Een waaier aan competenties en talenten

Versie door Sociumi (overleg | bijdragen) op 13 feb 2009 om 09:54


“Wie verder kijkt dan zijn talent lang is, blijkt meer te kunnen dan beschreven staat in zijn taakomschrijving.” Iedereen kan bij zichzelf een aantal kwaliteiten onderscheiden. Het zijn specifieke sterktes die je als mens kleuren bvb. daadkracht, zorgzaamheid, inlevingsvermogen. De diversiteit aan capaciteiten, vaardigheden, kennis en ervaringen bij vrijwilligers is een troef die optimaal benut moet worden.

Competenties kunnen omschreven worden als een geïntegreerd geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, attitudes en persoonlijke eigenschappen waarmee op adequate wijze resultaten kunnen worden behaald in een beroepssituatie, een leersituatie of een maatschappelijke situatie; ervaringsdeskundigheid valt hier ook onder. Competenties zijn te ontwikkelen. Men kan enerzijds vaktechnische competenties (kennis, technische vaardigheden) onderscheiden. Daarnaast zijn er ook de gedragscompetenties d.w.z. een mix van aanleg, talent, persoonlijkheid, waarden en drijfveren die belangrijk worden geacht bij het vervullen van taken in een welbepaalde context. Binnen de gedragscompetenties kan men een opdeling maken in taakgebonden (nauwkeurigheid, stiptheid), persoonsgebonden (doorzettings-vermogen, zelfstandigheid) en interactieve (assertiviteit, luistervaardigheid) competenties. Binnen het soort vrijwilligerswerk dat je opneemt kan de nadruk liggen op het ken-element (een project bedenken, kennis van ICT), het kan-element (teksten schrijven, voor een groep spreken, koken), het zijn-element (luisteren, bemiddelen, soepel zijn) of op een combinatie van deze elementen. Meestal lopen deze elementen door elkaar. Talenten zijn m.a.w. het geheel van persoonlijke vermogens en mogelijkheden.

Wanneer je de stap wil zetten naar vrijwilligerswerk is het noodzakelijk over een aantal competenties te beschikken om die uitdaging aan te pakken. Er wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij zich kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden, stressbestendig is, in team kan werken, communicatief is, kan omgaan met spanningen en conflicten, vertrouwd is met de vrijwilligerswet, enz. Vrijwilligers worden m.a.w. verondersteld over de meest uiteenlopende vaardigheden bvb. probleemoplossende en sociale vaardigheden en inzichten te beschikken. Ook kritisch-reflexief denken en een ethische houding zijn onontbeerlijk. Daarnaast is zelfvertrouwen, in het feit een competente actor te zijn die in staat is om zijn of haar omgeving te beïnvloeden, belangrijk. Geloven in jezelf en de eigen mogelijkheden is een voorwaarde om nieuwe dingen te proberen en uitdagingen aan te gaan. Negatieve gedachten en gevoelens tasten je zelfvertrouwen aan en belemmeren je in je functioneren. Je kan jezelf denigreren door bvb. te zeggen:‘ik kan niets’, ‘alles wat ik doe, deugt niet’. Dit kan je verhelpen door vaker positieve zelfuitspraken te doen, door je zwakke punten minder vaak te beschrijven en niet ‘door te malen’ over negatieve gedachten. Het is beter te denken in termen als ‘ik ben slecht in x, maar ik kan vrij goed…’ Het gaat dus enerzijds om de objectief aanwezige capaciteiten om effectief iets te realiseren en anderzijds om het subjectieve gevoel greep te hebben op de situatie.

Als vrijwilliger kan je jouw deskundigheid ten dienste stellen van anderen. Anderzijds steek je als vrijwilliger ook kennis op, verrijk je jouw ervaringen, ontdek en ontwikkel je jouw talenten via je vrijwillig engagement. Zo kan men zich als vrijwilliger bvb. bijscholen door het volgen van vorming en opleiding of praktijkervaring opdoen in afwachting van het vinden van werk. De motieven om aan vrijwilligerswerk te doen variëren naargelang de generatie. Jongeren verwachten dat de ervaring die ze opdoen tijdens hun vrijwillige inzet ook nuttig is voor hun persoonlijke ontwikkeling en hun professionele perspectieven. Terwijl jongeren volop kennis en ervaring willen verzamelen, ligt de nadruk bij senioren op het niet verloren laten gaan van hun levenservaring en competenties. Vandaar het belang van vrijwilligerswerk. Senioren kunnen hun kennis, kunde en levenservaring blijven inzetten ook na hun actieve loopbaan. Het investeren, benutten en onderhouden van dit menselijk kapitaal zorgt ervoor dat het menselijk potentieel niet verloren gaat en dat de ouderen niet het gevoel hebben voortijdig afgeschreven te zijn. De vergrijzing wordt niet gezien als een ´grijze druk´ maar als een ‘kans’, een ´zilveren kracht´. Deze mentale diversiteit kan aanvullend werken. Jongeren kunnen ouderen wegwijs maken in de complexe maatschappelijke structuren en informeren over de maatschappelijke evoluties. Ouderen op hun beurt kunnen de jongeren begeesteren met hun levenservaring.