Nieuwe vrijwilligers: verschil tussen versies
kGeen bewerkingssamenvatting |
kGeen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
'''Over ‘oude’ en ‘nieuwe’ vrijwilligers''' | '''Over ‘oude’ en ‘nieuwe’ vrijwilligers''' | ||
[[Image:Vrijwilliger.jpg]] | [[Image:Vrijwilliger.jpg]] | ||
Het opnemen van een engagement in een vereniging of in de gemeente is niet altijd vanzelfsprekend. Er bestaan tientallen leuke en interessante dingen die onze aandacht opeisen: televisie, sport, een avondje uit met vrienden,.. Tenminste, als we daar tijd voor hebben, want na het werk, de kinderen en het huishouden rest er ons niet veel tijd. | Het opnemen van een engagement in een vereniging of in de gemeente is niet altijd vanzelfsprekend. Er bestaan tientallen leuke en interessante dingen die onze aandacht opeisen: televisie, sport, een avondje uit met vrienden,.. Tenminste, als we daar tijd voor hebben, want na het werk, de kinderen en het huishouden rest er ons niet veel tijd. | ||
| Regel 7: | Regel 7: | ||
Onderzoek toont aan dat er niet meteen sprake is van een afname of vermindering van het vrijwilligerswerk, maar eerder van een gedaanteverandering. | Onderzoek toont aan dat er niet meteen sprake is van een afname of vermindering van het vrijwilligerswerk, maar eerder van een gedaanteverandering. | ||
‘Vrijwilligers zijn er wel degelijk, nu en in de toekomst, maar het is een ander type vrijwilliger dan organisaties gewend zijn. De ‘oude’ vrijwilliger had veel tijd, was breed inzetbaar en bereid zich voor jaren aan een organisatie te binden. De ‘nieuwe’ vrijwilliger, heeft haast, wil in korte tijd veel doen en wil zich inzetten voor specifieke taken, in een afgebakende tijd, met de capaciteit die hij of zij al heeft. Om die nieuwe vrijwilliger binnen te halen, zullen organisaties anders moeten werken.’<ref>Anne Wesseling, ‘De nieuwe vrijwilliger: strategiën voor de toekomst’, in: ‘Werken met vrijwilligers haalt het beste in mensen omhoog’, SBI training &amp;amp;amp; advies, 2002</ref> | ‘Vrijwilligers zijn er wel degelijk, nu en in de toekomst, maar het is een ander type vrijwilliger dan organisaties gewend zijn. De ‘oude’ vrijwilliger had veel tijd, was breed inzetbaar en bereid zich voor jaren aan een organisatie te binden. De ‘nieuwe’ vrijwilliger, heeft haast, wil in korte tijd veel doen en wil zich inzetten voor specifieke taken, in een afgebakende tijd, met de capaciteit die hij of zij al heeft. Om die nieuwe vrijwilliger binnen te halen, zullen organisaties anders moeten werken.’<ref>Anne Wesseling, ‘De nieuwe vrijwilliger: strategiën voor de toekomst’, in: ‘Werken met vrijwilligers haalt het beste in mensen omhoog’, SBI training &amp;amp;amp;amp; advies, 2002</ref> | ||
De nieuwe vormen van vrijwilligerswerk zijn onconventioneel, ongebonden, tijdelijk, pragmatisch, concreet, gefocust, doelgericht, vluchtig (gemiddeld 2 à 3 jaar), … Dikwijls kenmerken ze zich (in eerste instantie) als een NIMBY-fenomeen: not in my backyard. Het gaat daarbij om een éénmalig engagement dat ontstaat uit protest tegen bijvoorbeeld een bepaalde situatie. Dit staat in contrast met het engagement van de vroegere vrijwilliger die met een levenslang engagement een abstract doel zoals naastenliefde kon nastreven. | De nieuwe vormen van vrijwilligerswerk zijn onconventioneel, ongebonden, tijdelijk, pragmatisch, concreet, gefocust, doelgericht, vluchtig (gemiddeld 2 à 3 jaar), … Dikwijls kenmerken ze zich (in eerste instantie) als een NIMBY-fenomeen: not in my backyard. Het gaat daarbij om een éénmalig engagement dat ontstaat uit protest tegen bijvoorbeeld een bepaalde situatie. Dit staat in contrast met het engagement van de vroegere vrijwilliger die met een levenslang engagement een abstract doel zoals naastenliefde kon nastreven. | ||
Denk er wel altijd aan dat de ‘oude’ vrijwilligers geen uitgestorven soort zijn. Een organisatie die met vrijwilligers werk, kan dus best met de twee types rekening houden. | Denk er wel altijd aan dat de ‘oude’ vrijwilligers geen uitgestorven soort zijn. Een organisatie die met vrijwilligers werk, kan dus best met de twee types rekening houden. | ||
<index> | |||
[[Over wat uiteindelijk geen werkelijkheid werd]] | |||
= hedendaags vrijwilligerswerk = | |||
== Welkomcultuur_vrijwilligers == | |||
== Onze bedenkingen == | |||
= Commentaren = | |||
== Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur == | |||
== Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten == | |||
</index> | |||
<br> | <br> | ||
Versie van 6 jan 2009 11:32
Over ‘oude’ en ‘nieuwe’ vrijwilligers
Het opnemen van een engagement in een vereniging of in de gemeente is niet altijd vanzelfsprekend. Er bestaan tientallen leuke en interessante dingen die onze aandacht opeisen: televisie, sport, een avondje uit met vrienden,.. Tenminste, als we daar tijd voor hebben, want na het werk, de kinderen en het huishouden rest er ons niet veel tijd.
Onderzoek toont aan dat er niet meteen sprake is van een afname of vermindering van het vrijwilligerswerk, maar eerder van een gedaanteverandering.
‘Vrijwilligers zijn er wel degelijk, nu en in de toekomst, maar het is een ander type vrijwilliger dan organisaties gewend zijn. De ‘oude’ vrijwilliger had veel tijd, was breed inzetbaar en bereid zich voor jaren aan een organisatie te binden. De ‘nieuwe’ vrijwilliger, heeft haast, wil in korte tijd veel doen en wil zich inzetten voor specifieke taken, in een afgebakende tijd, met de capaciteit die hij of zij al heeft. Om die nieuwe vrijwilliger binnen te halen, zullen organisaties anders moeten werken.’<ref>Anne Wesseling, ‘De nieuwe vrijwilliger: strategiën voor de toekomst’, in: ‘Werken met vrijwilligers haalt het beste in mensen omhoog’, SBI training &amp;amp;amp; advies, 2002</ref>
De nieuwe vormen van vrijwilligerswerk zijn onconventioneel, ongebonden, tijdelijk, pragmatisch, concreet, gefocust, doelgericht, vluchtig (gemiddeld 2 à 3 jaar), … Dikwijls kenmerken ze zich (in eerste instantie) als een NIMBY-fenomeen: not in my backyard. Het gaat daarbij om een éénmalig engagement dat ontstaat uit protest tegen bijvoorbeeld een bepaalde situatie. Dit staat in contrast met het engagement van de vroegere vrijwilliger die met een levenslang engagement een abstract doel zoals naastenliefde kon nastreven.
Denk er wel altijd aan dat de ‘oude’ vrijwilligers geen uitgestorven soort zijn. Een organisatie die met vrijwilligers werk, kan dus best met de twee types rekening houden.
<index> Over wat uiteindelijk geen werkelijkheid werd
hedendaags vrijwilligerswerk
Welkomcultuur_vrijwilligers
Onze bedenkingen
Commentaren
Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur
Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten
</index>
<references />