Voorzie voldoende tijd en personeel voor het design van geschreven informatiebronnen. • Vooraleer je overgaat tot de inhoudelijke boodschap, zorg je er best voor eerst de aandacht te trekken. Op die manier wordt de burger gemotiveerd om verder te lezen. Aandacht trekken kan vooral door vormelijke aspecten, maar ook door opvallende slogans of titels. • Een brochure is vooral geschikt bij een publiek met een vrij grote leesbereidheid, dat al enige interesse toonde voor het thema. • Brochures, folders, nieuwsbrieven zijn meer laagdrempelig dan gedetailleerde beleidsplannen, rapporten of handboeken. • Affiches zijn vooral geschikt als aandachtstrekker, omdat men er vaak mee geconfronteerd wordt en omdat er meestal opvallende slogans gebruikt worden. • Indien men zich wil richten tot de allochtone bevolking is een vertaling meestal essentieel.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Hoog potentieel bereik, maar de nodige variatie in materaal is nodig om verschillende doelgroepen te kunnen bereiken.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Relatief goedkoop, maar sterk afhankelijk van de vorm en verspreiding.
| |
| | |
| = INTERACTIEVE TELEVISIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = informeren + consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| De digitalisering van de televisie kan leiden tot een nieuw interactief instrument. Via interactieve televisie kan de overheid de burger snel informeren op een toegankelijke, visuele en aantrekkelijke manier. Daarenboven laat dit instrument toe om consultaties te organiseren over uiteenlopende beleidsthema\’s door burgers te laten stemmen (met de afstandbediening) of zelfs via digitale debatten en \’e-conferenties\’.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Omdat bijna iedereen over een televisietoestel beschikt, maar niet over een PC, bestaat de kans dat interactieve televisie op termijn een oplossing wordt voor de digitale kloof . Op die manier kunnen bepaalde groepen uit de samenleving – die men anders waarschijnlijk niet zou bereiken – toch betrokken worden bij het beleid. Natuurlijk staat digitale televisie momenteel nog in de kinderschoenen, omdat slechts een klein gedeelte van de bevolking er voorlopig toegang toe heeft. De toekomst zal uitwijzen of de verspreiding over de Belgische populatie toereikend zal zijn om van digitale televisie een succesvol informatie– en/of participatie-instrument voor het brede publiek te maken. Steve Morrison, \’Chief Executive\’ van Granada televisie in het Verenigd Koninkrijk, ze hierover: "Television reaches parts of society other technologies don\’t reach. As integrated digital television sets develop, you`ll be able to access the internet. Television is easy and unintimidating (…) closing the gap between the information-rich and the information-poor (…) and can create a genuinely inclusive society of Digital Citizen" (CRC, 2006). • Televisie is een laagdrempelig medium dat voor veel burgers meer toegankelijk is dan een PC. • Men kan een grote groep burgers op hetzelfde moment informeren en laten deelnemen aan publieke consultaties. • Digitale televisie is een geschikt instrument als men de bevolking bewust wil maken van het belang van een specifiek beleidsthema.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Momenteel is het medium digitale televisie nog te weinig verspreid onder de bevolking om er al op succesvolle wijze gebruik van te maken. • Het is de vraag of die groepen in de samenleving die momenteel weinig of niet hun mening laten horen over het gevoerde beleid, dit wel zullen doen als ze toegang hebben tot interactieve televisie. • Interactieve televisie is momenteel nog erg duur. • Door de vluchtigheid van het medium bestaat het risico dat de bijdrage van de burger weinig gedetailleerd of beargumenteerd is. • Wellicht zal er via digitale televisie snel een overaanbod zijn aan programma\’s, informatie en entertainment, zodat het voor de overheid niet eenvoudig zal zijn om de \’concurrentie\’ het hoofd te bieden.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| Het instrument wordt bij voorkeur gebruikt als het beleidstopic belangrijk is voor het brede publiek en men wil peilen naar de mening van een groot aantal burgers.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Men kan een grote groep gewone burgers informeren en betrekken bij het beleid. Als De kostprijs van digitale televisie afneemt, kan men zelfs bepaalde moeilijk bereikbare doelgroepen bereiken.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Aan interactieve televisie is momenteel nog een hogeKostprijs verbonden.
| |
| | |
| = HOORZITTING =
| |
| | |
| === Participatieniveau = informeren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Dit is een bijeenkomst waar burgers informatie krijgen aangeboden over een specifiek (beleids)topic. Men begint meestal met een centrale plenaire introductie waarin één of meerdere presentaties worden gegeven door initiatiefnemers. Vervolgens krijgen de aanwezigen de kans om in het openbaar vragen te stellen en eventueel bijkomende opmerkingen te formuleren, waarop plenaire feedback mogelijk is. Ondanks de mogelijkheid voor burgers om te reageren op beleidsvoorstellen, is deze techniek niet echt geschikt als consultatie-instrument.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Er kunnen veel burgers betrokken worden bij deze activiteit. • Men kan op transparante wijze gedetailleerde informatie verstrekken aan het brede publiek. • Elke burger mag zijn mening openlijk delen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Vaak is er een lage opkomst voor dergelijke bijeenkomsten of is enkel een bepaald segment van de samenleving aanwezig (bv. specifieke belangengroepen). In dit laatste geval bestaat het risico dat de discussie eenzijdig wordt, omdat er enkel vragen worden gesteld of opmerkingen worden gegeven vanuit één specifieke invalshoek. • Wanneer er onvoldoende planning en voorbereiding aan vooraf ging, bestaat het risico dat er geen duidelijke focus is, zodat de meeting zijn doel mist. • Vaak is de opzet vrij strikt en formeel, wat de aantrekkingskracht van deze initiatieven doet afnemen. • Sommige mensen vinden het bedreigend om te spreken in een grote groep. • De discussie kan gedomineerd worden door bepaalde groeperingen of door assertieve personen, zodat de andere aanwezigen niet of nauwelijks aan bod komen. Om het proces in goede banen te leiden, is er dus nood aan een bekwame gespreksleider. • Wegens de vaak beperkte tijd, kunnen er slechts weinig personen aan bod komen om hun mening te uiten. • Deze techniek laat de burger weinig ruimte voor beleidsbeïnvloeding.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Voldoende publiciteit via verschillende kanalen is een belangrijke succesvoorwaarde. • Geef \’to the point\’ informatie om het publiek bewust te maken van het belang van het thema. • Zorg voor een goede selectie van sprekers om het geheel boeiend te houden. • Een bekwame moderator is essentieel om de bijeenkomst in goede banen te leiden. • Men past deze techniek bij voorkeur toe als onderdeel van een groter pakket aan initiatieven. • Dit instrument kan nuttig zijn om een maatschappelijk debat op gang te brengen, waarna meer intensieve participatiemethoden kunnen ingezet worden. • Er is openheid nodig vanwege beleidsmakers om effectief rekening te houden met opmerkingen van burgers.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Bij voorkeur richt men zich op een zo breed mogelijk publiek. Op die manier wordt de informatie verspreid over verschillende subgroepen in de samenleving.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De relatief beperkte kostprijs kan ondermeer bestaan uit huur van accommodatie, financiële tegemoetkoming aan sprekers, publiciteit, versnaperingen en eventueel technische apparatuur die nodig is voor de presentaties.
| |
| | |
| = TENTOONSTELLING / EVENEMENT =
| |
| | |
| === Participatieniveau = informeren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Bij een tentoonstelling wordt de informatie op een dusdanige manier weergegeven dat nadere toelichting niet nodig is (bv. foto\’s, informatiepanelen, plannen, videomateriaal, enz.). Bij voorkeur wordt dit geïntegreerd in een breder evenement, zodat het grote publiek via een gevarieerd aanbod aan activiteiten geïnformeerd wordt over een bepaald topic of een beleidsdomein. Bovendien kan de burger geactiveerd worden om zelf een bijdrage te leveren aan de voorgestelde beleidsproblematiek (bv. maatregelen om milieuverontreiniging tegen te gaan, duurzame bouwmaterialen, milieuvriendelijke wagens, enz.) of om in de toekomst deel te nemen aan beleidsparticipatie binnen het domein.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Deze vorm van informatieverstrekking is toegankelijk voor het brede publiek. • Men kan de aandacht van de burger of van belangengroepen vestigen op een specifieke beleidskwestie, waarna eventueel een maatschappelijk debat tot stand komt. • Op een evenement kan veel informatie in papieren versie (bv. brochure, folders) verspreid worden onder de bevolking.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De opkomst is vaak laag, tenzij men de nodige maatregelen neemt om het geheel aantrekkelijk te maken. • Een goede voorbereiding van een evenement neemt veel tijd in beslag.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Om voldoende deelnemers te bekomen, moet men zorgen voor de nodige aantrekkingskracht van het initiatief en voldoende publiciteit. • Tracht de doelgroepen die je wil bereiken via verschillende kanalen te stimuleren om aanwezig te zijn.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Als een evenement goed georganiseerd wordt, als men inspanningen doet om de doelgroep te motiveren tot deelname en als men zorgt voor voldoende publiciteit, kan een relatief grote groep burgers bereikt worden.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De prijs is afhankelijk van de opzet van het initiatief, de publiciteit, het aantal deelnemers dat men wil bereiken, enz.
| |
| | |
| = WEBSITE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = informeren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Via een website kan men de burger op een laagdrempelige manier toegang verschaffen tot een grote hoeveelheid up-to-date informatie over een beleidsthema of een specifiek beleidsvoorstel. Daarnaast kan men via een website ook in interactie treden met de burger (zie: elektronische consultatie, digitaal debat).
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men kan een vrij grote groep burgers informeren over een beleidskwestie. Bovendien kan men deze informatie raadplegen waar en wanneer men wil. • Een website biedt talloze mogelijkheden tot interactie met de burger. • De informatie kan gemakkelijk geüpdatet worden. • Internettoepassingen zijn flexibel inzetbaar.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Aangezien burgers op het internet zelf actief op zoek moeten naar specifieke websites, bestaat het risico dat men enkel die groep bereikt die al geïnteresseerd is in het thema. • Slechts een bepaald gedeelte van de bevolking heeft toegang tot internet (digitale kloof). • Informatie \’overload\’ en slecht design maken het soms moeilijk om op een website precies te vinden wat je zoekt.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Besteed veel aandacht aan webdesign. De lay-out moet zowel overzichtelijk als aantrekkelijk zijn en de informatie moet gemakkelijk te vinden zijn. Zorg er ook voor dat alle links werken en dat de informatie up-to-date blijft. • Zorg voor voldoende publiciteit bij de lancering van een nieuwe website om zoveel mogelijk burgers te \’lokken\’. • Voorzie andere informatiekanalen voor zij die niet beschikken over een internetaansluiting. • Vermeld het webadres steeds op schriftelijke documentatie van uw organisatie.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Er is een zeer groot potentieel bereik van gewone burgers, met jongeren als belangrijke doelgroep. Toch sluit men een vrij groot gedeelte van de bevolking uit omwille van de digitale kloof.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Het is een erg kosteneffectief instrument als men informatie wil verspreiden of interactie met de burger tot stand wil brengen. Het opzetten en onderhouden van een website vergt wel een aanzienlijke tijdsinvestering.
| |
| | |
| = BURGERPANEL / INTERNETPANEL =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren + adiviseren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een burgerpanel bestaat uit een grote aselect samengestelde groep burgers (1000 à 3000 deelnemers), waarbij men zoveel mogelijk representativiteit nastreeft qua geslacht, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau. De deelnemers maken deel uit van een relatief permanent forum dat gedurende 2 à 4 jaar op geregelde tijdstippen (minimum 3 maal per jaar) geraadpleegd wordt over een grote variëteit aan beleidsmaatregelen. De consultatie gebeurt doorgaans via telefonische of postenquêtes, maar men kan de leden ook uitnodigen om deel te nemen aan andere participatie-initiatieven zoals een burgerjury, een \’deliberative poll\’ of een consensusconferentie. Bij de enquête is het echter niet de bedoeling om burgers te laten antwoorden op duidelijk afgelijnde vragen met gesloten antwoordcategorieën en zo een momentopname te maken van hun opvattingen. Men tracht de deelnemers daarentegen te laten nadenken over hun ervaringen en prioriteiten, zodat men vanuit dat perspectief suggesties en aanbevelingen kan doen met betrekking tot een bepaalde beleidsproblematiek. Er is dus een veel grotere betrokkenheid dan bij gewone surveys. Naarmate het gewicht van de input in de besluitvorming toeneemt, spreekt men eerder van adviseren in plaats van consulteren. Een variant hierop is het internetpanel. Dit is een gelijkaardige methodiek, maar aangezien deze via het internet verloopt kan men kan de frequentie verhogen (bv. één keer per maand). De gegevens kunnen immers sneller verzameld en geanalyseerd worden. Het is dan wel belangrijk om ook hier de representativiteit van de deelnemersgroep te garanderen. Dit is echter niet eenvoudig omwille van de digitale kloof.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Burgerpanels of internetpanels kunnen een belangrijke bron van informatie zijn voor beleidsmakers, die niet steeds op de hoogte zijn van wat er leeft onder de bevolking. • De resultaten zijn representatief voor de totale populatie. • Burgerpanels kunnen gebruikt worden als klankbord om na te gaan of er draagvlak is voor bepaalde nieuwe ideeën. • Mogelijkheid om houdingen, kennis, gedragingen, noden en behoeften van de bevolking vast te stellen en eventuele veranderingen doorheen de tijd na te gaan. • Mogelijke toename van publieke steun voor beslissingen. • Deze techniek staat open voor een grote en brede groep burgers, waaronder ook minderheidsgroepen. • Men kan de opvattingen van verschillende groepen in de samenleving onderling vergelijken. • Continuïteit in de deelname kan een stimulans zijn voor publiek engagement.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Het is niet altijd eenvoudig om voldoende gemotiveerde leden te vinden. • Het risico bestaat dat panelleden hun interesse voor deelname verliezen. • Uitval van deelnemers vóór het verstrijken van de termijn zorgt voor een daling van de representativiteit. Vervanging door anderen is dan een optie. • De voorbereiding is erg tijdsintensief. • De databank van persoonlijke gegevens van deelnemers (bv. adressen) moet voortdurend geüpdatet worden. • Door de participatie te beperken tot het invullen van vragenlijsten worden burgers niet echt actief betrokken bij het beleidsproces. • Door langdurige deelname kunnen er leereffecten optreden bij de panelleden, wat afbreuk doet aan de representativiteit.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Het is niet de bedoeling dat burgerpanels beslissingen nemen. Hun feedback kan wel interessant zijn om beleidsmakers beter te informeren met het oog op besluitvorming en die topics te bepalen waarvoor verder onderzoek nodig is. Wanneer de resultaten zichtbaar worden meegenomen in de politieke beraadslagingen kan dit voor de deelnemers wel een \’symbolische betaling\’ of erkenning zijn. • Let op dat er bij de panelleden geen participatiemoeheid ontstaat door een overdaad aan consultatie. • Zorg ervoor dat de topics interessant en gewichtig genoeg zijn om de belangstelling van de leden te blijven wekken.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Grote aselect samengestelde groep burgers (1000 à 3000), die een zekere representativiteit heeft naar de bevolking of een specifiek deel ervan.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is vrij hoog (bv. telefonische enquêtes). In vergelijking met gewone surveys spaart men nochtans aanzienlijke kosten, omdat men geen middelen moet inzetten om bij elke bevraging telkens opnieuw een steekproef uit de bevolking te trekken. Als men een internetpanel gebruikt, dalen de kosten drastisch.
| |
| | |
| = DELIBERATIVE POLLING / DELIBERATIVE OPINION POLL =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Deze techniek is ontwikkeld om representatieve opvattingen van geïnformeerde burgers te bekomen over belangrijke beleidskwesties. Gewone enquêtes en opiniepeilingen gaan er van uit dat mensen over van alles en nog wat een duidelijke mening hebben die zich met een aantal vragen laat meten. Het uitgangspunt van Deliberative Polling is echter dat opinies van burgers er niet zomaar zijn en al helemaal geen vaste vorm hebben. Ze worden daarentegen gevormd in gesprekken met anderen en in wisselwerking met boodschappen van massamedia en opinieleiders. Het proces van deze methode leidt dan ook tot conclusies die de bevolking zou trekken als men de mogelijkheid zou krijgen om meer betrokken te worden bij beleidsontwikkeling en men voldoende geïnformeerd zou zijn over de verschillende belangen die meespelen. Er wordt in de eerste plaats een aselecte steekproef getrokken uit de bevolking, waarvan de leden vervolgens deelnemen aan een survey. Hieruit wordt een subgroep geselecteerd om verder te onderhandelen over het thema in een face-to-face groepsgesprek of online. In een laatste fase wordt er bij deze groep nog een survey georganiseerd om een analyse te maken van de veranderingen in kennis of houding. In vergelijking met een gewone enquête biedt deze techniek de meerwaarde dat de participanten voldoende tijd en ondersteuning krijgen om inzicht te verwerven in een bepaalde thematiek, zodat men beter in staat is een weloverwogen en beargumenteerde mening te vormen. Deze methode wordt bij voorkeur gebruikt bij thema\’s die van groot publiek belang zijn en waarover sterk verschillende meningen en perspectieven bestaan. Bovendien moeten beleidsmakers de bedoeling hebben om het beslissingsproces in grote mate te laten beïnvloeden door de burger en op die manier demonstreren dat publieke onderhandelingen wel degelijk een verschil kunnen maken in het beleidsproces. Een aangepaste versie van deze methode is \’deliberative opinion poll\’. Het deelnemersaantal bedraagt hier slechts 100 à 300 personen, eveneens \’at random\’ en representatief samengesteld. Door het kleinschalig karakter is het mogelijk om alle participanten op één locatie uit te nodigen om een eerste – verkennende – vragenlijst in te vullen. Nadien wordt men opgesplitst in kleinere groepen om te debatteren (face-to-face), waarna de deelnemers dezelfde vragenlijst nogmaals invullen. Deze techniek vergt minder voorbereidingstijd en is quaKostprijs aanzienlijk goedkoper dan de vorige.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Participerende burgers krijgen een beredeneerde mening over complexe onderwerpen en kunnen bijgevolg een meer beargumenteerde inbreng leveren aan het beleidsproces. • De resultaten zijn representatief voor de opvattingen van de bevolking. • Deliberative Polling heeft de expliciete doelstelling om het beleidsproces in grote mate te laten beïnvloeden door de inbreng van burgers, zodat de steun voor de beslissing toeneemt. • Men kan nagaan hoe opvattingen beïnvloed worden door debat.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Het is een vrij dure techniek. • Een goede voorbereiding neemt veel tijd in beslag. • Omdat er van de deelnemers een intensieve betrokkenheid wordt gevraagd is het niet altijd eenvoudig om voldoende kandidaten te vinden. Bovendien moet men steeds rekening houden met uitval. • Groepsprocessen spelen een belangrijke rol, omdat bepaalde deelnemers dominanter zijn dan andere. • De veelheid aan meningen en opvattingen van een grote groep deelnemers maakt grondige analyse, interpretatie en synthese van de resultaten niet eenvoudig.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Politiek engagement om daadwerkelijk rekening te houden met de resultaten is cruciaal bij deze techniek. • Het is belangrijk om de deelnemers de nodige feedback te geven over het gevolg dat aan de resultaten wordt gegeven. • Idealiter maakt deze techniek deel uit van een breder participatietraject, zodat de deelnemers in een follow-up periode ondersteund en gestimuleerd worden om iets te ondernemen met de opgedane kennis en eventueel gewijzigde houding.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De groep deelnemers is een aselect samengestelde en representatieve steekproef van de bevolking. Door gebruik te maken van surveys kan men een groot aantal burgers betrekken bij het beleid.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De techniek is vrij duur, omwille van de kosten voor design, steekproeftrekking, ontwikkelen van de vragenlijst, dataverwerking (pre en post), transport, moderator(s), sprekers, (eventueel) tegemoetkoming aan deelnemers, rapportage, bekendmaking, accommodatie, interactieve media (bij digitaal debat), enz.
| |
| | |
| = DELPHI-METHODE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren + adviseren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Delph is een iteratief proces, waarin deelnemers met een zekere expertise in een bepaald domein tijdens opeenvolgende ronden individueel ondervraagd worden aan de hand van een schriftelijke (face-to-face proces) of elektronische vragenlijst (digitaal proces ) met gesloten of open karakter. In elke ronde vult de deelnemer de vragenlijst in en krijgt vervolgens – na een samenvattende presentatie – feedback van andere participanten. Na deze informatie gehoord te hebben vult men de vragenlijst opnieuw in, waarbij men de antwoorden die in strijd waren met de reacties van anderen duidelijk beargumenteert en becommentarieert . Het is uiteraard ook mogelijk dat de opvattingen van de deelnemers – op basis van de nieuwe informatie – in een andere richting evolueren. Men herhaalt dit proces zo vaak als nodig is. In de meeste gevallen streeft men een zekere consensus na. Op het einde kan een groepsdiscussie (eventueel digitaal) georganiseerd worden waarin gemeenschappelijke conclusies worden vastgesteld en/of uitgediept.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De deelnemers hebben kennis van zaken en worden gestimuleerd om creatief te zijn. Op basis hiervan kunnen alternatieve oplossingen gegenereerd worden. • Men kan met deze methode in de diepte werken door open vragenlijsten en feedback bij elke ronde. • Wanneer het proces digitaal georganiseerd wordt kunnen veel personen deelnemen, terwijl ze zich toch niet hoeven te verplaatsen. • De respondenten kunnen leren van elkanders ideeën en argumentatie. • Als er geen face-to-face contact is (digitale versie), spelen eventuele negatieve aspecten van \’groepsdruk\’ (bv. dominantie van bepaalde personen) of \’groupthink\’ niet. • Men laat experts toe om een complex probleem op een systematische manier te behandelen. • Deze methode laat toe om de aanvaardbaarheid van en steun voor bepaalde beslissingen te achterhalen. • Het is een transparante en democratische techniek. • Wanneer het proces digitaal verloopt, blijven de kosten beperkt.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Het is niet altijd eenvoudig om consensus te bereiken. • Deelnemers moeten de nodige inhoudelijke expertise hebben. • Delph is een intensieve participatietechniek. Er wordt dus veel gevraagd van de deelnemers, wat rekrutering niet altijd eenvoudig maakt. • Als het proces te lang duurt kan uitval van deelnemers een probleem worden. • De deelnemersgroep is niet representatief voor de bevolking.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Delph is vooral geschikt bij complexe beleidsproblemen. • Probeer ervoor te zorgen dat de deelnemersgroep zo divers mogelijk is en gespecialiseerd in het thema. • De resultaten moeten na elke ronde op een heldere wijze gepresenteerd worden. Belangrijk is dat de verschillende perspectieven telkens opnieuw aan bod komen, zodat men zich niet vastpint op één specifieke benadering. • Zorg voor een bekwame moderator.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De Delphi-methode richt zich vooral op een publiek van experts. Het aantal deelnemers varieert sterk en is afhankelijk van de opzet. Gebeurt het proces face-to-face dan is de deelnemersgroep bij voorkeur niet te groot om de discussie beheersbaar te houden. Bij een organisatie via het internet kunnen veel meer personen deelnemen.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Het rekruteren van experts kost het meeste tijd en energie. Wanneer men Delph digitaal organiseert blijven de kosten zeer minimaal. Wel moet voorzien worden in een deskundige moderator om het proces in goede banen te leiden. Er is ook nood aan budget voor aangepaste communicatiemiddelen.
| |
| | |
| = DYNAMIC MINDMAPPING =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Dynamic mindmapping is een participatiemethode die vooral geschikt is aan het begin van een beleidsproces, omdat men volledig vertrekt van de inbreng van de deelnemers. Elk van hen noteert bij aanvang drie (of meer) aandachtspunten binnen een bepaald beleidsdomein. Daarna somt ieder deze punten in een plenaire bijeenkomst op, terwijl de gespreksleider ze in kernwoorden noteert op een bord. Indien mogelijk worden ze thematisch gegroepeerd. Terugkerende aandachtspunten worden aangeduid met streepjes, zodat op het einde blijkt welke thema\’s de belangrijkste prioriteiten zijn. In kleine werkgroepen wordt daarna een grondige discussie gehouden per thema, waarna een plenaire afronding volgt met een bespreking van de belangrijkste conclusies.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Deze methodiek laat toe om veel informatie te verzamelen op korte tijd, omdat men zich beperkt tot de belangrijkste thema\’s. • Tijdens de discussies worden enkel die thema\’s besproken die de meerderheid als prioritair beschouwt binnen het beleidsdomein. • Omdat elk lid persoonlijk enkele aandachtspunten moet formuleren, komt iedereen aan het woord, waardoor de zwijgende groep kleiner wordt. • Het draagvlak voor beleid kan toenemen als bij het verdere verloop van het beleidsproces wordt verder gebouwd op de aangereikte prioriteiten.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Er is een grote zaal met veel bewegingsruimte nodig, waar men de werkgroepen kan onderbrengen in verschillende lokalen. • Voor de meeste mensen is het onwennig om al in zo\’n vroeg stadium van beleidsontwikkeling betrokken te worden. Toch apprecieert men het meestal wel.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Beleidsmakers moeten bereid zijn om in een vroeg stadium te luisteren naar de mening van betrokkenen. • Om zoveel mogelijk mensen aan te moedigen tot actieve deelname aan de discussie is het belangrijk om alle betrokkenen het gevoel te geven dat hun mening en hun opmerkingen waardevol zijn. • De methodiek moet afgestemd worden op de grootte van de groep. • Zorg voor een neutrale en deskundige verslaggever om de belangrijkste conclusies te noteren waarover consensus is bereikt. • Zorg voor terugkoppeling of opvolging tijdens het verdere verloop van het beleidsproces.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Deze methode is geschikt voor deelname van een kleine of middelgrote groep gewone burgers.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is relatief laag.
| |
| | |
| = ELEKTRONISCHE CONSULTATIE / WEBCONSULTATIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Via een elektronische consultatie kan men op digitale wijze interactie opwekken met de burger. Dit is een vragenlijst – met open of gesloten vragen – over een specifiek thema, die via internet kan ingevuld worden. Hoewel deze participatietechniek lijkt op een internetsurvey (die hierna wordt behandeld) is er één belangrijk verschil. Het invullen van een elektronische consultatie gebeurt op basis van zelfselectie. Er wordt dus geen steekproef getrokken uit de bevolking, zodat de deelnemers geen representatieve groep vormen. Het belangrijkste doel is om op een snelle en efficiënte manier zoveel mogelijk informatie van een grote en gevarieerde groep burgers te verzamelen.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men kan de opvattingen van een aanzienlijke groep burgers in kaart brengen. • Door de digitale dataverzameling kan de informatie gemakkelijk beheerd worden. • Een elektronische consultatie is niet gebonden aan een bepaald tijdstip of aan een bepaalde plaats. • Er zijn geen beperkingen voor wat betreft het aantal deelnemers.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De resultaten zijn niet representatief voor de bevolking. • Door de digitale kloof bereikt men slechts een klein gedeelte van de bevolking. • Dit is een erg individugerichte benadering van participatie, zodat er niet of nauwelijks dialoog of debat ontstaat.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Internettoepassingen zijn interessant om de bestaande participatiemethoden aan te vullen, maar zijn niet geschikt om deze te vervangen. • Zorg ervoor dat de resultaten gebruikt worden bij beleidsontwikkeling en dat de mate waarin de stem van de burger invloed heeft gehad ook gecommuniceerd wordt naar de deelnemers.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Er is een groot potentieel bereik, maar men sluit een groot gedeelte van de bevolking uit van participatie (digitale kloof).
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is relatief laag.
| |
| | |
| = ENQUÊTE – SURVEY =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een enquête is een grootschalig onderzoek waarin men peilt naar de mening van een representatieve groep burger. Dit kan op verschillende manieren. Bij een postenquête gebeurt dit door het invullen van een gesloten of open vragenlijst die via de post wordt verspreid. De vragenlijst kan echter ook telefonisch of face-to-face worden afgenomen. De kostprijs wordt dan wel hoger. Om de bevolking op een snellere en meer efficiënte wijze te consulteren kan een elektronische enquête worden georganiseerd via internet of e-mail. Dan moeten wel bijkomende maatregelen worden genomen om de representativiteit van de antwoorden te garanderen . Als men de deelname laat bepalen door zelfselecte (zie: elektronische consultatie) kan dit wel interessante informatie opleveren, maar mag men deze zeker niet beschouwen als representatief voor de totale bevolking. Na de dataverzameling worden de resultaten van de survey statistisch geïnterpreteerd en samengevat in een rapport dat als input kan dienen voor besluitvorming.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Via deze methode kan in beeld worden gebracht hoe \’de bevolking\’ denkt over bepaalde thema\’s of specifieke beleidsvoorstellen. • De resultaten zijn representatief voor de totale bevolking. • Bij herhaling van gelijkaardige enquêtes kunnen eventuele veranderingen in opvattingen doorheen de tijd worden vastgesteld. • Wanneer de vragenlijst anoniem kan ingevuld worden (niet bij face-to-face) zijn de antwoorden doorgaans meer waarheidsgetrouw. • Met deze techniek kan men die burgers bij het beleid betrekken die nooit deelnemen aan andere participatie-initiatieven. • Je moet de bevolking niet mobiliseren om zich actief te verplaatsen voor een activiteit of vergadering. • De drempel tot deelname is vrij laag, omdat je slechts een beperkte hoeveelheid tijd van de respondenten in beslag neemt. • Men kan veel gedetailleerde informatie verzamelen die op kwantitatieve wijze verwerkt kan worden.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De responsgraad kan vrij laag zijn bij enquêtes. Dit is problematisch, omdat zij die niet reageren vaak andere opvattingen hebben dan de groep die wel reageert. Wanneer men zich richt op specifieke belangengroepen kan de responsgraad wel verhoogd worden. • Deze techniek heeft een hogeKostprijs en is zeer tijdsintensief (bv. voorbereiding & data-analyse). • Surveys zijn minder geschikt voor complexe beleidskwesties, omdat dan debat en afweging van verschillende belangen centraal staan. • Vermijd overbevraging van de bevolking, want dit kan zorgen voor participatiemoeheid. • Bij internetenquêtes is het moeilijker om een representatieve steekproef te trekken. Omdat niet iedereen toegang heeft tot het internet, sluit men bepaalde mensen immers al op voorhand uit van deelname. • Houd altijd rekening met sociale wenselijkheid. Dit is het feit dat respondenten vaak datgene antwoorden wat de enquêteur volgens hem of haar graag wil horen. Vooral bij face-to-face of telefonische enquêtes vormt dit vaak een probleem. • Surveys gaan uit van een erg individugerichte benadering van participatie, zodat er niet of nauwelijks dialoog of overleg ontstaat.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Bij voorkeur wordt een onderzoeksinstituut ingeschakeld om een representatieve steekproef uit de bevolking te trekken, de vragenlijsten op te stellen en de gegevens te analyseren. • Om zoveel mogelijk personen te bereiken, moet de vragenlijst eenvoudig en niet te lang zijn en gemakkelijk in te vullen / terug te sturen.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Surveys bieden de mogelijkheid om een grote groep burgers te bevragen. De samenstelling van de deelnemersgroep gebeurt op aselecte wijze, zodat de antwoorden representatief zijn voor de populatie.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Als men een grote groep respondenten wil bekomen, is De kostprijs van deze techniek erg hoog. Natuurlijk is de prijs ook afhankelijk van de techniek die men hanteert. Face-to-face enquêtes zijn het duurst en elektronische enquêtes kosten het minst.
| |
| | |
| = FISHBOWL DISCUSSIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een Fishbowl discussie is een techniek om het brede publiek te laten participeren aan beleidsvorming betreffende een complexe of controversiële problematiek. De leden van een klein panel – met 3 à 5 personen die enkele specifieke standpunten vertegenwoordigen – geven gedurende enkele minuten elk een uiteenzetting van hun visie op de behandelde beleidskwestie. Dit gebeurt in een figuurlijke \’visbokaal\’, wat wil zeggen dat de overige deelnemers zich rond het panel bevinden en de presentaties beluisteren. Na de uiteenzetting krijgt het panel de kans om nog een twintigtal minuten onderling te debatteren over de kwestie, waarna de overige participanten de \’visbokaal\’ kunnen binnenstappen om hun persoonlijke opvattingen toe te lichten. Die verschillende perspectieven worden nadien in kleine discussiegroepen (8 à 10 personen per groep) – met in elke groep één lid van het panel – meer in de diepte geanalyseerd. Elke groep richt zich op één specifiek standpunt waarover men een rapport samenstelt met de belangrijkste pro\’s en contra\’s. Tenslotte wordt de kwestie in haar geheel besproken en tracht men te komen tot enkele conclusies of aanbevelingen.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Deze participatiemethode kan het begripsvermogen van de bevolking betreffende een beleidskwestie doen toenemen. Door de toelichting van de mogelijke standpunten en het daaropvolgende debat kan de burger wellicht meer begrip opbrengen voor de diverse perspectieven en wordt de complexiteit van het issue duidelijk. • De deelnemers krijgen meestal het gevoel dat ze een inbreng hebben gehad in het beleidsdebat. Zelfs al heeft men het eigen standpunt niet persoonlijk toegelicht, toch voelt men zich betrokken als andere deelnemers argumenten aanhalen die men zelf onderschrijft. Op die manier groeit het besef van \’eigenaarschap\’ van het beleid. • Het is een transparante participatietechniek. • De discussies kunnen leiden tot creatieve oplossingen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| Voor sommige personen is deze vorm van participatie bedreigend, omdat men moet spreken in een groep die \’langs alle kanten bekeken wordt\’ (fishbowl).
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Zorg dat in de presentaties zoveel mogelijk verschillende standpunten worden toegelicht. • Publiciteit is een must. • Een getrainde moderator is noodzakelijk.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Dit is een techniek die gericht is op het brede publiek. De panelgroep is klein (3 à 5 personen) en moet zorgvuldig worden samengesteld. De andere deelnemers zijn bij voorkeur personen uit diverse subgroepen van de bevolking met verschillende opvattingen en belangen.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs van een Fishbowl discussie is relatief laag. Men moet zorgen voor een geschikte locatie, technische apparatuur voor de presentaties en een getrainde moderator.
| |
| | |
| = FOCUSGROEP =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Bij deze techniek wordt gedurende één dag (2 à 3 uur) een zeer gericht face-to-face gesprek georganiseerd met specifieke stakeholders of ervaringsdeskundige burgers in een veilige omgeving. Door de veelheid aan perspectieven en inzichten kan een focusgroep nuttige informatie opleveren voor een beleidsprogramma. De deelnemers worden zeer gericht geselecteerd uit belangenorganisaties of specifieke bevolkingsgroepen met een – bij voorkeur gelijkaardige – ervaringsdeskundigheid. Door hun kleine omvang (6 à 15 personen) krijgt elke deelnemer de kans om een bijdrage te leveren aan de discussie. In een eerste fase ontvangt de groep de nodige informatie, waarna hun opvattingen en reacties in groep (en eventueel ook individueel) worden besproken. De techniek is geschikt bij een eerste verkenning van een beleidstopic, als men creatieve ideeën wil genereren en inzicht wil krijgen in de redenen waarom mensen bepaalde opvattingen hebben, maar niet om informatie te verwerven bij het brede publiek of om beslissingen te nemen.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De besproken topics kunnen in de diepte uitgewerkt worden door de zeer gedetailleerde input van de deelnemers. Zo kan men op zoek gaan naar de wortels van het probleem, inzicht verwerven in de denkwijzen en gevoelens van de deelnemers en achterliggende motieven voor een bepaalde handelswijze aan het licht brengen. • Elke deelnemer kan een bijdrage leveren, mits er een goede facilitator is. • Men kan op korte tijd veel informatie opdoen. • Omdat elk lid van de focusgroep ervaringsdeskundig is in het besproken onderwerp kan er zeer specifieke informatie verworven worden. • Interessante techniek om creatieve ideeën te genereren. • Mogelijkheid om een momentopname te maken van opvattingen, noden en behoeften die leven bij specifieke subgroepen in de samenleving. Dit is interessant als er te weinig middelen zijn voor een brede consultatie van de bevolking. • Relatief goedkoop. • Flexibel en eenvoudig instrument dat bruikbaar is voor nagenoeg alle beleidstopics. • De discussie vindt plaats in een veilige omgeving, wat openheid creëert. • Deze methodiek is geschikt om het draagvlak voor nieuwe maatregelen te testen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De resultaten zijn niet representatief voor de opvattingen van de totale bevolking. Toch kan men een goede dwarsdoorsnede maken van (een bepaalde groep uit) de samenleving. • De flexibiliteit van het instrument zorgt ervoor dat het proces moeilijker kan gecontroleerd worden door de initiatiefnemers. • Het risico bestaat dat de reacties niet de uitdrukking zijn van individuele opvattingen, maar eerder getuigen van \’group think\’. • Betrouwbare analyse van de resultaten is niet eenvoudig en vergt vooral veel tijd. • Het kan moeilijk zijn om mensen te motiveren tot deelname, omdat de participatie intensief en de discussie erg diepgaand is. • Voor sommige mensen kan het bedreigend zijn om in alle openheid hun mening in groep te delen. Dit is ook afhankelijk van de gevoeligheid van het thema.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Expliciteer op voorhand steeds de bedoeling van de bijeenkomst. • Het is meestal niet opportuun om de informatie al op voorhand ter beschikking te stellen. Niet iedereen zal die immers (even grondig) doornemen, zodat het risico bestaat dat de \’startpositie\’ van de deelnemers erg verschillend is. • Het is essentieel dat de communicatie plaats vindt in een open sfeer, zodat er onder de deelnemers snel een vertrouwensband kan worden opgebouwd. • Zorg voor een bekwame moderator, die erop toeziet dat álle deelnemers actief participeren tijdens de bijeenkomst en dat het gesprek voldoende interactief verloopt. • Creëer een informele sfeer onder de participanten. • Maak de groepen niet te groot, omdat dit een negatieve impact kan hebben op de diepgang van de discussie. • Men bereikt de beste resultaten als met meerdere, verschillend samengestelde focusgroepen wordt gewerkt. • Beschouw elke mening als even waardevol. Ga ervan uit dat er geen juiste of foute meningen bestaan. Zeker bij MBB\’s is het belangrijk hen het oprechte gevoel te geven dat hun meningen, kennis of ervaring er werkelijk toe doen. • Bereid op voorhand duidelijke vragen voor die de nodige discussie opleveren. • Om de groep zo representatief mogelijk samen te stellen begin je met het vaststellen van een aantal criteria waaraan de leden moeten voldoen. De concrete selectie gebeurt op toevallige wijze. Reserveer hier zeker voldoende tijd voor.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Kleine groep van 6 à 15 specifieke stakeholders of ervaringsdeskundige burgers. Ook MBB\’s zijn interessante doelgroepen om via een focusgroep aan het woord te laten. Bij hen moet dan nog meer aandacht besteed worden aan het feit dat de omgeving open en niet bedreigend overkomt.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs van dit instrument is vrij laag. De kosten zijn vooral afhankelijk van het aantal deelnemers en de duur van het proces. Er is ondermeer budget nodig voor: • Personeel: moderator of facilitator • Promotie van het initiatief • Deelnemers: rekrutering, eventueel financiële tegemoetkoming, reiskostenvergoeding • Accommodatie: locatie voor één dag, drank en lunch • Informatiebrochure voor participanten
| |
| | |
| = KEUZE-ENQUÊTE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren + adviseren + meebeslissen ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een keuze-enquête is een survey onder de kiesgerechtigde bevolking over een bepaald onderwerp, waar voor ieder alternatief de mogelijke gevolgen worden aangegeven. De techniek kan gebruikt worden als alternatief voor een referendum. Het grote verschil tussen beide is dat de burger bij een keuze-enquête kiest voor één van de vele uitgewerkte alternatieven, in tegenstelling tot het referendum waar de \’ja-neen\’ vraag centraal staat. Hierdoor worden bepaalde nadelen die verbonden zijn aan het referendum ondervangen. Het belangrijkste doel van de keuze-enquête is om de beredeneerde mening van de kiesgerechtigde bevolking te achterhalen betreffende een bepaalde beleidskwestie. Deze methode kan beschouwd worden als een consultatie, maar als het belang dat beleidsmakers eraan hechten groter wordt kan men ook spreken van adviseren of zelfs meebeslissen.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De keuze-enquête biedt een meerwaarde op een gewoon referendum, omdat de keuze wordt uitgebreid tot verschillende alternatieven met elk bepaalde gevolgen en er dus niet uitsluitend een \’ja-neen\’ antwoord gegeven moet worden. • De kiezer krijgt de kans om een meer afgewogen oordeel te vormen, omdat bij elke keuze wordt aangegeven wat de waarschijnlijke gevolgen zijn.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Aangezien deelname wordt bepaald door zelfselectie bestaat het risico dat de resultaten niet representatief zijn voor de totale kiesgerechtigde bevolking. • Het formuleren van alternatieven is een gevoelige kwestie. Daarom kan dit best gebeuren door een onafhankelijke projectgroep. • Het inzichtelijk maken van de gevolgen van elke keuze en de kans op eventuele onvoorziene gevolgen vergt veel tijd en inspanning. Bovendien kan men nooit met zekerheid zeggen waartoe de keuze voor één specifiek alternatief zal leiden. • Deelname aan een keuze-enquête vergt meer vaardigheden van de burger dan een referendum. De onderlinge verschillen tussen de alternatieven zijn immers niet altijd groot, zodat het afwegingsproces niet eenvoudig is. • Dit is een erg individugerichte benadering van participatie, zodat er niet of nauwelijks dialoog of overleg ontstaat.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Creëer duidelijkheid over de geldigheid van de uitslag van een keuze-enquête. Moet een alternatief bijvoorbeeld de meerderheid van de stemmen krijgen om een beslissing te nemen of kiest men gewoon voor het alternatief met het hoogste aantal stemmen? • De bereidheid om te gaan \’stemmen\’ wordt in grote mate bepaald door de impact van de resultaten op de besluitvorming. Om mensen te motiveren tot deelname houdt men bij voorkeur dus veel rekening met de uitslag.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Deze methode richt zich op de totale kiesgerechtigde bevolking.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is vrij hoog en bestaat uit kosten voor de organisatie van de stemming, de campagne door voor– en tegenstanders die op voorhand gevoerd wordt en de bekendmaking van de keuze-enquête.
| |
| | |
| = STELLINGEN TER DISCUSSIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Werken met stellingen is erg geschikt bij toetsing van een lijvig inhoudelijk document, zoals een beleidsnota, structuurplan of voorontwerp. Het is de bedoeling om het document te vertalen in een aantal stellingen (40 à 50). Dit kan bijvoorbeeld per thema of beleidsdomein. Na een korte presentatie van alle stellingen moeten de deelnemers er enkele (3 à 5) uitkiezen die ze (niet-)prioritair vinden of waar ze het al dan niet mee eens zijn. Dit gebeurt meestal door het plakken van bolletjes naast de stellingen op grote vellen papier. Visueel is dan onmiddellijk duidelijk waar de prioriteiten liggen, waar consensus is en waarover nog gediscussieerd moet worden. Vervolgens krijgt elke deelnemer vijf post-its om de eigen mening verder te verduidelijken. De gespreksleider overloopt deze opmerkingen per thema en vraagt – indien nodig – mondelinge toelichting. De belangrijkste aandachtspunten per thema worden genoteerd.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men krijgt snel zicht op de punten waarover nog discussie bestaat en waarover de deelnemers het eens zijn. Stellingen bakenen met andere woorden duidelijk de relevante onderwerpen voor overleg af. • Een volledig beleidsdossier wordt samengevat in grote thema\’s, zodat het concreter en duidelijker wordt voor de bevolking. • Voor alle betrokkenen is dit een confronterende oefening over de inhoud van het dossier. Zo kan men bijvoorbeeld nagaan of het een consequent geheel is. • Men gaat enkel dieper in op die thema\’s die het meeste discussie uitlokken of die men het belangrijkste vindt.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De vertaling van een beleidsdocument naar stellingen is erg arbeidsintensief. • Men moet waken voor te sterke vereenvoudiging en vervlakking van het dossier.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Geschikte/bruikbare stellingen moeten een aantal kenmerken hebben: o Eenduidig o Helder, klaar en duidelijk o Concreet o Positief geformuleerd • De stellingen moeten zo geformuleerd worden dat de deelnemers een standpunt kunnen innemen over de vraag of het een goed of slecht voorstel is en of men er mee akkoord kan gaan of niet. • Men dient de stellingen scherp en uitdagend te formuleren, zodat er discussie kan worden uitgelokt. • Men moet een zaal voorzien waar voldoende bewegingsruimte is.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Deze methode is geschikt voor deelname van een kleine tot middelgrote groep gewone burgers.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is relatief laag. Er moet wel rekening worden gehouden met een erg tijdsintensieve voorbereiding.
| |
| | |
| = VERSNELLINGSKAMER – BRAINBOX – GROUP DECISION ROOM =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren + cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een Versnellingskamer, ook wel Group Decision Room of Brainbox genoemd, is een kamer gevuld met computers. In aanwezigheid van een facilitator – die de sessie begeleidt – neemt iedere deelnemer plaats achter een beeldscherm en typt zijn bijdragen over het gekozen beleidsthema in. Deelnemers zien de regels die anderen typen wel op hun scherm, maar ze zien niet van wie die afkomstig zijn. Men heeft de mogelijkheid om antwoord te geven op een centrale vraag of stelling, maar men kan ook onderling ideeën of meningen uitwisselen (elektronisch vergaderen). De deelnemende personen kunnen bijvoorbeeld reageren op bijdragen van andere personen. Dit werkt drempelverlagend en ondervangt het sociale fenomeen van \’groupthink\’ (de belangrijkste of meest dominante persoon wordt naar de mond gepraat). Anonimiteit bevordert ook het inbrengen van bepaalde ideeën die men niet durft uit te spreken, maar die toch de kern kunnen vormen van nieuwe creatieve oplossingen. Doordat een kleine groep deelnemers tegelijkertijd druk zit te typen wordt in korte tijd enorm veel input verzameld. Bij afloop wordt op basis van de verworven informatie een verslag opgesteld. Na de \’typsessie\’ volgt een mondelinge discussie, waarin men tot conclusies of aanbevelingen komt. Uit praktijkervaringen blijkt dat de meeste mensen er geen enkel probleem mee hebben om meningen die zij anoniem hebben gegeven op dat moment toch openlijk te verdedigen. Brainbox is een elektronisch vergadersysteem dat gebruikt kan worden voor verschillende soorten sessies, met name het verzamelen van aanwezige kennis in de groep, het genereren van draagvlak, het gezamenlijk zoeken van nieuwe creatieve oplossingen en het bepalen van prioriteiten met betrekking tot alternatieve beleidsopties.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De belangrijkste meerwaarde is dat het instrument drempelverlagend werkt voor alle deelnemers. Door de anonimiteit wordt elke mening op dezelfde manier gehoord. De mogelijke barrières – die in gewone dialogen verschil in macht, kennis en positie met zich mee kunnen brengen – zijn immers weggenomen. • Deze techniek biedt de mogelijkheid om in korte tijd een maximale hoeveelheid ideeën en meningen te genereren. • De input wordt onmiddellijk digitaal opgeslagen en dus bewaard. Bovendien bestaan er PC-programma\’s die de mogelijkheid bieden om de gegevens op een bepaalde manier te ordenen (bv. naar prioriteiten).
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Deze methode is enkel geschikt voor deelnemers die voldoende vertrouwd zijn met PC\’s en de nodige redactionele vaardigheden hebben. • Er kan slechts een beperkte groep deelnemers participeren. • De kostprijs is relatief hoog.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Bij voorkeur bestaat de groep uit personen met diverse achtergronden en verschillende belangen. • Een facilitator is essentieel om het participatieproces te begeleiden. • Zorg dat de \’juiste mensen\’ deelnemen. De oplossing van een probleem moet immers potentieel al in de groep zitten. • Besteed ongeveer evenveel aandacht aan divergentie (ideeën verzamelen) als aan convergentie (inzoomen, verbeteren, de beste kiezen, consensus). Wanneer men zich enkel focust op het generen van ideeën zonder tot conclusies of aanbevelingen te komen, werkt dit demotiverend voor de deelnemers.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Deze techniek is geschikt voor een beperkt aantal deelnemers.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs van deze methode is relatief hoog, terwijl men slechts een kleine groep deelnemers kan betrekken bij het proces. De kosten bestaan vooral uit rekrutering, technische apparatuur, facilitator, data-analyse en rapportage.
| |
| | |
| = VRAAG NAAR SCHRIFTELIJKE REACTIE/BIJDRAGE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Deze methode heeft als doelstelling om de burger te laten reageren op quas afgewerkte beleidsplannen. Schriftelijke bijdragen kunnen de vorm aannemen van een brief, antwoorden op een open vragenlijst, een paper of een ander document. Ze bevatten bij voorkeur een heldere argumentatie, verklaringen en voldoende details. Beleidsmakers kunnen nadien gebruik maken van deze informatie om hun oorspronkelijk beleidsvoorstel aan te passen. Omwille van het complexe karakter van deze techniek is ze beter geschikt voor beleidsparticipatie van georganiseerde stakeholders, vertegenwoordigers van belangenorganisaties en experts.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Beleidsmakers kunnen gedetailleerde informatie verzamelen over een specifiek beleidsplan. • Belangengroepen en andere middenveldorganisaties kunnen hun mening kwijt over een concreet beleidsvoorstel.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Deze vorm van participatie is vrij passief. Er is immers enkel sprake van eenrichtingsverkeer, zodat er geen gelegenheid is tot discussie. • Het is geen geschikt instrument als men de opvattingen van het brede publiek in kaart wil brengen. Vooral georganiseerde stakeholders en experts nemen er aan deel, omdat zij meestal beschikken over de nodige kennis, vaardigheden en tijd. • Het vergt veel tijd en energie om een degelijke schriftelijke bijdrage te leveren, wat ontmoedigend kan werken voor potentiële deelnemers. • De analyse van de bijdragen is een erg tijdsintensieve bezigheid. • De responsgraad is bij dit soort initiatieven vaak laag. • Vaak reageren tegenstanders van een beleidsvoorstel meer dan overtuigde voorstanders. Dit kan een vertekend beeld opleveren van de opvattingen die leven onder de bevolking. • Omdat de participatiegraad bij dit instrument vrij laag is, wordt deze methode vaak gebruikt wanneer men vooral tegemoet wil komen aan wettelijke consultatieverplichtingen zonder dat men de burger echt intensief wil betrekken bij het beleid.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Het is belangrijk dat degenen die gebruik willen maken van deze participatiemethode voldoende tijd hebben om hun reacties op papier te zetten. • Men moet een zekere tijdsperiode uittrekken voor de analyse van de bijdragen en de aanpassing van het oorspronkelijke beleidsvoorstel. • Het is aan te raden om deze vrij intensieve participatiemethode als beleidsmaker enkel toe te passen als men daadwerkelijk van plan is om rekening te houden met de resultaten en men hierover een beargumenteerde terugkoppeling zal geven aan de deelnemers en bij voorkeur ook aan het brede publiek.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Groot potentieel berei van belanghebbenden, experts, georganiseerde stakeholders en vertegenwoordigers van belangenorganisaties.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs van een dergelijke consultatie is vooral afhankelijk van de opzet, maar blijft relatief laag. Men moet vooral budget en personeel voorzien voor de bekendmaking van het beleidsplan, de analyse van de reacties en feedback.
| |
| | |
| = ZOEKCONFERENTIE – FUTURE SEARCH CONFERENCE – SCENARIOPLANNING =
| |
| | |
| === Participatieniveau = consulteren + cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| De doelstelling van zoekconferenties is het in kaart brengen van verschillende lange termijn scenario\’s van huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Hiervoor maken de deelnemers eerst een probleeminventarisatie en –definiëring over een specifieke beleidskwestie in het heden, waarna mogelijke ontwikkelingen in de toekomst geschetst worden. Men brengt deze dan in verband met een wenselijk toekomstbeeld. Op basis hiervan worden aanbevelingen voor concrete acties geformuleerd, die vervolgens op een bord worden genoteerd tijdens de samenkomst zelf. Het is vooral de bedoeling om een gedeelde visie te bekomen over de toekomst van een bepaalde beleidsproblematiek. Deze bijeenkomst neemt doorgaans 2 à 3 dagen in beslag en is geschikt voor een relatief kleine groep deelnemers van 20 à 65 personen. Een deelnemersgroep van 64 personen wordt door velen als ideaal beschouwd, omdat er op die manier acht groepen van acht gevormd kunnen worden. Dit is groot genoeg om veel gezichtspunten aan bod te laten komen, maar toch nog klein genoeg om het zelforganiserend vermogen te behouden. Bij voorkeur worden alle belanghebbende stakeholders (geen experts) uitgenodigd, zodat de deelnemersgroep een soort dwarsdoorsnede vormt van de samenleving.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Omdat er op voorhand geen vaste probleemdefiniëring is, worden burgers zeer vroeg betrokken in het beleidsproces. Hierdoor hebben ze de vrijheid om eigen perspectieven en ervaringen aan bod te laten komen. • Er worden onmiddellijk concrete acties geformuleerd voor de implementatie van de aanbevelingen. Dit doet de uitvoerbaarheid van de voorgestelde maatregelen toenemen. • Men bekomt (idealiter) een gemeenschappelijke visie en gezamenlijke doelstellingen. • Men tracht zowel wenselijke als haalbare objectieven te formuleren. • Dit instrument kan gebruikt worden bij uiteenlopende beleidskwesties, maar is vooral geschikt voor ongestructureerde en complexe problemen waarbij meerdere stakeholders betrokken zijn. • Men richt zich op de lange termijn, wat de duurzaamheid van beslissingen ten goede komt. • Zoekconferenties zetten \’het hele systeem in één kamer\’: iedereen die belang heeft in de beleidsagenda wordt uitgenodigd, terwijl deze personen elkaar gewoonlijk niet ontmoeten. • Men kan de standvastigheid en flexibiliteit van een beleid toetsen door zich de vraag te stellen of het nog zal standhouden in de toekomst. • Deze techniek is ook geschikt om MBB\’s bij het beleid te betrekken. door het scheppen van verschillende scenario\’s wordt de toekomst voor hen minder onzeker en bedreigend, maar net vatbaar omdat ze zelf een motor voor verandering zijn. Indien men deze groepen wil betrekken duurt het proces bij voorkeur langer, zodat men de deelnemers de nodige tijd kan geven om – vertrekkende van hun concrete ervaringen – te komen tot enkele wenselijke scenario\’s.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Het is niet eenvoudig om tot een consensus te komen. Conflicten en verschillen worden dus niet steeds opgelost. • Bij gebrek aan goede begeleiding van het proces kan het resulteren in onrealistische verwachtingen en onhaalbare doelstellingen. • Indien er geen professionele moderator is, bestaat het risico dat niet alle standpunten aan bod komen.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Zorg ervoor dat alle belangrijke stakeholders aanwezig zijn, zodat zoveel mogelijk perspectieven aan bod kunnen komen en men rekening kan houden met de verschillende belangen in de samenleving. • Professionele ondersteuning door een bekwame moderator is een succesvoorwaarde. • Besteed in de voorbereiding vooral veel tijd aan het rekruteren van de deelnemers om een zo gevarieerd en \’volledig\’ mogelijke groep te bekomen.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| • Relatief beperkte groep specifieke stakeholders, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties of belanghebbende personen (20 à 65) die erg betrokken zijn bij het thema, maar niet behoren tot de groep van experts. • Deze techniek is ook geschikt om groepen met minder behartigde belangen te betrekken bij het beleid.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is vooral afhankelijk van het aantal deelnemers en de opzet (bv. huur van locatie, eventuele financiële tegemoetkoming voor moderator, data-analyse en rapportage). Als de opzet erg groot is, vergt het veel financiële middelen en inzet, maar het is een techniek die bij complexe problemen kostenefficiënter is dan maanden– of jarenlang debat.
| |
| | |
| = ADVIESCOMMISSIE – ADVIESCOMITÉ =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een adviescommissie is een (semi-)permanent orgaan dat meestal samengesteld is uit leden van maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van diverse overheden en experts. Binnen een bepaald domein kunnen zij advies geven over specifieke beleidskwesties en op die manier vanuit het maatschappelijk middenveld input geven aan beleidsmakers.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Door inschakeling van een adviescommissie kan men eventuele kritiek van belangengroepen minimaliseren, omdat hun vertegenwoordigers kunnen wegen op de besluitvorming. Men creëert dus vooral draagvlak bij het maatschappelijk middenveld. • Het is een intensieve vorm van beleidsparticipatie. • Omdat een adviescomité een (semi-)permanent orgaan is, gebeurt de participatie niet slechts ad hoc, maar op continue wijze.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Door het permanent karakter van deze vorm van beleidsparticipatie is er een voortdurende nood aan financiële en personele middelen om het voortbestaan van de commissie te verzekeren. • Het is mogelijk dat de bevolking de aanbevelingen niet onderschrijft. Dit risico is zeer reëel wanneer de resultaten vooral bestaan uit compromissen waarin niemand zich echt kan vinden. • Mogelijk gebrek aan representatieve samenstelling.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Dit instrument is vooral nuttig bij complexe en controversiële beleidstopics. • Er is nood aan opvolging en adequaat management om te vermijden dat adviescommissies vooral uit zijn op het eigenbelang van de leden en minder op het algemeen belang van de burgers die ze vertegenwoordigen. • Stel duidelijke en strikte criteria op voor lidmaatschap (bv. wat verwacht je aan input, welke \’bagage\’ moet elk lid hebben) en communiceer duidelijk binnen welke grenzen de adviescommissie kan werken. • Wanneer beleidsmakers afwijken van de aanbevelingen die adviescommissies geformuleerd hebben, is een duidelijke argumentatie noodzakelijk. Het formele karakter van dergelijke commissies of comités wekt immers de verwachting dat de adviezen een aanzienlijke impact zullen hebben op het beleid. • Het is belangrijk om de brede bevolking voldoende geïnformeerd te houden om het maatschappelijk draagvlak te stimuleren. • Streef een zo representatief mogelijke samenstelling van het adviesorgaan na. • Wanneer de groep qua grootte beperkt blijft (max. 15 leden) is het bereiken van consensus eenvoudiger.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Mogelijke leden van een adviescommissie zijn vertegenwoordigers van overheidsorganen, maatschappelijke organisaties en experts.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Door het (semi-)permanent karakter van deze participatiemethode is er een voortdurende nood aan werkingsmiddelen.
| |
| | |
| = BURGERJURY =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren + meebeslissen ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een burgerjury is samengesteld uit 12 à 20 toevallig geselecteerde burgers. In de eerste plaats worden zij door experts (\’getuigen\’) geïnformeerd over een belanghebbende beleidsproblematiek (\’bewijsmateriaal\’), waarbij de juryleden de mogelijkheid hebben om vragen te stellen. Vervolgens vinden er overlegmomenten plaats waarin de verschillende standpunten van de leden besproken worden. Indien wenselijk kunnen er diverse rondes worden gehouden van informatie-uitwisseling, het stellen van bijkomende vragen en onderling overleg. Het eindresultaat is een rapport met beargumenteerde aanbevelingen dat aan de initiatiefnemende beleidsmakers wordt overhandigd. Zij mogen hier enkel na expliciete motivering van afwijken. Het volledige proces neemt doorgaans 4 à 5 dagen in beslag.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Deze techniek is toepasbaar voor diverse uiteenlopende topics, waaronder economische, sociale, politieke en milieuaangelegenheden. • Er wordt engagement gevraagd van de beleidsmakers om de aanbevelingen ernstig in overweging te nemen. • Intensieve betrokkenheid van een kleine groep burgers bij het beleid. • De bevraging van experts en de bekendmaking van de resultaten gebeuren in openbaarheid, zodat alle geïnteresseerde burgers er deel van kunnen uitmaken. • Dit instrument is erg geschikt om een beleidstopic in de diepte te analyseren. • Er wordt beargumenteerde beleidsinput geleverd door een goed geïnformeerd publiek. • Indien de burgerjury een soort afspiegeling of doorsnede vormt van de samenleving, kan het publiek zich ermee identificeren. Hierdoor wordt draagvlak gecreëerd voor hun \’beslissingen\’. • De methode biedt een transparant participatieproces, waardoor het als onafhankelijk en geloofwaardig wordt aanzien.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De voorbereiding vergt veel tijd en energie (bv. formulering van relevante vragen of dilemma\’s binnen het beleidsdomein, rekrutering van juryleden, experts en moderator, agendabepaling, inschakelen van media, beslissing over eventuele vergoeding, praktische regelingen, enz.) • Er worden maar weinig burgers actief betrokken bij het beleidsproces. • De kwaliteit van het resultaat hangt af van de inzet en toewijding van de juryleden. • Door de kleine omvang kan een burgerjury niet representatief zijn voor de bevolking. Het risico bestaat dus dat hun \’beslissingen\’ niet gedragen worden door het brede publiek. Toch vormt een burgerjury – door de gevarieerde samenstelling – een soort afspiegeling van de bevolking • Het is voor de jury niet altijd eenvoudig om tot een unaniem besluit te komen, maar dit is ook niet steeds vereist. • Een burgerjury is tijdsintensief voor juryleden en experts. • Het is een erg dure participatietechniek. • Er is geen garantie dat de aanbevelingen werkelijk invloed zullen uitoefenen op de uiteindelijke besluitvorming. • Groepsprocessen kunnen een belangrijke rol spelen bij burgerjury\’s. Bepaalde juryleden zijn vaak dominanter dan anderen.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Deze techniek is erg bruikbaar wanneer één of meerdere alternatieve oplossingsmogelijkheden geselecteerd moeten worden, als er een afweging moet gebeuren van verschillende belangen, als de beleidscase zich in één of meerdere duidelijk geformuleerde dilemma\’s laat vangen of als men controversiële thema\’s wil behandelen. • De burgerjury moet qua samenstelling een soort afspiegeling zijn van de samenleving en vormt in die zin een soort \’microkosmos\’ van de populatie. • Zorg voor een goede follow-up bij afloop van het participatieproject: persconferentie, evaluatie door deelnemers en initiatiefnemers, finaal rapport en bekendmaking van de belangrijkste resultaten aan het brede publiek. • De juryleden moeten beschikken over de nodige communicatieve (bv. onderhandeling, conflicthantering) en redactionele vaardigheden. • Zorg ervoor dat de \’getuigen\’ nagenoeg alle mogelijke perspectieven van het beleidsprobleem aan bod laten komen, zodat de juryleden een zo volledig mogelijk beeld krijgen van het topic. • Omdat een burgerjury doorgaans veel media-aandacht krijgt, moet er een strategie bepaald worden over hoe men hiermee om zal gaan.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De burgerjury bestaat uit 12 à 20 toevallig geselecteerde gewone burgers. Het brede publiek wordt betrokken bij de bekendmaking van de resultaten.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Het is een erg duur instrument. Er moet budget voorzien worden voor: • Vergoeding van juryleden, moderator en getuigen (experts) • Reiskostenvergoeding voor juryleden, moderator en getuigen • Geschikte accommodatie • Maaltijden • Rekrutering van deelnemers • Publiciteit en promotie rond het initiatief
| |
| | |
| = CONSENSUSCONFERENTIE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren + meebeslissen ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Een consensusconferentie is een van oorsprong Deens instrument waarin een beperkt aantal burgers in een periode van enkele dagen (3 à 4) deel uitmaakt van een \’lekenpanel\’, om op basis van de nodige informatie en na onderling debat een advies uit te brengen – waarover consensus bestaat – betreffende een concreet en bij voorkeur complex beleidsprobleem. Het belangrijkste doel van een consensusconferentie is het bevorderen van de legitimiteit van beleid door goed geïnformeerde leken een beleidsadvies te laten opstellen vanuit het perspectief van burgers. De methode bestaat uit vijf verschillende stappen. In de voorbereidingsfase krijgen de deelnemende burgers een korte training of is er een voorbereidende bijeenkomst waarin uitleg wordt gegeven over de opzet van het initiatief en wat er precies van hen verwacht wordt. Daarna worden de deelnemers inhoudelijk geïnformeerd over de beleidskwestie via een informatiepakket. Ze krijgen bovendien de kans om professionals, politici, deskundigen en belanghebbenden te raadplegen. In deze fase mogen de deelnemers vrij bepalen welke informatie zij nodig hebben. Soms wijst men zelfs een budget toe aan de deelnemende burgers zodat ze zelf deskundigen kunnen uitnodigen. Deze tweede stap van het proces is openbaar en gebeurt bij voorkeur in aanwezigheid van de pers en geïnteresseerde burgers. Bij de deliberatie discussiëren de participanten met elkaar. Er kunnen dan verschillende visies en ervaringen aan bod komen, zodat men tot diverse oplossingen komt. De deelnemers moeten echter consensus bereiken, omdat enkel die adviezen en suggesties waarmee iedereen akkoord is worden opgenomen als beleidsaanbeveling. Ondersteund door professionele tekstschrijvers stelt de deelnemersgroep vervolgens een rapport op dat aan de betrokken beleidsvoerders wordt aangeboden. In een vijfde en laatste fase gebeurt een terugkoppeling. De politieke bestuurders geven feedback aan de deelnemers (en de brede samenleving) over wat er met de adviezen en suggesties in de praktijk gedaan is en waarom. De terugkoppeling kan in een aparte bijeenkomst of schriftelijk.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Het is een goed instrument om het draagvlak voor overheidsbeleid te verhogen. • Men geeft aan leken de kans om beter geïnformeerd te worden over beleidskwesties. • Men kan bij de besluitvorming rekening houden met een diversiteit aan perspectieven. • De kloof tussen experts en leken kan verkleind worden. • Deze techniek kan leiden tot nieuwe en creatieve oplossingen. • Een consensusconferentie biedt de mogelijkheid om het debat over bepaalde beleidskwesties te verbreden.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Dit instrument vereist intensieve voorbereiding en begeleiding, waardoor de kosten kunnen oplopen (bv. als deelnemers experts kunnen uitnodigen). • Het is niet eenvoudig om een evenwichtig samengestelde deelnemersgroep te bekomen waarin zoveel mogelijk verschillende perspectieven en opvattingen aan bod komen. • De resultaten zijn niet representatief voor de bevolking, hoewel men er op moet toezien dat de deelnemersgroep zo gevarieerd mogelijk wordt samengesteld. • Bij gebrek aan vaardigheden van de deelnemers of de nodige begeleiding levert het instrument een eindresultaat van minder goede kwaliteit op.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Men organiseert een consensusconferentie best gedurende twee of drie opeenvolgende weekenden, zodat de deelnemers ook tussen de sessies door nog informatie kunnen vergaren of voorstellen formuleren. Dit verhoogt echter de intensiteit van de participatie en bemoeilijkt de praktische uitvoering ervan. • Het thema is bij voorkeur relatief nieuw voor de deelnemers. Het is geen goed idee om dit instrument te gebruiken voor beleidsproblemen die door maatschappelijk debat al volledig \’uitgekauwd\’ zijn. • Het is belangrijk dat de informatie niet te gespecialiseerd is en voldoende toegankelijk voor leken. • Deze techniek kan het best gebruikt worden bij controversiële, complexe of technische beleidskwesties. • De deelnemersgroep bestaat bij voorkeur uit een heel divers publiek. Op die manier kan men vertrekken van uiteenlopende perspectieven en opvattingen, zodat zoveel mogelijk belangen worden meegenomen bij de adviezen. • De deelnemers moeten bereid zijn te luisteren naar de ideeën van anderen zonder zich krampachtig vast te houden aan hun eigen opvattingen. Bovendien is het belangrijk dat men zich engageert om het eigen standpunt te verhelderen en indien nodig te staven met steekhoudende argumenten.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De deelnemersgroep bestaat uit een kleine groep gewone burgers. Door publiciteit kan het bredere publiek ook enigszins betrokken worden bij het gebeuren, wat een gunstige invloed heeft op het draagvlak voor de genomen beslissingen.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs kan hoog oplopen door de intensieve voorbereiding, de rekrutering van participanten en het uitnodigen van experts. Omdat het evenement enkele dagen in beslag neemt, is er ook een aanzienlijk budget nodig voor de opzet en organisatie. Men moet dus steeds de afweging maken of de voordelen opwegen tegen de vrij hogeKostprijs.
| |
| | |
| = DIALOOGMETHODE =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren + cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| De dialoogmethode is uitermate geschikt om de beleidsparticipatie van personen met minder behartigde belangen te stimuleren. Men gaat ervan uit dat niemand beter weet wat de noden en behoeften zijn van deze doelgroep dan de doelgroep zelf en daarom vertrekt men vanuit hun ervaringsdeskundigheid. Bij voorkeur brengt men die in kaart via talloze bijeenkomsten met informele gesprekken georganiseerd door Samenlevingsopbouw Vlaanderen of het Vlaams Netwerk van verengingen waar armen het woord nemen . Belangrijk is dat deze eerste fase enkel voorbehouden is voor de doelgroep die men wil bevragen (MBB\’s of andere ervaringsdeskundigen). Als de belangrijkste structurele knelpunten bekend zijn, kunnen in de verenigingen experts worden uitgenodigd om de oorzaken van deze specifieke problemen verder toe te lichten. Op basis van de ervaringen van de doelgroep en de expertise van deskundigen wordt een rapport opgesteld met een gedetailleerde beschrijving van het probleem en beleidsaanbevelingen. Indien het een grootschalig participatieproject betreft (bv. regionaal of federaal) kan de informatie die verenigingen verzameld hebben, gebundeld worden tot een rapport dat men vervolgens overhandigt aan beleidsmakers. Op basis van vroegere participatie-initiatieven beschikken het Vlaams Netwerk en Samenlevingsopbouw Vlaanderen momenteel reeds over veel expertise die grotendeels gebaseerd is op de ervaringsdeskundigheid van de doelgroep zelf. Beleidsmakers kunnen dus een beroep doen op deze organisaties wanneer ze op basis van de ervaringsdeskundigheid van MBB\’s een duurzaam beleid wensen te voeren . Bovenstaand proces kan enerzijds ontstaan vanuit de doelgroep zelf of vanuit hun vereniging, maar kan anderzijds ook geïnitieerd worden door beleidsmakers. Wanneer er sprake is van \’bottom up\’ participatie laat men de keuze van de thema\’s ook best over aan de mensen zelf. Enkel dan is de doelgroep overtuigd van het belang ervan en vindt men het de moeite waard om er gedurende een lange periode over te communiceren. Wel houden initiatiefnemers best op voorhand al rekening met de haalbaarheid en het politieke draagvlak rond bepaalde thema\’s. Dit om te vermijden dat het langdurige participatieproces uiteindelijk geen enkele weerslag vindt in het beleid.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men kan groepen bereiken die gewoonlijk niet deelnemen aan participatieprojecten. Dit is belangrijk omdat MBB\’s door hun specifieke ervaringsdeskundigheid essentiële partners zouden moeten zijn in het beleid rond diverse thema\’s (bv. duurzame ontwikkeling, welzijn, onderwijs, enz.). De dialoogmethode geeft hen de kans om op te treden als volwaardige gesprekspartner. • Het is een laagdrempelige participatiemethode. • De kracht van de dialoogmethode is het feit dat via de ervaringen van individuele personen een gedeelde mening wordt gevormd betreffende het probleem en de mogelijke oplossingen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Deze methode neemt er veel tijd in beslag, omdat men tijdens het hele proces het (meestal trage) ritme van de deelnemers moet blijven respecteren. • Het kan voor beleidsmakers frustrerend zijn om lang te moeten wachten op de resultaten van een dialoogproces met de doelgroep.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Houd er rekening mee dat de dialoogmethode veel tijd in beslag neemt. MBB\’s hebben meestal een jaar nodig om een specifieke problematiek volledig uit te diepen en aanbevelingen te formuleren. • Het is belangrijk om aan de deelnemers voldoende respect te tonen. Beleidsparticipatie komt voor hen meestal erg bedreigend over. Geef hen dan ook het gevoel dat hun inbreng van essentieel belang is. • Het is noodzakelijk om professionele of vrijwillige begeleiders in te zetten bij de dialoog. • Bij voorkeur worden de samenkomsten steeds op dezelfde plaats georganiseerd en op een locatie die voor de deelnemers vertrouwd is. • Probeer de deelnemersgroep zo samen te stellen dat er een grote diversiteit aan ervaringen en kennis ontstaat. • Het is belangrijk om de deelnemers bij elke beslissing te betrekken en hen op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen in het dialoogproces. • Zorg ervoor dat je taalgebruik naar de doelgroep voldoende toegankelijk is.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De dialoogmethode is geschikt om beleidsparticipatie van MBB\’s en andere groepen met een specifieke ervaringsdeskundigheid mogelijk te maken.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Doordat deze participatiemethode erg intensief is en veel tijd in beslag neemt, kan De kostprijs hoog oplopen. Daarom is het belangrijk om samen te werken met bestaande structuren zoals Samenlevingsopbouw Vlaanderen en het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. Zij beschikken immers over de nodige expertise en ervaring inzake participatie van MBB\’s.
| |
| | |
| = EXPERTPANEL =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Wanneer vooral nood is aan de input van deskundigen en minder van de gewone bevolking, kan een expertpanel een geschikte techniek zijn. Een kleine groep van experts – die allen gespecialiseerd zijn in een specifiek domein – behandelt dan een hoog technologische of uitermate complexe beleidskwestie. Na grondig debat over mogelijke beleidspistes, is het de bedoeling om concrete adviezen te formuleren betreffende datgene waarover consensus is bereikt. De opzet van expertpanels kan op twee manieren gebeuren. Enerzijds kan men een panel samenstellen dat enkel debatteert over één specifiek beleidsprobleem, maar anderzijds is het ook mogelijk om gedurende een bepaalde periode een semi-permanent panel te creëren dat geregeld advies geeft over beleidskwesties binnen een bepaald domein.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Dit is een nuttige techniek wanneer de beleidskwestie complex en controversieel is en wanneer er bij de bevolking sterk uiteenlopende meningen over bestaan. • De geloofwaardigheid van het beleid neemt toe, omdat men vertrekt van de opvattingen van experts. • Beleidsmakers ontvangen gespecialiseerde adviezen die in bepaalde domeinen essentieel zijn voor een optimale beleidsbeslissing.
| |
| | |
| <br>
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Het brede publiek wordt niet betrokken bij de beleidsontwikkeling, waardoor de invloed op het maatschappelijk draagvlak zeer klein of zelfs onbestaande is. • Het is niet eenvoudig om voldoende experts te \’boeken\’ op dezelfde dag. • Het inschakelen van experts kan een dure aangelegenheid zijn.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • De panels worden bij voorkeur multidisciplinair samengesteld, zodat rekening kan worden gehouden met de expertise binnen verschillende domeinen. • Het inschakelen van een bekwame moderator is nodig om het debat in goede banen te leiden. • Bij voorkeur wordt er door beleidsmakers veel belang gehecht aan de resultaten van het expertpanel en engageert men zich om enkel gemotiveerd af te wijken van de aanbevelingen.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De deelnemersgroep bestaat uit een kleine groep van experts met een deskundigheid in één of meerdere specifieke domeinen. Deze techniek is dus niet geschikt om het brede publiek bij het beleid te betrekken.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is relatief laag en hangt grotendeels af van de tegemoetkoming die experts vragen.
| |
| | |
| = WORLD CAFÉ / CAFÉ DIALOOG =
| |
| | |
| === Participatieniveau = adviseren + cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| World Café is een creatief proces om een dialoog tot stand te brengen en kennis uit te wisselen over een bepaald thema. Essentieel is dat men een informele sfeer creëert door de grote groep deelnemers op te splitsen in kleinere groepjes van vier mensen die het gekozen onderwerp bespreken aan kleine \’café-tafels\’. De samenstelling per gesprekstafel wisselt, omdat men in een aantal korte conversatierondes (20 à 30 minuten) telkens doorschuift naar een ander groepje. Er blijft echter altijd één persoon aan de tafel zitten als \’gastheer/vrouw\’ . Hierdoor ontstaat een snelle informatie-uitwisseling en creëert men gedeelde kennis. Alle ideeën worden nauwkeurig genoteerd op een groot vel papier dat steeds op dezelfde tafel blijft liggen. Aan het begin van elke nieuwe ronde verwelkomt de \’gastheer/vrouw\’ de nieuwe groepsleden en vat kort de belangrijkste ideeën en thema\’s samen die net besproken werden. Op het einde van het proces verzamelt men de verschillende vellen papier en worden de resultaten gepresenteerd in een plenaire sessie.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • De informele setting zet de deelnemers aan tot actieve deelname. Het is voor hen gemakkelijker om een bijdrage te leveren aan de discussie. • De Café Dialoog formule is flexibel en geschikt voor verschillende situaties. • Men kan draagvlak creëren voor het beleid. • Deze methode is geschikt om een beleidsprobleem in de diepte uit te werken, zodat nieuwe ideeën en oplossingen ontstaan. • Door mensen aan verschillende gesprekken te laten deelnemen, zullen ideeën, inzichten en vragen verbonden worden, zodat er een coherent en evenwichtig geheel ontstaat.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Rekrutering van deelnemers is niet eenvoudig. • Mensen worden door deze aanpak geënthousiasmeerd en aangemoedigd tot actie. Als beleidsmakers er niet op aansluiten met een vervolgstap, zorgt dit voor ontmoediging.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Zorg ervoor dat de deelnemers voldoende belang hechten aan de behandelde topics, zodat ze bereid zijn er intensief mee aan de slag te gaan. • De informele sfeer kan misschien de illusie wekken dat deze participatiemethode vrijblijvend is en niet serieus moet worden genomen. Toch is het essentieel dat beleidsmakers rekening houden met de adviezen en aanbevelingen die geformuleerd worden. Zoniet is deze participatiemethode uiteraard overbodig. • De methode is niet geschikt om gedetailleerde implementatieplannen op te stellen.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Deze techniek is geschikt voor deelname van grote groepen gewone burgers. Ook voor het betrekken van MBB\’s biedt Café Dialoog mogelijkheden.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Deze participatiemethode is erg goedkoop. Men heeft vooral een geschikte locatie nodig met een gezellige en gastvrije uitstraling. Belangrijk is wel dat men op voorhand voldoende publiciteit maakt om bekendheid te geven aan het initiatief.
| |
| | |
| = CHARETTE – DESIGN WORKSHOP =
| |
| | |
| === Participatieniveau = cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Charette is een intensieve multidisciplinaire face-to-face workshop waarin personen uit diverse subgroepen in de samenleving gedurende een korte tijd (4 à 5 dagen) bepaalde beleidskwesties behandelen totdat men tot consensus komt. Dit gebeurt via een snel en dynamisch uitwisselingsproces tussen diverse stakeholders (bv. mensen uit de praktijk, brede samenleving, belangengroepen, enz.). De resultaten worden nadien bekend gemaakt tijdens een openbare bijeenkomst. Bovendien wordt ook een finaal rapport opgesteld met de belangrijkste conclusies, aanbevelingen, strategieën en specifieke beleidsmaatregelen. Belangrijk is dat de implementatie onmiddellijk aansluit op de \’post-charette\’ fase. Daarom tracht men tijdens de bijeenkomsten zeer concrete projecten uit te werken.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Het is een interessante methode als men in tijdsnood is en snel moet overgaan tot concrete actie. • Charette bevordert creativiteit, wat tot nieuwe oplossingsmogelijkheden kan leiden. • Door gebruik te maken van deze methode verhoogt de kans dat de beleidsbeslissing gedragen wordt door de bevolking. • De implementatie van beleidsbeslissingen wordt gefaciliteerd. • Transparante besluitvormingstechniek. • Charette leidt doorgaans tot realistische oplossingen, omdat de deelnemers voortdurend rekening moeten houden met de implementatie die kort na de overlegperiode van start gaat. • De intensieve samenwerking kan leiden tot nieuwe netwerken en maatschappelijke verbanden of zorgen voor een versteviging van de bestaande. • De multidisciplinair samengestelde charette groep kan het beleidsprobleem op een holistische wijze behandelen. • De bevolking wordt zeer actief betrokken bij beleidsvoering. • De concrete gevolgen van het participatieproces zijn door de snelle implementatie vlug zichtbaar, wat de motivatie van de deelnemers (en de bredere bevolking) voor deelname aan toekomstige participatie-initiatieven kan stimuleren. • Effectieve manier om snel tot consensus te komen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • In de fase vóór de eigenlijke charette is er nood aan veel voorbereiding om de beleidsproblematiek zeer concreet te identificeren en te bepalen binnen welke grenzen de groep participanten kan werken. • Deze erg intensieve participatiemethode vergt veel tijd, vaardigheden en kennis van de deelnemers. Men moet bijvoorbeeld constructief kunnen samenwerken in groep en analytisch kunnen denken. De samenstelling van de groep is bijgevolg niet eenvoudig. • Door het samenwerken in groep kunnen bepaalde personen het gesprek naar zich toe trekken en is \’groupthink\’ een risico. Om dit te ondervangen is een professionele moderator geen overbodige luxe. • De deelnemersgroep is niet representatief voor de totale bevolking. • Het is moeilijk om die personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het beleid. • Consensus bereiken is – vooral bij complexe en delicate beleidskwesties – niet eenvoudig.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Als de nadruk ligt op het verhogen van de kwaliteit van beleidsbeslissingen, kan men ervoor opteren om de deelnemersgroep vooral te laten bestaan uit experts. Het nadeel hiervan is dat de \’stem van de samenleving\’ niet wordt gehoord, zodat het maatschappelijk draagvlak voor het beleid eronder kan lijden. • Vooral geschikt voor complexe beleidskwesties. • Een deskundige facilitator is belangrijk om het proces in goede banen te leiden. • Het is belangrijk dat beleidsmakers veel gewicht toekennen aan de uitkomst van het participatieproces. • Zorg ervoor dat het brede publiek goed op de hoogte wordt gebracht van het proces en de uitkomst. Hierdoor stimuleert men het maatschappelijk draagvlak voor de beslissing.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| De deelnemers zijn bij voorkeur samengesteld uit personen van verschillende subgroepen in de samenleving. Qua omvang is een grote variëteit mogelijk. Zo zijn er voorbeelden bekend van 30, maar ook van meer dan 1000 deelnemers. De beheersbaarheid is natuurlijk groter wanneer er slechts een kleine groep participanten is.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs is vrij hoog. Budget is nodig voor de inventarisatie van achtergrondmateriaal, de rekrutering van geschikte deelnemers, een professionele moderator, accommodatie en een eventuele financiële tegemoetkoming aan de deelnemers (zeker als het proces enkele dagen duurt). De kostprijs neemt uiteraard toe als men kiest voor een publiek met voornamelijk experts. Toch is deze manier van werken meestal kostenefficiënt, omdat men op korte tijd concrete beleidsprojecten kan ontwikkelen.
| |
| | |
| = OPEN SPACE TECHNOLOGY =
| |
| | |
| === Participatieniveau = cocreëren ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Open Space Technology is een conferentietechniek die ontwikkeld werd door Harrison Owen. Het is een effectieve \’bottom-up\’ participatiemethodiek die vooral bedoeld is om grote groepen gewone burgers te betrekken bij beleidsontwikkeling op een laagdrempelige wijze. Belangrijk is dat er geen vooraf vastgestelde agenda is, maar enkel een complexe vraagstelling die door een moderator voorgelegd wordt. Aan de deelnemers wordt gevraagd om op basis van deze vraagstelling enkele interessante thema\’s op de agenda te plaatsen. Dit zijn de kwesties waarrond discussiegroepen worden opgezet. Elke deelnemer kiest zelf aan welke discussiegroep hij wenst deel te nemen. Er wordt dus voornamelijk in kleine (ca. 5 personen) – steeds wisselende – groepen gewerkt met telkens een werksessieleider . Elke gespreksronde duurt ongeveer één uur en de conclusies van elk gesprek worden onmiddellijk in de computer ingetypt en uitgeprint. De deelnemers zijn volledig vrij om tijdens de sessie te verhuizen naar een andere groep. Bijgevolg krijgen oninteressante sessies geen deelnemers of verliezen ze die gaandeweg, terwijl interessante sessies nog in omvang kunnen toenemen. Na afloop van alle discussies volgt er een afsluitend plenair gesprek en sluit men de bijeenkomst af met het uitdelen van het verslag, dat een goede basis vormt voor verdere besluitvorming. Deze methode – die een duurtijd kan hebben van enkele uren tot enkele dagen – heeft vooral de bedoeling om de betrokkenheid en bijdrage van de stakeholders zo groot mogelijk te houden en hen de ruimte te geven om kwesties te bespreken waar ze zelf de voorkeur aan geven met gesprekspartners die zij verkiezen. Om dit te bereiken tracht men een informele sfeer te creëren wat blijkt uit volgend citaat: "De tongen komen toch pas los in de wandelgang, bij het glas achteraf of in de koffiekamer. Een \’Open Space\’ schept net die sfeer en maakt de tongen los op de vergadering zelf" (Keygnaert, 2005) . Het is daarom belangrijk om bij Open Space de volgende zeven principes te hanteren: 1. Wie er ook komt, het zijn altijd de juiste mensen. 2. Wat er ook gebeurt, het is goed dat het gebeurt. 3. Omstandigheden zijn gewoon zoals ze zijn. 4. Toeval bepaalt de samenstelling van de groepen. 5. Iedereen begint wanneer hij of zij wil beginnen. 6. Iedereen stopt als hij of zij vindt dat het genoeg is geweest. 7. De wet van de twee voeten: iedereen heeft het recht om te gaan en te staan waar hij of zij wil.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Aangezien de conclusies van elk gesprek onmiddellijk worden ingetypt is het verslag op het einde van de bijeenkomst af, zodat men direct aan de slag kan gaan met de conclusies. • Het is een netwerkbevorderende participatiemethode, omdat de deelnemers vaak in discussie treden met personen die ze normaal niet zouden ontmoeten rond thema\’s die voor allen belangrijk zijn. • Door de nadruk op creativiteit is het een ideale manier om nieuwe ideeën en alternatieve oplossingen te genereren. • Open Space biedt de mogelijk tot het sluiten van compromissen en het bereiken van consensus over bepaalde beleidskwesties. • De bijeenkomst is zelforganiserend, wat erg motiverend kan werken en een gevoel van verantwoordelijkheid en \’eigenaarschap\’ creëert bij de deelnemers. • Enkel degenen die echt geïnteresseerd zijn in een topic zullen deelnemen aan de discussie, waardoor deze levendig blijft. • De techniek kan een positief effect hebben op het maatschappelijk draagvlak voor beslissingen. • Het is een zeer flexibel instrument. • Deze methode is erg laagdrempelig, wat stimulerend is voor de participatiebereidheid van het brede publiek.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • Door de intensieve betrokkenheid wekt men hoge verwachtingen bij de deelnemers. Als beleidsmakers weinig of geen rekening houden met de conclusies die tijdens de bijeenkomst(en) geformuleerd werden, heeft dit een zeer demotiverend effect. • Het risico bestaat dat de bijeenkomst chaotisch verloopt. Daarom zijn goede afspraken, een aangepaste accommodatie en een deskundige facilitator van essentieel belang.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Het is erg belangrijk dat de vraagstelling waarmee de Open Space aanvangt duidelijk geformuleerd wordt. Bovendien moet het over een voldoende complexe problematiek gaan om de discussies levendig te houden. • Zorg ervoor dat de locatie aangepast is aan de voortdurende verplaatsing van groepen mensen en geschikt is voor discussiegroepen van verschillende omvang.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| • Het is een techniek waarbij een grote groep mensen betrokken kan worden (100 à 1000). Bij voorkeur is de deelnemersgroep zo divers mogelijk zodat alle standpunten aan bod kunnen komen. • Open Space is ook geschikt om groepen met minder behartigde belangen te laten participeren aan het beleid. De werving is dan wel moeilijker dan bij het brede publiek, maar kan via bestaande verenigingen, eenvoudige folders en affiches. Bovendien organiseert men de Open Space bij voorkeur op een voor hen vertrouwde locatie.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| Er is meestal budget nodig voor de huur van een geschikte locatie, versnaperingen en PC\’s. De kostprijs is relatief laag.
| |
| | |
| = REFERENDUM =
| |
| | |
| === Participatieniveau = meebeslissen ===
| |
| | |
| === Omschrijving ===
| |
| | |
| Bij een referendum wordt een overheidsbeslissing tot voorwerp van een volksstemming gemaakt. In concreto legt men de burger een bepaalde vraag voor die beantwoord kan worden met \’ja\’ of \’neen\’. Hiermee geven burgers aan of ze respectievelijk akkoord of niet-akkoord gaan met de voorgestelde beleidsoptie. Het doel van een referendum is om na te gaan wat de mening van de totale (kiesgerechtigde) bevolking is betreffende een specifieke beleidskwestie. In principe is de uitslag bindend, maar dit is afhankelijk van het type referendum dat ook louter raadgevend kan zijn.
| |
| | |
| === Sterke punten ===
| |
| | |
| • Men kan een zeer grote groep burgers betrekken bij de besluitvorming. • Als het resultaat bindend is, werkt dit motiverend voor de burger. Men heeft immers het gevoel dat er geluisterd wordt naar de wensen van de bevolking. Hierdoor neemt de betrokkenheid van de burger bij politieke besluitvorming mogelijk toe. • Een referendum verplicht volksvertegenwoordigers om in begrijpelijke en duidelijke taal de argumenten pro en contra van een beslissing te formuleren. • Het referendum kan een preventieve werking hebben, aangezien politic zich genoodzaakt voelen om bij aanvang van de beleidscyclus reeds draagvlak te creëren voor bepaalde beleidsbeslissingen.
| |
| | |
| === Zwakke punten ===
| |
| | |
| • De burger wordt genoodzaakt om een \’ja-neen\’ antwoord te geven, waardoor de inbreng vrij beperkt blijft. Burgers kunnen immers geen nieuwe ideeën of oplossingen genereren en worden niet geacht een integrale afweging te maken betreffende de beleidskwestie. • De beleidskwestie wordt sterk gepolariseerd en vereenvoudigd, omdat complexe problemen gereduceerd worden tot een simplistische keuze. • De uitslag van een referendum wordt sterk bepaald door de manier waarop het beleidsprobleem voorgesteld wordt in de media. • Het is vaak moeilijk om de uitslag van een referendum te duiden, omdat de redenen voor het stemgedrag (pro of contra) niet gekend zijn.
| |
| | |
| === Tips bij gebruik ===
| |
| | |
| • Het is – net zoals bij andere technieken – erg belangrijk om de status (bv. bindend of niet) van het referendum of de volksstemming op voorhand duidelijk te maken aan de bevolking. • Stel duidelijke criteria op voor het bepalen van de geldigheid van de uitslag (bv. opkomstpercentage). Communiceer hier ook duidelijk over naar de burger.
| |
| | |
| === Bereik ===
| |
| | |
| Een referendum is gericht op de totale kiesgerechtigde bevolking.
| |
| | |
| === Kostprijs ===
| |
| | |
| De kostprijs van een referendum is vrij hoog, maar hangt vooral af van de opzet (bv. lokaal versus federaal).
| |