Individualisering, sociale integratie en burgerschap

Versie door Sociumi (overleg | bijdragen) op 30 sep 2009 om 13:58

Inleiding

Individualisering, voor de één een ontwikkeling met negatieve gevolgen voor de samenleving, voor de ander een moderne voorwaarde om tot sociale integratie te komen. Hoe dan ook, individualisering is een vaststaand feit in onze samenleving. We kunnen er dan ook niet om heen kijken.

Individualisering is het proces waarbij elk individu zelf het centrum van zijn denken, handelen en integratie, in vrijheid centraal stelt. En dit in tegenstelling tot het collectivisme en tradities die gaandeweg hun functies verliezen.Eén van de grootste tegenstanders is allicht de Vlaamse filosoof Mark Elchardus. Zo schrijft hij in zijn boek ‘de dramademocratie’: “Leden van de samenleving maken in hun consumerend gedrag steeds meer keuzes en krijgen hierdoor het gevoel dat ze een volstrekt uniek individu zijn. Individualisering is een dekmantel voor sociale controle die de samenleving stelt om sturing te geven aan het doen en laten van elk individu” (M. Elchardus). Elchardus krijgt enerzijds veel kritiek vanuit het politieke landschap ondermeer door Dirk Verhofstadt. In zijn boek ‘Pleidooi voor individualisme’ staat: “De strijd voor individualisme is een strijd tegen religieuze, sociale en culturele tradities die mensen onderdrukken. Individualisering staat dus gelijk met zelfontplooiing en is een voorwaarde om tot een solidaire maatschappij te komen” (D.Verhofstadt).Verschillende filosofen volgen hier die visie maar niet vanuit een liberaal standpunt dan wel vanuit filosofische en sociologische hoek. Individualisering zien zij als een wisselwerking tussen het individu en de samenleving. Zij stellen dat individualisering een voorwaarde kan zijn om tot sociale integratie en betrokkenheid te komen. Via het Nederlands Gesprek Centrum hebben zij hun onderzoek en bedenkingen gebundeld in het boek ”Individualisering en sociale integratie”. Het boek is in 1999 herverschenen bij uitgeverij SUN. Auteurs zoals Paul Schnabel, Jef Bussemaker en Jaap Van Der stel worden ondermeer geciteerd.

Historische feiten en bedenkingen

De Duitse socioloog Ferdinand Tonnies (1855-1936) sprak over twee soorten samenlevingen. Enerzijds de ‘Gemeinschaft’, een samenleving gebaseerd op traditie en hiërarchie. Anderzijds de ‘Gesellschaft’ waar de burgers een soort contractuele relatie aangaan met andere burgers. Deze overeenkomst
is in vrijheid genomen en impliceert tevens de rechten en plichten. Deze filosofische gedachte werd uitgebreid uitgewerkt door de filosoof Rousseau met het begrip ‘Het sociale contract’.

Frits de Lange (1955), hoogleraar Ethiek spreekt over drie belangrijke ontstaansimpulsen waardoor het individu en de samenleving hun eigen weg gingen. De Joodse profetische traditie, met nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, en de Christelijke idee van persoonlijk heil zorgden ervoor dat het Westerse individu als unieke gestalte, reflexief op zichzelf betrokken, verschijnt (F. de Lange). Een tweede factor in het individualiseringsproces is de opkomst van het kapitalisme die om een nieuw menstype nl. de individuele mens als zelfstandige actor op de vrije markt van arbeid en kapitaal vroeg (F. de Lange).

Vrijheden zijn de aanzet geweest tot rechten; de rechten van de “individuele” mens, en die nu grondwettelijk vastliggen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de mensenrechten louter geboren zijn vanuit economische ontwikkelingen. Het cultureel ideeëngoed van ondermeer de verlichting, en denkers zoals Kant hebben een sterke impact gehad. Met andere woorden, het individualiserings-proces had als derde stuwende kracht een groot cultureel ideeëngoed achter zich die doorheen de eeuwen, niet enkel de samenleving veranderde maar ook de zelfontplooiing van elk individu. Niet onbelangrijk is de wetenschap dat individualisering een Westers sociaal fenomeen is. 

“In de meeste niet-Westerse samenlevingen waar traditie en overlevering de grootste overlevingskansen bieden, krijgt individualisering geen kans zoniet verandert afhankelijkheid in hulpeloosheid” (De Swaan). Pas toen er in Europa en de Verenigde Staten verbeterde arbeids- en leefomstandigheden waren, de leerplicht werd ingevoerd en er een armen- en ziekenzorg aanwezig was kon het individu zich toeleggen op individuele ontplooiing. Individualisering gaat niet samen met collectivisme maar wel met collectivisering van goederen, voorzieningen en diensten (De Swaan 1988).