Sociale Participatie

Enkele begripsomschrijvingen

  • “Sociale participatie: ‘deelname van (groepen) burgers aan de samenleving, zoals het hebben van werk, volgen van onderwijs, betrokken zijn bij de leefbaarheid van de eigen omgeving’”<ref>NIZW, Schema sociale processen, Opgehaald in http://www.nizw.nl/thesaurus/socialeparticipatie.htm</ref>
  • Bij sociale participatie gaat het over het dagelijks leven, over (al dan niet formele) beslissingen die een invloed hebben op het leven van elke dag. Eén van de belangrijkste kenmerken ervan is het ‘inclusief werken’ (B. Percy-Smith): kinderen en volwassenen participeren binnen een zelfde realiteit. Het gaat om een actieve betrokkenheid bij wat er in de buurt en de wijk gebeurt, een medeverantwoordelijkheid (al is dat een zeer zwaar woord).<ref>Dialoogdag BUUR(t) - 07.10.05 Werkgroep 7: KINDEREN EN JONGEREN actors in de buurt (Jan Van Gils – Kind en Samenleving.</ref>
  • Sociale participatie houdt in het op een actieve en constructieve manier deelnemen aan informele en formele verbanden. Door deze deelname kan een zelfstandige positie worden verworven in de samenleving. En wordt er een bijdrage geleverd aan het functioneren van de samenleving. <ref>Walraven, M. en Appelhof, P., (2002), Sociale competentie ter bevordering van sociale participatie, Utrecht: Oberon.</ref>

Sociale participatie en sociale competentie: een wisselwerking

In de meeste westerse samenlevingen wordt er naar gestreefd jongeren optimale kansen te bieden tot participatie in de samenleving, ongeacht geslacht, sociaal milieu, etniciteit en religie. De ontwikkeling van individuele talenten staat daarbij voorop.
De sociale participatie wordt de afgelopen jaren vooral bevorderd door een beleid gericht op het vergroten van de deelname aan onderwijs en arbeid. Hiermee worden in principe de voorwaarden geschapen voor een succesvolle participatie in de samenleving.
De huidige opvoeding en educatie van jongeren is vooral gericht op verwerving van individuele competenties. Er komt echter steeds meer aandacht voor de bevordering van sociaal gedrag. Dit is van belang voor de bevordering van engagement en voor de verbetering van de kwaliteit van de samenleving.
Men wil jongeren kansen te bieden om te participeren in velerlei verbanden. Met dit streven is niet alleen de sociale integratie gediend, maar ook de sociale cohesie van de samenleving. Onder sociale cohesie wordt verstaan de betrokkenheid van mensen bij de samenleving als geheel, de oriëntatie op collectieve waarden en normen, de deelname aan maatschappelijke instituties en organisaties, de participatie aan sociale netwerken en de onderlinge sociale waardering van verschillende groeperingen.
Omdat in de huidige samenleving veel traditionele verbanden zijn weggevallen, is sociale participatie van jongeren minder vanzelfsprekend. De huidige wereld biedt jongeren weinig regels en weinig vaste kaders. Zo is het voor jongeren niet zonder meer duidelijk bij welke groep ze horen. De jongerencultuur kent veel subculturen met eigen regels en codes. De keuze voor en de aansluiting bij een bepaalde subcultuur vergt van jongeren een grote sociale inspanning. Daarnaast nemen jongeren deel aan het gezinsleven en de school. Daar gelden vaak andere verwachtingen dan diegene die jongeren zelf voor ogen hebben.

Deelname aan informele en formele verbanden

Bij sociale participatie wordt er een onderscheid gemaakt tussen informele en formele participatie. Onder informele participatie worden de verbanden met het gezin, de familie, vrienden en de peergroep verstaan.

In de huidige samenleving is de institutionele betrokkenheid minder dan vroeger. Mensen voelen zich minder gebonden aan kerk, vereniging, politieke partij, het werkverband en zelfs de school. Informele kringen zijn belangrijker in de vorm van vrienden, netwerken en gevarieerde vrijetijdsverbanden (Hooghe, 2001). Het initiatief om daar deel van uit te maken moet nu meer van de persoon zelf uitgaan dan vroeger het geval was. Er moeten ook vaker nieuwe relaties worden aangegaan in de eigen levenssfeer of het werk. De sociale participatie stelt dus andere eisen aan de persoon. Het uiterlijk en de sociale handigheid spelen een belangrijke rol, terwijl in langdurige verbanden loyaliteit en eerlijkheid een grote sociale waarde hebben. Voor kwetsbare groepen brengt het tekort aan sociale informele netwerken extra risico’s met zich mee.

Onder formele participatie wordt verstaan de deelname aan de kerninstituties van onze samenleving zoals onderwijs, welzijnsinstellingen, sport en arbeid. De kansen op participatie in de samenleving worden al of niet begunstigd door de onderwijspositie, de arbeidsmarktpositie, het inkomen en ook de plaats van huisvesting. De toerusting om posities te verwerven wordt mede bepaald door de omstandigheden van het ouderlijk gezin. De sociaal-culturele situatie en de eigen cognitieve vermogens zijn van invloed op de aard van de opvoeding die door ouders wordt gegeven. De verdere ontwikkelingskansen in onderwijs en samenleving zijn in hoge mate afhankelijk van de geboden opvoeding. De aard van de informele participatie beïnvloedt dus de formele participatie en daarmee de positie die men in de maatschappij inneemt.

De onderwijspositie, de arbeidsmarktpositie, hetinkomen en ook de plaats van huisvesting zijn van invloed op de kansen op participatie in de samenleving. Het streven is dat de kerninstituties, in het bijzonder het onderwijs en de arbeid zo zijn ingericht dat de kansen op participatie in de samenleving voor individuen, ongeacht hun herkomstpositie, zo groot mogelijk zijn. 
  

<references />

<references />

<references />