Participatieve besluitvorming: verschil tussen versies

kGeen bewerkingssamenvatting
kGeen bewerkingssamenvatting
Regel 47: Regel 47:
| valign="top" | '''Verbinden'''  
| valign="top" | '''Verbinden'''  
| valign="top" |  
| valign="top" |  
*Hoe sluit wat je nu zegt aan bij wat naam vertelde? <br>  
*Hoe sluit wat je nu zegt aan bij wat ... vertelde? <br>  
*Welke standpunten sluiten bij elkaar aan? <br>  
*Welke standpunten sluiten bij elkaar aan? <br>  
*Hoe hebben we deze bijeenkomst ervaren? <br>  
*Hoe hebben we deze bijeenkomst ervaren? <br>  
Regel 70: Regel 70:
<br>  
<br>  


<br>
<br>  


[[Categorie:Faciliteren participatie]]
[[Category:Faciliteren_participatie]] [[Category:Adviesraden]] [[Category:Werken_met_groepen]]
[[Categorie:Adviesraden]]
[[Categorie:Werken met groepen]]

Versie van 29 aug 2009 09:37

Hieronder focussen we op het proces van participatieve besluitvorming. Dit proces kun je evenwel niet los zien van de kernwaarden participatieve besluitvorming die bij participatieve besluitvorming van belang zijn. De indicatoren van wanneer een groep een participatieve groep is (zie artikel over het verschil tussen participatieve en conventionele groepen) is interessante achtergrondinformatie wanneer we nadenken over participatieve besluitvorming.

Divergeren en convergeren

Vaak wordt het besluitvormingsproces op een te ideale mannier voorgesteld in twee grote fases, met name de fase van divergent denken en de fase van convergent denken. Van zodra het topic of onderwerp op tafel ligt, stappen groepsleden in de divergentiefase ze zo veel mogelijk verschillende ideeën in. Eerst nog aarzelend en vertrekkend van de vertrouwde ideeën, om daarna – tenminste als er voldoende betrokkenheid en tijd beschikbaar is – over te gaan tot de inbreng van nieuwe perspectieven. In de convergentiefase gaat men consolideren: sommige ideeën en perspectieven laten vallen en andere ideeën bevestigen en weerhouden. Vervolgens zal de groep ideeën verfijnen en de beslissing vastleggen. En klaar is Kees. Zo eenvoudig zit een reëel besluitvormingsproces echter niet in mekaar.

Problematische besluitvorming

Minstens twee vormen van besluitvorming kun je als problematisch bestempelen: A. de te snelle beslissing B. de niet-beslissing of onduidelijke beslissing. Beide vormen van problematische besluitvorming zijn terug te voeren op een niet volledig doorlopen besluitvormingsproces en leveren niet-gewenste effecten op. Zo leidt te snel beslissen vaak tot een verkeerde beslissing en/of een niet-gedragen beslissing. Een niet-beslissing of onduidelijke beslissing zorgt ervoor dat de groepsleden ieder voor zichzelf bepalen wat er werd beslist en/of dat er groepsleden afhaken en/of dat er frustratie ontstaat.

De zoek- en zuchtfase

In de meeste processen van besluitvorming detecteren we nog een fase tussen de divergentiefase en de convergentiefase. Deze fase wordt evenwel in de meeste modellen over besluitvorming over het hoofd gezien – allicht omdat deze fase niet past in de optimistische managementgedachte dat je elk proces kan stroomlijnen, dat elk proces te beheersen is. Terwijl de "zoek en zuchtfase" nauwelijks te beheersen is. Ongeveer de enige beheersmatige actie die in de zoek- en zuchtfase mogelijk is, is paradoxaal van niet-beheersmatige aard, met name: het tolereren van de chaos. De competentie die hiermee samen hangt, noemen we "ambiguïteitstolererantie".

Intra- en interpersoonlijke processen.

Het onderstaande schema geeft ons een overzicht van de processen die zich in en tussen de deelnemers afspelen.

Als facilitator hanteer je de vijf V's als richtsnoer bij je interventies. Bij voorkeur doe je dat via vragen.

Verduidelijken
  • Hoezo?
  • Kun je een voorbeeld geven?
  •  Wat bedoel je? 
Verbreden
  • Hoe kunnen we dit nog bekijken? 
  • Zijn er nog andere invalshoeken?
  • Met wat heeft dit nog te maken?
  • Wat is de volgende stap?
Verdiepen
  • Waarom is dat zo?
  • Wat is er concreet veranderd wanneer het probleem is opgelost?
Verbinden
  • Hoe sluit wat je nu zegt aan bij wat ... vertelde?
  • Welke standpunten sluiten bij elkaar aan?
  • Hoe hebben we deze bijeenkomst ervaren?
Verkorten
  • Wat is de essentie van je idee?
  • Wie kan dit samenvatten?
  • Laat ons samenvatten, wie doet wat wanneer? 



Referentie

Kaner, S. (2001). Facilitators guide tot participatory decision-making. Gabriola Island: New Society Publishers.