Participatie in grote groepen: verschil tussen versies

kGeen bewerkingssamenvatting
 
(23 tussenliggende versies door 4 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
== Definitie  ==
== Definitie 'grote groep'<br> ==


Er is sprake van een grote groep wanneer de groep te groot is voor een directe face-to-face interactie tussen de groepsleden. Doorgaans spreekt men van een grote groep vanaf ongeveer twintig personen. Als we participatie als ambitie hebben, is een gebrekkige know-how over participatief werken met grote groepen nog zeer geregeld een belangrijk struikelblok. We concentreren ons als facilitator immers nog te vaak op de typische informatieoverdracht met aan het eind van het ‘participatiemoment’ de mogelijkheid tot vraagstelling vanuit de zaal.  
Er is sprake van een grote groep wanneer de groep te groot is voor een directe face-to-face interactie tussen de groepsleden. Doorgaans spreekt men van een grote groep vanaf ongeveer twintig personen. Als we participatie als ambitie hebben, is een gebrekkige know-how over participatief werken met grote groepen nog zeer geregeld een belangrijk struikelblok. We concentreren ons als facilitator immers nog te vaak op de typische informatieoverdracht met aan het eind van het ‘participatiemoment’ de mogelijkheid tot vraagstelling vanuit de zaal.  
Regel 5: Regel 5:
== Een veelheid aan methoden  ==
== Een veelheid aan methoden  ==


In de afgelopen vijftig jaar werden vanuit verschillende sociaal-agogische en organisatiekundige invalshoeken een veelheid aan methoden ontwikkeld. Bunker en Alban<ref>Bunker, B.,&amp; Alban, B. (1997). Large group interventions. Engaging the whole system for rapid change. San Francisco: Jossey-Bass Publishers.</ref><ref>Bunker, B.,&amp; Alban, B. (2006). The Handbook of Large Group Methods: Creating Systemic Change in Organizations and Communities. San Francisco: Jossey-Bass Business &amp;amp;amp;amp;amp; Management.</ref>brachten de meest gebruikte methoden in kaart. We zetten de Engelstalige benamingen hier even op een rij: (1) ‘the search conference’; (2) ‘future search’; (3) ‘real time strategic change’; (4) ‘ICA strategic planning process’; (5) ‘the conference model’, (6) ‘fast cycle full participation work design’; (7) ‘real time work design’; (8) ‘participative design’; (9) ‘simu-real’; (10) ‘work-out’; (11) ‘open space technology’; (12) ‘large scale interactive events’. De auteurs clusteren de modellen in drie soorten methoden: methoden gericht op het samen creëren van een toekomst (methode 1 t.e.m. 4); methoden gericht op zelforganisatie van het werk (methode 5 t.e.m. 8); methoden gericht op participatie van het hele systeem (methode 9 t.e.m. 12). De methoden hebben elk hun specifieke bedoeling, funderende theorie, optimale groepsgrootte, structuur, idee over de rol van deskundigen en opvatting over wie de agenda bepaalt. Meer informatie over deze en andere methoden kun je tegenwoordig gewoon downloaden van het internet. Interessant zijn bijvoorbeeld de Nederlandse ‘toolbox’ en het bijbehorende overzichtsartikel van Van der Zouwen<ref>Van der Zouwen, T. (2005). Toobox: gebruik van Large Group Intervention methoden. [http://www.largescaleinterventions.com www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008.</ref><ref>Van der Zouwen, T. (2008). Participative Change: Large Scale Interventions. [http://www.largescaleinterventions.com www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008.</ref>. Het overzichtsartikel omvat ook een groot aantal verwijzingen naar andere bronnen.
In de afgelopen vijftig jaar werden vanuit verschillende sociaal-agogische en organisatiekundige invalshoeken een veelheid aan methoden ontwikkeld. Bunker en Alban <ref>Bunker, B., Alban, B. (1997, 2006). The Handbook of Large Group Methods: Creating Systemic Change in Organizations and Communities. San Francisco: Jossey-Bass Business Management.</ref>&nbsp;&nbsp; brachten de meest gebruikte methoden in kaart. We zetten de Engelstalige benamingen hier even op een rij:  


Vast staat dat de genoemde methoden tegenwoordig steeds vaker worden ingezet in het bedrijfsleven. Daar is men er immers rotsvast van overtuigd dat de co-creatie van ideeën samen met de werknemers, veel meer dan de top-down benadering, van onmetelijk belang is om als organisatie overeind te blijven in een steeds veranderende omgeving.  
#‘the search conference’;
#‘future search’;
#‘real time strategic change’;
#'ICA strategic planning process’;
#'the conference model’,
#'project cycle full participation work design’;
#‘real time work design’;
#'participative design’;
#‘simu-real’;
#‘work-out’;
#‘open space technology’;
#'large scale interactive events’.
 
De auteurs clusteren de modellen in drie soorten methoden: methoden gericht op het samen creëren van een toekomst (methode 1 t.e.m. 4); methoden gericht op zelforganisatie van het werk (methode 5 t.e.m. 8); methoden gericht op participatie van het hele systeem (methode 9 t.e.m. 12). De methoden hebben elk hun specifieke bedoeling, funderende theorie, optimale groepsgrootte, structuur, idee over de rol van deskundigen en opvatting over wie de agenda bepaalt. Meer informatie over deze en andere methoden kun je tegenwoordig gewoon downloaden van het internet. Interessant zijn bijvoorbeeld de Nederlandse ‘toolbox’ en het bijbehorende overzichtsartikel van Van der Zouwen <ref>Van der Zouwen, T. (2005). Toobox: gebruik van Large Group Intervention methoden. [www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008.
Van der Zouwen, T. (2008). Participative Change: Large Scale Interventions. [www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008.</ref>. Hun overzichtsartikel omvat ook een groot aantal verwijzingen naar andere bronnen.
 
Ook deze wiki beschikt over een goed [[Participatiemethoden - overzicht|overzicht van participatiemethoden]] met de concrete beschrijvingen van een 30-tal methoden.<br>
 
Vast staat dat de genoemde methoden tegenwoordig ook steeds vaker worden ingezet in het bedrijfsleven. Daar is men er immers rotsvast van overtuigd dat bijvoorbeeld de '''[[Co-creatie|cocreatie]]''' van ideeën samen met de werknemers en andere stakeholders, veel meer dan de top-down benadering, van onmetelijk belang is om als organisatie overeind te blijven in een steeds veranderende omgeving.


== Generieke aandachtspunten  ==
== Generieke aandachtspunten  ==


Afhankelijk van de gehanteerde methode moet de facilitator natuurlijk met andere aandachtspunten rekening houden. De volgende aandachtspunten zijn evenwel generiek van aard, in de zin dat we er best sowieso rekening mee houden, ongeacht de aard van de groep en de gebruikte methode.  
Afhankelijk van de gehanteerde methode moet de facilitator natuurlijk met andere aandachtspunten rekening houden. De volgende aandachtspunten zijn evenwel generiek van aard, in de zin dat we er best sowieso rekening mee houden, ongeacht de aard van de groep en de gebruikte methode.


*Het resultaat valt en staat met de voorbereiding(-stijd) en de opvolging.  
*Het resultaat valt en staat met de voorbereiding(-stijd) en de opvolging.
*De belangrijke startvragen bij de voorbereiding zijn:  
*De belangrijke startvragen bij de voorbereiding zijn:
**Wat is de focus, de bedoeling van het proces?  
**Wat is de focus, de bedoeling van het proces?
**Wat is de gemeenschappelijke basis van de deelnemers?  
**Wat is de gemeenschappelijke basis van de deelnemers?
**Wie zijn de betrokken partijen?  
**Wie zijn de betrokken partijen?
**Welke stappen moeten er gezet worden om de bedoeling te bereiken?  
**Welke stappen moeten er gezet worden om de bedoeling te bereiken?
**Hoe garanderen we een degelijke opvolging?
**Hoe garanderen we een degelijke opvolging?


*Het doel en mandaat van het participatiemoment moet duidelijk zijn. Dit mandaat moet doorgesproken zijn met het beleid.  
*Het doel en mandaat van het participatiemoment moet duidelijk zijn. Dit mandaat moet doorgesproken zijn met het beleid.
*Een duidelijke structuur is immens belangrijk  
*Een duidelijke structuur is immens belangrijk
*Werken in grote groep betekent niet dat je constant in de grote groep zit. Integendeel: het grootste deel van de tijd wordt besteed aan werken in kleine groepen. De kwaliteit van het proces en de resultaten van de kleine groepen bepalen immers in belangrijke mate het resultaat van de grote groep.  
*Werken in grote groep betekent niet dat je constant in de grote groep zit. Integendeel: het grootste deel van de tijd wordt besteed aan werken in kleine groepen. De kwaliteit van het proces en de resultaten van de kleine groepen bepalen immers in belangrijke mate het resultaat van de grote groep.
*De procesbegeleiding bij grote groepen spitst zich toe op:  
*De procesbegeleiding bij grote groepen spitst zich toe op:
**het regisseren van het gebeuren;  
**het regisseren van het gebeuren;
**het toelichten van het programma;  
**het toelichten van het programma;
**het visueel maken van het proces;  
**het visueel maken van het proces;
**het verduidelijken van subgroepopdrachten;  
**het verduidelijken van subgroepopdrachten;
**het bewaken van de timing;  
**het bewaken van de timing;
**het oog hebben voor het algemene energiepeil;  
**het oog hebben voor het algemene energiepeil;
**het erkennen van emoties en conflicterende belangen;  
**het erkennen van emoties en conflicterende belangen;
*De relevante betrokkenen, dus ook de betrokken politieke mandataris(sen) moeten tijdens het hele proces aanwezig zijn.  
*De relevante betrokkenen, dus - in voorkomend geval - ook de betrokken (politieke) verantwoordelijken moeten tijdens het hele proces aanwezig zijn.
*De facilitatoren beschikken over de nodige vaardigheden en hebben de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen.  
*De facilitator beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer '[[Inspirerend faciliteren van participatie|Inspirerend faciliteren van participatie]]'. <br>
*De accommodatie en materiële structuur (lokaalgrootte en –schikking, presentatie- en ander didactisch materiaal) moeten in orde zijn
*De accommodatie en materiële structuur (lokaalgrootte en –schikking, presentatie- en ander didactisch materiaal) moeten in orde zijn.


== Referenties  ==
== Referenties  ==


<references />  
De tekst hierboven is geplukt uit de syllabi ''Overleggen met de burger ''en ''Vragend werken met groepen'', die ter beschikking worden gesteld bij de gelijknamige cursussen van [http://www.kwadraet.be Kwadraet]
 
<br>  


[[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Werken_met_groepen]]
<references /><br>


[[Categorie:Competenties]]
[[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Competenties]]&nbsp;

Huidige versie van 15 jan 2014 10:36

Definitie 'grote groep'

Er is sprake van een grote groep wanneer de groep te groot is voor een directe face-to-face interactie tussen de groepsleden. Doorgaans spreekt men van een grote groep vanaf ongeveer twintig personen. Als we participatie als ambitie hebben, is een gebrekkige know-how over participatief werken met grote groepen nog zeer geregeld een belangrijk struikelblok. We concentreren ons als facilitator immers nog te vaak op de typische informatieoverdracht met aan het eind van het ‘participatiemoment’ de mogelijkheid tot vraagstelling vanuit de zaal.

Een veelheid aan methoden

In de afgelopen vijftig jaar werden vanuit verschillende sociaal-agogische en organisatiekundige invalshoeken een veelheid aan methoden ontwikkeld. Bunker en Alban <ref>Bunker, B., Alban, B. (1997, 2006). The Handbook of Large Group Methods: Creating Systemic Change in Organizations and Communities. San Francisco: Jossey-Bass Business Management.</ref>   brachten de meest gebruikte methoden in kaart. We zetten de Engelstalige benamingen hier even op een rij:

  1. ‘the search conference’;
  2. ‘future search’;
  3. ‘real time strategic change’;
  4. 'ICA strategic planning process’;
  5. 'the conference model’,
  6. 'project cycle full participation work design’;
  7. ‘real time work design’;
  8. 'participative design’;
  9. ‘simu-real’;
  10. ‘work-out’;
  11. ‘open space technology’;
  12. 'large scale interactive events’.

De auteurs clusteren de modellen in drie soorten methoden: methoden gericht op het samen creëren van een toekomst (methode 1 t.e.m. 4); methoden gericht op zelforganisatie van het werk (methode 5 t.e.m. 8); methoden gericht op participatie van het hele systeem (methode 9 t.e.m. 12). De methoden hebben elk hun specifieke bedoeling, funderende theorie, optimale groepsgrootte, structuur, idee over de rol van deskundigen en opvatting over wie de agenda bepaalt. Meer informatie over deze en andere methoden kun je tegenwoordig gewoon downloaden van het internet. Interessant zijn bijvoorbeeld de Nederlandse ‘toolbox’ en het bijbehorende overzichtsartikel van Van der Zouwen <ref>Van der Zouwen, T. (2005). Toobox: gebruik van Large Group Intervention methoden. [www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008. Van der Zouwen, T. (2008). Participative Change: Large Scale Interventions. [www.largescaleinterventions.com], geraadpleegd op 2/10/2008.</ref>. Hun overzichtsartikel omvat ook een groot aantal verwijzingen naar andere bronnen.

Ook deze wiki beschikt over een goed overzicht van participatiemethoden met de concrete beschrijvingen van een 30-tal methoden.

Vast staat dat de genoemde methoden tegenwoordig ook steeds vaker worden ingezet in het bedrijfsleven. Daar is men er immers rotsvast van overtuigd dat bijvoorbeeld de cocreatie van ideeën samen met de werknemers en andere stakeholders, veel meer dan de top-down benadering, van onmetelijk belang is om als organisatie overeind te blijven in een steeds veranderende omgeving.

Generieke aandachtspunten

Afhankelijk van de gehanteerde methode moet de facilitator natuurlijk met andere aandachtspunten rekening houden. De volgende aandachtspunten zijn evenwel generiek van aard, in de zin dat we er best sowieso rekening mee houden, ongeacht de aard van de groep en de gebruikte methode.

  • Het resultaat valt en staat met de voorbereiding(-stijd) en de opvolging.
  • De belangrijke startvragen bij de voorbereiding zijn:
    • Wat is de focus, de bedoeling van het proces?
    • Wat is de gemeenschappelijke basis van de deelnemers?
    • Wie zijn de betrokken partijen?
    • Welke stappen moeten er gezet worden om de bedoeling te bereiken?
    • Hoe garanderen we een degelijke opvolging?
  • Het doel en mandaat van het participatiemoment moet duidelijk zijn. Dit mandaat moet doorgesproken zijn met het beleid.
  • Een duidelijke structuur is immens belangrijk
  • Werken in grote groep betekent niet dat je constant in de grote groep zit. Integendeel: het grootste deel van de tijd wordt besteed aan werken in kleine groepen. De kwaliteit van het proces en de resultaten van de kleine groepen bepalen immers in belangrijke mate het resultaat van de grote groep.
  • De procesbegeleiding bij grote groepen spitst zich toe op:
    • het regisseren van het gebeuren;
    • het toelichten van het programma;
    • het visueel maken van het proces;
    • het verduidelijken van subgroepopdrachten;
    • het bewaken van de timing;
    • het oog hebben voor het algemene energiepeil;
    • het erkennen van emoties en conflicterende belangen;
  • De relevante betrokkenen, dus - in voorkomend geval - ook de betrokken (politieke) verantwoordelijken moeten tijdens het hele proces aanwezig zijn.
  • De facilitator beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer 'Inspirerend faciliteren van participatie'.
  • De accommodatie en materiële structuur (lokaalgrootte en –schikking, presentatie- en ander didactisch materiaal) moeten in orde zijn.

Referenties

De tekst hierboven is geplukt uit de syllabi Overleggen met de burger en Vragend werken met groepen, die ter beschikking worden gesteld bij de gelijknamige cursussen van Kwadraet


<references />