Participatief budget: verschil tussen versies
kGeen bewerkingssamenvatting |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.{{ref|Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }} | De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.{{ref|Deze vereniging heeft tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen. }} <br>Bij een participatief budget krijgen burgers inspraak in de begrotingsopmaak. Kenmerkend voor begrotingsinspraak is dat voor de burger zichtbaar gemaakt wordt waar de grote beleidskeuzes zitten. | ||
==== Oorsprong: Porto Alegre ==== | |||
<br>Door de traditie van cliëntilisme in Brazilië werd de opkomst van een burgermaatschappij geruime tijd onderdrukt. Met als doel stemmen te winnen gebruikten de machthebbers in een cliëntilistisch systeem hun toegang tot de hulpbronnen van de staat om persoonlijke gunsten aan potentiële kiezers te verlenen. Mede door de opkomst van wijkorganisaties evolueerde men echter naar meer open politieke stelsels. Hierin werd participatie belangrijker en trachtte men doelen te bereiken bijvoorbeeld ruimte te laten voor protest, in plaats van gesloten overleg. <br>Vanaf 1989 werd er in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, 1.3 miljoen inwoners, geëxperimenteerd met het zogenaamde participatief budgetbeleid. De overheid speelde een faciliterende rol opdat de plaatselijke gemeenschappen zich konden organiseren in wijk- en themavergaderingen. In deze vergaderingen kunnen stadsbewoners hun wensen ten aanzien van de publieke voorzieningen prioritariseren in 7 categorieën gaande van bestrating tot waterafvoer of scholenbouw. Een districtraad, die door deze vergadering wordt gekozen, verdeelt tenslotte het budget op grond daarvan over de wijken. | |||
==== Fundamentele factoren<br> ==== | |||
Fundamentele factoren die in evenwicht moeten zijn voor het succes van een participatief budgetbeleid zijn: <br>- politieke ondersteuning van het proces en potentiële deelnemers moeten zich ook van deze steun bewust worden <br>- een hoog aantal verenigingen en vermogen tot zelforganisatie van sociale netwerken<br>- de samenhang en de structuur van de organisatie-elementen van het proces<br>- het administratieve en financiële kunnen van de autoriteiten om experimenten uit te voeren.<br>Vanuit Europese ervaring kan hieraan mogelijk nog een vijfde factor toegevoegd worden, deze van de “noodzaak”. In Latijns-Europese landen geldt vooral een politieke noodzaak. Deze landen kennen immers vaak een geschiedenis van ongelijke verdeling van elementaire middelen, zoals water en elektriciteit, maar ook van bewoonbare ruimte.Terwijl in Noord-Oost Europese landen vooral modernisering en de verbetering van het publieke apparaat een belangrijke motivatie blijken te zijn.<br> | |||
==== ==== | |||
==== Voorbeeld ==== | |||
In een interview van Terzake met Patrick Bodart haalt deze enkele voorbeelden aan met betrekking tot de situatie in Cotacachi. In dit stadje van 40000 inwoners wordt namelijk de bevolking betrokken bij de bespreking van het gehele investeringsbudget van de stad, dit gaat samen met een hoge mate van transparantie. Omdat ook zwakkere groepen een stem krijgen in het debat, brengt dit vaak een ommezwaai van prioriteiten met zich mee.<br>De praktische organisatie van de dialoog verloopt er als volgt: in een eerste fase op lokaal niveau door dorpsraden. Vervolgens worden in overkoepelende vergaderingen de respectievelijke aandachtspunten voor elk van de dorpen samengelegd. Op deze vergaderingen wordt de financiële kant van een voorstel bekeken. <br>Vraag is hoe de Zuid Amerikaanse modellen overgedragen kunnen worden naar een Belgische context. We kunnen het voorbeeld van Anderlecht bekijken, maar een vergelijking maken tussen de ervaringen in Cotacachi en deze in Anderlecht is moeilijk. In Anderlecht bevindt men zich immers nog in een zeer vroeg stadium, bovendien sloeg het project enkel op Kuregem en niet het hele grondgebied van de gemeente, wat mogelijk “jaloerse” reacties kan uitlokken. Daarnaast gaat het in Anderlecht ook enkel om het aspect “openbare ruimte” waarbij de bevolking betrokken wordt. <br>Omdat de budgettaire prioriteiten niet altijd een exacte weerspiegeling zijn van het politieke discours, wou men in de eerste plaats een inzicht verschaffen in de begroting. Dit door bijvoorbeeld de totale kostprijs van de heraanleg van een straat te vertalen naar de kostprijs per vierkante meter. Daarnaast is er de niet onbelangrijke stijging aan vertrouwen in de relatie tussen burger en bestuur, door een toegenomen transparantie. <br> | |||
==== Referenties ==== | |||
<br>Daelemans, B. (2008) “Inspraak in de begroting. Zuid-Amerika als inspiratie voor een nieuwe beleidscultuur in Europa?”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 11-14. | |||
Abers, R. (1998) “Van cliëntilisme tot coöperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre” in: Politics and Society. Newbury: Sage, vol. 26, nr. 4, pp 511-537. | |||
Allegretti, G. & Herzberg, C. (2004) “Participatory budgets in Europe between efficiency and growing local democracy”. In: TNI Briefing series. Amsterdam: Transnational Institute, vol. 2004, nr. 5. p.17. <br> | |||
Versie van 10 nov 2009 14:32
De oorsprong van het participatief budget gaat terug naar de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, we geven hiervan een situatieschets. Vervolgens zoeken we naar enkele fundamentele factoren die van belang zijn bij participatief budgetbeleid. Tenslotte sluiten we het geheel af met voorbeelden aangereikt door Patrick Bodart van Periferia.Deze vereniging tracht, hoofdzakelijk door sociale acties en stadsontwikkeling, een beleid te vormen dat verankerd is in participatieve democratie. Dit vooral naar het voorbeeld van Latijns-Amerikaanse ervaringen.
Bij een participatief budget krijgen burgers inspraak in de begrotingsopmaak. Kenmerkend voor begrotingsinspraak is dat voor de burger zichtbaar gemaakt wordt waar de grote beleidskeuzes zitten.
Oorsprong: Porto Alegre
Door de traditie van cliëntilisme in Brazilië werd de opkomst van een burgermaatschappij geruime tijd onderdrukt. Met als doel stemmen te winnen gebruikten de machthebbers in een cliëntilistisch systeem hun toegang tot de hulpbronnen van de staat om persoonlijke gunsten aan potentiële kiezers te verlenen. Mede door de opkomst van wijkorganisaties evolueerde men echter naar meer open politieke stelsels. Hierin werd participatie belangrijker en trachtte men doelen te bereiken bijvoorbeeld ruimte te laten voor protest, in plaats van gesloten overleg.
Vanaf 1989 werd er in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre, 1.3 miljoen inwoners, geëxperimenteerd met het zogenaamde participatief budgetbeleid. De overheid speelde een faciliterende rol opdat de plaatselijke gemeenschappen zich konden organiseren in wijk- en themavergaderingen. In deze vergaderingen kunnen stadsbewoners hun wensen ten aanzien van de publieke voorzieningen prioritariseren in 7 categorieën gaande van bestrating tot waterafvoer of scholenbouw. Een districtraad, die door deze vergadering wordt gekozen, verdeelt tenslotte het budget op grond daarvan over de wijken.
Fundamentele factoren
Fundamentele factoren die in evenwicht moeten zijn voor het succes van een participatief budgetbeleid zijn:
- politieke ondersteuning van het proces en potentiële deelnemers moeten zich ook van deze steun bewust worden
- een hoog aantal verenigingen en vermogen tot zelforganisatie van sociale netwerken
- de samenhang en de structuur van de organisatie-elementen van het proces
- het administratieve en financiële kunnen van de autoriteiten om experimenten uit te voeren.
Vanuit Europese ervaring kan hieraan mogelijk nog een vijfde factor toegevoegd worden, deze van de “noodzaak”. In Latijns-Europese landen geldt vooral een politieke noodzaak. Deze landen kennen immers vaak een geschiedenis van ongelijke verdeling van elementaire middelen, zoals water en elektriciteit, maar ook van bewoonbare ruimte.Terwijl in Noord-Oost Europese landen vooral modernisering en de verbetering van het publieke apparaat een belangrijke motivatie blijken te zijn.
Voorbeeld
In een interview van Terzake met Patrick Bodart haalt deze enkele voorbeelden aan met betrekking tot de situatie in Cotacachi. In dit stadje van 40000 inwoners wordt namelijk de bevolking betrokken bij de bespreking van het gehele investeringsbudget van de stad, dit gaat samen met een hoge mate van transparantie. Omdat ook zwakkere groepen een stem krijgen in het debat, brengt dit vaak een ommezwaai van prioriteiten met zich mee.
De praktische organisatie van de dialoog verloopt er als volgt: in een eerste fase op lokaal niveau door dorpsraden. Vervolgens worden in overkoepelende vergaderingen de respectievelijke aandachtspunten voor elk van de dorpen samengelegd. Op deze vergaderingen wordt de financiële kant van een voorstel bekeken.
Vraag is hoe de Zuid Amerikaanse modellen overgedragen kunnen worden naar een Belgische context. We kunnen het voorbeeld van Anderlecht bekijken, maar een vergelijking maken tussen de ervaringen in Cotacachi en deze in Anderlecht is moeilijk. In Anderlecht bevindt men zich immers nog in een zeer vroeg stadium, bovendien sloeg het project enkel op Kuregem en niet het hele grondgebied van de gemeente, wat mogelijk “jaloerse” reacties kan uitlokken. Daarnaast gaat het in Anderlecht ook enkel om het aspect “openbare ruimte” waarbij de bevolking betrokken wordt.
Omdat de budgettaire prioriteiten niet altijd een exacte weerspiegeling zijn van het politieke discours, wou men in de eerste plaats een inzicht verschaffen in de begroting. Dit door bijvoorbeeld de totale kostprijs van de heraanleg van een straat te vertalen naar de kostprijs per vierkante meter. Daarnaast is er de niet onbelangrijke stijging aan vertrouwen in de relatie tussen burger en bestuur, door een toegenomen transparantie.
Referenties
Daelemans, B. (2008) “Inspraak in de begroting. Zuid-Amerika als inspiratie voor een nieuwe beleidscultuur in Europa?”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 11-14.
Abers, R. (1998) “Van cliëntilisme tot coöperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre” in: Politics and Society. Newbury: Sage, vol. 26, nr. 4, pp 511-537.
Allegretti, G. & Herzberg, C. (2004) “Participatory budgets in Europe between efficiency and growing local democracy”. In: TNI Briefing series. Amsterdam: Transnational Institute, vol. 2004, nr. 5. p.17.