Praktijkvoorbeeld GroeneValleipark: verschil tussen versies

Sander Dwb (overleg | bijdragen)
kGeen bewerkingssamenvatting
Sander Dwb (overleg | bijdragen)
kGeen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
= Achtergrond  =
= Achtergrond  =


Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park.
[[Image:GroeneValleiparkDSC00446.JPG|frame|right|100px]]Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY NIMBY-syndroom] wordt genoemd als één van de voordelen van [[Cocreatie]]. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park.  


= <br> Actieve betrokkenheid  =
= <br> Actieve betrokkenheid  =


[[Cocreatie]]&nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.
[[Cocreatie]]&nbsp;heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.  


= <br> Inspiratiebezoek  =
= <br> Inspiratiebezoek  =


Een [[Inspiratiebezoek]]&nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.
Een [[Inspiratiebezoek]]&nbsp;is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.  


= Representativiteit betrokkenen  =
= Representativiteit betrokkenen  =
Regel 17: Regel 17:
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =
= Spanning tussen cocreatie en efficiëntie  =


Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.
Eén van de argumenten voor [[Cocreatie|cocreatie]]&nbsp;is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.  


= Referentie  =
= Referentie  =


Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)

Versie van 7 dec 2011 13:35

Achtergrond

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Het was niet mogelijk het miniatuurbestand op de doellocatie op te slaan.

Het GroeneValleipark is een buurtpark in Gent. Het werd aangelegd op een voormalige industriële site die sinds de jaren 1970 niet langer in gebruik was. Over de jaren heen pleitte verschillende lokale actiegroepen voor een blijvende groene invulling van het terrein. Na de lokale verkiezingen van 2000 besliste de nieuwe coalitie om alle vorige plannen op te bergen en definitief voor een parkscenario te gaan. Het anticiperen van het zogenaamde NIMBY-syndroom wordt genoemd als één van de voordelen van Cocreatie. Aangezien je als betrokkene makkelijker intrinsiek gemotiveerd zou geraken om achter een oplossing of actie te staan wanneer je mee participeert in het bedenken ervan. Het ontwikkelingsproces van het Groenevalleipark kan worden gezien als een illustratie daarvan. De lokale actiegroep ‘Groene Vallei Groen’ werd van bij het begin betrokken om mee het park vorm te geven. De stadsdiensten voorzagen een intensief en experimenteel proces en besloten daarom om de parkontwikkeling niet uit te besteden maar binnenshuis te organiseren. De bewoners waren vertegenwoordigd op (de meeste) stuurgroep vergaderingen en waren ook actief betrokken bij het bouwen van bepaalde delen van het park.


Actieve betrokkenheid

Cocreatie heeft als uitgangsideeën emancipatie, zelfsturing, verbondenheid en medezeggenschap waarbij men ervan uitgaat dat het collectief rendement groter is dan de som van de delen. Een doorgedreven vorm van cocreatie vindt plaats wanneer de burgers zelf de handen uit de mouwen steken. In het Groenevalleipark kregen bewoners middelen en budget om groeneilanden te creëren in samenwerking met een lokale kunstenaar. In afwachting tot het moment dat het park kon worden ontwikkeld werden deze uitgezet in het kanaal naast het park. Later werd de bewonersgroep nogmaals betrokken voor de creatie van een zogenaamde ‘hondenmand’, een zelfgebouwde hondenlosloopweide gevlochten met houten takken, opnieuw in samenwerking met dezelfde kunstenaar. In plaats van simpelweg de honden achter een draad te steken kwam het idee onder de bewoners naar voren om iets speciaals te bouwen voor de honden en hun baasjes opdat deze zich niet teruggedrongen zouden voelen. Bovendien zou het kunstwerk ook de inwoners van de appartementsgebouwen ernaast een aangenamer zicht geven. Nog steeds voorziet de groendienst lokale vrijwilligers van materiaal en praktische regelingen om de ‘hondenmand’ te onderhouden. Er is één persoon verantwoordelijk gemaakt om het contact met de bewoners blijvend te ondersteunen.


Inspiratiebezoek

Een Inspiratiebezoek is geen op zichzelf staande methode, maar is onderdeel van een groter traject, zo ook in het Groenevalleipark. Samen met een aantal ambtenaren, lokale politici, externe experts en leden van de lokale actiegroep werd er een rondleiding georganiseerd naar andere parken die al een historie van alternatieve parkontwikkeling hebben. Deze waren allen ontwikkeld in een meer ecologische/natuurlijke stijl in lijn met wat de actiegroep opperde. Deze bezoeken en de discussies daaropvolgend zouden het gezamenlijk kader voor de ontwikkeling geïnspireerd hebben alsook het onderlinge begrip hebben bevorderd.

Representativiteit betrokkenen

De samenstelling van de betrokken bewoners is in de loop van de jaren verandert. Nadat de beslissing was genomen om een park te ontwikkelen vond een deel van de actiegroep dat de missie geslaagd was. Andere konden zich dan weer niet vinden in het compromis met de stad. Bovendien bestond de actiegroep meer uit hoger opgeleide en/of sociaal actieve mensen. De kennis die zij aanbrachten werd door de betrokkenen gezien als een toegevoegde waarde. Aan de andere kant zou die oververtegenwoordiging kunnen verklaren waarom een aantal activiteiten minder vlot ingeburgerd zijn in het park. Bijvoorbeeld: de stad besliste om een externe kunstenaar te contacteren voor de ontwikkeling van de speeltuigen in het park. Desondanks dat de uiteindelijke speeltuigen heel dicht lagen bij wat de actiegroep voor ogen had, zijn de experimentele basketbalring en voetbalgoals niet geheel positief onthaald door de jongeren uit de buurt. Dit zou verklaard kunnen worden door de uiteenlopende samenstelling en voorkeuren van de leden van de actiegroep ten opzichte van de jongeren van de Brugse Poort.

Spanning tussen cocreatie en efficiëntie

Eén van de argumenten voor cocreatie is dat de methode de duurzame ontwikkeling van een lokaal project kan ondersteunen. De samenwerking rond de ‘hondenmand’ zou enerzijds de betrokkenheid van de bewoners hebben verhoogd maar zou anderzijds ook simpelweg gezien kunnen worden als de delegatie van onderhoudstaken van de publieke administratie naar de burgers. Hoewel de actiegroep enthousiast en positief aankijkt tegenover het project, zou deze delegatie van verantwoordelijkheid problematisch kunnen worden wanneer de groendienst op de constante actieve inbreng van de bewoners rekent. Zo is er bijvoorbeeld in Gent de beslissing genomen om in parken publieke barbecues te installeren. Deze staan er nu op de meeste plaatsen maar niet in het Groenevalleipark, waar men wacht op de inbreng van de bewonersgroep.

Referentie

Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)